• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De eerste motivering om te evangeliseren is de liefde van Jezus die wij hebben ontvangen, de ervaring door Hem te zijn gered welke ons ertoe aanzet Hem steeds meer lief te hebben. Wat is echter de liefde die niet de noodzaak voelt om over de geliefde persoon te spreken, hem voor te stellen, hem te doen kennen? Als wij niet het intense verlangen voelen om deze mee te delen, de behoefte hebben in gebed stil te blijven staan om Hem te vragen dat Hij ons weer fascineert. Wij hebben er behoefte aan iedere dag te smeken, te vragen om zijn genade, opdat Hij ons kille hart opent en ons lauwe en oppervlakkige leven wakker schudt. Wanneer wij voor Hem staan met een open hart, ons door Hem laten aankijken, herkennen wij deze liefdevolle blik die Natanaël ontdekte op de dag dat Jezus verscheen en tegen hem zei: “Ik zag u onder de vijgenboom zitten” (Joh. 1, 48). Hoe goed is het voor een kruisbeeld te staan of geknield te zijn voor het Allerheiligste en eenvoudigweg in zijn tegenwoordigheid te zijn! Hoe goed doet het ons Hem ons bestaan weer te laten raken en ons erop uit te laten zenden om zijn nieuwe leven mee te delen! Wat er dus gebeurt, is uiteindelijk dat “wat wij gezien en gehoord hebben, wij dat ook verkondigen” (1 Joh. 1, 3). De beste motivering om te besluiten het Evangelie mee te delen is het met liefde te overwegen, te blijven stilstaan bij de bladzijden ervan en het met het hart te lezen. Als wij het op deze wijze benaderen, verbaast ons de schoonheid ervan, fascineert het ons telkens weer. Daarom is het dringend noodzakelijk weer een contemplatieve geest te krijgen die het ons mogelijk maakt iedere dag opnieuw te ontdekken dat ons een goed in bewaring is gegeven dat menselijker maakt, dat helpt een nieuw leven te leiden. Er is niets beters om door te geven aan de anderen.

Heel het leven van Jezus, zijn wijze van omgaan met de armen, zijn gebaren, zijn coherentie, zijn dagelijkse en eenvoudige edelmoedigheid en tenslotte zijn totale overgave, dit alles is kostbaar en spreekt tot ons persoonlijk leven. Telkens als men dit weer ontdekt, overtuigt men zich ervan dat dit het is waaraan de anderen behoefte hebben, ook al herkennen zij het niet: “Wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen” (Hand. 17, 23). Soms verliezen wij het enthousiasme voor de zending en vergeten dan dat het Evangelie beantwoordt aan de diepste noden van de personen, omdat wij allen zijn geschapen voor hetgeen het Evangelie ons voorhoudt: de vriendschap met Jezus en de broederlijke liefde. Wanneer men erin slaagt de wezenlijke inhoud van het Evangelie gepast en mooi tot uitdrukking te brengen, dan zal die boodschap zeker een antwoord geven op de diepste vragen van de harten: “De missionaris is overtuigd dat er door de werking van de Geest in de afzonderlijke personen en in de volkeren reeds een, wellicht onbewust, verlangen is om de waarheid te kennen over God, over de mens en over de weg die naar de bevrijding uit zonde en dood leidt. Het enthousiasme in de verkondiging van Christus vloeit voort uit de overtuiging dat men beantwoordt aan dat verlangen”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 45

Het enthousiasme bij de evangelisatie baseert zich op deze overtuiging. Wij hebben een schat aan leven en liefde ter beschikking die niet kan bedriegen, de boodschap die niet kan manipuleren, noch teleurstellen. Het is een antwoord dat neerdaalt in het diepste van het menselijk wezen en dat hem kan ondersteunen en verheffen. Het is de waarheid die niet uit de mode raakt, omdat zij in staat is daar door te dringen waar niets anders kan komen. Onze oneindige droefheid wordt alleen maar genezen met een oneindige liefde.

Deze overtuiging wordt echter gedragen door de voortdurend hernieuwde persoonlijke ervaring zijn vriendschap en liefde te genieten. Men kan niet volhouden in een vurige evangelisatie, als men er krachtens de eigen ervaring niet van overtuigd blijft dat het niet hetzelfde is Jezus te hebben leren kennen of Hem niet te leren kennen, dat het niet hetzelfde is met Hem te gaan of op de tast te gaan, dat het niet hetzelfde is naar Hem te kunnen luisteren of zijn Woord te negeren, dat het niet hetzelfde is Hem te kunnen aanschouwen, te vereren, in Hem te rusten of het niet te kunnen doen. Het is niet hetzelfde veeleer een wereld trachten op te bouwen met zijn Evangelie dan het alleen maar met de eigen rede te doen. Wij weten goed dat het leven met Jezus veel voller wordt en dat het met Hem gemakkelijker is de zin van alles te vinden. Daarom evangeliseren wij. De ware missionaris, die nooit ophoudt leerling te zijn, weet dat Jezus met hem gaat, met hem spreekt, met hem ademt, met hem werkt. De levende Jezus leeft met hem te midden van de missionaire inzet. Als iemand zijn aanwezigheid niet ontdekt in het hart zelf van de missionaire onderneming, verliest hij snel het enthousiasme en houdt op zeker te zijn van wat hij doorgeeft, ontbreekt hem kracht en hartstocht. En een persoon die niet overtuigd, enthousiast, zeker, verliefd is, overtuigt niemand.

Verenigd met Jezus zoeken wij wat Hij zoekt, beminnen wij wat Hij bemint. Uiteindelijk is wat wij zoeken, de heerlijkheid van de Vader, leven en handelen wij “tot lof van de heerlijkheid van zijn genade” (Ef. 1, 6). Als wij ons tot het uiterste en met volharding willen geven, moeten wij voorbij aan iedere andere motivatie gaan. Dit is de definitieve, diepste, grootste drijfveer, de reden en de laatste zin van al het overige. Het gaat om de heerlijkheid van de Vader, die Jezus in de loop van heel zijn bestaan heeft gezocht. Hij is de Zoon die eeuwig gelukkig is met heel zijn wezen “in de schoot van de Vader” (Joh. 1, 18). Als wij missionarissen zijn, dan is dat vóór alles, omdat Jezus ons heeft gezegd: “Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat gij rijke vruchten draagt” (Joh. 15, 8). Buiten het feit dat het ons ligt of niet, dat het ons interesseert of niet, dat het voor ons van nut is of niet, buiten de kleine grenzen van onze verlangens, ons begripsvermogen en onze motiveringen, evangeliseren wij tot meerdere eer van de Vader, die van ons houdt.

Document

Naam: EVANGELII GAUDIUM
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 november 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam