• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Aren plukken op sabbat
Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden; zijn leerlingen nu kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten.
De Farizeeën zagen dat en zeiden tot Hem: “Uw leerlingen doen daar iets wat op sabbat niet geoorloofd is.”
Hij gaf hun ten antwoord: “Hebt gij niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger kregen?
Hoe hij het huis van God binnenging en de toonbroden opat die noch hij, noch zijn metgezellen, maar alleen de priesters mochten eten?
Of hebt gij niet in de Wet gelezen, dat de priesters elke sabbat in de tempel de sabbat schenden en toch niet schuldig zijn?
Ik echter zeg u: Hier is meer dan de tempel.
Indien het maar tot u doorgedrongen was wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers,  dan zoudt gij deze onschuldigen niet veroordeeld hebben.
Want de Mensenzoon is Heer van de sabbat.”
Genezing op sabbat
Zijn weg vervolgend ging Hij naar hun synagoge
en trof daar een man aan met een verschrompelde hand. Ze stelden Hem nu deze vraag: “Mag men op sabbat genezen?” Hun bedoeling was Hem te kunnen aanklagen.
Hij antwoordde hun: “Wie van u die maar een schaap heeft, zal dat niet grijpen om het uit een kuil te halen, ook wanneer het op sabbat daarin gevallen is?
En wat betekent nu een schaap vergeleken bij een mens! Het is dus geoorloofd op sabbat goed te doen.”
Daarop zei Hij tot de man: “Steek uw hand uit.” Hij stak ze uit en ze werd weer even gezond als de andere.
De Farizeeën gingen naar buiten en smeedden plannen om Hem uit de weg te ruimen.
Maar omdat Jezus dit wist, trok Hij vandaar weg. Velen volgden Hem en Hij genas ze allen.
Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken,
opdat in vervulling zou gaan het woord door de profeet Jesaja gesproken:
 
     Zie, mijn Dienaar die ik heb verkoren,
     mijn Welbeminde, in wie mijn ziel behagen vond.
     Ik zal mijn geest op Hem doen rusten,
     Gods Wet zal Hij verkondigen aan de volkeren.

 
     Hij zal twisten noch schreeuwen
     en op straat zal men zijn stem niet horen.

 
     Een geknakt riet zal Hij niet breken
     en een smeulende vlaspit niet doven
     voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd;

 
     en op Zijn Naam zullen de volkeren hopen.
Jezus' zelfverdediging
Eens bracht men Hem een bezetene die blind en stom was. Hij genas hem, zodat de stomme weer sprak en zag.
Al het volk was buiten zichzelf en zei: “Zou dit niet de zoon van David zijn?”
Maar de Farizeeën die dat hoorden, antwoordden: “Hij drijft de duivels alleen maar uit door Beëlzebul, de vorst der duivels.”
Omdat Hij hun gedachten kende, zei Hij tot hen: “Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woestenij; en geen stad of huis, in zichzelf verdeeld, houdt stand.
Als nu de satan de satan uitdrijft, is hij met zichzelf in strijd: hoe kan zijn rijk dan standhouden?
Bovendien als Ik door Beëlzebul de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.
Maar als Ik door de geest Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het Rijk Gods tot u gekomen.
Of hoe kan iemand binnendringen in het huis van een sterke en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft geboeid? Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen.
 
Daarom zeg Ik u: Iedere zonde en godslastering zal de mensen vergeven worden, maar lastering van de Geest zal niet vergeven worden.
Als iemand zich kant tegen de Mensenzoon, zal het hem vergeven worden, maar wie zich kant tegen de heilige Geest, zal geen vergiffenis verkrijgen, noch in deze, noch in de komende wereld.
Gesteld dat de boom goed is, dan is ook zijn vrucht goed; gesteld echter dat de boom ziek is, dan ook zijn vruchten; want aan de vrucht kent men de boom.
Adderengebroed! hoe zouden er, slecht als gij zijt, uit uw mond goede woorden kunnen komen? Want de mond spreekt waar het hart van overloopt.
Een goed mens brengt uit zijn schat van goedheid goede dingen te voorschijn, maar een slecht mens uit zijn schat van slechtheid slechte dingen.
Ik zeg u: Van ieder onnut woord dat de mensen spreken, zullen zij rekenschap moeten afleggen op de dag van het oordeel,
want naar uw woorden zult gij gerecht bevonden en naar uw woorden zult gij geoordeeld worden.”
Het teken van Jona
Op zekere dag richtten enige schriftgeleerden en Farizeeën zich tot Hem met de woorden: “Meester, wij willen een teken van U zien.”
Maar Hij gaf hun ten antwoord: “Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken, maar geen ander teken zal hun gegeven worden dan dat van de profeet Jona.
Zoals namelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde.
De mensen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona; welnu, hier is méér dan Jona.
De koningin van het Zuiden zal bij het oordeel opstaan samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij kwam van het uiteinde der aarde om te luisteren naar de wijsheid van Salomo: welnu, hier is méér dan Salomo.
Van kwaad tot erger
Wanneer de onreine geest een mens verlaat, gaat hij rondzwerven in dorre streken op zoek naar rust, maar vindt die niet.
Dan zegt hij: Ik keer terug naar mijn huis, dat ik verlaten heb. Bij zijn komst vindt hij het leegstaan, schoongemaakt en op orde.
Dan gaat hij zeven andere geesten erbij halen, nog slechter dan hijzelf: zij trekken erin en gaan daar wonen. Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste. Zo zal het ook gaan met dit zondig geslacht.”
De wil van God boven alles
Terwijl Hij nog tot het volk sprak, gebeurde het dat zijn moeder en broeders buiten stonden om te trachten met Hem te spreken.
Iemand kwam Hem nu zeggen: “Uw moeder en broeders staan daar buiten en willen U spreken.”
Maar hij antwoordde aan degene die Hem dit kwam zeggen: “Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?”
En met een gebaar naar zijn leerlingen zei Hij: “Ziedaar mijn moeder en mijn broeders;
want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel.”

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam