• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOON DE VREUGDE OVER JE ROEPING
Tijdens ontmoeting met seminaristen en novicen in het kader van het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI

Video

De Paus sprak hoofdzakelijk in een vrije rede en zijn spreektaal is getracht weer te geven.

Goedenavond,

Ik vroeg me af of jullie Mgr. Fisichella begrepen hebben, omdat hij in het Italiaans sprak, maar ik begrijp dat jullie allemaal een vertaling .... Ik ben een beetje rustig.

Ik dank Mgr. Fisichella voor de woorden, en ik dank ook voor zijn werk: hij heeft hard gewerkt om niet alleen dit te maken, maar ook voor al wat hij heeft gedaan en nog zal doen in het Jaar van het Geloof. Heel erg bedankt! Mgr. Fisichella zei iets, en ik weet niet of het waar is, maar ik herhaal het: hij zei, dat u allemaal het verlangen hebt voor altijd uw leven te geven aan Christus! Nu applaudisseert u, u viert feest, want het is de tijd van de bruiloft ... Doch wanneer de witte broodsweken voorbij zijn, wat dan? Ik heb een seminarist gehoord, een goed seminarist, die zei Christus te willen dienen, doch voor tien jaar, daarna zou hij een ander leven beginnen … Gevaarlijk! Maar luister wel: wij allemaal, ook wij die ouder zijn, ook wij, wij worden onderworpen aan de druk van die cultuur van het voorlopige (het provisorische, tijdelijke) en dat is gevaarlijk want men speelt niet met het leven. Ik blijf getrouwd zolang de liefde duurt; ik word zuster voor “korte tijd”, voor “enige tijd”, dan zullen we zien; ik word seminarist om priester te worden, maar hoe die historie zal evolueren, weet ik niet. Met Jezus is dat niet mogelijk! Ik maak u geen verwijten, wel die cultuur van het voorlopige die ons allemaal mishandelt, omdat ze niet goed is voor ons, omdat het vandaag heel moeilijk is een definitieve keuze te maken. In mijn tijd was het gemakkelijker omdat de cultuur definitieve keuzes bevorderde, hetzij voor het huwelijksleven, of het godgewijde of priesterleven. Doch in onze tijd is het niet gemakkelijk een definitieve keuze te maken. Wij zijn het slachtoffer van deze cultuur van het provisorische. Ik zou willen dat u daarover nadenkt: hoe kan ik vrij zijn, hoe kan ik vrij zijn ten overstaan van die cultuur van het provisorische? Wij moeten de deur leren sluiten van ons binnenkamertje, van ons binnenste. Ooit voelde een priester - een goed priester, die dacht geen goed priester te zijn want hij was nederig – ooit voelde hij zich een zondaar en bad veel tot de Maagd Maria en hij zei dit tot Haar – ik zeg het in het Spaans omdat het een heel mooi gedicht is - hij zei tot de Maagd Maria dat hij zich nooit, nooit van Jezus zou verwijderen:

"Esta tarde, Señora, la promesa es sincera. Por las dudas, no olvide dejar la llave afuera",
“Vanavond, Moeder, is mijn belofte oprecht. Maar vergeet voor alle zekerheid niet de sleutel buiten te leggen.”

Men zegt dit, steeds met de liefde voor de Maagd Maria in gedachten, men zegt het tot de Maagd Maria. Doch als men steeds de sleutel buiten laat liggen, voor het geval dat ... dat gaat niet. Wij moeten leren de deur van binnen te sluiten! En als ik niet zeker ben, denk ik na, neem ik de tijd, en als ik me zeker voel, in Jezus natuurlijk, want zonder Jezus is niemand zeker!, als ik me zeker voel, dan sluit ik de deur. Heeft u dat begrepen? Wat de cultuur van het voorlopige is?

Vreugde

Ik had u een woordje willen zeggen en dat woord is vreugde. Overal waar godgewijden zijn, seminaristen, mannelijke en vrouwelijke religieuzen, is er vreugde, altijd vreugde! Het is de vreugde van de frisheid, de vreugde Jezus te volgen, de vreugde die de heilige Geest ons geeft, niet de vreugde van de wereld. Er is vreugde! Maar vanwaar komt ze? Komt zij van ... zaterdagavond ga ik naar huis en zal ik met mijn oude vrienden gaan dansen? Komt daar de vreugde van? Bijvoorbeeld voor een seminarist? Nee? Of ja?

Sommigen zullen zeggen: vreugde komt van dingen die men heeft en dan, zie dan gaan we op zoek naar het laatste model van een smartphone, naar de snelste scooter, de wagen die opvalt ... Doch ik zeg u, werkelijk, het doet me pijn wanneer ik een priester of zuster zie met het laatste model van een auto: dat is niet mogelijk! Niet mogelijk! U denkt: wilt u dan dat wij ons met de fiets verplaatsen? Een fiets is goed! Mgr. Alfred rijdt met de fiets; hij neemt de fiets. Ik denk dat een auto nodig is, want er is veel werk en om zich te verplaatsen ... maar neem dan een eenvoudige wagen! En als ge van die mooie auto houdt, denk dan aan al die kinderen die sterven van de honger. Meer niet! Vreugde komt niet, komt niet van wat men bezit! Anderen zeggen dat het van extreme ervaringen komt, de rilling die sterke gevoelens geven: de jeugd leeft graag op het snee van het mes, zij doet dat echt graag! Anderen vinden vreugde in modieuze kleding, ontspanning op plaatsen die het meest in trek zijn – daarmee wil ik niet zeggen dat het zusters zijn die daarheen gaan, ik spreek over jongeren in het algemeen. Volgens anderen komt vreugde van het succes dat men heeft bij jongens of meisjes, zelfs van de ene na de andere te hebben. Dat is liefde die onzeker is: liefde op proef. En men zou kunnen doorgaan ... Ook u staat in contact met die werkelijkheid, ze kan u niet kan ontgaan.
Wij weten allemaal dat dit alles bepaalde verlangens kan voldoen, enige emoties kan opwekken, maar uiteindelijk is het een vreugde die oppervlakkig blijft, die niet neerdaalt tot in het diepste, het is geen innige vreugde: het is de dronkenschap van een ogenblik die niet echt gelukkig maakt. Vreugde is niet de dronkenschap van een ogenblik: zij is iets anders!
Echte vreugde komt niet van dingen, van het hebben, nee! Zij komt voort uit een ontmoeting, uit de relatie met anderen, uit het feit zich aanvaard te voelen, begrepen, bemind, uit het feit te aanvaarden, te begrijpen en te beminnen, en dit niet omwille van het moment maar omdat de andere – man of vrouw – een persoon is. Vreugde komt voort uit de belangeloosheid van de ontmoeting! Het is horen zeggen: “ge bent belangrijk voor mij”, niet noodzakelijk met woorden. Het is mooi ... En het is precies dat wat God ons laat begrijpen. Als God u roept, zegt Hij: “ge bent belangrijk voor Mij, Ik hou van u, Ik reken op u”. Jezus zegt dit tot ieder van ons! Daarvan komt de vreugde! De vreugde van het moment waarop Jezus mij aangekeken heeft. Dat begrijpen en voelen is het geheim van onze vreugde. Zich door God bemind weten, voelen dat wij voor Hem geen nummer zijn, maar een persoon, en voelen dat Hij het is die ons roept. Priester worden, zuster of broeder, is niet vooreerst onze keuze. Ik heb geen vertrouwen in een seminarist, een novice, die zegt: ik heb die weg gekozen. Daar hou ik niet van! Dat gaat niet! Maar het is het antwoord op een roeping, op een roeping uit liefde. Ik voel iets van binnen dat mij bezig houdt en ik antwoord: ja. In het gebed laat de Heer ons deze liefde voelen, maar ook doorheen zo veel tekens die wij kunnen lezen in ons leven, doorheen al de mensen die Hij op onze weg plaatst. En de vreugde van de ontmoeting met Hem en van Zijn roeping zet ons aan, ons niet op te sluiten, maar ons open te stellen. Zij leidt ons naar de dienst in de Kerk. De heilige Thomas zei: bonum est diffusivum sui – het goede verspreidt zichzelf. En vreugde verspreidt zich ook. Wees niet bang uw vreugde te tonen omdat ge de roeping van de Heer beantwoord hebt, de keuze van Zijn liefde, en wees niet bang van Zijn Evangelie te getuigen in de dienst van de Kerk. Vreugde, ware vreugde, is aanstekelijk, ... zij doet vooruitgaan. Als men integendeel in het gezelschap is van een seminarist of novice die te ernstig, te droevig is, dan denkt men: daar gaat iets niet! De vreugde des Heren ontbreekt hem, de vreugde die u aanzet tot dienstbaarheid, de vreugde van de ontmoeting met Jezus die u naar de ontmoeting met de anderen leidt om Jezus te verkondigen. Dat ontbreekt! Er ligt geen heiligheid in droefheid, geen heiligheid! De heilige Theresia zei: “een heilige die triest is, is een triestige heilige!”. Wanneer men een seminarist, priester, zuster, novice tegenkomt met een lang gezicht, droevig, die de indruk geeft dat men over zijn of haar leven een zwaar deken gegooid heeft, zo van die heel zware dekens … die u naar beneden trekken ... dan gaat er iets niet! Dus alstublieft: nooit zusters, nooit priesters met een zuur gezicht, nooit! Van Jezus komt vreugde. Denk daaraan: wanneer een priester – ik zeg een priester, maar het zou ook een seminarist kunnen zijn – wanneer een priester, zuster, geen vreugde heeft, wanneer hij of zij droevig is, kan u denken: “daar is een psychologisch probleem”. Het is waar: het is mogelijk, het is mogelijk, zeker. Dat kan gebeuren, sommigen, och arme, worden ziek ... dat kan gebeuren. Doch in het algemeen is het geen psychologisch probleem. Is het een probleem van onvoldaanheid? Wel ja! Maar wat is de kern van deze afwezigheid van de vreugde? Het is een probleem met het celibaat. Ik verklaar mij nader. U, seminaristen, zusters, u wijdt uw liefde aan Jezus, een grote liefde. Ons hart is er voor Jezus en dat stuwt ons tot de gelofte van kuisheid, de gelofte van het celibaat. Maar de gelofte van kuisheid, de gelofte van het celibaat eindigt niet op het ogenblik van de gelofte, zij gaat verder ... Het is een weg die rijpt, rijpt, rijpt tot het pastorale vaderschap, het pastorale moederschap, en wanneer een priester geen vader is in zijn gemeenschap, wanneer een zuster geen moeder is van degenen met wie zij samenwerkt, worden zij bedroefd. Dat is het probleem. Daarom zeg ik u: de oorsprong van de droefheid in het pastorale leven ligt precies in de afwezigheid van een vader- of moederschap omdat men die wijding – die ons in tegendeel naar vruchtbaarheid moet leiden - verkeerd beleeft. Men kan zich geen priester of zuster indenken die niet vruchtbaar is: dat is niet katholiek! Niet katholiek! Dat is de schoonheid van de wijding, dat is de vreugde, de vreugde ...
Ik wil die heilige zuster echter niet doen blozen N.v.d.r.: de paus richt zich tot een bejaarde zuster op de eerste rij, die vooraan stond, achter het hek, de arme, zij stikte echt, maar zij had een gelukkig gezicht. Het heeft me deugd gedaan, zuster, uw gezicht te zien! U heeft waarschijnlijk vele jaren godgewijd leven achter de rug, maar u heeft mooie ogen, ik zag u glimlachen en u beklaagde zich niet dat u verpletterd werd ... Als men dergelijke voorbeelden ziet, van zo veel zusters, zo veel priesters die gelukkig zijn, is het omdat zij vruchtbaar zijn, zij geven leven, leven, leven … Dat leven geven zij omdat zij het in Jezus vinden! In de vreugde van Jezus! Vreugde - geen droefheid - pastorale vruchtbaarheid.
Authenticiteit
Om vreugdevolle getuigen van het Evangelie te zijn, moet men authentiek zijn, coherent. Zie, een ander woord waarover ik zou willen spreken: authenticiteit. Jezus had het moeilijk met hypocrieten: hypocrieten, zij die laag bij de grond denken, die – om de dingen bij hun naam te noemen – twee gezichten hebben. Tot jongeren over authenticiteit spreken, is niet ingewikkeld, want jongeren, allemaal, hebben dat verlangen authentiek, coherent te zijn. En het staat u allemaal tegen onder ons priesters of zusters te vinden die niet authentiek zijn!
Het is vooral een verantwoordelijkheid van volwassenen, van hen die in de opleiding staan. U die hier in de opleiding staat: geef de jongsten een voorbeeld van coherentie. Willen wij coherente jongeren? Laten wij dan zelf coherent zijn! Anders zal de Heer ons zeggen wat Hij tot het volk Gods over de farizeeën zei: “doe wat zij u zeggen, maar niet wat zij doen!”. Coherentie en authenticiteit!
Maar ook gij, probeer op uw beurt deze weg te volgen. Ik zeg altijd wat de heilige Franciscus van Assisi zei: Christus heeft ons gezonden om het Evangelie ook met het woord te verkondigen. De zin is deze: “Verkondig het Evangelie altijd. En indien nodig, met het woord”. Wat wil dat zeggen? Het Evangelie verkondigen door de authenticiteit, de coherentie van zijn leven. In deze wereld waaraan de rijkdom zo veel kwaad berokkent, is het nodig dat wij, priesters, zusters, dat wij allen, coherent zijn met onze armoede! Als het belangrijkste van een opvoedkundige of parochiële instantie of van eender welke instantie, geld is, doet dat geen goed. Dat doet geen goed! Dat is incoherentie! Wij moeten coherent zijn, authentiek. Laten wij op deze weg doen wat de heilige Franciscus zegt: preken wij het Evangelie met het voorbeeld en dan met het woord! De anderen moeten het Evangelie vooreerst in ons eigen leven kunnen lezen! Ook daar, zonder vrees, met onze fouten die we proberen te verbeteren, met onze grenzen die de Heer kent, maar ook met onze edelmoedigheid om Hem in ons te laten werken. Gebreken, beperkingen en – voegen wij ook dat eraan toe – zonden ... Ik zou iets willen weten: is hier, in deze zaal, iemand die geen zondaar is, die geen zonden heeft? Dat hij de hand opsteekt! Dat hij de hand opsteekt! Niemand. Van hier tot ginder ... iedereen! Maar hoe draag ik mijn zonde, mijn zonden? Ik zou u een raad willen geven: wees transparant met uw biechtvader. Altijd. Zeg alles, heb geen angst. “Vader, ik heb gezondigd.” Denk aan de Samaritaanse die om haar stadsgenoten te bewijzen dat zij de Messias gevonden had, zei: “Hij heeft mij gezegd al wat ik gedaan heb”, en zij kenden allemaal het leven van die vrouw. Altijd de waarheid zeggen aan zijn biechtvader. Deze transparantie zal goed doen, omdat zij ons nederig maakt, allemaal. “Maar Vader, ik ben erin gebleven, ik heb dat gedaan, ik had weerzin” ... wat het ook is. De waarheid zeggen, zonder te verbergen, geen halve woorden, omdat men met Jezus spreekt in de persoon van de biechtvader. En Jezus kent de waarheid. Alleen Hij, vergeeft u altijd! Maar de Heer wil slechts dat ge Hem zegt wat Hij reeds weet. Transparantie! Het is droevig wanneer men een seminarist vindt, een zuster, die vandaag bij iemand te biechten gaat en morgen bij iemand anders, en daarna nog bij iemand anders: een pelgrimstocht van de ene biechtvader naar de andere om de waarheid over zichzelf te verbergen. Transparantie! Het is Jezus die naar u luistert. Heb altijd deze transparantie voor Jezus die in de biechtvader aanwezig is! Het is een genade. Vader, ik heb gezondigd, ik heb dat gedaan, dat, dat ... met alle woorden. En de Heer drukt u in Zijn armen, Hij omhelst u! Ga en zondig niet meer! En als ge terugkomt? Nog eens. Ik zeg dat uit ervaring. Ik ben zoveel godgewijde mensen tegengekomen die in de hypocriete val lopen van het gebrek aan transparantie. “Ik heb dat gedaan”, nederig. Zoals de tollenaar achteraan in de tempel: “ik heb dat gedaan, ik heb dit gedaan ...”. En de Heer doet u zwijgen: Hij is het die u doet zwijgen! Het is niet aan u om dat te doen! Heeft u dat begrepen? Uit onze zonde vloeit de genade over! Open met deze transparantie de deur voor de genade!
De heiligen en meesters van het geestelijk leven zeggen dat om ons te helpen groeien in authenticiteit, het dagelijks gewetensonderzoek heel nuttig is, zelfs onmisbaar. Wat gaat er in mijn ziel om? Open zijn met de Heer, en dan met de biechtvader, met de geestelijke leider. Dat is belangrijk!

Tot nu toe..: hebben we nog tijd, mgr. Fisichella?

Mgr. Fisichella: Als u zo door praat tot zeker morgen.

Maar hij zegt tot morgen. Laat ik maar een broodje en cola komen, als het tot aan morgen is tenminste ....

Gemeenschapsleven
Coherentie is fundamenteel opdat ons getuigenis geloofwaardig zou zijn. Doch het volstaat niet, er is ook culturele voorbereiding nodig - ik benadruk dit - om ons geloof en onze hoop te verantwoorden. De context waarin wij leven, nodigt ons voortdurend uit om “verantwoording te geven” en dat is goed want het helpt ons niets als verworven te beschouwen. Vandaag kunnen wij niets als verworven beschouwen! Deze beschaving, deze cultuur ... we kunnen het niet. Maar zeker is, dat het ook veeleisend is, het vraagt een degelijke opleiding, evenwichtig, die alle dimensies van het leven verenigt: de menselijke, spirituele, intellectuele en pastorale dimensie. In uw opleiding zijn vier fundamentele peilers: de spirituele peiler, dat wil zeggen het geestelijk leven; de intellectuele peiler, de studie om te kunnen verantwoorden; het apostolisch leven, om het Evangelie te verkondigen; en ten vierde, het gemeenschapsleven. Vier. En voor deze laatste is het nodig dat de opleiding in gemeenschap gebeurt, tijdens het noviciaat, in de priorij, op het seminarie … Ik denk altijd hieraan: het slechtste seminarie is beter dan geen seminarie. Waarom? Omdat het gemeenschapsleven noodzakelijk is. Denk aan die vier pijlers: spiritueel, intellectueel, apostolisch en gemeenschapsleven. Er zijn er vier. Op die vier pijlers moet u uw roeping opbouwen.
En ik zou hier het belang willen onderlijnen van de vriendschapsrelaties en broederschap in dit gemeenschapsleven. Hier raken wij een ander probleem. Waarom zeg ik dat: vriendschapsrelaties en broederschap. Heel dikwijls heb ik gemeenschappen, seminaristen, religieuzen of diocesane gemeenschappen gevonden waar de gesprekken meestal roddel zijn! Verschrikkelijk! Ze helpen mekaar om zeep ... En dat is onze clericale, religieuze wereld ... Excuseer mij, maar het komt veel voor: jaloezie, nijd, kwaadspreken. Niet alleen van de oversten, dat is klassiek! Maar ik wil zeggen dat het zo veel voorkomt. Ik ben daar ook in gevallen. Ik heb het dikwijls gedaan, zo dikwijls! En ik ben erover beschaamd! Ik ben erover beschaamd! Het is niet goed dat te doen: roddelen. “Hebt ge gehoord ... hebt ge gehoord ...” Dat is de hel, zo een gemeenschap! Dat doet geen goed. En daarom zijn vriendschapsrelaties en broederschap belangrijk. Vrienden zijn weinig talrijk. De Bijbel zegt: vrienden, met één of twee ... Maar broederschap met iedereen. Als ik een probleem heb met een zuster of broeder, zeg ik het hem in de ogen, of tegen iemand die kan helpen, maar niet tegen anderen om hem zwart te maken. Roddel is verschrikkelijk! Achter roddel ligt nijd, jaloezie, ambitie. Denk daaraan. Eens hoorde ik na een retraite over iemand spreken – het was een zuster ... dat is goed! Deze zuster had de Heer beloofd nooit kwaad over iemand te spreken. Dat is een mooie weg, een mooie weg naar de heiligheid! Nooit kwaad spreken over anderen. “Maar, vader, er zijn problemen ...” Zeg het aan de overste, zeg het de overste, zeg het aan de bisschop, die een oplossing kan vinden. zeg het niet aan iemand die niet kan helpen. Dat is belangrijk: broederschap! Zeg mij trouwens, zoudt ge kwaad spreken oer uw moeder, uw vader, uw broers? Nooit. Waarom doet ge het dan in het religieuze leven, op het seminarie, onder priesters? Alleen dit: denk na, denk na ... broederschap! Broederliefde.
Doch er zijn twee uitersten: in dit aspect van vriendschap en broederschap zijn er twee uitersten: zowel het isolement als de versnippering. Een vriendschap of broederschap die mij helpt om niet te in isolement of versnippering te vervallen. Ontwikkel de vriendschap, vriendschap is kostbaar: doch zij moet u opvoeden, niet tot afsluiting maar om uit uzelf te treden. Een priester, religieus of religieuze mag nooit een eiland zijn, doch iemand die altijd beschikbaar is voor een ontmoeting. Vriendschap verrijkt dan de verschillende charisma’s van uw religieuze familie. Het is een grote rijkdom. Denken wij aan de mooie vriendschappen van zo veel heiligen.

Ik denk dat ik een beetje moet gaan beperken, want jullie geduld zal wel op zijn.

Seminaristen en religieuzen antwoorden: Neen!

Ik zou u dit willen zeggen: treedt uit uzelf om het Evangelie te verkondigen, maar dan moet u uit uzelf treden om Jezus te ontmoeten. Er zijn twee manieren: één om Jezus te ontmoeten - naar de transcendentie, en één om Jezus aan de anderen te verkondigen. De twee gaan samen. Slechts één van de twee, dat gaat niet! Ik denk aan Moeder Theresa van Calcutta. Een moedige zuster ... zij was van niets bang, zij ging de straat op ... Doch die vrouw was evenmin bang om te knielen, twee uur, voor de Heer. Wees niet bang uit uzelf te treden in het gebed en de pastorale actie. Heb de moed te bidden en het Evangelie te verkondigen.
Ik zou een Kerk willen die meer missionair is, minder rustig. Die mooie Kerk die vooruitgaat. Deze dagen zijn zo veel missionarissen naar de morgenmis in Sint-Martha gekomen en toen zij mij begroetten, zeiden ze: “ik ben een bejaarde zuster, veertig jaar geleden ging ik naar Tsjaad, nu ben ik hier, dan daar ...”. Mooi! Men begreep dat die zuster al die jaren nooit had opgehouden Jezus in het gebed te ontmoeten. Uit zichzelf treden, naar de transcendentie met Jezus in het gebed, naar de transcendentie met de anderen in het apostolaat, in het werk. Doe uw bijdrage aan zo een Kerk: trouw aan de weg die Jezus wil. Leer van ons, van ons die niet meer zo jong zijn, leer van ons niet de sport die wij, ouderen, zo dikwijls beoefend hebben: de sport van het klagen! Leer van ons niet de cultus aan de “klaaggodin”, ze is een afgod ... altijd bezig zich te beklagen ... Doch wees positief, ontwikkel het religieuze leven en wees tegelijk in staat mensen te ontmoeten, vooral degenen die het meest misprezen en benadeeld zijn. Wees niet bang naar buiten te gaan en tegen de stroom in te gaan. Wees contemplatief en missionair. Hou steeds de Maagd Maria bij u, bid de rozenkrans alstublieft ... laat hem niet achterwege! Hou altijd de Maagd Maria bij u, bij u, zoals de apostel Johannes. Moge Zij u altijd vergezellen en beschermen. En bid ook voor mij want ook ik heb gebed nodig, omdat ik een arme zondaar ben, doch laat ons vooruit gaan.
Dank u zeer. Wij zien elkaar morgen. Ga door met vreugde, met coherentie, altijd met de moed om de waarheid te zeggen, de moed om uit uzelf te treden om Jezus in het gebed te ontmoeten, om anderen te ontmoeten en hun het Evangelie te geven. Met pastorale vruchtbaarheid! Alstublieft, wees geen “oude dochters” en “oude mannen”. Ga door!

Mgr. Fisichella zei me dat u gisteren het Credo gebeden heeft, ieder in zijn taal. Doch wij zijn allen broeders, wij hebben eenzelfde Vader. Dat nu ieder in zijn taal het Onze Vader bidt. Bidden wij het Onze vader.

Bidden van het "Onze Vader"

En wij hebben ook een Moeder. Ieder in zijn taal, het Wees Gegroet.

Bidden van het "Wees Gegroet"

Document

Naam: TOON DE VREUGDE OVER JE ROEPING
Tijdens ontmoeting met seminaristen en novicen in het kader van het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
Soort: Paus Franciscus - Toespraak
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 6 juli 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. vanuit Franse versie (Zenit.org): Maranatha Gemeenschap;
alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam