• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET LAATSTE OORDEEL, EEN STIMULANS OM BETER TE LEVEN

Dierbare broeders en zusters,

In het Credo belijden wij dat Jezus in heerlijkheid zal wederkeren om de levenden en doden te oordelen. De mensengeschiedenis begint met de schepping van man en vrouw naar Gods beeld en gelijkenis en eindigt met het laatste oordeel door Christus. Wij vergeten deze twee polen van de geschiedenis dikwijls en soms leeft het geloof in de wederkomst van Christus en in het laatste oordeel niet zo duidelijk of sterk in het hart van de christenen. Tijdens Zijn openbaar leven bleef Jezus dikwijls stilstaan bij de realiteit van Zijn laatste wederkomst. Vandaag zou ik willen nadenken over drie Evangelieteksten die ons in dit mysterie helpen intreden: de tekst over de tien maagden, over de talenten en over het laatste oordeel. Zij maken in het Evangelie van Matteüs alle drie deel uit van Jezus’ toespraak over het einde der tijden.

Herinneren wij ons vooreerst dat Gods Zoon onze mensheid die Hij had aangenomen, met de Hemelvaart bij de Vader heeft gebracht en dat Hij ons allen tot Hem wil trekken, dat Hij heel de wereld door Gods open armen wil laten omarmen opdat op het einde van de geschiedenis heel de werkelijkheid aan de Vader zou teruggegeven worden. Doch er is de tijd tussen de eerste komst van Christus en de laatste, de tijd namelijk die wij nu beleven. Het is in de context van deze tijd dat zich de parabel situeert over de tien maagden. Vgl. Mt. 25, 1-13 Het gaat over tien meisjes die op de komst van de Bruidegom wachten; allen bereiden ze zich erop voor Hem te ontvangen; maar terwijl vijf van hen – de wijze maagden – olie hebben voor hun lampen, gaan de lampen uit van de vijf andere – de dwaze maagden – omdat zij geen olie hebben; en terwijl zij op zoek gaan naar olie, komt de Bruidegom en de dwaze maagden vinden de deur waarlangs men toegang heeft tot het bruiloftsmaal, gesloten. Zij kloppen met aandrang, doch het is te laat; de Bruidegom antwoordt: Ik ken u niet. De Bruidegom is de Heer en de tijd waarin Zijn komst verwacht wordt, is de tijd die Hij ons – ons allen – in Zijn barmhartigheid en geduld geeft voor Zijn definitieve wederkomst; het is een tijd van waakzaamheid, de tijd waarin wij de lamp van het geloof, de hoop en de liefde moeten brandend houden, waarin wij het hart moeten open houden voor het goede, voor schoonheid en waarheid, een tijd waarin volgens God moet geleefd worden, omdat wij noch de dag noch het uur kennen van Christus’ wederkomst. Wat van ons gevraagd wordt, is klaar te zijn voor de ontmoeting – op de ontmoeting voorbereid zijn, een mooie ontmoeting, de ontmoeting met Jezus – dat betekent de tekenen van Zijn aanwezigheid kunnen erkennen, ons geloof levendig houden door het gebed en de sacramenten, waakzaam zijn om niet in te slapen, om God niet te vergeten. Het leven van ingeslapen christenen is een droevig leven, geen gelukkig leven. Een christen moet gelukkig zijn, gelukkig door de vreugde van Jezus. Laten wij niet inslapen!
De tweede parabel, die over de talenten, doet ons nadenken over de band tussen de manier waarop wij de gaven gebruiken die wij van God ontvingen, en Zijn wederkomst wanneer Hij ons zal vragen hoe wij er gebruik van gemaakt hebben. Vgl. Mt. 25, 14-30 Wij kennen die parabel goed: de heer des huizes vertrouwt voor zijn vertrek aan ieder van zijn dienaars meerdere talenten toe, om ze tijdens zijn afwezigheid goed te gebruiken. Vijf aan de eerste, twee aan de tweede en één aan de derde. Tijdens zijn afwezigheid vermenigvuldigden de eerste twee dienaars hun talenten – het zijn oude munten – terwijl de derde verkiest het zijne te begraven en intact terug te geven aan de heer des huizes. Bij zijn terugkeer beoordeelt de heer wat zij deden: hij looft de eerste twee, terwijl de derde buiten gezet wordt in het donker, omdat hij zijn talent verborgen had, uit angst, op zichzelf teruggeplooid. Een Christen die in zichzelf gekeerd blijft, die alles verbergt wat de Heer hem gegeven heeft, is een christen ... is geen christen! Het is een christen die God niet dankt voor al wat Hij hem gegeven heeft! Deze parabel zegt ons dat de verwachting van de wederkomst van de Heer, een tijd van handelen is – wij zijn in de tijd van handelen – de tijd om Gods gaven vrucht te laten dragen, niet voor onszelf maar voor Hem, voor de Kerk, de anderen; de tijd om onophoudelijk te proberen het goede in de wereld te doen vermeerderen. Vooral vandaag, in deze crisistijd, is het belangrijk niet op zichzelf terug te plooien door zijn talenten - zijn spirituele, intellectuele en materiële rijkdom, al wat de Heer ons gegeven heeft - te begraven, maar zich open te stellen, solidair te zijn, aandachtig voor de andere. Ik zie dat er vandaag veel jongeren zijn op het Plein. - Zijn er veel jongeren? Waar zijn ze? - Aan jullie, die aan het begin van uw levensweg staan, vraag ik: denken jullie aan de talenten die God u gegeven heeft? Denken jullie aan de manier waarop jullie ze ten dienste kan stellen van de anderen? Begraaf uw talenten niet! Mik op grote idealen, idealen die uw hart verruimen, idealen van dienstbaarheid die uw talenten vruchtbaar maken. Het leven is ons niet gegeven opdat wij het jaloers voor onszelf zouden bewaren, maar om het te geven. Dierbare jongeren, heb een edelmoedig hart! Heb geen angst om van grote dingen te dromen!
Tenslotte een woord over de passage over het laatste oordeel, die de tweede komst van de Heer beschrijft, wanneer Hij alle mensen, levenden en doden zal oordelen. Vgl. Mt. 25, 31-46 Het beeld dat de evangelist gebruikt is dat van de herder die schapen en bokken scheidt. Degenen die volgens Gods wil gehandeld hebben door hun naaste te hulp te komen die honger had, dorst, die een vreemdeling was, naakt, ziek, gevangen, zullen aan Zijn rechterhand geplaatst worden – ik zei “vreemdeling”: ik denk aan al die vreemdelingen hier in het bisdom Rome; wat doen wij voor hen? -; maar zij die hun naaste niet te hulp gekomen zijn, zullen naar links gaan. Deze parabel zegt ons dat wij door God over onze naastenliefde zullen geoordeeld worden, over de manier waarop wij onze broeders bemind hebben, vooral de zwaksten en armsten. Zeker, wij moeten altijd goed voor de geest houden dat wij gerechtvaardigd zijn, wij zijn door genade verlost, door een belangeloze liefdedaad van God die ons altijd voorafgaat; op ons eentje kunnen wij niets. Het geloof is vooral een gave die wij ontvangen hebben. Doch om vrucht te dragen, vereist Gods genade altijd dat wij ons voor Hem open stellen; de genade vraagt een vrij en concreet antwoord van ons. Christus komt ons Gods verlossende barmhartigheid brengen. Wat ons gevraagd wordt, is ons aan Hem toe te vertrouwen, aan de gave van Zijn liefde te beantwoorden door een goed leven dat bestaat uit daden van geloof en liefde.
Dierbare broeders en zusters, naar het laatste oordeel kijken moet ons nooit bang maken; het moet ons eerder aanzetten om het heden beter te beleven. In Zijn barmhartigheid en geduld biedt God ons deze tijd om Hem iedere dag in de armen en kleinen te leren herkennen, opdat wij ons beijveren om het goede te doen en waakzaam te zijn door gebed en liefde. Moge de Heer ons op het einde van ons leven en van de geschiedenis als goede en trouwe dienaars erkennen.

Document

Naam: HET LAATSTE OORDEEL, EEN STIMULANS OM BETER TE LEVEN
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 april 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. vanuit Franse versie (Zenit.org): Maranatha-Gemeenschap;
alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam