• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Kerk, die missionaire leerlinge is, heeft behoefte eraan te groeien in haar interpretatie van het geopenbaarde Woord en in haar begrip van de waarheid. De taak van de exegeten en theologen helpt “het oordeel van de Kerk” te doen rijpen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12 Op een andere wijze doen dat ook de overige wetenschappen. Met verwijzing naar bijvoorbeeld de sociale wetenschappen heeft Johannes Paulus II gezegd dat de Kerk aandacht besteedt aan de bijdragen ervan om “daaruit concrete aanwijzingen te halen die haar helpen haar zending van leergezag te vervullen”. H. Paus Johannes Paulus II, Motu Proprio, Oprichting van de Pauselijke Academie voor Sociale Wetenschappen, Socialium scientiarum investigationes (1 jan 1994). AAS 86 (1994), 2009 Bovendien zijn er binnen de Kerk talloze kwesties waaromtrent men in grote vrijheid onderzoek doet en nadenkt. De verschillende lijnen van filosofisch, theologisch en pastoraal denken kunnen, als zij zich door de Geest in respect en liefde met elkaar in overeenstemming laten brengen, de Kerk doen groeien, in zoverre zij helpen beter de zeer rijke schat van het Woord te verduidelijken. Aan allen die dromen van een monolithische, door allen verdedigde leer zonder nuances, kan dit een onvolmaakte versnippering schijnen, maar de werkelijkheid is dat een dergelijke verscheidenheid ertoe helpt de verschillende aspecten van de onuitputtelijke rijkdom van het Evangelie beter te laten zien en te ontwikkelen. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 47, art. 1: De heilige Thomas van Aquino onderstreept die verscheidenheid en onderscheidt “voortkomt uit de bedoeling van de eerste oorzaak”, hij die wilde dat “wat aan iedere zaak ontbrak om de goddelijke goedheid te vertegenwoordigen, door andere werd gecompenseerd”, omdat zijn goedheid “niet passend door één schepsel zou kunnen worden vertegenwoordigd” Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 47, art. 2, ad 1; q. 47, art 3: Daarom hebben wij er behoefte aan de verscheidenheid van de dingen in haar veelvuldige relaties te begrijpen. Om eensgelijke redenen hebben wij er behoefte aan naar elkaar te luisteren en elkaar aan te vullen in onze gedeeltelijke perceptie van de werkelijkheid en het Evangelie.

Tegelijkertijd vragen de geweldige en snelle culturele veranderingen erom dat wij voortdurend opletten te trachten de waarheden van altijd in een taal uit te drukken die het mogelijk maakt de blijvende nieuwheid ervan te herkennen. Want in het goed van de christelijke leer “is de substantie één ding (...) en een ander de manier waarop dit wordt uitgedrukt”. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 33 Soms is bij het horen van een volledig orthodox taalgebruik dat wat de gelovigen meekrijgen op grond van het taalgebruik dat zij gebruiken en begrijpen, iets dat niet beantwoordt aan het ware Evangelie van Jezus Christus. Met de heilige bedoeling hun de waarheid over God en het menselijk wezen mee te delen geven wij hun bij sommige gelegenheden een valse god of een menselijk ideaal dat niet werkelijk christelijk is. Zo zijn wij trouw aan een formulering, maar brengen wij het wezen niet over. Dat is het ernstigste risico. Laten wij eraan denken dat “de uitdrukkingsvorm van de waarheid vele gestalten kan aannemen en de vernieuwing van de uitdrukkingsvormen noodzakelijk wordt om aan de mens van vandaag de evangelische boodschap in haar onveranderlijke betekenis door te geven”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 19

Dit is zeer van belang bij de verkondiging van het Evangelie, als het ons werkelijk ter harte gaat de schoonheid ervan beter te laten bespeuren en deze door allen te laten aannemen. Wij zullen in ieder geval nooit van het onderricht van de Kerk iets kunnen maken dat gemakkelijk te begrijpen is en dat door allen met blijdschap wordt gewaardeerd. Het geloof behoudt altijd een aspect van het kruis, enige duisterheid die geen afbreuk doet aan de vastberadenheid om erin toe te stemmen niet wegneemt. Er zijn dingen die men alleen begrijpt en waardeert uitgaande van deze instemming, die de zuster is van de liefde, uitstijgend boven de duidelijkheid waarmee men de redenen en de argumenten ervan kan begrijpen. Daarom is het noodzakelijk eraan te herinneren dat ieder onderricht van de leer moet worden geplaatst in een evangeliserende houding die met nabijheid, liefde en getuigenis de instemming van het hart wekt.

In haar voortdurende onderscheiding kan de Kerk ook ertoe komen eigen gewoonten te herkennen die niet direct verbonden zijn met de kern van het Evangelie, waarvan enkele diep zijn geworteld in de loop van de geschiedenis, die vandaag intussen niet meer op dezelfde wijze worden verstaan en waarvan de boodschap gewoonlijk niet op de juiste wijze wordt waargenomen. Zij kunnen mooi zijn, maar doen nu niet op dezelfde wijze dienst met betrekking tot de overdracht van het Evangelie. Laten wij niet bang zijn deze te herzien. Zo zijn er ook kerkelijke normen en voorschriften die in andere tijden zeer doeltreffend kunnen zijn geweest, maar niet meer dezelfde opvoedende kracht hebben als kanalen voor het leven. De heilige Thomas van Aquino onderstreepte dat de voorschriften die door Christus en de apostelen aan het Volk van God zijn gegeven, “zeer gering in aantal” zijn. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 107, art. 4 De heilige Augustinus citerend, merkte hij op dat men de voorschriften die door de Kerk later zijn toegevoegd, met mate moeten worden geëist “om het leven voor de gelovigen niet te verzwaren” en onze godsdienst te veranderen in een slavernij, wanneer “de barmhartigheid van God heeft gewild dat zij vrij was”. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 107, art. 4 Deze waarschuwing, die verschillende eeuwen geleden werd gegeven, heeft een verschrikkelijke actualiteit. Het zou een van de criteria moeten zijn die in overweging moeten worden genomen op het ogenblik dat men denkt aan een hervorming van de Kerk en haar prediking die het mogelijk maakt werkelijk allen te bereiken.

Anderzijds mogen zowel de herders als alle gelovigen die hun broeders en zusters in het geloof of op een weg van opening voor God begeleiden, niet vergeten wat de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
met zoveel duidelijkheid leert: “De toerekenbaarheid van en de verantwoordelijkheid voor een daad kunnen verminderd of zelfs opgeheven worden door onwetendheid, onoplettendheid, geweld, vrees, gewoonten, onmatige verlangens en andere fysieke of sociale factoren”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1735

Daarom is het noodzakelijk, zonder de waarde van het evangelische ideaal te verminderen, met barmhartigheid en geduld de mogelijke groeifasen te begeleiden van mensen die zich van dag tot dag vormen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 34 Ik breng de priesters in herinnering dat de biechtstoel geen folterkamer moet zijn, maar een plaats van de barmhartigheid van de Heer, die ons ertoe aanzet het mogelijk goede te doen. Een kleine stap te midden van de grote menselijke beperkingen kan God aangenamer zijn dan een uiterlijk correct leven van wie zijn dagen doorbrengt zonder belangrijke moeilijkheden het hoofd te bieden. De troost en de prikkel van de heilzame liefde van God die op mysterieuze wijze werkzaam is in iedere persoon, boven zijn gebreken en misstappen, moet ieder kunnen bereiken.

Zo zien wij dat de evangeliserende inzet zich beweegt tussen de grenzen van de taal en de omstandigheden. Hij tracht altijd de waarheid van het Evangelie zo goed mogelijk mee te delen in een bepaalde context, zonder af te zien van de waarheid, het goede en het licht dat hij kan brengen, wanneer volmaaktheid niet mogelijk is. Een missionair hart is zich bewust van deze beperkingen en wordt “zwak met de zwakken (...) alles voor allen” (1 Kor. 9, 22). Het sluit zich nooit af, het trekt zich nooit terug in eigen zekerheden, het kiest nooit voor een zichzelf verdedigende starheid. Het weet dat het zelf moet groeien in het begrip van het Evangelie en in de onderscheiding van de paden van de Geest en dan ziet het niet af van het mogelijk goede, hoewel het gevaar loopt vuil te worden door de modder van de straat.

Document

Naam: EVANGELII GAUDIUM
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 november 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H. Kretzers
Bewerkt: 9 mei 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam