• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De leken vormen eenvoudigweg de immense meerderheid van het Volk van God. Ten dienste van hen is er een minderheid: de gewijde bedienaren. Het bewustzijn van de identiteit en de zending van de leek in de Kerk is gegroeid. Wij beschikken over een talrijke, hoewel niet voldoende lekenstand met een diepgeworteld gemeenschapsgevoel en een grote trouw aan de inzet voor de naastenliefde, de catechese, de viering van het geloof. Maar de bewustwording van deze verantwoordelijkheid van de leek, die voortkomt uit het Doopsel en het Vormsel, openbaart zich niet aan alle kanten op dezelfde manier. In sommige gevallen, omdat zij niet zijn gevormd om belangrijke verantwoordelijkheden op zich te nemen, in andere gevallen, omdat zij geen ruimte in hun particuliere Kerken hebben gevonden om zich te kunnen uitdrukken en te kunnen handelen vanwege een buitensporig klerikalisme, dat hen buiten de beslissingen houdt. Ook al constateert men een grotere deelname van velen aan het door leken verrichte dienstwerk, deze inzet wordt niet weerspiegeld in het doordringen van de christelijke waarden in de maatschappelijke, politieke en economische wereld. Hij beperkt zich vaak tot binnenkerkelijke taken zonder een werkelijke inzet voor de toepassing van het Evangelie op de verandering van de maatschappij. De vorming van de leken en de evangelisatie van beroepsmatige en intellectuele categorieën vertegenwoordigen een belangrijke pastorale uitdaging.

De Kerk erkent de onmisbare inbreng van de vrouw in de maatschappij met een gevoeligheid, intuïtie en bepaalde bijzondere capaciteiten die gewoonlijk meer eigen zijn aan vrouwen dan aan mannen. Bijvoorbeeld de bijzondere vrouwelijke aandacht voor de ander, die op een bijzondere wijze, ook als is dat niet exclusief, tot uitdrukking komt in het moederschap. Ik zie met genoegen hoeveel vrouwen pastorale verantwoordelijkheden delen met de priesters, hun bijdrage leveren aan het begeleiden van personen, gezinnen of groepen en een nieuwe inbreng hebben in de theologische reflectie. Maar er moet nog meer ruimte geboden worden voor een meer doorslaggevende vrouwelijke tegenwoordigheid in de Kerk, want “het vrouwelijke genie is noodzakelijk in alle uitdrukkingen van het maatschappelijk leven; daarom moet men de tegenwoordigheid van de vrouw ook garanderen op het terrein van het werk” Pauselijke Raad "Justitia et Pax", Compendium van de Sociale Leer van de Kerk (26 okt 2004), 295 en op de verschillende plaatsen waar belangrijke beslissingen worden genomen, zowel in de Kerk als in de maatschappelijke structuren.

De aanspraken op de gewettigde rechten van de vrouw, te beginnen bij de vaste overtuiging dat mannen en vrouwen dezelfde waardigheid hebben, stellen aan de Kerk diepgaande vragen, die haar uitdagen en die men niet oppervlakkig kan ontwijken. Het priesterschap dat aan mannen is voorbehouden, als teken van Christus de Bruidegom, die Zich in de Eucharistie aan ons geeft, is een kwestie die niet ter discussie wordt gesteld, maar een reden kan worden tot een bijzonder conflict, als men de sacramentele volmacht te zeer vereenzelvigt met macht. Men moet niet vergeten dat, wanneer wij spreken over priesterlijke macht “wij ons op het terrein van de functie, niet op dat van de waardigheid en de heiligheid bevinden”. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 51 Het ambtelijk priesterschap is een van de middelen die Jezus gebruikt ten dienste van zijn volk, maar de grote waardigheid komt van het Doopsel, dat voor allen toegankelijk is. De vereenzelviging van de priester met Christus het Hoofd - dat wil zeggen als hoofdbron van de genade - houdt niet een verheffing in die hem plaatst boven heel de rest. In de Kerk “geven” de functies “geen aanleiding tot superioriteit van de één boven de ander”. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring aangaande de vraag over het toelaten van vrouwen tot het ambtelijk priesterschap, Inter Insigniores (15 okt 1976), 6 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 51 In feite is een vrouw, Maria, belangrijker dan de bisschoppen. Ook wanneer de functie van het ambtelijk priesterschap als “hiërarchisch” wordt beschouwd, moet men goed voor ogen houden dat “het geheel is gericht is op de heiligheid van de ledematen van Christus”. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 27 De sleutel en het steunpunt ervan zijn niet de macht, verstaan als overheersing, maar de macht om het Sacrament van de Eucharistie toe te dienen; hieruit komt zijn autoriteit voort, die altijd een dienst aan het volk is. Hier ligt een grote uitdaging voor herders en theologen, die zouden kunnen helpen beter te erkennen wat dit betekent met betrekking tot een mogelijke rol van de vrouw daar waar belangrijke beslissingen worden genomen, op de verschillende terreinen van de Kerk.

De jongerenpastoraal heeft, zoals wij gewend waren die te ontwikkelen, de schok van de maatschappelijke veranderingen meegemaakt. De jongeren vinden in de gewone structuren vaak geen antwoord op hun onrust, noden, problemen en wonden. Het vergt van ons, volwassenen, het nodige om geduldig naar hen te luisteren, hun onrust of hun verlangens te begrijpen en met hen te leren praten in de taal die zij begrijpen. Om dezelfde reden levert het educatieve aanbod niet de gehoopte vruchten op. De toename en de groei van verenigingen en bewegingen van overwegend jongeren kunnen worden gezien als een werken van de Heilige Geest, die nieuwe wegen opent in overeenstemming met hun verwachtingen en zoektocht naar diepe spiritualiteit en een concreter gevoel van verbondenheid. Het is echter noodzakelijk de deelname van deze verenigingen binnen de pastoraal van het geheel van de Kerk duurzamer te maken. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 13e Gewone Bisschoppensynode over de nieuwe evangelisatie (27 okt 2012), 51

Zoals ik reeds heb gezegd, heb ik geen volledige analyse willen geven, maar nodig ik de gemeenschappen uit deze perspectieven aan te vullen en te verrijken, te beginnen bij het bewustzijn van de uitdagingen die hen direct of van dichtbij betreffen. Ik hoop dat, wanneer zij dat zullen doen, er rekening mee houden dat, telkens als wij in de huidige werkelijkheid de tekenen van de tijd trachten te lezen, het goed is te luisteren naar de jongeren en de ouderen. Beiden zijn de hoop van de volken. De ouderen brengen de herinnering en de wijsheid van de ervaring in, die ertoe uitnodigt niet domweg dezelfde fouten van het verleden te herhalen. De jongeren roepen ons op de hoop weer op te wekken en te vergroten, omdat zij de nieuwe tendensen van de mensheid in zich dragen en ons openstellen voor de toekomst, zodat wij niet blijven steken in de nostalgie naar structuren en gewoonten die niet meer dragers van leven zijn in de huidige wereld.

Op veel plaatsen zijn de roepingen tot het priesterschap en het Godgewijde leven schaars. Vaak is dat te wijten aan de afwezigheid van aanstekelijk apostolisch vuur in de gemeenschappen, waardoor zij niet enthousiasmeren en geen aantrekkingskracht opwekken. Waar leven, vuur, wil om Christus aan de anderen te brengen is, daar ontstaan echte roepingen. Zelfs in parochies waar de priesters niet erg geëngageerd en blij zijn, is het het broederlijke en vurige leven van de gemeenschap dat het verlangen opwekt zich geheel te wijden aan God en de evangelisatie, vooral als deze levendige gemeenschap met aandrang bidt voor roepingen en de moed heeft haar jongeren een weg van bijzondere wijding voor te houden. Anderzijds hebben wij ondanks de schaarste aan roepingen vandaag een duidelijker bewustzijn van de noodzaak van een betere selectie van de kandidaten voor het priesterschap. Men mag de seminaries niet vullen op grond van welk soort van motivatie ook, zeker niet wanneer deze verbonden is met affectieve onzekerheid, het zoeken naar vormen van macht, menselijke roem of economisch welzijn.

Zoals ik reeds heb gezegd, heb ik geen volledige analyse willen geven, maar nodig ik de gemeenschappen uit deze perspectieven aan te vullen en te verrijken, te beginnen bij het bewustzijn van de uitdagingen die hen direct of van dichtbij betreffen. Ik hoop dat, wanneer zij dat zullen doen, er rekening mee houden dat, telkens als wij in de huidige werkelijkheid de tekenen van de tijd trachten te lezen, het goed is te luisteren naar de jongeren en de ouderen. Beiden zijn de hoop van de volken. De ouderen brengen de herinnering en de wijsheid van de ervaring in, die ertoe uitnodigt niet domweg dezelfde fouten van het verleden te herhalen. De jongeren roepen ons op de hoop weer op te wekken en te vergroten, omdat zij de nieuwe tendensen van de mensheid in zich dragen en ons openstellen voor de toekomst, zodat wij niet blijven steken in de nostalgie naar structuren en gewoonten die niet meer dragers van leven zijn in de huidige wereld.

Uitdagingen zijn er om te worden overwonnen. Laten wij realistisch zijn, maar zonder de vreugde, de moed en de toewijding vol hoop te verliezen! Laten wij ons niet laten beroven van de missionaire kracht!

Document

Naam: EVANGELII GAUDIUM
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 november 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam