• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Geestelijke wereldse gezindheid, die zich verschuilt achter de schijn van religiositeit en zelfs liefde voor de Kerk, bestaat in het zoeken naar menselijke eer en persoonlijk welzijn in plaats van naar de eer van de Heer. Dat verweet de Heer de farizeeërs: “Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven, als gij van elkaar eer tracht te verwerven, terwijl gij de eer die van de enige God komt, niet zoekt?” (Joh. 5, 44). Het betreft een subtiele wijze van het zoeken naar “het eigen belang, niet dat van Jezus Christus” (Fil. 2, 21). Zij neemt veel vormen aan, al naar gelang het type persoon en de omstandigheid waar zij binnensluipt. Aangezien zij is verbonden met het zoeken naar de schijn, gaat zij niet altijd gepaard met openlijke zonden en lijkt uiterlijk alles correct. Maar als zij de Kerk zou binnendringen, “zou zij oneindig rampzaliger zijn dan welke andere eenvoudig morele wereldsheid zijn”. Henri de Lubac, Méditation sur L’Eglise. Paris 1953. Éditions Montaigne, Lyon 1968, p. 321

Deze wereldse gezindheid kan zich in het bijzonder op twee ten diepste met elkaar verbonden wijzen voeden. Één is de aantrekkingskracht van het gnosticisme, een in subjectivisme opgesloten geloof, waar alleen maar een bepaalde ervaring of een reeks redeneringen en vormen van kennis van belang zijn, die, naar men denkt, kunnen troosten en verlichten, maar waar het subject uiteindelijk opgesloten blijft in de immanentie van zijn eigen rede en zijn gevoelens. De andere is het op zichzelf betrokken en prometheïsch neopelagianisme van hen die uiteindelijk alleen maar vertrouwen op eigen kracht en zich verheven voelen boven de anderen, omdat zij zich aan bepaalde normen houden of omdat zij onwrikbaar trouw zijn aan een zekere katholieke stijl die eigen is aan het verleden. Het is een vermeende leerstellige of disciplinaire zekerheid die ruimte biedt aan een narcistisch en autoritair elitisme, waar men in plaats van te evangeliseren de anderen analyseert en classificeert en in plaats van de toegang tot de genade te vergemakkelijken energie steekt in het controleren. In beide gevallen zijn noch Jezus Christus, noch de anderen werkelijk van belang. Het zijn uitingen van een antropocentrisch immanentisme. Het is onmogelijk zich voor te stellen dat uit deze beperkende vormen van Christendom een authentieke evangeliserende dynamiek kan voortkomen.

Deze duistere wereldse gezindheid openbaart zich in veel blijkbaar tegengestelde houdingen, echter met dezelfde pretentie “de ruimte van de Kerk te beheersen”. In sommigen ziet men een overdreven zorg voor de liturgie, de leer en het prestige van de Kerk, maar zonder dat zij zich zorgen maken over een werkelijke inpassing van het Evangelie in het Volk van God en de concrete behoeften van de geschiedenis. Zo verandert het leven van de Kerk in een museumstuk of een bezit van weinigen. In anderen verbergt zich dezelfde geestelijke wereldse gezindheid achter de aantrekkingskracht om maatschappelijke en politieke veroveringen te kunnen laten zien of in een verwaandheid die verbonden is met het organiseren van praktische zaken, of een zich aangetrokken voelen door de dynamiek van zelfachting en op zichzelf betrokken verwezenlijking. Het kan zich ook vertalen in verschillende wijzen van aan zichzelf laten zien hoe men betrokken is bij een intensief sociaal leven, vol reizen, vergaderingen, etentjes, recepties. Of het komt tot uitdrukking in een manager-functionalisme, overladen met statistieken, planningen en beoordelingen, waar de voornaamste begunstigde niet het Volk van God is, maar veeleer de Kerk als organisatie. In alle gevallen draagt zij niet het zegel van de mens geworden, gekruisigde en verrezen Christus, sluit zij zich op in elite-groeperingen, gaat zij niet werkelijk op zoek naar hen die veraf zijn, noch naar de immense menigten die dorsten naar Christus. Er is geen evangelisch vuur meer, maar het valse plezier van een egocentrische zelfgenoegzaamheid.

In deze context wordt de verwaandheid gevoed van hen die zich er tevreden mee stellen enige macht te hebben en meer de voorkeur eraan geven generaals van verslagen legers te zijn dan eenvoudige soldaten van een eskadron dat blijft strijden. Hoe vaak dromen wij van apostolische, expansionistische, minutieuze en goed ontworpen plannen die eigen zijn aan verslagen generaals! Zo ontkennen wij onze kerkgeschiedenis, die roemrijk is als geschiedenis van offers, hoop, dagelijkse strijd, leven dat zich in dienstbaarheid heeft uitgeput, standvastigheid in moeizaam werk, omdat ieder werk “zweet van ons aanschijn” is. Wij converseren integendeel ijdel door te praten over “wat men zou moeten doen” - de zonde van het “wat men zou moeten doen” - als geestelijke meesters en specialisten in de pastoraal die instructies geven van buitenaf. Wij koesteren onze onbegrensde verbeeldingskracht en verliezen het contact met de pijnlijke werkelijkheid van ons gelovige volk.

Wie tot deze wereldse gezindheid is vervallen, kijkt van boven neer en van ver af, wijst de profetie van de broeders en zusters af, brengt wie hem vragen stelt, in diskrediet, laat voortdurend de fouten van anderen naar voren komen en is bezeten van uiterlijke schijn. Hij heeft het referentiepunt van het hart teruggebracht tot de gesloten horizon van zijn immanentie en zijn belangen en als gevolg hiervan leert hij niet van zijn eigen zonden, noch staat hij authentiek open voor vergeving. Het is een verschrikkelijke ontaarding met de schijn van het goede. Men moet deze vermijden door de Kerk ertoe te bewegen uit zichzelf te treden, te bewegen tot een zending die op Christus is gericht, tot een inzet voor de armen. Moge God ons bevrijden van een wereldse Kerk onder spirituele of pastorale draperieën! Deze verstikkende wereldse gezindheid geneest door de zuivere lucht te proeven van de Heilige Geest, die ons ervan bevrijdt teveel op onszelf gericht te zijn, verborgen in een religieuze schijn zonder God. Laten wij ons niet laten beroven van het Evangelie!

Document

Naam: EVANGELII GAUDIUM
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 november 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam