• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Jahwe sprak tot Mozes op de Sina<:
Zeg aan de Israëlieten: Wanneer gij in het land komt dat Ik u schenk, moet het land sabbat houden ter ere van Jahwe.
Zes jaar kunt ge uw akkers inzaaien, zes jaar kunt ge uw wijngaarden snoeien en de oogst binnenhalen,
maar in het zevende jaar zal het grote sabbat zijn voor het land. Dan moogt gij uw akker niet inzaaien, uw wijngaard niet snoeien,
de nagroei van het vorige gewas niet oogsten en de druiven van uw ongesnoeide wijngaard niet plukken. Het land zal een heel jaar sabbat houden.
Wat het land tijdens de sabbat uit zichzelf voortbrengt, zal voldoende zijn om uw slaaf en slavin, de dagloners en de buitenlanders, die bij u wonen, te voeden.
Ook uw vee en de andere dieren in uw land zullen daarvan kunnen eten.
Na verloop van zeven sabbatjaren, zevenmaal zeven jaar, tezamen negenenveertig jaar,
moet gij op de dag van verzoening, de tiende dag van de zevende maand, luid de bazuin laten klinken. In heel uw land moet gij de bazuin laten schallen.
Dat vijftigste jaar moet een heilig jaar voor u zijn; dan moet ge in het land afkondigen dat alle bewoners hun slaven vrijlaten. Het moet een jobeljaar voor u zijn; iedereen wordt hersteld in zijn vroeger bezit en keert terug naar zijn familie.
Het vijftigste jaar is een jobeljaar voor u; ge moogt dan niet zaaien, de nagroei niet oogsten en de druiven van uw ongesnoeide wijngaard niet plukken,
want het is het jobeljaar; dat moet heilig voor u zijn. Alleen wat het land uit zichzelf voortbrengt, moogt ge eten.
In het jobeljaar zal iedereen in zijn vroeger bezit worden hersteld.
Wanneer gij een stuk grond verkoopt aan een volksgenoot of grond van hem koopt, moogt ge elkaar niet benadelen.
Koopt gij grond van een volksgenoot, dan moet ge bij het vaststellen van de prijs rekening houden met het aantal jaren sinds het laatste jobeljaar. En hij moet de verkoopprijs berekenen naar het aantal jaren, dat het nog oogst opbrengt.
De prijs zal hoger zijn, als er nog veel jaren komen, en lager, als er weinig jaren moeten verstrijken, want hij verkoopt u een aantal oogstjaren.
Benadeel uw volksgenoot niet; heb eerbied voor uw God. Ik ben Jahwe uw God.
Volbreng mijn geboden en onderhoud mijn wetten. Dan zult gij ongestoord wonen in het land.
Het land zal rijke vrucht opbrengen, zodat gij volop te eten hebt; ongestoord zult gij er wonen.
En denkt ge soms: `Wat moeten wij in het zevende jaar eten, als we niet zaaien en geen oogst binnenhalen?',
wees er dan van verzekerd, dat Ik u in het zesde jaar zo zal zegenen, dat de oogst voor drie jaar genoeg zal zijn.
Als ge het achtste jaar zaait, zult ge nog steeds eten van de oude oogst. En ge zult daar nog van eten, als ge de oogst van het negende jaar binnenhaalt.
Verkoop van land mag terugkoop niet uitsluiten, want het land behoort aan Mij; gij zijt er vreemdelingen en gasten.
Op alle land dat gij bezit, moet ge een recht van terugkoop toestaan.
Raakt uw broeder in moeilijkheden, zodat hij een deel van zijn grond moet verkopen, dan moet zijn naaste verwant de grond die zijn broeder verkocht heeft, terugkopen.
Heeft hij niemand die het voor hem terugkoopt, maar gaat het hem zo goed, dat hij zelf weer in staat is de grond terug te kopen,
dan moet hij het aantal jaren sinds de verkoop in mindering brengen op de verkoopprijs en het verschil terugbetalen aan de man, aan wie hij de grond had verkocht: dan krijgt hij zijn grond weer terug.
Is hij niet in staat om terug te kopen, dan blijft het verkochte tot het jobeljaar in het bezit van de koper. Maar in het jobeljaar komt het vrij; dan wordt hij in zijn bezit hersteld.
Verkoopt iemand een woonhuis in een ommuurde stad, dan kan hij het alleen gedurende het eerste jaar na de verkoop terugkopen; alleen die tijd heeft hij recht van terugkoop.
Is het huis in de ommuurde stad na verloop van een jaar niet teruggekocht, dan blijft het voor altijd eigendom van de koper. Het recht van terugkoop is vervallen; ook in het jobeljaar komt het niet vrij.
Huizen in niet ommuurde dorpen horen bij de landerijen; het recht van terugkoop blijft en in het jobeljaar komen zij vrij.
De levieten behouden altijd het recht om de huizen, die zij in de levietensteden bezitten, terug te kopen.
Heeft een leviet in een stad, waar hij bezitsrechten heeft, een huis verkocht en is hij niet in staat het terug te kopen, dan komt dat huis in het jobeljaar vrij; want in de levietensteden van Israël behoren de huizen aan de levieten.
Ook de weidegrond rond die steden mag niet worden verkocht; het is hun bezit voor altijd.
Vervalt uw broeder tot armoede en kan hij zich niet handhaven, dan moet gij hem hulp bieden, zodat hij bij u kan leven, op dezelfde wijze als een vreemdeling of een buitenlander.
Uit eerbied voor uw God moogt gij van uw broeder geen rente of toeslag vragen, zodat hij bij u kan blijven leven.
Leen hem geld zonder rente en geef hem te eten zonder toeslag.
Ik ben Jahwe uw God; Ik heb u uit Egypte geleid om u Kana"n te geven en uw God te zijn.
Vervalt uw broeder tot zo grote armoede dat hij zich aan u moet verkopen, behandel hem dan niet als een slaaf;
beschouw hem als een dagloner of een buitenlander. Hij moet tot het jobeljaar in dienst blijven;
dan kan hij met zijn kinderen van u heengaan: hij kan terugkeren naar zijn familie en wordt in zijn bezit hersteld.
Want zij zijn dienaren van Mij: Ik heb hen uit egypte geleid. Zij kunnen niet als slaaf worden verkocht.
Uit eerbied voor uw God moogt gij hem niet tiranniseren.
Hebt gij slaven of slavinnen nodig, koop ze dan in het buitenland
of koop buitenlanders, die bij u wonen, of kinderen die zij bij u in het land hebben gekregen. Die kunt gij als slaven bezitten
en aan uw kinderen als erfgoed nalaten; die kunt ge voor altijd als slaven in dienst houden. Maar niemand van u mag een broeder, een Israëliet tiranniseren.
Als een buitenlander die bij u woont rijk wordt en uw broeder vervalt tot zo grote armoede dat hij zich aan hem of aan iemand van diens familie verkoopt,
dan heeft hij daarna recht van vrijkoop. Een van zijn verwanten moet hem vrijkopen;
zijn oom, diens zoon of iemand anders van zijn naaste familie. Is hij zelf weer bemiddeld geworden, dan kan hij zichzelf vrij kopen.
Hij moet met de koper de tijd tussen het jaar van de verkoop en het jobeljaar berekenen en in overeenstemming daarmee de prijs van de verkoop bepalen. Voor de jaren dat hij bij hem gewerkt heeft, geldt het tarief van een dagloner.
Resten er nog veel jaren tot aan het jobeljaar, dan moet hij een evenredig deel van de koopsom als losprijs betalen.
Resten er nog weinig jaren, ook dan moet de losprijs in overeenstemming daarmee worden berekend.
De tijd dat hij bij hem is, moet hij behandeld worden als een dagloner; hij mag onder uw ogen niet worden getiranniseerd.
Wordt hij op geen van deze manieren losgekocht, dan komt hij met zijn kinderen vrij in het jobeljaar.
Want de Israëlieten zijn dienaren van Mij; Ik heb hen uit Egypte geleid. Ik ben Jahwe uw God.

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam