• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Vissersring

Het tweede teken waarmee in de liturgie van vandaag de installatie in het Petrinische ambt wordt aangeduid, bestaat in de overhandiging van de Vissersring. De roeping van Petrus tot het herderschap, waarover we in het Evangelie hebben gehoord, volgt op het verhaal van een wonderbare visvangst: na een nacht waarin ze zonder succes de netten uitgegooid hadden, zien de leerlingen aan de oever de verrezen Heer. Hij beveelt hen nog een keer het net uit te werpen en meteen daarop raakt het net zo vol dat ze er niet in slagen het op te halen. Honderddrieënvijftig grote vissen: "En ofschoon het er zoveel waren, het net scheurde niet" (Joh. 21, 11). Dit verhaal aan het eind van de aardse weg van Jezus met zijn leerlingen, correspondeert met een verhaal aan het begin daarvan: ook toen hadden de leerlingen heel de nacht niets gevangen; ook toen had Jezus Simon uitgenodigd nog een keer naar het diepe te varen. En Simon, die nog niet Petrus werd genoemd, geeft het bewonderenswaardige antwoord: Meester, op uw woorden zal ik de netten uit werpen. En daarop vertrouwt Hij hem de zending toe: "Wees niet bevreesd. Van nu af zul je mensen vangen" (Lc. 5, 1-11).

Ook vandaag de dag wordt tegen de Kerk en tegen de opvolgers van de apostelen gezegd uit te varen naar het diepe van de zee van de geschiedenis en de netten uit te werpen, om de mensen voor het Evangelie - voor God, voor Christus, voor het ware leven - te winnen. De Vaders hebben ook aan deze unieke opdracht een bijzonder commentaar gewijd. Zij zeggen het zo: voor de vis, die voor het water is geschapen, is het dodelijk wanneer hij uit de zee getrokken wordt. Hij wordt onttrokken aan zijn levenselement om voor de mensen als voedsel te dienen. Maar bij de zending van de mensenvisser gebeurt het omgekeerde. Wij mensen leven vervreemd, in wateren die gezouten zijn met lijden en dood, in een zee van duisternis zonder licht. Het net van het Evangelie trekt ons uit de wateren van de dood en draagt ons binnen in de schittering van Gods licht, in het ware leven.

Zo is het inderdaad - in de zending van mensenvisser in navolging van Christus, gaat het erom dat mensen van de zee, die gezouten is met allerlei vervreemdingen, gebracht worden naar het land van het leven, naar het licht van God. Dat is het precies: wij bestaan om aan de mensen God te laten zien. En alleen daar waar men God ziet, begint het ware leven. Alleen wanneer we in Christus de levende God ontmoeten, weten we wat het leven is. Wij zijn niet het toevallige en zinloze product van de evolutie. Ieder van ons is de vrucht van een gedachte van God. Ieder van ons is gewild, eenieder geliefd, eenieder nodig. Niets mooiers is er dan door het Evangelie, door Christus, te worden bereikt en verrast. Niets mooiers is er dan Hem te kennen en de vriendschap met Hem aan de anderen te kunnen doorgeven. De taak van de herder, van de mensenvisser kan dikwijls heel moeizaam lijken. Maar het is een mooie en grootse taak, want uiteindelijk is het een dienst aan de vreugde, aan de vreugde van God die zijn intocht wil houden in de wereld.

Document

Naam: ZOALS JEZUS WIL IK EEN HERDER ZIJN, ZOALS PETRUS EEN VISSER VAN MENSEN
Bij de aanvang van de Petrinische dienst als Bisschop van Rome
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 24 april 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Pastoor Chr. van Buijtenen, pr., vertaald uit het Italiaans
Nummering van de redactie
Bewerkt: 30 september 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam