• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE DEELNEMERS AAN DE ALGEMENE JAARVERGADERING VAN INTERNATIONALE THEOLOGISCHE COMMISSIE
Sala dei Papi

Zeer vereerde medebroeders in het bisschops- en in het priesterambt,
zeer vereerde heren professoren en dierbare medewerkers!

Met vreugde begroet ik jullie bij het beëindigen van de werkzaamheden van de jaarlijkse algemene vergadering. Ik groet van harte jullie nieuwe voorzitter, aartsbisschop Gerhard Ludwig Müller, ik dank hem voor de hartelijke woorden, die hij uit naam van u allen tot mij richtte en ik groet jullie nieuwe secretaris-generaal pater Serge-Thomas Bonino.

De algemene vergadering vond plaats in het teken van het Jaar van het Geloof en ik ben blij dat de Internationale Theologische Commissie haar ondersteuning van deze kerkelijke gebeurtenis heeft willen uitdrukken door haar bedevaart naar de pauselijke basiliek Santa Maria Maggiore, om aan de Maagd Maria, praesidium fidei, de werkzaamheden van de commissie toe te vertrouwen, en om te bidden voor allen die zich in medio Ecclesiae wijden aan het werk voor een beter geloofsbegrip en om het vrucht te doen dragen tot welzijn en ter spirituele vreugde van alle gelovigen. Dank voor dat bijzondere gebaar. Ik wil ook mijn waardering uitspreken voor de Internationale Theologische Commissie
Boodschap van de Internationale Theologencommissie b.g.v. het Jaar van het Geloof (16 oktober 2012)
hebben geschreven. Zij stelt duidelijk de bijzonder manier in het licht, waarop theologen aan het Evangeliserings-initiatief van de Kerk kunnen meewerken, door de Waarheid van het geloof trouw te dienen.

Die Internationale Theologische Commissie
Boodschap van de Internationale Theologencommissie b.g.v. het Jaar van het Geloof (16 oktober 2012)
neemt de thema’s weer op, die jullie al eerder uitvoerig hebben uitgewerkt in Internationale Theologische Commissie
Theologie vandaag: perspectieven, principes en criteria
(29 november 2011)
, het document dat begin dit jaar werd gepubliceerd. Door kennis te nemen van de vitaliteit en de veelvormigheid van de theologie van na Vaticanum II wil dit document als het ware de genetische code van de katholieke theologie presenteren, dat wil zeggen de principes die haar identiteit definiëren en als resultaat daarvan haar eenheid in de veelvormigheid van haar vormen garanderen. Daartoe verheldert de tekst de criteria voor een authentieke katholieke theologie, die in staat is haar bijdrage te leveren aan de kerkelijke zending en aan de verkondiging van het Evangelie aan alle mensen. In een culturele context waarin velen in verleiding gebracht worden om de theologie op basis van haar wezenlijke verbonden zijn met het geloof haar academische karakter te ontzeggen of om af te zien van de geloofs- en bekentenisdimensie van de theologie - waarbij ze het risico lopen om haar met religiewetenschap te verwarren en tot religiewetenschap te reduceren -, herinnert jullie document er op gepaste wijze aan, dat de theologie onlosmakelijk verstand en bekennen combineert en dat haar aanwezigheid aan de universiteiten een bij voorkeur over vele vakken verspreide maar samenhangende blik op de menselijke rede als zodanig garandeert of toch zou moeten garanderen.

Naast andere criteria voor een katholieke theologie noemt het document ook de aandacht die theologen moeten hebben voor de sensus fidelium. Het is zeer behulpzaam, dat de commissie zich ook heeft bezig gehouden met dit thema, dat van heel bijzonder belang is met het oog op de reflexie over het geloof en met het oog op het leven van de Kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft, naast dat het de bijzondere en onvervangbare rol bevestigde die toekomt aan het leergezag, ook benadrukt dat het hele Godsvolk geroepen is om aan het profetische ambt van Christus deel te hebben en het concilie heeft daarmee de heilige, door Mozes in woorden vervatte wens verwerkelijkt: “Ik zou willen, dat heel het volk van de Heer profeteerde en dat de Heer zijn geest op hen allen legde” (Num. 11, 29). De dogmatische constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
leert in deze: “De eenheid van alle gelovigen, die de zalving van de Heilige hebben ontvangen Vgl. Joh. 2, 20.27 , kan in het geloof niet dwalen. En deze haar bijzondere eigenschap maakt ze door de bovennatuurlijke geloofszin voor het gehele volk dan duidelijk wanneer ze haar algemene overeenstemming door de bisschoppen tot aan de laatste gelovige in zaken van geloof en zeden uitspreekt.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12 Dit geschenk, dit sensus fidei, vertegenwoordigt in de gelovige een soort van bovennatuurlijk instinct, dat met het object van het geloof zelf een levensnoodzakelijke wezensgelijkheid heeft. We zien, dat juist de gewone gelovigen deze overtuiging in zich dragen, die zekerheid van de geloofszin. De sensus fidei is het criterium waaraan wordt afgemeten, of een Waarheid toebehoort aan het levende geloofsgoed van de apostolische traditie of niet. Het belichaamt ook een constructieve functie, waardoor de Heilige Geest blijvend spreekt tot de Kerk en haar binnenvoert in de gehele Waarheid. Nochthans is het vandaag de dag erg belangrijk om de criteria nauwgezet te bepalen, die het mogelijk maken om de authentieke sensus fidelium van vervalsingen daarvan te onderscheiden. In realiteit is die niet slechts een soort openbare mening van de Kerk en het is ondenkbaar, dat ze zou kunnen worden aangevoerd om de leerstellingen van het leerambt te bestrijden, omdat de sensus fidei zich in de gelovige uitsluitend in die mate kan ontplooien waarin ze ten volle deel heeft aan het leven van de Kerk en dat vooronderstelt een verantwoordelijk vasthouden aan het leer ambt van de Kerk en aan het geloofsgoed.

Vandaag de dag leidt deze bovennatuurlijke geloofsopvatting van de gelovigen er toe om ook resoluut te reageren op het vooroordeel, dat alle religies, en in het bijzonder de monotheïstische religies, vanuit hun wezen geweld zouden bevorderen, in de eerste plaats door hun aanspraak op het bestaan van een universele Waarheid. Menigeen huldigt de opvatting, dat alleen een “polytheïsme van waarden” tolerantie en maatschappelijke vrede kan garanderen en in overeenstemming is met een pluriforme democratische gemeenschap. In een dergelijke context is jullie behandeling van het thema “De Drie-ene God, eenheid onder de mensen. Christendom en Monotheïsme” zeer actueel. Enerzijds is het wezenlijk om er aan te herinneren dat het geloof aan de ene God, de Schepper van hemel en aarde, tegemoet komt aan de behoeften van het metafysische denken, dat door de openbaring van het mysterie van de Drie-ene God niet verzwakt, maar juist gesterkt en verdiept wordt. En anderzijds moet de gestalte naar voren gehaald worden, die de definitieve openbaring van het mysterie van de ene God in het leven en de dood van Jezus Christus aanneemt, en die het kruis tegemoet gaat als “een Lam dat men naar de slachtbank voert” (Jes. 53, 7). De Heer getuigt van een radicale afwijzing van iedere vorm van haat en geweld ten gunste van een absolute voorrang van de Agape. Wanneer in de geschiedenis dus vormen van geweld werden toegepast of nog worden toegepast in de naam van God, dan zijn die niet toe te schrijven aan het monotheïsme, maar aan historische oorzaken, in de eerste plaats aan de dwalingen van mensen. Het is veeleer juist het verwaarlozen van God die de menselijke samenlevingen in een soort van relativisme doet verzinken, die onvermijdelijk tot geweld leidt. Wanneer men aan allen de mogelijkheid ontzegt zich op een objectieve waarheid te beroepen, dan wordt de dialoog onmogelijk gemaakt en het geweld, helemaal openbaar of in het verborgene, wordt dan tot norm van de intermenselijke betrekkingen. Zonder de open houding tot de transcendentie, die het toestaat om antwoorden op vragen te vinden die wij ons stellen over de zin van het leven en over de beste manieren om een zedelijk leven te leiden, zonder die open houding wordt de mens onbekwaam, om rechtvaardig te handelen en voor de vrede op te komen.
Zoals de breuk in de relatie van de mensen met God leidt tot een diepe verstoring van de intermenselijke betrekkingen, zo is ook de verzoening met God, die het kruis van Jezus Christus “onze vrede” (Ef. 2, 14) bewerkt, de fundamentele bron van de eenheid en de gebroederlijkheid. In dit perspectief voegt zich ook jullie reflectie over het derde thema, het thema van de Sociale leer van de Kerk binnen het geheel van de geloofsleer. Zij bevestigt, dat de sociale leer geen uiterlijk toevoeging is, maar dat ze haar basisprincipes juist vanuit dezelfde bronnen benadert als het geloof, zonder daarbij de bijdrage van de sociale filosofie te verwaarlozen. Deze leer spant zich in, om het nieuwe gebod, dat Jezus, de Heer, ons heeft nagelaten: “zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie ook elkaar liefhebben.” (Joh. 13, 34), in de onderscheiden maatschappelijke situaties te verwerkelijken.
We willen de onbevlekte Maagd vragen - als het voorbeeld voor diegenen die het Woord van God horen en daarover nadenken -, dat ze in jullie de genade bewerkt, in het belang van de gehele Kerk, om altijd vreugdevol aan een juist verstaan van het geloof bij te dragen. Door nogmaals uiting te geven aan mijn diep gevoelde dank voor jullie dienstwerk voor de Kerk, verzeker ik jullie van mijn niet aflatende nabijheid in gebed en geef jullie allemaal van harte de Apostolische zegen.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN DE ALGEMENE JAARVERGADERING VAN INTERNATIONALE THEOLOGISCHE COMMISSIE
Sala dei Papi
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 7 december 2012
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert.: drs. Willie Bierman; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam