• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Sarai, de vrouw van Abram, had hem geen kinderen geschonken. Nu had zij een Egyptische slavin, die Hagar heette.
Bekijk vers 1 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
Sarai zei tot Abram: `Je weet dat Jahwe mijn schoot heeft gesloten, zodat ik geen kinderen kan krijgen. Ga dus naar mijn slavin: misschien krijg ik een zoon van haar.' En Abram stemde in met Sarai's voorstel.
Bekijk vers 2 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
Sarai, de vrouw van Abram, gaf dus Hagar, haar Egyptische slavin, aan haar man Abram als vrouw; Abram woonde toen al tien jaar in KanaƤn.
Bekijk vers 3 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
Hij had gemeenschap met Hagar en zij werd zwanger. Toen zij dat bemerkte, begon zij haar meesteres hooghartig te behandelen.
Bekijk vers 4 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
Daarom zei Sarai tot Abram: `Jij bent aansprakelijk voor het onrecht dat mij wordt aangedaan. Ik heb mijn slavin in jouw armen gelegd; en nu zij ziet dat ze zwanger is word ik door haar hooghartig behandeld. Jahwe moge oordelen, wie van ons beiden in zijn recht staat.'
Bekijk vers 5 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
Daarop zei Abram tot Sarai: `Je kunt over je slavin beschikken: doe met haar wat je wilt.' Toen begon Sarai haar het leven zo onaangenaam te maken dat zij van haar wegliep.
Bekijk vers 6 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
De engel van Jahwe vond haar bij een waterbron in de woestijn, de bron die aan de weg naar Sur ligt.
Bekijk vers 7 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
Hij zei: `Hagar, slavin van Sarai, waar komt gij vandaan en waar gaat gij heen?' Zij zei: `Ik ben weggelopen bij mijn meesteres Sarai.'
Bekijk vers 8 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
De engel van Jahwe zei tot haar: `Ga naar uw meesteres terug en wees haar onderdanig.'
Bekijk vers 9 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 
De engel van Jahwe zei ook nog tot haar: `Uw nakomelingen zal ik zeer talrijk maken, zo talrijk dat zij niet meer te tellen zijn.'
Bekijk vers 10 in zijn context
(Oude Testament » Genesis » Hoofdstuk 16)
 

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam