• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Blaast de bazuin op de Sion, slaat alarm op mijn heilige berg: al de bewoners van het land moeten beven! Ja, de dag van Jahwe is gekomen; ja, hij is nabij,
een dag van donker en van duisternis, een dag van wolken en verduistering. Hij breekt al aan: een talrijk, machtig volk staat alom op de bergen, een volk zoals er nooit een is geweest en later nooit meer een zal zijn, tot in de verste geslachten.
Een verslindend vuur gaat voor hen uit, een verschroeiende gloed komt achter hen aan. Voor hen ligt het land als de tuin van Eden, achter hen blijft een woeste wildernis: er is geen ontkomen aan.
Zij zien er uit als paarden, als rossen rennen zij voort.
Zij maken een lawaai als strijdwagens, die over de toppen der bergen razen; zij gieren als een laaiend vuur, dat de stoppels verslindt; zij zijn als een machtig volk, dat voor de strijd is aangetreden.
Dat ziende sidderen de volken, alle gezichten verliezen hun kleur.
Als krijgers stormen zij aan, als soldaten beklimmen zij de muren; ieder gaat de weg die hem is opgedragen, niemand wijkt af van zijn koers;
de een verdringt de ander niet, ieder volgt zijn eigen weg. Dwars door de pijlen heen vallen zij aan, zonder hun gelederen te verbreken.
Zij bestormen de stad, zij rennen over de muur heen, zij klauteren tegen de huizen, door de vensters komen zij binnen, als de dieven.
Dat ziende schokt de aarde, siddert de hemel, verduisteren de zon en de maan, verliezen de sterren hun licht.
Jahwe, aan de spits van zijn leger, verheft zijn stem; ja, zeer talrijk is zijn leger, ja, machtig is hij die zijn bevel ten uitvoer brengt. Ja, groot is de dag van Jahwe en zeer te duchten: wie zal hem doorstaan?
Maar ook nu nog luidt de godsspraak van Jahwe: 'Keert tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht.'
Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot Jahwe, uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil.
Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor Jahwe, uw God!
Blaast de bazuin op de Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige samenkomst bijeen!
Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de ouderlingen samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek.
Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van Jahwe verrichten, wenen en zeggen: 'Spaar uw volk, Jahwe, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft hun God?'
Toen is Jahwe voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.
En Jahwe gaf zijn volk ten antwoord: 'Welnu, Ik ga u koren, most en olie zenden, tot verzadigens toe, en Ik laat de heidenen niet langer met u spotten.
Ik jaag de man uit het noorden ver van u weg, Ik drijf hem naar een dor en onherbergzaam land, zijn voorhoede naar de zee in het oosten, zijn achterhoede naar de zee in het westen. Zijn stank stijgt van hem op, een walm van verrotting: ja, grote daden heeft hij verricht!'
Vrees niet, gij akkerland, jubel en verblijd u, want Jahwe heeft een machtig werk verricht.
Vreest niet, gij wilde dieren, want het groen in de steppe treedt weer te voorschijn, de boom draagt weer vruchten, de vijg en de wingerd geven weer kracht.
En gij, kinderen van Sion, jubelt en verblijdt u om Jahwe, uw God, want Hij geeft u de leraar om gerechtigheid te brengen en laat de regen op u neerdalen, herfstregen en voorjaarsregen, zoals voorheen.
De dorsvloeren liggen weer vol met koren, de perskuipen lopen weer over van most en van olie.
'Dan vergoed Ik u de jaren, die opgevreten zijn door de sprinkhanen en de verslinder, door de kaalvreter en de knager, door de grote legermacht, die Ik op u heb losgelaten.'
Dan eet gij weer volop, tot verzadigens toe, en prijst de naam van Jahwe, uw God, die wonderen voor u verricht heeft. Nooit ofte nimmer zal mijn volk meer te schande worden.
'Dan zult gij erkennen, dat Ik te midden van Israël ben, dat Ik, Jahwe, uw God ben, en niemand anders. Nooit ofte nimmer zal mijn volk weer te schande worden.'

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam