• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE DEELNEMERS AAN DE ALGEMENE VERGADERING (2012) VAN DE CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER

Heren Kardinalen,
Eerbiedwaardige broeders in het bisschops- en priesterambt,
Beste broeders en zusters!

Het doet mij altijd plezier om u te ontmoeten ter gelegenheid van uw plenaire bijeenkomst en aan u mijn waardering uit te drukken voor de dienst die u de Kerk, en in het bijzonder de Opvolger van Petrus in zijn taak de broeders in het geloof te sterken Vgl. Lc. 22, 32 , bewijst. Ik dank Kardinaal Levada voor zijn vriendelijke welkomsttoespraak waarin hij een aantal belangrijk taken in herinnering bracht die het dicasterie in de afgelopen jaar heeft volbracht. En ik ben de Congregatie bijzonder dankbaar voor haar werk met de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Nieuwe Evangelisatie in het voorbereiden van het Jaar van het Geloof, daarin een gunstig moment herkennende om aan allen de gave van het geloof in de verrezen Christus, de lichtende leer van het Tweede Vaticaans Concilie en de kostbare doctrinaire synthese van de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
, opnieuw voor te stellen.

Zoals we weten loopt het geloof in grote delen van de wereld gevaar uitgedoofd te worden, als een vlam die geen brandstof meer heeft. We worden geconfronteerd met een diepgaande geloofscrisis, een verlies van religieuze gevoeligheid, die de grootste uitdaging voor de Kerk van vandaag vormt. De vernieuwing van het geloof moet dan de eerste prioriteit van de hele Kerk in onze tijd zijn. Het is mijn wens dat het Jaar van het Geloof bijdraagt, met de broederlijke samenwerking van het gehele Volk van God, aan het weer zichtbaar maken van God in deze wereld en aan het openen van de weg van het geloof voor mensen, om zich toe te vertrouwen aan die God die ons tot het uiterste heeft liefgehad Vgl. Joh. 13, 1 in Jezus Christus, gekruisigd en verrezen.

Het onderwerp van de eenheid van Christenen is nauw verbonden met deze opdracht. Ik wil daarom een aantal doctrinaire aspecten overwegen van de oecumenische weg van de Kerk, het onderwerp van diepgaande overweging tijdens deze plenaire sessie, die samenvalt met de afsluiting van de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen. De geest van de oecumene moet in feite beginnen met dat “geestelijk oecumenisme,” met die “ziel van heel de oecumenische beweging” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 8, die te vinden is in de geest van het gebed dat “allen één mogen zijn” (Joh. 17, 21).

De samenhang tussen de oecumenische opdracht en de leer van Vaticanum II, en de hele traditie, is één van de velden geweest waar de Congregatie, in samenwerking met de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen, aandacht aan heeft besteed. Vandaag kunnen we zien dat er vele goede vruchten zijn voortgekomen uit oecumenische dialogen, maar we moeten ook opmerken dat het risico van een vals irenisme en een indifferentisme, dat geheel vreemd is aan de geest van Vaticanum II, onze constante waakzaamheid vereist. Dit indifferentisme wordt veroorzaakt door de mening, die zich steeds blijft verspreiden, dat de waarheid niet toegankelijk is voor de mens en dat het daarom nodig is om ons te beperken tot het vinden van regels van een praxis die de wereld zou kunnen verbeteren. En op die manier zou geloof vervangen worden door een moralisme zonder enige diepe basis. Het hart van ware oecumene is daarentegen het geloof waarin de mens de waarheid ontdekt die geopenbaard wordt in het Woord van God. Zonder het geloof zou de hele oecumenisch beweging gereduceerd worden tot een soort van “sociaal contract” waarin mee ingestemd wordt vanuit een gezamenlijk belang, een “praxeologie” die gericht is op het scheppen van een betere wereld.

De logica van Vaticanum II is geheel anders: het streven naar de complete eenheid van Christenen is een dynamiek die tot leven komt door het Woord van God, door de goddelijke waarheid die in dit Woord tot ons spreekt. Het cruciale probleem, dat door oecumenische dialoog heen snijdt, is daarom de kwestie van de structuur van de openbaring – de relatie tussen de Heilige Schrift, de levende Traditie van de Kerk en het ambt van de opvolgers van Petrus als getuigen van het ware geloof: en hier is het onderwerp van de ecclesiologie, een onderdeel van deze kwestie, impliciet in aanwezig: hoe Gods waarheid ons bereikt. Het onderscheid tussen Traditie met een hoofdletter ‘T’ en tradities is hier onder andere van fundamenteel belang. Ik wil niet in detail treden, maar slechts een opmerking maken. Een belangrijke stap in dit onderscheid werd gezet in de voorbereiding en toepassing van de voorzieningen voor groepen gelovigen vanuit het anglicaanse gemeenschap, die verlangen naar volledige eenheid met de Kerk, de eenheid van de algemene en essentiële goddelijke Traditie, met behoud van hun eigen geestelijke, liturgische en pastorale tradities, die overeenkomen met het katholieke geloof. Vgl. Paus Benedictus XVI, Apostolische Constitutie, Het voorzien in persoonlijke ordinariaten voor Anglicanen die in de volledige gemeenschap toetreden tot de Katholieke Kerk, Anglicanorum Coetibus (4 nov 2009), 3 Er bestaat, in feite, een geestelijke rijkdom in de verschillende christelijke denominaties, die de uitdrukking is van het ene geloof en een gave om samen te delen en te ontdekken binnen de Traditie van de Kerk.

Tegenwoordig, dan, heeft één van de fundamentele kwesties te maken met het probleem van gepaste methoden in de verschillende oecumenische dialogen. Die moeten ook het belang van het geloof weergeven. De waarheid kennen is het recht van elke gesprekspartner in een ware dialoog. De liefdadigheid voor onze naaste zelf vereist het. Wat dit betreft is het noodzakelijk om controversiële vragen te stellen en dat met moed te doen, steeds in de geest van broederschap en wederzijds respect. Het is bovendien belangrijk een juiste interpretatie te bieden van die “rangorde of ‘hierarchie’ van waarheden in de katholieke leer” waar het decreet “2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 11 van spreekt, wat op generlei wijze betekent dat het geheel van het geloof moet worden gereduceerd, maar dat haar interne organische structuur tevoorschijn moet worden gebracht. De studiedocumenten die zijn voortgebracht door verschillende oecumenische dialogen zijn ook zeer relevant. Deze teksten kunnen niet genegeerd worden omdat zij een belangrijke vrucht, zij het voorlopig, vormen van wederzijdse overwegingen die in de loop der jaren is ontwikkeld. Maar hun echte belang moet worden herkent als een bijdrage aan de bevoegde Autoriteit van de Kerk, die als enige geroepen is deze beslissend te beoordelen. Aan zulke teksten een bindend of bijna bepalend gewicht toe te kennen over lastige vraagstukken in de dialoog, zonder beoordeling van de kerkelijke Autoriteit, zal uiteindelijk de weg naar volledige eenheid in het geloof niet bevorderen.

Een laatste kwestie die ik als afsluiting wil noemen is de kwestie van de moraliteit, een nieuwe uitdaging voor de oecumenische reis. In dialogen kunnen we de grote morele vragen over het menselijk leven, het gezin, seksualiteit, bio-ethiek, vrijheid, gerechtigheid en vrede niet negeren.

Het zal belangrijk zijn om over deze onderwerpen met één stem te spreken, puttend uit de basis van de Schrift en de levende traditie van de Kerk. Deze traditie helpt ons de taal van de Schepper in zijn schepping te ontcijferen. Door het verdedigen van de basiswaarden van de grote traditie van de Kerk verdedigen we de mens, verdedigen we de schepping.

Als afsluiting van deze overwegingen, hoop ik op de nauwe en broederlijke samenwerking van de Congregatie met de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen, met als doel het effectief bevorderen van een herstel van complete eenheid onder Christenen. Verdeeldheid onder christenen “is niet alleen apert in strijd met de wil van Christus, maar ze is ook een ergernis voor de wereld en ze doet afbreuk aan de heilige zaak van de verkondiging van het Evangelie aan alle mensen” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 1. Eenheid is daarom niet alleen de vrucht van geloof maar ook een middel tot en bijna een veronderstelling van de verkondiging van het geloof op een steeds geloofwaardiger wijze aan hen die de Verlosser nog niet kennen. Jezus bad: “Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden” (Joh. 17, 21).

Met de hernieuwing van mijn dankbaarheid aan uw dienstwerk, verzeker ik u van mijn constante spirituele nabijheid en van harte schenk ik u de Apostolische Zegen. Dank u.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN DE ALGEMENE VERGADERING (2012) VAN DE CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 27 januari 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana / incaelo.wordpress.com
Werkvert.: Mark de Vries; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam