• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

MAXIMA QUIDEM
In het Consistorie b.g.v. de heiligverklaring van 26 Japanse martelaren en Michael de Sanctis, Belijder

Eerbiedwaardige Broeders,

Wij zijn met eene groote vreugde vervuld geworden, toen Wij gisteren onder Gods hulp den rang en de eeredienst van Heiligen hebben kunnen toekennen aan zeven-en-twintig Martelaren van Japan en 1 Belijder stoutmoedige helden van onze goddelijke godsdienst, terwijl Wij U aan onze zijde zagen, U, die met zoo groote godsvrucht en met zoo vele deugden begaafd, geroepen om onzen kommer te midden van een zoo droevigen tijd te deelen, moedig strijdende voor het huis van Israël, Ons een opperste steun en troost zijt. Gave God dat, middelerwijl Wij door deze vreugde overstelpt worden, Ons geene oorzaak tot leed en rouw van elders kwam bedroeven! Met der daad, Wij kunnen niet anders dan overladen zijn met kommer en angst, als Wij de zoo droevige en betreurenswaardige schade en rampen zien, waardoor de Katholieke Kerk en de burgerlijke maatschappij zelve, tot groot nadeel der zielen, ellendiglijk worden gekweld en verdrukt. Gij kent immers, Eerbiedwaardige Broeders, dien onverzoenbaren oorlog aan de gansche Katholiciteit verklaard door die menschen, die vijanden van het Kruis van CHRISTUS , de gezonde leer moede, vereenigd door een misdadig verbond, alles lasteren wat zij niet kennen; die door alle snoode listen onze H. Godsdienst en de menschelijke maatschappij op hare grondslagen trachten te doen wankelen, ja, zoo mogelijk, geheel omver te werpen; die pogen de hoofden en harten te bederven, ze op te vullen met de rampzaligste dwalingen en ze aan de Katholieke godsdienst te ontrukken. Die verraderlijke bewerkers van bedrog, die uitvinders van leugens houden niet op met uit de duisternissen de monsterachtigste dwalingen der oude tijden op te rakelen, dwalingen, reeds zoo dikwerf door de verstandigste en geleerdste geschriften wederlegd en verwonnen, en veroordeeld door de gestrengste oordeelen der Kerk; dwalingen, die zij opvijzelen, door ze in nieuwe en bedriegelijke vormen en woorden te kleeden, en alom op alle mogelijke manieren verbreiden. Door dien vloekwaardigen en waarlijk duivelachtigen loeleg bezoedelen en verpesten zij alle weienschap; verspreiden, lot den ondergang der zielen, een doodelijk gif; begunstigen eene toomelooze losbandigheid en de slechtste harlstogten; werpen de godsdienstige en maatschappelijke orde omver; trachten elk denkbeeld van geregtigheid-, van waarheid, van regt, van deugd en van godsdienst te vernietigen, en bespotten, hoonen en versmaden de leer en de heilige geboden van CHRISTUS. Ons gemoed deinst met afgrijzen terug en schroomt zelfs vlugtig de voornaamste dier verpestende dwalingen op te sommen , waardoor die menschen in oDze ongelukkige tijden alle goddelijke en menschelijke zaken verwarren.

Niemand van U, Eerbiedwaardige Broeders, is het onbekend, dat deze lieden geheel en al het noodzakelijke verband verbreken, dat door Gods wil de natuurlijke orde met de bovennatuurlijke orde verbindt, en dat zij te gelijkertijd veranderen, omkeeren en vernietigen het eigen, waar en wettig karakter en gezag der goddelijke Openbaring, alsmede de inrigting en de magt der Kerk. En in hunne vermetele vrijheid van denken, zijn zij zoo ver gekomen , dat zij niet vreezen stoutmoediglijk alle waarheid, alle wet, alle magt, alle regt van goddelijken oorsprong te ontkennen; zij schamen zich niet te verzekeren, dat de wetenschap der wijsbegeerte en der zedekunde, alsook de burgerlijke wetten kunnen en moeten afwijken van de openbaring en het gezag der Kerk; dal de Kerk niet is eene waarachtige, volmaakte en volkomen vrije maatschappij, en dat zij niet in het bezit is van eigene en blijvende reglen, haar door haren goddelijken Stichter toegekend; maar dat het aan de burgerlijke magt toekomt, te bepalen, welke de regten der Kerk zijn, en binnen welke grenzen zij die kan uitoefenen. Daaruit maken zij deze verderfelijke gevolgtrekking, dat de burgerlijke magt bevoegd is zich te mengen in de zaken die tot de godsdienst, tot de zeden en tot het geestelijk bestuur behooren, en dat zij de Prelaten en de geloovige volken kunnen verhinderen zich vrijelijk en wederkeerig in aanraking te stellen met den Paus van Rome, die van God gesteld is tot Opperherder der gansche Kerk. Zij doen zulks, ten einde die noodzakelijke en zeer innige vereeniging te ontbinden, welke, door de goddelijke instelling van CHRISTUS onzen Heer zelf, tusschen de leden van CHRISTUS' geheimzinnig ligchaam en deszelfs zienlijk hoofd moet bestaan. Zij vreezen insgelijks niet, listiglijk en valschelijk de meening te verbreiden, dat de gewijde bedienaren der Kerk en de Roomsche Paus van alle regt en gebied over tijdelijke zaken moeten worden uitgesloten.
Daarenboven aarzelen zij niet, in hunne uiterste onbeschaamdheid te verzekeren, dat de goddelijke openbaring niet slechts tot niets dient, maar dat zij zelfs schadelijk is voor de volmaking van den mensch; dat zij zelve onvolmaakt is en gevolgelijk onderhevig aan eenen voortdurenden en onbepaalden vooruitgang, die zelf gelijken tred houdt met den vooruitgang van de menschelijke rede. Zoo durven zij dan ook beweren, dat de in de H. Schriften aangevoerde en verhaalde profetiën en mirakelen dichterlijke fabelen zijn; dat de H. Mysteriën van ons geloof de vrucht zijn van wijsgeerige navorschingen; dat in de goddelijke boeken van het Oude en Nieuwe Testament verdichte geschiedenissen vervat zijn, en dat, o gruwel! onze Heer JEZUS CHRISTUS zelf een mythiesch verdichtsel is. Gevolgelijk beuzelen die woelzieke voorstanders van deze verderfelijke leerstellingen, dat de zedelijke wetten geene goddelijke bekrachtiging behoeven, dat de menschelijke wetten niet noodzakelijk ingerigt moeten zijn volgens het natuurregt, noch van God hunne verpligtende kracht moeten ontleenen, en daarom zeggen zij dat er geene goddelijke wet bestaat. Daarenboven durven zij allen invloed van God op de wereld en op de menschen loochenen, en stellen vermetel dat de menschelijke rede, zonder acht te slaan op God, alleen beslist over hetgeen waar en valsch, goed en kwaad is, dat zij geene andere wet kent dan zich zelve, en dat zij door hare natuurlijke krachten genoegzaam is om het heil der volkeren te bewerken. Middelerwijl zij boosaardiglijk alle godsdienstige waarheden doen voortkomen uit de aangeboren kracht der menschelijke rede, kennen zij aan ieder mensch een zeker oorspronkelijk regt toe, waardoor hij vrijelijk kan denken en spreken over godsdienst, en aan God die hulde en eer bewijzen, die hij naar zijn goeddunken voor de beste houdt.
Ja zij komen zelfs tot dien graad van goddeloosheid en onbeschaamdheid, dat zij den Hemel aanvallen en pogen God zelven te doen verdwijnen. Inderdaad, in hunne ongehoorde snoodheid en dwaasheid, vreezen zij niet te verzekeren, dat er geen opperst, oneindig wijs en voorzienig Goddelijk Wezen bestaat, dat onderscheiden is van het heelal; dat God niets anders is dan de natuur, en dus vatbaar voor veranderingen; dat God zamensmelt met den mensch en de wereld; dat alles God is, en eene en dezelfde zelfstandigheid met God bezit; en dat er geen onderscheid is tusschen God en de wereld — en bijgevolg ook niet tusschen geest en stof, tusschen noodzakelijkheid en vrijheid, tusschen waarheid en valschheid, tusschen goed en kwaad, tusschen regt en onregt. Zeker kan er nooit iets dwazer, iets goddeloozer, iets strijdiger met de rede verzonnen of uitgedacht worden. Zij spelen zoo roekeloos met het gezag en het regt, dat zij onbeschaamd weg verklaren, dat het gezag alleen gelegen is in de meerderheid en de stoffelijke kracht; dat het regt bestaat in het feit; dat alle menschelijke pligten ijdele klanken zijn; en dat alle menschelijke daden kracht van regt hebben.
Vervolgens leugens op leugens en dwaasheid op dwaasheid stapelende, alle wettig gezag en regt, alleverbindtenissen en pligten met voelen tredende, aarzelen zij niet voor het echt en wettig regt, het valsch en logenachtig regt van het geweld in de plaats te stellen, en de zedelijke orde aan de stoffelijke ondergeschikt te maken. Zij erkennen geene andere kracht dan die, welke in de slof zetelt, en stellen alle zedelijkheid en deugd in het verzamelen van rijkdom, op welke wijze het ook zij, en in het bevredigen van verderfelijke hartstogten. Door deze afschuwelijke beginselen begunstigen zij den opstand des vleesches tegen den geest; zij voeden en verheffen dien, en kennen daaraan natuurlijke gaven en reglen toe, welke zij door de Katholieke leer miskend wanen; aldus de waarschuwing des Apostels verachtende, die uitroept: «als gij leeft volgens het vleesch, zult gij sterven; doch zoo gij de werken des vleesches door den geest versterft, zult gij leven" (Rom. 8, 43)! Zij streven naar de overweldiging en vernietiging der regten van alle wettig bezit, en verbeelden zich , in de verdorvenheid huns geestes, een soort van regt zonder eenige grenzen, dat, volgens hen, de Staat bezitten zou, terwijl zij vermetel beweren, dat deze de bron en oorsprong is van alle regten.
Maar terwijl Wij haastiglijk en met smart deze gronddwalingen van onze ongelukkige eeuw doorloopen, slaan Wij, Eerbiedwaardige Broeders, zoo vele andere bijna ontelbare valschheden en bedriegerijen over, die gij zeer goed kent, en met wier behulp de vijanden van God en de menschen de kerkelijke en de burgerlijke maatschappij trachten te beroeren en te vernielen. Wij gaan stilzwijgend de talrijke zware beleedigingen, lasteringen en schimpredenen voorbij, waarmede zij onophoudelijk de dienaren der Kerk en dezen heiligen Stoel beleedigen en vervolgen. Wij spreken niet van die hatelijke huichelarij, waarmede de leiders en helpers van dezen heilloozen opstand en deze wanorde, vooral in Italië, met veel vertoon zeggen, dat zij de Kerk hare vrijheid willen doen genieten, terwijl zij met eene heiligschendende vermetelheid eiken dag meer en meer de regten en wetten dezer Kerk met voeten treden, haar van hare goederen berooven, de Prelaten en geestelijken, die moedig hunne pligten vervullen op alle wijzen vervolgen, hen in den kerker werpen, gewelddadig de leden der geestelijke Orden en de God gewijde maagden uit hunne kloosters verjagen, van hunne eigendommen berooven en voor geene onderneming terugdeinzen om de Kerk aan eene schandelijke slavernij te onderwerpen, en haar te verdrukken.

Terwijl uwe verlangde aanwezigheid Ons eene bijzondere vreugde verschaft, zijt gij zelve getuigen van de vrijheid, die heden Onze Eerbiedwaardige Broeders in het Bisschopsambt in Italië genieten; welke , met moed en volharding den strijd des Heeren strijdende, tot Onze groote droefheid, door vijandelijk geweld, verhinderd zijn geworden tot Ons te komen, en zich in uw midden te bevinden, om aan deze vergadering deel te nemen , wat zij zoo vurig begeerden; zooals de Aartsbisschoppen en Bisschoppen van het ongelukkig Italië Ons hebben doen weten in hunne brieven, allen vervuld van liefde en verknochtheid jegens Ons en dezen H. Stoel. Gij ziet hier evenmin een der Prelaten van Portugal, en Wij gevoelen eene levendige droefheid als Wij den aard der moeijelijkheden beschouwen , die zich tegen hun vertrek naar Rome hebben verzet.

Wij laten ook na, de droevige gruwelen in herinnering te brengen , welke de volgelingen dezer verderfelijke leeringen bedrijven, tot wrecde smart van Ons gemoed, van het uwe en van dat aller reglschapen lieden. Wij zeggen ook niets van die goddelooze zamenspanning, van die schuldige en arglistige kuiperijen, waarmede zij de wereldlijke soevereiniteit van dezen Heiligen Stoel willen omverwerpen en vernielen. Wij willen liever gewag maken van die bewonderenswaardige eenstemmigheid, waarmede gij zelven, met de andere eerbiedwaardige Prelaten van de Katholieke wereld verbonden, nooit opgehouden hebt, door uwe aan Ons gerigte brieven, en door uwe herderlijke brieven aan de geloovigen, deze valschheden te ontmaskeren en te wederleggen, en terzelfder tijd te leeren dat deze wereldlijke soevereiniteit aan den Paus van Rome door eene bijzondere bedoeling der goddelijke Voorzienigheid is geschonken en dat zij noodzakelijk is, ten einde de Paus van Rome, van geenerlei vorst of burgerlijk gezag afhankelijk, in de geheele Kerk, met volle vrijheid de oppermagt en het gezag uiloefene, waarmede hij bij goddelijke instelling bekleed werd door onzen Heer JEZUS CHRISTUS zelven, om de geheele kudde des Heeren te leiden en te besturen, en in het welzijn, het nut en de behoeften der Kerk en der geloovigen te kunnen voorzien.

De beklagenswaardige onderwerpen, waarmede Wij U lot dusverre bezig hebben gehouden, vormen ongetwijfeld een smartelijk tafereel. Wie ziel niet, inderdaad, dat zooveel goddelooze leerstellingen, zooveel verfoeijelijke kuiperijen en dwaasheden dagelijks meer en meer een jammerlijk bederf onder het christelijk volk verspreiden, het naar zijn ondergang voeren, de Katholieke Kerk, haar heilzame leer, haar eerwaardige regten en wellen, haar gewijde dienaren aanvallen, de ondeugden en misdaden versterken en voortplanten, en ook de burgerlijke maatschappij omkeeren?

Daarom, wal Ons betreft, Ons onze apostolische bediening herinnerende, en vol bezorgdheid voor het geestelijk heil van alle volkeren, die Ons van Gods wege zijn toevertrouwd, en "daar Wij" — om Ons te bedienen van de woorden van den H. LEO, onzen voorganger — «degenen die Ons toevertrouwd zijn, niet anders kunnen bestieren, dan door met den ijver van het geloof des Heeren hen die verderven en verdorven zijn te vervolgen, en door met alle gestrengheid dit vergif aan de gezonde zielen te ontrukken, opdat het zich niet verder verspreide" H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. VII ad Episcop. per Ital. C. 2. Edit. Baller; Onze apostolische stem in uw doorluchtige vergadering verheffende, verwerpen, verbieden en veroordeelen Wij de hierboven genoemde dwalingen, niet enkel als tegenstrijdig aan het Katholiek geloof en de Katholieke leer, aan de goddelijke en kerkelijke wetten, maar zelfs aan de natuurlijke en eeuwige wet en regtvaardigheid en aan de gezonde rede.

Wat u betreft, Eerbiedwaardige Broeders, die het zout der aarde, de hoeders en herders der kudde des Heeren zijt, Wij vermanen en bezweren u ten dringendste, om met die bewonderenswaardige vroomheid en bisschoppelijken ijver, welke gij tot nu, tot opperste eer van uwen stand, hebt aan den dag gelegd, voort te gaan met alle zorg, ijver en waakzaamheid , de u toevertrouwde geloovigen te verwijderen van die vergiftige weiden, de gedrogtelijke verdorvenheden dezer meeningen te bestrijden en te wederleggen, zoowel in woorden als in geschriften. Het is u trouwens zeer goed bekend, dat het hier de hoogste belangen geldt, dewijl het de zaak van ons allerheiligst geloof, van de Katholieke Kerk, van hare leer, van het heil der volkeren , van den vrede en de rusl der menschelijke maatschappij betreft. Houdt daarom nooit op, zooveel in uw vermogen is, die heillooze besmetting van de geloovigen verwijderd te houden; dat wil zeggen, de verderfelijke boeken en dagbladen, uit hunne oogen en handen te verwijderen , de geloovigen in de heilige voorschriften onzer verheven godsdienst onvermoeid te onderwijzen, hen te vermanen en te waarschuwen van die leeraars der ongeregtigheid te ontvlugten, zooals men eene adder ontvlugt. Wendt al uw zorgen en bijzondere aandacht aan, ten einde de geestelijkheid heilig en geleerd worde onderwezen , en zij in alle deugden uitmunte; dat de jeugd van beider geslacht gevormd worde tot de regtschapenheid van zeden, de vroomheid en alle deugden; dat de regeling der studiën heilzaam zij. Waakt er met buitengewone vlijt voor, dat in de letteren en het hooger onderwijs niets insluipe wat tegenstrijdig is aan het geloof, de godsdienst of de goede zeden. Gaat met mannelijke vastberadenheid te werk , Eerbiedwaardige Broeders, en Iaat in deze groote beroering der tijden uw moed niet nederslaan, maar houdt niet op, door den goddelijken bijstand ondersteund, het onverwinbaar schild van het regt en het geloof ter hand nemende, en het geestelijk zwaard, dat het woord des Heeren is, aangrijpende, met U te verzetten tegen de pogingen van alle vijanden der Katholieke Kerk en van dezen heiligen Stoel, hunne pijlen te verbreken en hunne aanvallen af te weren.
En laat ons intusschen, Eerbiedwaardige Broeders, de oogen nacht en dag hemelwaarts gerigt, niet ophouden met in de ootmoedigheid van ons hart, en door onze vurigste gebeden, den Vader der barmhartigheden en den God van alle vertroosting, die het licht laat schijnen in de duisternis, die zelfs uit de steenen kinderen van ABRAHAM kan doen voortkomen, te smeeken en Hem te bezweren dat Hij, om de verdiensten van JEZUS CHRISTUS onzen Heer, zijn eeniggeboren Zoon , een behulpzame hand biede aan de christelijke en burgerlijke maatschappij; alle dwalingen en goddeloosheden verdrijve; door het licht zijner goddelijke genade het verstand dergenen, die afdwalen, verlichte; hen bekeere en tot zich roepe; aan Zijne H. Kerk den verlangden vrede verzekere, opdat zij over de geheele wereld de grootste uitbreiding erlange, er bloeije en welvare. Laat ons, ten einde meer gemakkelijk te verkrijgen wat wij vragen, als middelares bij God, voor eerst de Allerheiligste en Onbevlekte Moeder Gods, de Maagd MARIA nemen, die, als eene Moeder vol barmhartigheid en liefde voor ons allen, steeds alle ketterijen heeft vernietigd, en wier bescherming bij God de magtigste onder allen is. Vragen wij ook dc voorspraak zoowel van den H. JOZEF, Bruidegom der H. Maagd, als van de HH. Apostelen PETRUS en PAULUS, en van alle Hemelbewoners, en vooral van hen, die wij eeren en huldigen als nieuw-ingeschrevenen op de lijst der Heiligen.
Alvorens onze woorden te besluiten, kunnen Wij geen wederstand bieden aan de begeerte van op nieuw de getuigenis te herhalen der bijzondere vertroosting, welke Ons doordringt, nu Wij het genoegelijk gezigt genieten van U, Eerbiedwaardige Broeders, die, aan Ons en dezen Stoel van PETRUS door de banden der trouw, der godsvrucht en van den eerbied zoo naauw verbonden, uwe bediening met allen ijver vervullende , uwen roem zoekt in Gods grootere eer en het heil der zielen te bevorderen; U die, in de naauwsle eensgezindheid des gemoeds, met bewonderenswaardige zorg en liefde niet ophoudt, even als uw Eerbiedwaardige Broeders, de Bisschoppen van geheel de Katholieke wereld en de aan uwe en hunne zorgen toevertrouwde geloovigen, verligting en verzachting in onze zware angsten en wreede bitterheden aan te brengen. Het is daarom dat Wij, te dezer gelegenheid, in het openbaar en in de hartelijkste bewoordingen, de erkentelijkheid en de liefde uitspreken, die Wij voor u, voor deze Eerbiedwaardige Broeders, en voor alle geloovigen. gevoelen. En wij verzoeken u, dat gij, in uwe diocezen teruggekeerd, in Onzen naam deze gevoelens wilt kenbaar maken aan de uwer zorg toevertrouwde geloovigen, en hen van Onze vaderlijke toegenegenheid verzekeren, door hun den Aposlolischen zegen mede te deelen, welken wij Ons gelukkig rekenen uit den grond Onzes harten, en met de beste wenschen voor aller waar geluk, aan u, Eerbiedwaardige Broeders, en aan hen zeiven te verleenen.

Document

Naam: MAXIMA QUIDEM
In het Consistorie b.g.v. de heiligverklaring van 26 Japanse martelaren en Michael de Sanctis, Belijder
Soort: Z. Paus Pius IX - Allocutie
Auteur: Z. Paus Pius IX
Datum: 9 juni 1862
Copyrights: © Herderlijke Brieven, Bisdom 's Hertigenbosch, Mgr. Zwijsen, 1853-1877, jrg. 26-06-1862 p. 2-6
Ongewijzigd in de oorspronkelijke oud-Nederlands versie
Bewerkt: 4 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam