• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Machtig reikt zij van het ene einde tot het andere en op voortreffelijke wijze bestuurt zij alles.
Haar heb ik lief gekregen en ik heb haar van mijn jeugd af gezocht; ik zocht haar als mijn bruid met mij mee te voeren en ik werd een vereerder van haar schoonheid.
Zij roemt op edele afkomst, want zij woont bij God en de Heer van alles heeft haar lief;
zij is ingewijd in Gods kennis en zij is de deelgenote aan zijn werken.
Als rijkdom een begeerlijk bezit is in het leven, wat is er rijker dan de wijsheid, die zich alles weet te verwerven?
Als inzicht werken tot stand brengt, waar vindt men dan iemand die kundiger is dan de wijsheid?
En als iemand de gerechtigheid liefheeft, de vruchten van de wijsheid zijn de deugden: matigheid leert zij en voorzichtigheid, rechtvaardigheid en sterkte, de allernuttigste dingen in het menselijk leven.
En ook, als iemand rijke ervaring verlangt, de wijsheid kent het verre verleden en zij vermoedt de toekomst; zij weet ingewikkelde wendingen te verklaren en raadsels op te lossen; zij weet wat tekenen en vreemde gebeurtenissen voorspellen en zij kent vooraf het verloop van perioden en tijden.
Daarom besloot ik haar met mij mee te voeren om met haar samen te wonen, wetende dat zij voor mij een goede raadgeefster zou zijn en een troost in zorgen en verdriet.
Door haar zou ik roem verwerven bij de menigten en achting bij de bejaarden, zo jong als ik was.
Ik zou scherpzinnig blijken in mijn oordeel en bewondering vinden bij de machthebbers.
Als ik zweeg, zouden zij wachten en als ik sprak, zouden zij luisteren en als ik nog voortging met spreken, zouden zij hun hand op hun mond leggen.
Door haar zou ik onsterfelijkheid verwerven en een eeuwige herinnering nalaten bij hen die na mij zouden komen.
Ik zou volkeren regeren en naties zouden mij onderworpen zijn.
Vreeswekkende vorsten zouden beven, wanneer zij van mij hoorden. Onder het volk zou ik mij vriendelijk tonen en in de oorlog dapper.
Thuis gekomen zou ik rusten bij haar, want de omgang met haar kent geen bitterheid en het samenwonen met haar geen verdriet, maar alleen blijdschap en vreugde.
Toen ik dit bij mijzelf had overdacht en ik in mijn hart had overwogen, dat er onsterfelijkheid ligt in de band met de wijsheid,
in de vriendschap met haar een edel genoegen, in de werken van haar handen een onuitputtelijke rijkdom, in de vertrouwelijke omgang met haar een juist inzicht en roem in de gesprekken met haar, toen ging ik rond en zocht ik, hoe ik haar tot de mijne kon maken.
Ik was een mooie, welgevormde jongeman en ook de ziel die ik gekregen had was goed
of liever, ik was goed en ik was in een gaaf lichaam gekomen.
Maar omdat ik inzag, dat ik de wijsheid niet anders kon verwerven dan wanneer God haar gaf - ook dat was al inzicht, te weten, wiens gave het was - wendde ik mij tot de Heer en bad ik tot Hem en ik zei uit heel mijn hart:

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam