• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het Woord van God nodigt ons ook uit te erkennen dat wij een volk zijn: “Vroeger waart gij geen volk, nu Gods volk” (1 Pt. 2, 10). Om authentieke verkondigers van het Evangelie te zijn is het ook noodzakelijk het geestelijk genoegen te ontwikkelen om het leven van de mensen nabij te blijven, en wel zozeer dat men ontdekt dat dat de bron wordt van een hogere vreugde. De zending is een hartstocht voor Jezus, maar tegelijkertijd ook een hartstocht voor zijn volk. Wanneer wij voor de gekruisigde Jezus stilstaan, herkennen wij heel zijn liefde die ons waardigheid geeft en ons ondersteunt, maar op datzelfde moment beginnen wij, als wij niet blind zijn, gewaar te worden dat die blik van Jezus zich verbreedt en zich vol genegenheid en vuur richt op heel zijn volk. Zo ontdekken wij opnieuw dat Hij zich van ons wil bedienen om zijn geliefde volk steeds meer nabij te komen. Hij neemt ons uit het midden van het volk en zendt ons naar het volk, zodat onze identiteit niet wordt begrepen zonder deze verbondenheid.

Jezus zelf is het model van deze evangeliserende keuze die ons brengt tot in het hart van het volk. Hoe goed doet het ons Hem allen zo nabij te zien! Als Hij met iemand sprak, keek Hij met een diepe, liefdevolle aandacht in zijn ogen: “Jezus keek hem liefdevol aan” (Mc. 10, 21). Wij zien hoe Hij openstaat voor een ontmoeting, wanneer Hij de blinde langs de weg nadert Vgl. Mc. 10, 46-52 en wanneer Hij eet en drinkt met de zondaars Vgl. Mc. 2, 16 , zonder zich erom te bekommeren dat men Hem bejegent als een veelvraat en drinker. Vgl. Mt. 11, 19 Wij zien hoe beschikbaar Hij is, wanneer Hij een prostituee zijn voeten laat balsemen Vgl. Lc. 7, 36-50 , of wanneer Hij ‘s nachts Nicodemus ontvangt. Vgl. Joh. 3, 1-15 Wanneer Jezus zich op het kruis geeft, dan is dat niets anders dan het hoogtepunt van die stijl die heel zijn bestaan heeft gekenmerkt. Door dit model gefascineerd, willen wij ons tot het uiterste in de maatschappij invoegen, delen wij het leven met allen, luisteren wij naar hun zorgen, werken wij materieel en spiritueel met hen samen in hun noden, verheugen wij ons met hen die vreugde hebben, huilen wij met hen die huilen, en zetten wij ons, schouder aan schouder met de anderen, in voor de opbouw van een nieuwe wereld. Maar niet als een verplichting, niet als een last die ons uitput, maar als een persoonlijke keuze die ons vervult van vreugde en ons identiteit verschaft.

Soms voelen wij de verleiding Christen te zijn, maar daarbij wel een verstandige afstand van de wonden van de Heer te bewaren. Maar Jezus wil dat wij de menselijke ellende aanraken, dat wij het lijdende vlees van de anderen aanraken. Hij verwacht dat wij ervan afzien de persoonlijke of gemeenschappelijke uitvluchten te zoeken die het ons mogelijk maken ons op een afstand te houden van de kern van het menselijk drama, opdat wij het werkelijk aanvaarden in contact te komen met het concrete bestaan van de ander en de kracht van de tederheid leren kennen. Wanneer wij dit doen, wordt het leven voor ons steeds op een schitterende wijze complex en beleven wij de intense ervaring een volk te zijn, de ervaring tot een volk te behoren.

Weliswaar zijn wij in onze relatie met de wereld geroepen rekenschap af te leggen van onze hoop, maar niet als vijanden die met de vinger wijzen en veroordelen. Wij worden heel duidelijk gewaarschuwd: “verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied” (1 Pt. 3, 16) en “leeft voor zover het van u afhangt met alle mensen in vrede” (Rom. 12, 18). Wij worden ook aangespoord “het kwade door het goede” (Rom. 12, 21) te overwinnen, zonder moe te worden “goed te doen” (Gal. 6, 9) en zonder hoger te willen lijken, maar door “de ander hoger dan zichzelf” (Fil. 2, 3) te achten. De apostelen van de Heer stonden inderdaad “bij het hele volk in de gunst” (Hand. 2, 47). Vgl. Hand. 4, 21.33 Vgl. Hand. 5, 13 Het is duidelijk dat Jezus Christus ons niet wil als vorsten die op de anderen neerkijken, maar als mannen en vrouwen van het volk. Dit is niet de mening van een Paus, noch een pastorale keuze onder andere mogelijke keuzes; het zijn zo duidelijke, directe en evidente aanwijzingen van het Woord van God dat ze geen interpretaties behoeven die hun hun uitdagende kracht zouden ontnemen. Laten wij ze “sine glossa”, zonder commentaar beleven. Zo zullen wij de missionaire vreugde ervaren het leven te delen met het aan God getrouwe volk, trachtend het vuur in het hart van de wereld te ontsteken.

De liefde voor de mensen is een geestelijke kracht die de volledige ontmoeting met God begunstigt en wel zo dat wie zijn broeder niet liefheeft, “in duisternis is” (1 Joh. 2, 11), “in het gebied van de dood is” (1 Joh. 3, 14) en “God niet kent” (1 Joh. 4, 8). Benedictus XVI heeft gezegd dat “de ogen sluiten voor de naaste ook blind voor God maakt”, Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 16 en dat de liefde in wezen het enige licht is dat “een donkere wereld steeds weer opnieuw verlicht en ons de moed geeft om te leven en te handelen”. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 39 Laten wij daarom, wanneer wij de mystiek beleven de ander te naderen met de bedoeling zijn welzijn te zoeken, ons innerlijk verruimen om de mooiste geschenken van de Heer te ontvangen. Telkens wanneer wij een menselijk wezen in liefde ontmoeten, worden wij in staat gesteld steeds iets nieuws te ontdekken met betrekking tot God. Telkens wanneer wij onze ogen openen om de ander te herkennen, wordt het geloof meer verlicht om God te herkennen. Als gevolg hiervan kunnen wij, als wij in het geestelijk leven willen groeien, niet ervan afzien missionaris te zijn. De inzet voor de evangelisatie verrijkt de geest en het hart, hij doet geestelijke horizonten voor ons opengaan, hij maakt ons gevoeliger voor het herkennen van het werken van de Geest, hij doet ons buiten onze beperkte geestelijke schema’s treden. Tegelijkertijd ervaart een missionaris die ten volle aan zijn werk is toegewijd, het genoegen een bron te zijn die overstroomt en de ander verfrist. Alleen wie zich goed voelt bij het zoeken naar het welzijn van de naaste, wie het geluk van de ander wenst, kan missionaris zijn. Deze opening van het hart is een bron van geluk, omdat “het zaliger is te geven dan te ontvangen” (Hand. 20, 35). Men leeft niet beter door weg te vluchten van de ander, zich te verbergen, te weigeren samen te delen, als men zich verzet te geven, als men zich opsluit in gemakzucht. Dat is niets anders dan een langzame zelfmoord.

De zending naar het hart van het volk is niet een deel van mijn leven of een sieraad dat ik kan afdoen, het is geen aanhangsel of één van de vele ogenblikken in mijn bestaan. Het is iets dat ik niet uit mijn wezen kan uitroeien, wil ik mijzelf niet vernietigen. Ik ben een zending op deze aarde en daarom bevind ik mij in deze wereld. Men moet erkennen dat men gebrandmerkt is door deze zending om te verlichten, zegenen, verlevendigen, opbeuren, genezen, bevrijden. Daar openbaart zich wie met hart en ziel verpleegster, wie met hart en ziel leraar, wie ment hart en ziel politicus is, wie ten diepste besloten heeft er met en voor de ander te zijn. Als iemand echter een scheiding aanbrengt tussen enerzijds zijn plicht en anderzijds zijn privé-leven, dan wordt alles grijs en zal hij voortdurend erkenning zoeken of zijn eigen behoeften verdedigen. Hij zal ophouden volk te zijn.

Om ons leven te delen met de mensen en ons edelmoedig te geven hebben wij er behoefte aan ook te erkennen dat iedere persoon onze toewijding waardig is. Niet op grond van zijn uiterlijk, zijn capaciteiten, zijn taal, zijn mentaliteit of de voldoening die hij ons kan geven, maar omdat hij Gods werk is, zijn schepping. Hij heeft hem geschapen naar zijn beeld en hij weerspiegelt iets van zijn heerlijkheid. Ieder menselijk wezen is een voorwerp van de oneindige tederheid van de Heer en Hijzelf woont in zijn leven. Jezus Christus heeft zijn kostbaar bloed gegeven op het kruis voor die persoon. Buiten alle uiterlijkheid is ieder onmetelijk heilig en verdient ieder onze genegenheid en onze toewijding. Als ik daarom erin slaag één persoon te helpen om beter te leven, dan is dat al voldoende om de gave van mijn leven te rechtvaardigen. Het is mooi gelovig volk van God te zijn. En wij bereiken de volheid, wanneer wij de muren neerhalen en ons hart zich vult met gezichten en namen!

Document

Naam: EVANGELII GAUDIUM
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 november 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam