• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Daarom kwam het woord van Jahwe tot Jehu, de zoon van Chanani: `Zeg tegen Baësa:
Ik heb u uit het stof opgeraapt en u aangesteld tot leider over mijn volk Israël. Maar gij hebt het voorbeeld van Jerobeam gevolgd en mijn volk Israël tot zonden verleid om Mij te tergen.
Welnu, Ik ga Baësa en zijn huis wegvagen. Ik doe met uw huis wat Ik gedaan heb met dat van Jerobeam, de zoon van Nebat
Wie van Baësa's huis in de stand sterft, hem zullen de honden verslinden, en wie op het land sterft, hem zullen de vogels van de hemel verslinden.'
Verdere bijzonderheden over Baësa, over zijn krijgsverrichtingen en overige daden, zijn te vinden in de annalen van de koningen van Israël.
Baësa ging bij zijn vaderen te ruste en werd begraven in Tirsa. Zijn zoon Ela volgde hem op.
Door de profeet Jehu, de zoon van Chanani, is dus het woord van Jahwe gekomen tot Baësa en zijn huis, omdat hij gedaan had wat Jahwe mishaagt; hij had immers, evenals het huis van Jerobeam, Jahwe door zijn daden getergd en Jerobeams huis uitgemoord.
In het zesentwintigste regeringsjaar van koning Asa van Juda werd Ela, de zoon van Baësa, koning van Israël. Hij regeerde twee jaar.
Zijn dienaar Zimri, bevelhebber over de helft van de strijdwagens, smeedde een komplot tegen hem. Op zekere dag, toen Ela in Tirsa in het huis van Arsa, de hofmaarschalk van het paleis in Tirsa, zich een roes dronk.
kwam Zimri binnen, sloeg hem dood en nam zijn plaats als koning in. Dit gebeurde in het zevenentwintigste regeringsjaar van Asa, de koning van Juda.
Zodra Zimri aan de regering gekomen was en de troon bestegen had, liet hij heel het huis van Baësa uitroeien; alle mannelijke leden van het huis zelf en ook alle naastbestaanden en vrienden.
Hij moordde heel het huis van Baësa uit, volgens het woord dat Jahwe door de profeet Jehu over Baësa gesproken had,
vanwege alle zonden van Baësa en die van zijn zoon Ela en vanwege de zonden waartoe zij de Israëlieten verleid hadden om Jahwe, de God van Israël, met hun waangoden te tergen.
Verder bijzonderheden over Ela en over zijn daden zijn te vinden in de annalen van de koningen van Israël.
In het zevenentwintigste regeringsjaar van koning Asa van Juda werd Zimri koning. Hij regeerde zeven dagen in Tirsa. In die tijd lag het leger bij Gibbeton, dat aan de Filistijnen behoorde.
Toen de belegeraars hoorden dat Zimri een komplot gesmeed had en de koning had gedood, riepen alle Israëlieten in de legerplaats de legeroverste Omri tot koning van Israël uit.
Hierop trok Omri met alle Israëlieten van Gibbeton weg en sloeg het beleg voor Tirsa.
Zodra Zimri zag dat de stad ingenomen was, trok hij zich in de slottoren van het koninklijk paleis terug en stak het paleis boven zijn hoofd in brand. Zo kwam hij om het leven.
Dit gebeurde vanwege zijn zonden, omdat hij gedaan had wat Jahwe mishaagt, in navolging van Jerobeam, en volhard had in de zonde waartoe deze de Israëlieten verleid had.
Verdere bijzonderheden over Zimri en over het komplot dat hij gesmeed heeft zijn te vinden in de annalen van de koningen van Israël.
Toen ontstond er verdeeldheid onder het volk Israël. De ene helft van het volk wilde Tibni, de zoon van Ginat, tot koning uitroepen; de andere helft stond achter Omri.
De aanhangers van Omri kregen de overhand over die van Tibni. Tibni kwam om het leven en Omri werd koning.
In het eenendertigste regeringsjaar van koning Asa van Juda werd Omri koning van Israël. Hij regeerde twaalf jaar, waarvan zes jaar in Tirsa.
Hij kocht van Semer voor twee talenten zilver de berg Someron, bouwde op die berg een stad en noemde deze Samaria, naar Semer, de eigenaar van de berg.
Omri deed wat Jahwe mishaagt; hij maakte het nog erger dan al zijn voorgangers.
In alles volgde hij het voorbeeld van Jerobeam, de zoon van Nebat, en volhardde in de zonde waartoe deze de Israëlieten verleid had om Jahwe, de God van Israël, met hun waangoden te tergen.
Verdere bijzonderheden over Omri, over zijn krijgsverrichtingen en overige daden, zijn te vinden in de annalen van de koningen van Israël.
Omri ging bij zijn vaderen te ruste en werd begraven te Samaria. Zijn zoon Achab volgde hem op.
Achab, de zoon van Omri, werd koning van Israël in het achtendertigste regeringsjaar van koning Asa van Juda en regeerde in Samaria tweeëntwintig jaar over Israël.
Hij deed wat Jahwe mishaagt, erger nog dan al zijn voorgangers.
Alsof hij het nog niet genoeg vond de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, na te volgen, nam hij Izebel, een dochter van Etbaal, de koning van de Sidoniers, tot vrouw en ging hij Ba„l dienen en aanbidden.
Hij richtte voor Ba„l een altaar op in de Ba„ltempel die hij in Samaria had laten bouwen.
Ook liet Achab een heilige paal maken en deed hij nog andere dingen, zodat hij Jahwe, de God van Israël, nog meer tergde dan al de koningen van Israël voor hem.
In zijn tijd heeft Chiel uit Betel Jericho weer opgebouwd. Ten koste van Abiram, zijn eerstgeborene, legde hij de fundamenten; ten koste van Segub, zijn jongste zoon, richtte hij de poorten op, naar het woord dat Jahwe gesproken had door Jozua, de zoon van Nun.

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam