• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ DE PINKSTERWAKE MET BEWEGINGEN, NIEUWE GEMEENSCHAPPEN EN LEKENBEWEGINGEN
Sint Pietersplein

Video

Een aantal vragen werd gesteld door leden van diverse nieuwe bewegingen aan de Paus, die er vervolgens nader op in ging.

Vraag 1

De christelijke waarheid is aantrekkelijk en overredend omdat ze aan de diepe behoefte van het menselijk bestaan beantwoordt, door op een overtuigende manier te verkondigen dat Christus de enige Verlosser van de hele mens en van alle mensen is.” Paus Franciscus, Toespraak, Tijdens de audiëntie voor alle Kardinalen - Sala Clementina, Het is Christus die door Zijn Geest de Kerk leidt (15 mrt 2013), 7. Heilige Vader, deze woorden van U hebben ons diep getroffen: ze drukken op een directe en radicale manier de ervaring uit die ieder van ons wenst te beleven, vooral in het Jaar van het Geloof en in deze pelgrimage die ons vanavond hier gebracht heeft. We staan hier vóór U om ons geloof te vernieuwen, haar te bevestigen, haar te versterken. We weten dat het geloof niet eens en voor altijd kan zijn. Zoals Benedictus XVI in Paus Benedictus XVI - Motu Proprio
Porta Fidei
Over het uitroepen van het Jaar van het Geloof
(11 oktober 2011)
zei: “het geloof is geen voor de hand liggende veronderstelling”. Paus Benedictus XVI, Motu Proprio, Over het uitroepen van het "Jaar van het Geloof", Porta Fidei (11 okt 2011), 2 Deze uitspraak betreft niet alleen de wereld, de anderen, de traditie waaruit wij voortkomen: deze uitspraak betreft vooral ieder van ons. Te vaak worden we er ons van bewust hoe het geloof een kiem van vernieuwing is, een begin van verandering, maar dan nauwelijks uitwerkingen heeft op de totaliteit van het leven. Het wordt niet de oorsprong van heel ons kennen en handelen.

Uwe Heiligheid, hoe heeft U in Uw leven de zekerheid van het geloof weten te bereiken?

En welke route raadt u ons aan om ieder van ons in staat te stellen de zwakheid van ons geloof te boven te komen?

Vraag 2

Heilige Vader, mijn ervaring is er één van het dagelijks leven zoals van zovelen. Ik probeer het geloof te beleven in een omgeving van het werk en het contact met de anderen als oprechte getuigenis van het goede dat ik in de ontmoeting met de Heer heb ontvangen. Ik ben, we zijn “gedachten van God”, bekleed met een mysterieuze Liefde die ons het leven heeft gegeven. Ik geef les op een school en dit bewustzijn geeft me reden om een passie te hebben voor mijn kinderen en ook voor de collega’s. Ik stel dikwijls vast dat velen het geluk zoeken op zoveel individuele wegen waarin het leven en haar grote vragen vaak gereduceerd worden tot het materialisme van wie alles hebben wil en eeuwig onvoldaan blijft of tot het nihilisme waarvoor niets zin heeft. Ik vraag me af hoe het aanbod van het geloof, dat er één is van een persoonlijke ontmoeting, van een gemeenschap, van een volk, het hart van de man en vrouw van onze tijd kan bereiken. We zijn gemaakt voor het oneindige – “zet je leven in voor grote dingen!” heeft U onlangs gezegd Paus Franciscus, Homilie, 5e Zondag van Pasen, waaronder het toedienen van het H. Vormsel aan 44 gedoopten - Sint Pietersplein, Een Christen wordt gekozen voor grote dingen (28 apr 2013), 3 –, en toch lijkt alles om ons en om onze jongeren heen te zeggen dat je je tevreden moet stellen met middelmatige, onmiddellijke antwoorden en dat de mens zich moet aanpassen aan het einde zonder iets anders te zoeken. Soms zijn we geïntimideerd, zoals de leerlingen op de vooravond van Pinksteren.

De Kerk nodigt ons uit tot de Nieuwe Evangelisatie. Ik denk dat wij allen, die hier aanwezig zijn, sterk de uitdaging voelen, de uitdaging van de evangelisatie, die in het hart van onze ervaringen is. Daarom zou ik aan U, Heilige Vader, willen vragen, om mij en ons allen te helpen begrijpen hoe met deze uitdaging in onze tijd om te gaan. Wat is voor U het belangrijkste waar al onze bewegingen, verenigingen en gemeenschappen op moeten letten om de taak waartoe we zijn geroepen ten uitvoer te brengen. Hoe kunnen wij vandaag het geloof daadwerkelijk overbrengen?”

Vraag 3

Heilige Vader, ik heb met ontroering de woorden gehoord die u heeft gezegd in de Paus Franciscus - Toespraak
Hoezeer verlang ik een arme Kerk en een Kerk voor de armen!
Tot de voor vertegenwoordigers van de communicatiemedia - Aula Paulus VI
(16 maart 2013)
na Uw uitverkiezing: “Wat zou ik graag een Kerk hebben, die arm en voor de armen is”. Paus Franciscus, Toespraak, Tot de voor vertegenwoordigers van de communicatiemedia - Aula Paulus VI, Hoezeer verlang ik een arme Kerk en een Kerk voor de armen! (16 mrt 2013), 7 Veel van ons hebben taken in werken van liefdadigheid en rechtvaardigheid: we maken actief deel uit van deze diepgewortelde aanwezigheid van de Kerk daar waar de mens lijdt. Ik heb een baan, ik heb mijn gezin, en, voor zover ik kan, zet ik me persoonlijk in, in de buurt en in de hulp aan de armen. Maar hierbij voel ik me niet op mijn gemak. Ik zou met Moeder Teresa willen zeggen: alles is voor Christus. De grote hulp om met deze ervaring te leven zijn de broeders en zusters van mijn gemeenschap die zich voor hetzelfde doel inzetten. En in deze taak worden we ondersteund door het geloof en door het gebed. De nood is hoog. U heeft ons er zelf aan herinnerd: “Hoeveel armen zijn er nog in de wereld en aan hoeveel lijden worden deze personen blootgesteld.” Paus Franciscus, Toespraak, Tot het bij de Heilige Stoel geaccrediteerde Corps Diplomatique bij de aanvang van het nieuwe pontificaat - Sala Regia, Vaticaanstad, Armoede bestrijden, vrede brengen en bruggen bouwen (22 mrt 2013), 3 En de crisis heeft alles verergerd. Ik denk aan de armoede die zoveel landen kwelt en die zich ook in de wereld van de welstand heeft getoond, aan de werkloosheid, aan de massale migratiebewegingen, aan de nieuwe slavernij, aan de verwaarlozing en de eenzaamheid van zoveel gezinnen, van zoveel ouderen en van zoveel personen die geen huis of werk hebben.

Ik zou u willen vragen, Heilige Vader: hoe kan ik, hoe kunnen wij allen een Kerk leven die arm en voor de armen is? Op welke manier stelt de lijdende mens een vraag aan ons geloof? Welke concrete en daadwerkelijke bijdrage kunnen wij, de lekenbewegingen en -verenigingen, geven aan de Kerk en aan de maatschappij om deze ernstige crisis te trotseren die de openbare ethiek betreft, het model voor ontwikkeling, de politiek, kortom een nieuw mens-zijn van mannen en vrouwen?”.

Vraag 4

Gaan, opbouwen, belijden. Dit “programma” van U voor een Kerk-in-beweging – zo heb ik het tenminste begrepen toen ik een Paus Franciscus - Homilie
Op weg gaan, opbouwen, belijden
Tijdens de H. Mis Pro Ecclesia, gecelebreerd in de Sixtijnse Kapel met kieskardinalen en medewerkers aan het Conclaaf
(14 maart 2013)
hoorde – heeft ons gesterkt en aangespoord. Gesterkt, omdat we ons in een diepe eenheid met de vrienden van de christelijke gemeenschap en met de hele universele Kerk bevonden. Aangespoord, omdat U ons in zekere zin heeft gedwongen om het stof van de tijd en van de oppervlakkigheid van ons toebehoren aan Christus van ons af te schudden. Maar ik moet zeggen dat ik er niet in slaag om het gevoel van onrust te overwinnen dat één van uw woorden in mij oproept: belijden. Belijden, d.w.z. getuigen van het geloof. We denken aan zovele broeders van ons die lijden als gevolg hiervan, zoals we ook kort geleden gehoord hebben. Aan degene die op zondagochtend moet beslissen of hij of zij naar de Mis zal gaan, wetend dat hij of zij zijn leven riskeert door naar de Mis te gaan. Aan degene die zich omsingeld en gediscrimineerd voelt vanwege het christelijk geloof in zoveel, te veel delen van onze wereld.

Het lijkt me dat tegenover deze situaties, mijn belijdenis, mijn getuigenis schuchter en onbeholpen is. We zouden meer willen doen, maar wat? En hoe deze broeders van ons te helpen? Hoe hun lijden te verlichten terwijl ik niets of maar heel weinig kan doen om hun politieke en sociale context te veranderen?

De Paus antwoordt

Goedenavond allemaal!

Ik ben blij u te ontmoeten en dat we allen samen zijn op het Sint Pietersplein om te bidden, om verenigd te zijn en om te wachten op de gave van de Geest. Ik had al naar uw vragen gekeken en er over nagedacht – dus mijn woorden tot u vanavond worden met voorkennis aangeboden! We moeten altijd beginnen met de waarheid! Ik heb ze voor me, op papier.

Hier is de eerste vraag: “Hoe bent u in uw leven in staat geweest om de zekerheid van het geloof te bereiken; en welke route raadt u ons aan om ieder van ons in staat te stellen de zwakheid van ons geloof te boven te komen?” Dit is een historische vraag, omdat het om mijn persoonlijke geschiedenis gaat, mijn levensgeschiedenis!

Ik kreeg de grote zegen om op te groeien in een gezin waarin het geloof op een eenvoudige, praktische manier beleefd werd. Maar het was mijn grootmoeder, de moeder van mijn vader, die mijn geloofsweg gemarkeerd heeft. Zij was een vrouw die ons Jezus uitlegde, die met ons over Hem sprak, die ons de Catechismus leerde. Ik herinner me altijd dat ze ons op de avond van Goede Vrijdag meenam naar de kaarsenprocessie, en dat aan het eind van de processie “de dode Christus” kwam en dat onze grootmoeder ons – de kinderen – liet knielen en dan tegen ons zei: “Kijk, Hij is dood, maar morgen zal Hij opstaan”. Zo heb ik mijn eerste christelijke verkondiging uitgerekend van deze vrouw gekregen, van mijn grootmoeder! Dit is echt mooi! De eerste verkondiging thuis, in de familie! En dit doet me denken aan de liefde van zovele moeders en zovele grootmoeders in de overdracht van het geloof. Zij zijn het die het geloof doorgeven. Dit gebeurde ook in de eerste Kerk, want Sint Paulus zei tegen Timotheüs: “Ik herinner me het geloof van uw moeder en van uw grootmoeder”. Vgl. 2 Tim. 1, 5 Alle moeders en alle grootmoeders die hier zijn, denkt daaraan! Het doorgeven van het geloof. Want God plaatst mensen naast ons die ons helpen op onze geloofsweg. Wij vinden het geloof niet in het abstracte, nee! Er is altijd een persoon die predikt, die ons zegt wie Jezus is, die ons het geloof doorgeeft, die ons de eerste verkondiging brengt. En zo was de eerste geloofservaring die ik heb gehad.

Maar er is voor mij een heel belangrijke dag: 21 september 1953. Ik was bijna 17 jaar. Het was “Studentendag”, bij ons de eerste dag van de lente – bij u is het de eerste dag van de herfst. Voorafgaand aan het feest ben ik naar de parochie gegaan, waar ik normaal heen ging, en trof er een priester die ik niet kende, en ik voelde de behoefte om te biechten. Dit is voor mij een ervaring van ontmoeting geweest: ik heb ondervonden dat iemand op me wachtte. Maar ik weet niet wat er precies gebeurd is, ik herinner het me niet, ik weet niet waarom deze priester daar was, die ik niet kende, waarom ik het verlangen gevoeld heb om te biechten, maar de waarheid is dat iemand op me wachtte. Al lang op me wachtte. Na de Biecht voelde ik dat er iets veranderd was. Ik was niet meer dezelfde. Ik had iets als een stem, als een oproep gehoord: ik was ervan overtuigd dat ik priester moest worden. Deze geloofservaring is belangrijk. Wij zeggen dat we God moeten zoeken, naar Hem moeten gaan om vergeving te vragen, maar wanneer we gaan, wacht Hij op ons, Hij is er het eerst! In het Spaans hebben we een uitdrukking die dit goed uitlegt: “El Señor siempre nos primerea”, - "de Heer is ons altijd voor, verwacht ons!" En dit is werkelijk een grote genade: iemand te vinden die jou verwacht. Jij gaat als zondaar, maar Hij staat op je te wachten om je te vergeven. Dit is de ervaring die de Profeten van Israël beschrijven wanneer ze zeggen dat de Heer als de amandelbloesem is, de eerste bloem van de lente. Vgl. Jer. 1, 11-12 Voordat de andere bloemen komen, is deze er, wachtend. De Heer verwacht ons. En wanneer wij Hem zoeken, vinden we deze werkelijkheid: dat Hij het is die ons verwacht om ons te ontvangen, om ons zijn liefde te geven. En dit vult je hart met zo’n verwondering dat je het nauwelijks kunt geloven, en zo groeit je geloof! In de ontmoeting met een persoon, in de ontmoeting met de Heer. Iemand zal zeggen: “Nee, ik bestudeer het geloof liever in de boeken!”. Het is belangrijk het geloof te bestuderen, maar, pas op, dat alleen is niet genoeg! Wat belangrijk is, is de ontmoeting met Jezus, de ontmoeting met Hem, en dit geeft je het geloof, want Hij is het juist die het je geeft! Ook u spreekt over de zwakheid van het geloof, hoe deze te boven te komen. De grootste vijand van de zwakheid – is dat niet merkwaardig? – is de angst. Maar wees niet bang! Wij zijn zwak, en dat weten we. Maar Hij is sterker! Als je met Hem meegaat, is er geen probleem! Een kind is zeer zwak – ik heb er vandaag vele gezien –, maar het was bij zijn pappa, bij zijn mamma: het is veilig! Bij de Heer zijn we veilig. Het geloof groeit in het bijzijn van de Heer, juist uit de hand van de Heer; dit doet ons groeien en maakt ons sterk. Maar als we denken dat we het alleen kunnen regelen… Laten we denken aan wat er met Petrus gebeurd is: “Heer, ik zal u nooit verloochenen!” Vgl. Mt. 26, 33-35 ; en toen kraaide de haan en heeft hij Hem drie keer verloochend! Vgl. Mt. 26, 69-75 Laten we eraan denken: wanneer we te veel vertrouwen hebben in onszelf, zijn we zwakker, veel zwakker. Altijd samenzijn met de Heer! En zeggen ‘samen met de Heer’, betekent: samen met de Eucharistie, met de Bijbel, met het gebed… maar ook in het gezin, ook met je moeder, ook met haar, want zij is het die ons naar de Heer brengt; het is de moeder, zij is het die alles weet. Bidt dus ook tot de Heilige Maagd en vraag haar dat zij, als moeder, mij sterk maakt. Dit is wat ik denk over de zwakheid, het is tenminste mijn ervaring. Iets wat mij alle dagen sterk maakt is het bidden van de Rozenkrans tot de Heilige Maagd. Ik voel zo’n grote kracht omdat deze van haar komt en ik voel me sterk.

Laten we naar de tweede vraag gaan.

“Ik denk dat wij allen, die hier aanwezig zijn, sterk de uitdaging voelen, de uitdaging van de evangelisatie, die in het hart van onze ervaringen is. Daarom zou ik aan U, Heilige Vader, willen vragen, om mij en ons allen te helpen begrijpen hoe met deze uitdaging in onze tijd om te gaan, wat is voor U het belangrijkste waar al onze bewegingen, verenigingen en gemeenschappen op moeten letten om de taak waartoe we zijn geroepen ten uitvoer te brengen? Hoe kunnen wij vandaag het geloof daadwerkelijk overbrengen?”

Ik zal slechts drie woorden zeggen.

Het eerste: Jezus. Wie is het belangrijkste? Jezus. Als wij aan de slag gaan met de organisatie, met andere zaken, met goede zaken, maar zonder Jezus, gaan we niet vooruit, werkt het niet. Jezus is het belangrijkste. Nu zou ik een klein verwijt willen maken, maar broederlijk, onder elkaar. U hebt op het plein allemaal “Franciscus, Franciscus, Paus Franciscus” geroepen. Maar, waar was Jezus? Ik had gewild dat u “Jezus, Jezus is de Heer, en Hij is midden onder ons” had geroepen. Vanaf nu niet meer “Franciscus”, maar “Jezus”!

Het tweede woord is: het gebed. Kijken naar het aangezicht van God, maar vooral – en dit houdt verband met wat ik eerder heb gezegd – voelen dat je aangekeken wordt. De Heer kijkt naar ons: Hij kijkt het eerst naar ons. Mijn ervaring is wat ik ondervind voor het sagrario (Tabernakel) wanneer ik ’s avonds voor de Heer ga bidden. Soms sluimer ik een klein beetje in; dat is waar, omdat de vermoeidheid van de dag je een beetje laat insluimeren. Maar Hij begrijpt me. En ik voel me zo getroost wanneer ik denk dat Hij naar mij kijkt. Wij denken dat we moeten bidden, praten, praten, praten... Nee! Laat je aankijken door de Heer. Wanneer Hij naar ons kijkt, geeft Hij ons kracht en helpt Hij ons om van Hem te getuigen – want de vraag was over de getuigenis van het geloof, nietwaar? Ten eerste “Jezus”, en vervolgens “gebed” – we voelen dat God ons aan de hand houdt. Ik onderstreep daarom het belang hiervan: zich door Hem laten leiden. Dit is belangrijker dan welke berekening dan ook. We zijn echte evangelieverkondigers wanneer we ons laten leiden door Hem. Laten we aan Petrus denken; wellicht hield hij net zijn siësta, en toen kreeg hij een visioen – het visioen van het tafelkleed met alle dieren daarin – en hoorde hij dat Jezus hem iets zei, maar hij begreep het niet. Op dat moment kwamen enkele niet-Joodse mannen hem roepen om naar een huis te komen, en hij zag hoe de Heilige Geest daar was. Petrus liet zich leiden door Jezus om tot deze eerste evangelisatie van de volkeren te komen, die geen joden waren: iets onvoorstelbaars in die tijd. Vgl. Hand. 10, 9-33 En zo de hele geschiedenis door, de hele geschiedenis! Zich laten leiden door Jezus. Hij is echt de leader; onze leader is Jezus.

En het derde: het getuigenis. Jezus, gebed – het gebed waarin we ons laten leiden door Hem – en vervolgens het getuigenis. Maar ik zou nog iets willen toevoegen. Dit zich laten leiden door Jezus brengt je verrassingen van Jezus. Men kan denken dat we de evangelisatie moeten programmeren aan een tafeltje, denkend over de strategieën, plannen makend. Maar dit zijn instrumenten, kleine instrumenten. Het belangrijke is Jezus en zich laten leiden door Hem. Vervolgens kunnen wij strategieën maken, maar dit is secundair.

Tenslotte, het getuigenis: de overdracht van het geloof kan men alleen met het getuigenis bewerkstelligen, en dit is de liefde. Niet met onze ideeën, maar met het Evangelie wij dat in ons eigen bestaan leven en dat de Heilige Geest in ons doet leven. Het is als een samenspel tussen ons en de Heilige Geest, en dit leidt tot het getuigenis. De Kerk wordt vooruitgebracht door de Heiligen, die juist degenen zijn die deze getuigenis geven. Zoals Johannes Paulus II en ook Benedictus XVI hebben gezegd, heeft de wereld van vandaag zo dringend behoefte aan getuigen. Niet zozeer aan leraren, maar aan getuigen. Niet zozeer praten, maar praten met het hele leven: met de coherentie van het leven, juist de coherentie van het leven! Een coherentie van het leven die betekent het christendom te beleven als een ontmoeting met Jezus die mij naar anderen brengt en niet als een maatschappelijk feit. Maatschappelijk zijn wij zo, zijn wij christenen die in ons zelf opgesloten zijn. Nee, dit niet! Het getuigenis!

De derde vraag: “Ik zou u willen vragen, Heilige Vader, hoe kan ik, hoe kunnen wij allen een Kerk leven die arm en voor de armen is? Op welke manier stelt de lijdende mens een vraag aan ons geloof? Welke concrete en daadwerkelijke bijdrage kunnen wij, de lekenbewegingen en -verenigingen, geven aan de Kerk en aan de maatschappij om deze ernstige crisis te trotseren die de openbare ethiek betreft” – dit is belangrijk! – “het model voor ontwikkeling, de politiek, kortom een nieuw mens-zijn van mannen en vrouwen?”.

Ik kom terug op het getuigenis. Vóór alles, is het leven van het Evangelie de voornaamste bijdrage die we kunnen geven. De Kerk is geen politieke beweging, noch een goed georganiseerde structuur: dit is ze niet. Wij zijn geen NGO, en wanneer de Kerk een NGO wordt, verliest ze het zout, heeft ze geen smaak, is ze slechts een lege organisatie. En weest slim hierin, want de duivel bedriegt ons, want er is het gevaar van gericht te zijn op efficiëntie. Het is één ding om Jezus te prediken; efficiëntie, efficiënt zijn, is iets anders. Nee, dat is een andere waarde. De waarde van de Kerk is fundamenteel het Evangelie te leven en getuigenis te geven van ons geloof. De Kerk is het zout der wereld, is het licht van de wereld, en is geroepen om in de maatschappij het zuurdesem van het Rijk van God present te stellen en doet dat vóór alles met haar getuigenis, het getuigenis van de broederlijke liefde, de solidariteit, het delen. Wanneer men sommigen hoort zeggen dat de solidariteit geen waarde is, maar een “primaire houding” die moet verdwijnen… dat klopt niet! Dan denkt men aan een efficiëntie, die alleen werelds is. In momenten van crisis, zoals we nu meemaken – maar je hebt al gezegd dat “we in een wereld van leugens zijn” –, dit moment van crisis, laten we opletten, bestaat niet alleen uit een slechts economische crisis; het is geen culturele crisis. Het is een crisis van de mens: dat wat in crisis is, is de mens! En dat wat vernietigd kan worden is de mens! Maar de mens is het beeld van God! Daarom is het een diepe crisis! In dit moment van crisis kunnen we ons niet alleen met onszelf bezighouden, onszelf in eenzaamheid opsluiten, in de ontmoediging, in het gevoel van onmacht tegenover de problemen.Sluit u zich alstublieft niet in uzelf op! Dit is een gevaar: we sluiten onszelf op in de parochie, met onze vrienden, in de beweging, met hen die hetzelfde denken als wij… maar weet u wat er dan gebeurt? Wanneer de Kerk een in zichzelf gesloten Kerk wordt, wordt ze ziek, wordt ze ziek. Denkt aan een kamer die een jaar lang gesloten is geweest; wanneer je er binnen gaat, is er een vochtige lucht, zijn er zoveel dingen die niet goed zijn. Een in zichzelf gesloten Kerk is net zo: het is een zieke Kerk. De Kerk moet uit zichzelf treden. Waarheen? Naar de randen van het bestaan, waar deze ook mogen zijn, maar naar buiten treden. Jezus zegt ons: “Gaat uit over de hele wereld! Gaat! Preekt! Geeft getuigenis van het Evangelie!” Vgl. Mc. 16, 15 Maar wat gebeurt er wanneer iemand uit zichzelf naar buiten treedt? Dan kan gebeuren wat allen die het huis uitgaan en de straat op gaan kan overkomen: een ongeluk! Maar ik zeg u: ik heb duizend keer liever een Kerk die een ongeluk krijgt, in een ongeluk terecht komt, dan een Kerk die ziek is door in zichzelf gesloten te zijn. Gaat naar buiten, naar buiten! Denkt ook aan wat de Openbaring zegt. Die zegt iets moois: dat Jezus aan de deur staat en roept, roept om binnen te komen in ons hart. Vgl. Openb. 3, 20 Dit is de betekenis van de Openbaring. Maar stelt uzelf deze vraag: hoe vaak is Jezus binnen en klopt Hij aan de deur om eruit te gaan, naar buiten te gaan, en laten wij Hem niet naar buiten vanwege onze zekerheden, want vaak zijn wij opgesloten in tijdelijke structuren, die alleen dienen om ons slaven te maken, en geen vrije kinderen van God? In dit “naar buiten treden” is het belangrijk de ontmoeting op te zoeken; dit woord is voor mij heel belangrijk: de ontmoeting met de anderen. Waarom? Omdat het geloof een ontmoeting is met Jezus, en wij moeten hetzelfde doen als Jezus: de anderen ontmoeten. We leven in een cultuur van de botsing, een cultuur van de fragmentatie, een cultuur waarin ik weggooi wat ik niet kan gebruiken, de wegwerpcultuur. Maar op dit punt nodig ik u uit om na te denken – en het maakt deel uit van de crisis – aan de ouderen, die de wijsheid van een volk zijn, aan de kinderen… de wegwerpcultuur! Maar wij moeten de ontmoeting opzoeken en we moeten met ons geloof een “cultuur van de ontmoeting” scheppen, een cultuur van de vriendschap, een cultuur waarin we broeders vinden, waarin we ook kunnen praten met hen die niet denken zoals wij, ook met hen die een ander geloof hebben, die niet hetzelfde geloof hebben. Allen hebben ze iets met ons gemeen: zij zijn beeld van God, zijn kinderen van God. De ontmoeting met allen opzoeken, zonder te onderhandelen over waar wij bij horen. En nog een punt is belangrijk: met de armen. Als we uit onszelf naar buiten treden, vinden we de armoede. Vandaag de dag – het doet me pijn in het hart om het te zeggen – is het geen nieuws wanneer men een dakloze vindt die stierf van de kou. Vandaag is, misschien, een schandaal nieuws. Een schandaal: ah, dat is nieuws! Te denken dat zoveel kinderen niets te eten hebben – dat is vandaag geen nieuws. Dit is ernstig, dit is ernstig! Wij kunnen niet rustig blijven! “Ach, … zo is het nu eenmaal”. Wij kunnen geen ‘witte-boorden’-christenen worden, zulke te hoog opgeleide Christenen, die over theologische zaken spreken terwijl ze rustig thee drinken. Nee! Wij moeten moedige Christenen worden en op zoek gaan naar hen die werkelijk het lichaam van Christus zijn, hen die het lichaam van Christus zijn! Wanneer ik ga biechten – ik kan nog niet, want om naar buiten te gaan om te biechten… vanuit hier kun je niet naar buiten gaan, maar dit is een ander probleem – wanneer ik ging biechten in mijn vorige bisdom, kwamen er enkele mensen en ik stelde ze altijd deze vraag: “Maar, geeft u wel een aalmoes?” – “Ja, vader!”. “Ah, goed, goed.” En ik stelde hun er nog twee: “Zeg me eens, wanneer u een aalmoes geeft, kijkt u de man of vrouw aan wie u de aalmoes geeft dan in de ogen?” – “Oh, dat weet ik niet, ik heb er niet op gelet.” Tweede vraag: “En wanneer u een aalmoes geeft, raakt u dan de hand aan van degene aan wie u de aalmoes geeft, of werpt u hem of haar de munt toe? Dit is het probleem: het lichaam van Christus, het lichaam van Christus aanraken, deze pijn op ons nemen, voor de armen. De armoede is voor ons Christenen geen sociologische of filosofische of culturele categorie: nee, het is een theologische categorie. Ik zou zeggen, misschien de eerste categorie, want deze God, de Zoon van God, heeft zich vernederd, heeft zich arm gemaakt om met ons de weg te gaan. En dit is onze armoede, de armoede van het lichaam van Christus, de armoede die de Zoon van God ons gebracht heeft met zijn Menswording. Een Kerk die arm is voor de armen begint met naar het lichaam van Christus te gaan. Als wij naar het lichaam van Christus gaan, beginnen we iets te begrijpen, te begrijpen wat deze armoede is, de armoede van de Heer. En dit is niet makkelijk. Maar er is een probleem dat de Christenen geen goed doet: de geest van de wereld, de wereldse geest, de spirituele wereldsheid. Die brengt ons tot een zelfgenoegzaamheid, tot leven volgens de geest van de wereld en niet volgens die van Jezus. De vraag die u stelt: hoe moet men leven om deze crisis te trotseren, die de openbare ethiek, het ontwikkelingsmodel, de politiek betreft. Aangezien dit een crisis van de mens is, een crisis die de mens vernietigt, is het een crisis die de mens van de ethiek berooft. Als er in het openbare leven, in de politiek, geen ethiek is, een ethiek als uitgangspunt, is alles mogelijk en kan men alles doen. En we zien, wanneer we de kranten lezen, hoe het gebrek aan ethiek in het openbare leven de hele mensheid zoveel kwaad doet.

Ik zou u een verhaal willen vertellen. Ik heb het deze week al twee keer gedaan, maar ik zal het voor u een derde keer doen. Het is het verhaal dat een Bijbelse midrash van een Rabbijn van de twaalfde eeuw vertelt. Hij vertelt het verhaal van de bouw van de Toren van Babel en zegt dat, om de Toren van Babel te bouwen, het nodig was bakstenen te maken. Wat betekent dit? Er heen gaan, het leem kneden, er stro bij doen, alles doen… en dan, in de oven. En wanneer de baksteen klaar was moest hij naar boven gedragen worden, voor de bouw van de Toren van Babel. Een baksteen was een schat, vanwege al het werk dat er nodig was om hem te maken. Wanneer er een baksteen viel, was het een nationale tragedie en werd de schuldige arbeider gestraft; een baksteen was zo kostbaar dat als er een viel het een drama was. Maar als er een arbeider viel, gebeurde er niets, was het iets anders. Ditzelfde gebeurt vandaag: als de investeringen in de banken een beetje dalen... tragedie ... wat te doen? Maar als de mensen van de honger omkomen, als ze niets te eten hebben, als ze niet gezond zijn, dat geeft niets. Dit is onze crisis van vandaag! En het getuigenis van een arme Kerk voor de armen gaat tegen deze mentaliteit in.

De vierde vraag: “Het lijkt me dat tegenover deze situaties, mijn belijden, mijn getuigenis schuchter en onbeholpen is. Ik zou meer willen doen, maar wat? En hoe deze broeders van ons te helpen, hoe hun lijden te verlichten terwijl ik niets of maar heel weinig kan doen om hun politiek-sociale context te veranderen?”

Om het Evangelie te verkondigen zijn er twee deugden nodig: de moed en de lijdzaamheid. Zij (de Christenen die lijden) zijn in de Kerk van de lijdzaamheid. Zij lijden en er zijn vandaag meer martelaren dan in de eerste eeuwen van de Kerk; meer martelaren! Broeders en zusters van ons. Ze lijden! Zij dragen hun geloof tot aan het martelaarschap. Maar het martelaarschap is nooit een nederlaag; het martelaarschap is de hoogste graad van het getuigenis dat wij moeten geven. Wij zijn op weg naar het martelaarschap, als kleine martelaars: afzien van dit, dat doen… maar we zijn op weg. En zij, arme mensen, geven hun leven, maar ze geven het – zoals we over de situatie in Pakistan gehoord hebben – uit liefde voor Jezus, getuigend van Jezus. Een Christen moet altijd deze houding van zachtmoedigheid hebben, van nederigheid, dezelfde houding die zij hebben, vertrouwend op Jezus, zich toevertrouwend aan Jezus. Het moet duidelijk gemaakt worden, dat deze conflicten vaak geen religieuze oorsprong hebben; vaak zijn er andere oorzaken, van sociale en politieke aard, en helaas worden de religieuze affiliaties gebruikt als olie op het vuur. Een Christen moet het kwaad altijd met goed weten te beantwoorden, ook als het vaak moeilijk is. Wij proberen hun te laten voelen, deze broeders en zusters, dat wij diep verenigd zijn – diep verenigd! – met hun situaties, dat wij weten dat zij christenen zijn die “de lijdzaamheid binnengegaan zijn”. Wanneer Jezus zijn Lijden tegemoet gaat, gaat Hij de lijdzaamheid binnen. Zij zijn de lijdzaamheid binnengegaan: laat het weten aan hen, maar laat het ook weten aan de Heer. Ik stel u de vraag: bidt u voor deze broeders en zusters? Bidt u voor hen? In het gebed van elke dag? Ik zal nu niet vragen dat degene die bidt de hand opsteekt: nee. Ik zal het nu niet vragen. Maar denkt er goed aan. Laten we in het gebed van elke dag tegen Jezus zeggen: “Heer, kijk naar deze broeder, kijk naar deze zuster die zoveel lijdt, die zoveel lijdt!”. Zij ondergaan de grenservaring, werkelijk die van de grens tussen leven en dood. En ook voor ons moet deze ervaring ons brengen tot het bevorderen van de religieuze vrijheid voor allen, voor allen! Elke man en elke vrouw moet vrij zijn in zijn eigen religieuze belijdenis, wat die ook is. Waarom? Omdat deze man en deze vrouw kinderen van God zijn.

En zo, denk ik iets te hebben gezegd op uw vragen; het spijt me als ik te uitvoerig geweest ben. Dank u zeer! Dank aan u, en vergeet niet: geen in zichzelf gesloten Kerk, maar een Kerk die naar buiten gaat, die naar de randen van het bestaan gaat. Moge de Heer ons daarheen leiden. Dank u.

Document

Naam: BIJ DE PINKSTERWAKE MET BEWEGINGEN, NIEUWE GEMEENSCHAPPEN EN LEKENBEWEGINGEN
Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Toespraak
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 18 mei 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert.: Redactie; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam