• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Ik voel een geweldige dankbaarheid voor de inzet van al degenen die in de Kerk werken. Ik wil nu niet blijven stilstaan bij de uiteenzetting van de activiteiten van de verschillende werkers in de pastoraal, van de bisschoppen tot het laagste en meest verborgen kerkelijke dienstwerk. Ik zou veeleer graag willen nadenken over de uitdagingen die zij allen onder ogen moeten zien in de context van de huidige geglobaliseerde cultuur. Ik moet echter op de eerste plaats zeggen dat de inbreng van de Kerk in de huidige wereld enorm is. Ons verdriet en onze schaamte voor de zonden van enkele leden van de Kerk en de eigen zonden moeten niet doen vergeten hoeveel Christenen hun leven uit liefde geven: zij helpen zoveel mensen zich te laten behandelen of in vrede te sterven in wankele ziekenhuizen of begeleiden mensen die verschillende verslavingen hebben, in de armste gebieden van de aarde, of zij offeren zich op in de opvoeding van kinderen en jongeren, of zij nemen de zorg op zich voor ouderen die door allen zijn verlaten, of trachten waarden mee te delen in een vijandige omgeving, of zij zijn toegewijd op vele andere wijzen die de immense liefde voor de mensheid laten zien die ons door de mens geworden God is ingegeven. Ik dank voor het mooie voorbeeld dat zoveel Christenen mij geven die hun leven en hun tijd met vreugde aanbieden. Dit getuigenis doet mij zeer goed en steunt mij in mijn persoonlijk streven mijn egoïsme te overwinnen om mij nog meer te geven.

Desondanks staan wij allen, als kinderen van deze tijd, op de een of andere manier onder invloed van de huidige geglobaliseerde cultuur, die, ook al houdt zij ons waarden en nieuwe mogelijkheden voor, ons ook kan beperken, ons kan conditioneren en ons zelfs ziek kan maken. Ik erken dat wij ruimte moeten scheppen die geschikt is om hen die werkzaam zijn in de pastoraal, te motiveren en weer te genezen, “plaatsen waar men het eigen geloof in de gekruisigde en verrezen Jezus weer kan doen herleven, waar men de eigen diepste vragen en zorgen van het dagelijks leven kan delen, waar men ten diepste het eigen bestaan en de eigen ervaring kan onderwerpen aan de evangelische criteria om de eigen individuele en maatschappelijke keuzes te richten op het goede en het schone”. Italiaanse Katholieke Actie, Boodschap van de 14e Nationale Vergadering aan de Kerk en aan het land (8 mei 2011). Tegelijkertijd wil ik de aandacht weer vestigen op enkele verleidingen die vooral vandaag degenen die in de pastoraal werkzaam zijn, treffen.

Vandaag kan men in velen die werkzaam zijn in de pastoraal, inbegrepen de Godgewijde personen, een overdreven zorg vaststellen voor de persoonlijke ruimte voor autonomie en ontspanning, die ertoe leidt de eigen taken te beleven als een puur aanhangsel van het leven, alsof zij geen deel zouden uitmaken van de eigen identiteit. Tegelijkertijd wordt het geestelijk leven verward met enkele religieuze momenten die een zekere troost bieden, maar die niet de ontmoeting met de ander, de inzet in de wereld, de hartstocht voor de evangelisatie voeden. Zo kan men in velen die werkzaam zijn in de evangelisatie, ook al bidden zij, een beklemtoning van het individualisme, een identiteitscrisis of een vermindering van het vuur ontmoeten. Dit zijn drie kwaden die elkaar voeden.

De mediacultuur en enkele intellectuele kringen brengen soms een uitgesproken wantrouwen en een bepaalde ontgoocheling over ten opzichte van de boodschap van de Kerk. Als gevolg ontwikkelen velen van hen die in de pastoraal werken, hoewel ze bidden, een soort minderwaardigheidscomplex, dat hen ertoe brengt hun christelijke identiteit en hun overtuigingen te relativeren of te verbergen. Dan komt er een vicieuze cirkel tot stand, omdat zij zo niet gelukkig zijn met wat zij zijn en wat zij doen, zich niet vereenzelvigd voelen met de evangeliserende zending, en dit verzwakt de inzet. Tenslotte verstikken zij de vreugde van de zending in een soort obsessie om als alle anderen te zijn en te hebben wat anderen bezitten. Op deze wijze wordt de taak van de evangelisatie iets geforceerds en worden er weinig krachten en een zeer beperkte tijd aan besteed.

Er ontwikkelt zich in hen die in de pastoraal werkzaam zijn, buiten de geestelijke stijl of de bijzondere lijn van denken die zij kunnen hebben, een nog gevaarlijker relativisme dan dat op het gebied van de leer. Dat heeft te maken met de diepste en meest oprechte keuzes die een levensvorm bepalen. Dit praktisch relativisme bestaat in het handelen, alsof God niet zou bestaan, beslissingen nemen, alsof de armen niet zouden bestaan, dromen, alsof de anderen niet zouden bestaan, werken, alsof degenen die de boodschap niet hebben ontvangen, niet zouden bestaan. Opmerkelijk is het feit dat zelfs wie blijkbaar beschikt over vaste leerstellige en geestelijke overtuigingen, vaak vervalt in een levensstijl die ertoe leidt zich vast te klampen aan economische zekerheden of aan ruimtes van macht en menselijke roem die men zich hoe dan ook verschaft, in plaats van het leven voor anderen in de zending te geven. Laten wij ons niet beroven van het missionaire enthousiasme.

Wanneer wij meer behoefte hebben aan missionaire dynamiek die zout en licht aan de wereld brengt, vrezen veel leken dat iemand hen uitnodigt om een of andere apostolische taak te verwezenlijken en proberen te ontkomen aan iedere inzet die hun vrije tijd kan ontnemen. Het is bijvoorbeeld vandaag heel moeilijk geworden voor de parochies catechisten te vinden die gekwalificeerd zijn en in hun taak verschillende jaren volharden. Iets dergelijks gebeurt echter ook bij de priesters die zich obsessief bezighouden met hun persoonlijke tijd. Dit is vaak te wijten aan het feit dat de mensen de dwingende behoefte voelen hun ruimte voor autonomie te beschermen, alsof een taak van evangelisatie een gevaarlijk vergif zou zijn in plaats van een vreugdevol antwoord op de liefde van God, die ons tot zending bijeenroept en ons volkomen en vruchtbaar maakt. Sommigen verzetten zich ertegen om de smaak van de zending tot op de bodem te ondervinden en blijven zich hullen in een verlammende inertie.

Het probleem is niet altijd een overmaat aan activiteit, maar het zijn vooral de activiteiten die slecht worden beleefd, zonder de juiste motiveringen, zonder een spiritualiteit waarvan het handelen is doordrongen en die het wenselijk maken. Hieruit komt voort dat plichten meer dan redelijk is, vermoeien en soms ziek maken. Het gaat niet om een kalme, maar gespannen, zware, onvoldane en uiteindelijk niet aanvaarde moeite. Deze pastorale inertie kan een verschillende oorsprong hebben. Sommigen vervallen ertoe, omdat zij doorgaan met niet te verwezenlijken projecten en niet graag betrokken zijn bij wat zij rustig zouden kunnen doen. Anderen, omdat zij de moeilijke ontwikkeling van de processen niet accepteren en willen dat alles uit de hemel komt vallen. Anderen, omdat zij zich vastklampen aan enkele projecten of aan dromen over succes die door hun ijdelheid worden gekoesterd. Anderen, omdat zij het werkelijke contact met de mensen hebben verloren in een verzakelijking van de pastoraal die ertoe leidt meer aandacht te besteden aan de organisatie dan aan de personen, zodat hen meer het “marsschema” dan de mars zelf interesseert. Anderen vervallen tot inertie, omdat zij niet weten te wachten, het levensritme willen beheersen. Het huidige verlangen onmiddellijk tot resultaten te komen zorgt ervoor dat zij die in de pastoraal werken, niet gemakkelijk de zin van enige tegenkanting, een schijnbare mislukking, een kritiek, een kruis verdragen.

Zo krijgt de grootste bedreiging vorm, dat wil zeggen “het grijze pragmatisme van het dagelijkse leven van de Kerk, waarin alles schijnbaar normaal verder gaat, terwijl in werkelijkheid het geloof slijt en degenereert in kleingeestigheid”. Joseph Kardinaal Ratzinger, Situazione attuale della fede e della teologia (20 nov 1996). Lezing uitgesproken gedurende de Ontmoeting van de Voorzitters van de Bisschoppencommissies van Latijns-Amerika voor de Geloofsleer, gehouden in Guadalajara, Mexico 1996. Gepubliceerd in L’Osservatore Romano, 1 november 1996; geciteerd in 5e Algemene Conferentie van het episcopaat van Latijns-Amerika en de Caraïben, Document van Aparecida (29 juni 2007), 12. Er ontwikkelt zich een psychologie van het graf, die langzaam de Christenen verandert in mummies voor een museum. Teleurgesteld door de werkelijkheid, door de Kerk en door zichzelf, hebben zij voortdurend de verleiding zich vast te klampen aan een zoetige droefheid, zonder hoop, die zich van hun hart meester maakt als “het kostbaarste elixir van de duivel”. Georges Bernanos, Journal d’un curé de campagne. Paris 1936, Éditions Plon 1974, p. 135. Geroepen om te verlichten en leven mee te delen, laten zij zich uiteindelijk fascineren door dingen die alleen maar duisternis en innerlijke vermoeidheid voortbrengen en die de apostolische dynamiek verzwakken. Om dit alles veroorloof ik het mij erop aan te dringen: laten wij ons niet beroven van de vreugde van de evangelisatie!

De vreugde van het Evangelie is die welke niets en niemand ons ooit zal kunnen ontnemen. Vgl. Joh. 16, 22 De kwaden van onze wereld - en die van de Kerk - zouden geen excuus moeten zijn om onze inzet en ons vuur te verminderen. Laten wij ze beschouwen als uitdagingen om te groeien. Bovendien is de blik van het geloof in staat het licht te herkennen dat de Heilige Geest steeds uitstort te midden van de duisternis, zonder te vergeten dat “waar de zonde heeft gewoekerd, de genade mateloos werd” (Rom. 5, 20). Ons geloof wordt uitgedaagd een glimp op te vangen van de wijn waarin het water kan worden veranderd, en het graan te ontdekken dat groeit te midden van het onkruid. Ook al voelen wij verdriet vanwege de ellende van onze tijd en zijn wij ver verwijderd van naïef optimisme, dan mag vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie het grootste realisme niet een minder vertrouwen in de Geest, noch minder edelmoedigheid betekenen. In deze zin kunnen wij opnieuw naar de woorden van de zalige Johannes XXIII luisteren op die gedenkwaardige dag van 11 oktober 1962:

“Niet zonder belediging voor onze oren worden ons de geluiden verteld van enkelen die, hoewel brandend van ijver voor de godsdienst, de feiten echter zonder voldoende objectiviteit, noch met een wijs oordeel inschatten. In de huidige omstandigheden van de menselijke samenleving zijn zij niet meer in staat iets anders te zien dan ondergang en ellende (...). Het lijkt ons dat wij het resoluut oneens moeten zijn met deze onheilsprofeten, die altijd het ergste verkondigen, als dreigde het einde van de wereld. Bij de huidige stand van de menselijke gebeurtenissen, waarin de mensheid aan een nieuwe orde van de dingen lijkt te beginnen, zijn veeleer de mysterieuze plannen van de Goddelijke Voorzienigheid te zien, die achtereenvolgens worden verwezenlijkt door middel van het werk van de mensen en dikwijls buiten hun verwachtingen en met wijsheid alles beschikken, ook de menselijke tegenspoed voor het welzijn van de Kerk”. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 21-23

Een van de ernstigste verleidingen die het vuur en de durf verstikken, is het gevoel van een nederlaag, dat ons verandert in ontevreden en ontgoochelde pessimisten met een duister gezicht. Niemand kan een veldslag ondernemen, als hij tevoren niet volledig vertrouwt op de overwinning. Wie zonder vertrouwen begint, heeft van tevoren de helft van de veldslag verloren en begraaft zijn eigen talenten. Ook al is het in het smartelijke bewustzijn van de eigen zwakheden, men moet verder gaan zonder zich gewonnen te geven en zich herinneren wat de Heer tot de heilige Paulus zei: “Je hebt genoeg aan mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen” (2 Kor. 12, 9). Een christelijke overwinnin is altijd een kruis, maar een kruis dat tegelijkertijd een overwinningsbanier is, die met een strijdbare tederheid tegen de aanvallen van het kwaad wordt gedragen. De boze geest van de nederlaag is de broer van de verleiding voortijdig het graan van het onkruid te scheiden, als product van een angstig en egoïstisch wantrouwen.

Document

Naam: EVANGELII GAUDIUM
Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 november 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam