• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij weten dat de technologie die gebaseerd is op zeer vervuilende fossiele brandstoffen, vooral kolen, maar ook olie en in mindere mate gas -, geleidelijk en zonder dralen moet worden vervangen. In afwachting van een brede ontwikkeling van hernieuwbare energie, die al begonnen zou moeten zijn, is het gewettigd te kiezen voor het minste kwaad of zijn toevlucht te nemen tot voorlopige oplossingen. In de internationale gemeenschap komt men echter niet tot adequate overeenkomsten omtrent de verantwoordelijkheid van degenen die de grootste kosten van de overgang op energiegebied moeten dragen. In de laatste decennia hebben milieukwesties aanleiding gegeven tot een breed publiek debat, dat in de burgermaatschappij ruimte heeft doen ontstaan voor een opmerkelijk engagement en edelmoedige toewijding. Politiek en industrie antwoorden traag en zijn verre van opgewassen tegen de mondiale uitdagingen. In deze zin kan men zeggen dat, terwijl de mensheid van het postindustriële tijdperk misschien zal worden vermeld als een van de meest onverantwoordelijke van de geschiedenis, het te wensen is dat de mensheid aan begin van de 20e eeuw de geschiedenis kan ingaan vanwege het feit dat het edelmoedig de eigen zware verantwoordelijkheden op zich heeft genomen.

De wereldwijde ecologische beweging heeft een lang traject afgelegd, verrijkt door de krachtsinspanning van veel organisaties in de burgermaatschappij. Het zou onmogelijk zijn ze hier allemaal te vermelden, noch de geschiedenis van de bijdragen ervan de revue te laten passeren. Maar dankzij zoveel inzet hebben milieukwesties steeds meer op de publieke agenda gestaan en zijn zij een voortdurende uitnodiging geworden om op lange termijn te denken. Desondanks hebben de wereldtopconferenties over het milieu van de laatste jaren niet aan de verwachtingen beantwoord, omdat zij bij gebrek aan politieke besluitvaardigheid niet gekomen zijn tot werkelijk veelbetekenende en doeltreffende milieuovereenkomsten.

Vermeld dient te worden de topconferentie over de aarde die in 1992 in Rio de Janeiro werd gehouden. Daar is verklaard dat “de mens in het middelpunt staan van de zorg betreffende de houdbare ontwikkeling”. Verenigde Naties, Verklaring van Rio de Janeiro inzake milieu en ontwikkeling (14 juni 1992), 1 Hier en daar de inhoud van de Verklaring van Stockholm (1972) hernemend, heeft zij onder andere de internationale samenwerking bekrachtigd inzake de zorg voor het ecosysteem van de hele aarde, de verplichting van wie vervuilt, zich economisch hiermee te belasten, de plicht om het effect van ieder werk of project op het milieu in aanmerking te nemen. Hij heeft als doel voorgesteld de concentraties broeikasgas in de atmosfeer te stabiliseren om de neiging tot globale opwarming terug te draaien. Hij heeft ook een agenda met een actieprogramma en een verdrag over de biologische diversiteit uitgewerkt, beginselen verklaard inzake de bossen. Hoewel die top werkelijk innovatief en profetisch voor zijn tijd was, hebben de overeenkomsten een laag niveau van verwezenlijking gehad, omdat er geen adequate mechanismen van controle, periodiek onderzoek en sanctie op plichtsverzuim in dezen. De verkondigde beginselen blijven vragen om doeltreffende een snelle wegen voor en praktische verwezenlijking.

Onder de positieve ervaringen kan bijvoorbeeld de Conventie van Basel over gevaarlijk afval met een systeem van bekendmaking, vastgestelde niveaus en controles worden vermeld, evenals het verplichtende verdrag over de internationale handel in met uitsterven bedreigde wilde dier- en plantensoorten, dat voorziet in het sturen van delegaties ter controle van een daadwerkelijke uitvoering. Dankzij de Conventie van Wenen voor de bescherming van de ozonlaag en de uitvoering ervan door het Protocol van Montreal en de amendementen hiervan lijkt het probleem van het dunner worden van deze laag in de fase van een oplossing te zijn gekomen.

Wat de zorg van de biologische diversiteit en de woestijnvorming betreft, zijn de vorderingen veel minder veelbetekenend geweest. Wat de klimaatveranderingen betreft, zijn de vorderingen bedroevend laag. De reductie van de broeikasgassen vereist oprechtheid, moed en verantwoordelijkheid, vooral van de kant van de machtigste en meest vervuilende landen. De Conferentie van de Verenigde Naties over de Duurzame Ontwikkeling, Rio+20 genoemd (Rio de Janeiro 2012), heeft een even uitgebreide, als inefficiënte slotverklaring doen uitgaan. De internationale onderhandelingen kunnen niet op een veelbetekenende wijze verder gaan ten gevolge van de standpunten van de landen die aan de eigen nationale belangen de voorkeur geven ten opzichte van het wereldwijde algemeen welzijn. Allen die de gevolgen zullen ondergaan die wij trachten te verdoezelen, zullen zich dit gebrek aan bewustzijn en verantwoordelijkheid herinneren. Terwijl wij deze encycliek aan het uitwerken waren, heeft het debat een bijzondere intensiteit bereikt. Wij gelovigen kunnen niet anders dan God bidden voor een positieve ontwikkeling van het huidige debat, zodat de toekomstige generaties niet te lijden hebben onder de consequenties van onverstandig getreuzel.

Enkele van de strategieën voor een lage uitstoot van vervuilende gassen zijn gericht op de internationalisering van de kosten voor het milieu, met het risico de landen met minder hulpbronnen zware verplichtingen, gelijk aan die van de meest geïndustrialiseerde landen, op te leggen. Het opleggen van deze maatregelen dupeert de landen die het meest behoefte hebben aan ontwikkeling. Op deze wijze wordt er een nieuwe ongerechtigheid toegevoegd onder het mom van de zorg voor het milieu. Ook in dit geval komt men van de regen in de drup. Daar de effecten van de klimaatveranderingen zich gedurende lange tijd zullen doen voelen, ook al zou men nu rigoureuze maatregelen nemen, dan zullen sommige landen met schaarse hulpbronnen hulp nodig hebben om zich aan te passen aan de effecten die reeds zichtbaar worden en hun economieën treffen. Het blijft zeker dat er gemeenschappelijke, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden zijn, eenvoudigweg omdat, zoals de bisschoppen van Bolivia hebben gezegd, “de landen die ten koste van een enorme uitstoot van broeikasgas baat hebben gehad bij een hoog niveau van industrialisering, een grotere verantwoordelijkheid hebben om bij te dragen aan de oplossing van de problemen die zij hebben veroorzaakt”. Bolivia, Pastorale brief over het milieu en de menselijke ontwikkeling in Bolivia, El universo, don de Dios para la vida (1 jan 2012). 86

De strategie van de verkoop van “emissierechten” mag geen nieuwe vorm van speculeren ten gevolge hebben en zou er niet toe dienen om de wereldwijde uitstoot van vervuilende gassen terug te dringen. Dit systeem lijkt een snelle en gemakkelijke oplossing te zijn, waarbij de schijn wordt gewekt van een zeker engagement voor het milieu, dat echter in het geheel niet een radicale verandering, in overeenstemming met de omstandigheden, inhoudt. Integendeel, het kan een truc worden die het toestaat de superconsumptie van sommige landen en sectoren te ondersteunen.

Voor de arme landen moeten het uitroeien van de ellende en de sociale ontwikkeling van hun inwoners prioriteit zijn; tegelijkertijd moeten zij het schandalige niveau van consumptie in enkele bevoorrechte sectoren van hun bevolking onderzoeken en beter de corruptie te lijf gaan. Zeker, zij moeten ook minder vervuilende vormen van energieproductie ontwikkelen, maar hiervoor moeten zij kunnen rekenen op de hulp van de landen die zeer gegroeid zijn ten koste van de huidige vervuiling van de planeet. De directe exploitatie van de overvloedige zonne-energie vereist dat er mechanismen en subsidies worden vastgesteld, zodat de ontwikkelingslanden toegang kunnen hebben tot de overdracht van technologieën, tot technische assistentie en financiële bronnen, maar altijd aandacht schenkend aan de concrete omstandigheden, aangezien “niet altijd op een adequate wijze de compatibiliteit van de installaties met de context waarvoor zij worden ontworpen, op haar juiste waarde wordt geschat”. Pauselijke Raad "Justitia et Pax", Energie, gerechtigheid en vrede (1 jan 2013). IV.1 De kosten zouden laag zijn in vergelijking met het risico van klimaatveranderingen. In elk geval is het vóór alles een ethische beslissing, gebaseerd op de solidariteit van alle volken.

Het is dringend noodzakelijk internationale verdragen tot stand te brengen, in aanmerking genomen de lokale instanties te zwak zijn om op een doeltreffende wijze in te grijpen. De relaties tussen de staten moeten de soevereiniteit van ieder waarborgen, maar ook trajecten vaststellen die worden overeengekomen om lokale catastrofen te vermijden die uiteindelijk allen zouden schaden. Er zijn wereldwijde regulerende kaders nodig die verplichtingen opleggen en onacceptabele acties verhinderen, zoals het feit dat machtige landen op andere landen afval en hoog vervuilende industrieën afschuiven.

Wij noemen ook het systeem van het beheer van de oceanen. Immers, hoewel er verschillende internationale en regionale conventies zijn geweest, ondermijnen de versnippering en de afwezigheid van strenge reglementerings-, controle- en sanctiesystemen uiteindelijk alle krachtsinspanningen. Het groeiend probleem van het afval in zee en de bescherming van niet alleen de nationale grenzen, maar ook van de zeegebieden blijft een bijzondere uitdaging vormen. Uiteindelijk hebben wij behoefte aan een overeenkomst over regelingen betreffende het beheer voor het hele scala van de zogenoemde wereldwijde gemeenschappelijke goederen.

Dezelfde logica, die het moeilijk maakt drastische besluiten te nemen om de tendens tot globale opwarming terug te draaien, is die welke het niet mogelijk maakt het doel van het uitroeien van de armoede te verwezenlijken. Wij hebben behoefte aan een wereldwijde, meer verantwoorde reactie, die tegelijkertijd het terugdringen van de vervuiling en het aanpakken de ontwikkeling van de arme landen en regio’s inhoudt. Terwijl de 21ste eeuw een beheer handhaaft dat eigen is aan vervlogen tijden, maakt zij een verlies aan macht van de nationale staten mee, vooral omdat de economisch-financiële dimensie met transnationale kenmerken ernaar neigt de politiek te overheersen. In deze context wordt de ontwikkeling van sterkere en efficiënt georganiseerde instellingen onontbeerlijk, met bevoegdheden die onpartijdig worden bepaald door middel van overeenkomsten tussen nationale regeringen en de macht hebben om te sanctioneren. Zoals Benedictus XVI heeft gezegd in de door de sociale leer van de Kerk reeds ontwikkelde lijn: “Om de wereldeconomie te sturen, de door de crisis getroffen economieën te saneren, een verergering van de crisis en daaruit voortvloeiende onevenwichtigheden te voorkomen, om een gepaste integrale ontwapening, veiligheid en vrede tot stand te brengen, om de bescherming van het milieu te waarborgen en om de migratiestromen te reglementeren, is een echt politiek wereldgezag noodzakelijk, zoals door mijn voorganger, de zalige Paus Johannes XXIII, reeds is geschetst”. Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid, Caritas in Veritate (29 juni 2009), 67 In dit perspectief krijgt de diplomatie een ongekend belang om internationale strategieën te bevorderen die ergere problemen, die allen uiteindelijk zullen treffen, te voorkomen.

Document

Naam: LAUDATO SI'
'Wees geprezen' - over de zorg voor het gemeenschappelijke huis
Soort: Paus Franciscus - Encycliek
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 mei 2015
Copyrights: © 2015 Libreria Editrice Vaticana / Stg InterKerk
Werkvertaling uit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers i.s.m. dr. L.J.M. Hendriks, pr. en de redactie; trefwoordenlijst: redactie
Bewerkt: 6 juni 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam