• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Geestelijke oefening van het Jubel Jaar 2000 (12 - 18.III)
(voor mijn testament)

  1. Toen op 16 oktober 1978 het Conclaaf van Kardinalen Johannes Paulus II koos, zei de primaat van Polen, Stefan Kardinaal Wyszynski, mij: "De opdracht van de nieuwe Paus zal zijn om de Kerk binnen te leiden in het Derde Millennium." Ik weet niet of ik de zin exact zo heb weergegeven, maar tenminste geeft het de betekenis weer van wat ik toen hoorde. Dit werd gezegd door de Man die de historie in gaat als de Primaat van het Millennium. Een groot primaat. Ik was getuige van zijn zending, tot zijn volledige overgave. Tot zijn gevecht. Tot zijn overwinning,. "Overwinning, wanneer het komt, zal een overwinning zijn door Maria." - De primaat van het Millennium herhaalde vele malen deze woorden van zijn voorganger, August Kardinaal Hlond.

    Op deze manier was ik op een bepaalde manier voorbereid op de opdracht die mij was gegeven op 16 oktober 1978. Wanneer ik deze woorden schrijf, is het Jubel Jaar 2000 al werkelijkheid geworden. In de nacht van 24 december 1999 werd symbolisch de deur van het Grote Jubileum van de St. Pietersbasiliek geopend, daarna die van de St. Jan van Lateranen, dan de Maria Maggiore - op Nieuw Jaar, en op 19 januari de Deur van de Basiliek van St. Paulus Buiten de Muren. Dit laatste gebeuren, door zijn oecumenische karakter, is op een speciale manier in mijn geheugen gegrift.

  2. Nu het Jubel Jaar voortgaat, dag na dag de 20e eeuw achter zich latend, opent de 21e eeuw zich. Volgens het plan van de Goddelijke Voorzienigheid is het mij toegestaan te leven in een moeilijke eeuw dat zich aan het terugtrekken is in het verleden, en nu, in het jaar waarin mijn leven het 80e jaar bereikt ('octogesima adveniens'), is het tijd om mezelf af te vragen of het geen tijd is om de woorden 'nunc dimittis' van de Bijbelse Simeon te herhalen.

    Op 13 mei 1981, de dag van de aanslag op de Paus gedurende de algemene audiëntie op het St. Pietersplein, heeft de Goddelijke Voorzienigheid mij op een wonderbaarlijke wijze gered van de dood. De Ene Weg is de Enige Heer van leven en dood en Hijzelf heeft op zekere wijze mijn leven bewaard, Hij gaf het mij terug. Vanaf dat moment behoort het Hem nog meer toe. Ik hoop dat Hij zal helpen in te zien tot welk punt ik deze dienst zal vervullen, waartoe ik geroepen werd op 16 oktober 1978. Ik vraag Hem mij terug te roepen wanneer Hij dat wenst. "In leven en in dood behoren wij de Heer toe... Wij zijn van de Heer" Vgl. Rom. 14, 8 . Ik hoop ook dat, zolang ik geroepen ben om de Petrinische dienst in de Kerk te vervullen, de Barmhartigheid van God mij de nodige sterkte zal geven voor deze dienst.

  3. Zoals ik ieder jaar doe tijdens de geestelijke oefeningen lees ik de tekst van mijn testament van 6-III-1979. Ik herhaal om de aanwijzingen daarin opgenomen te handhaven. Wat toen, en zelfs gedurende volgende geestelijke oefeningen is toegevoegd geeft weer de moeilijke en gespannen algemene situatie die de jaren Tachtig hebben gekenmerkt. Vanaf de herfst van het jaar 1989 is deze situatie gewijzigd. Het laatste decennium van de eeuw was vrij van de spanningen van daarvoor; dat betekent niet dat het geen nieuwe problemen en opgaven bracht. Op een speciale manier zij de Goddelijke Voorzienigheid lof gebracht voor het feit dat de periode van de zogenoemde 'koude oorlog' eindigde zonder een conflict met atoomwapens, het gevaar dat de wereld onder gebukt ging in de voorgaande periode.
  4. Staande op de drempel van het derde millennium "in medio Ecclesiae" "in het midden van de Kerk" wil ik opnieuw mijn dank aan de Heilige Geest uitspreken voor de grote gave van het Tweede Vaticaans Concilie, waaraan, samen met de gehele Kerk - en bovenal het gehele Bisschoppencollege - ik veel verplicht ben. Ik ben ervan overtuigd dat nog een lange tijd nieuwe generaties gebruik zullen maken van de rijkdom dat dit Concilie aan de 20e eeuw heeft gegeven. Als een Bisschop, die deelnam aan deze conciliaire gebeurtenis vanaf de eerste tot de laatste dag, wens ik dit grote patrimonium toe te vertrouwen aan degenen die nu en die in de toekomst het zullen verwezenlijken. Voor mijn gedeelte dank ik de eeuwige Herder Die het mij toestond om deze zeer grote taak te mogen dienen gedurende al de jaren van mijn pontificaat.

    "In medio Ecclesiae"....vanaf de eerste jaren van mijn dienst als Bisschop - juist dankzij het Concilie - was ik in staat de broederlijke gemeenschap met het episcopaat te ervaren. Als priester van het aartsbisdom Krakau ervoer ik de broederlijke gemeenschap onder de priesters - en het Concilie voegde nieuwe dimensies toe aan deze ervaring.

  5. Hoeveel mensen zou ik moeten noemen! Waarschijnlijk heeft God de Heer de meerderheid daarvan naar Hem geroepen - tot hen die nog aan deze zijde staan, moge de woorden van dit testament een oproep zijn, iedereen en overal, waar ze ook moge zijn.

    Gedurende de meer dan 20 jaar dat ik de Petrinische dienst vervul "in medio Ecclesiae" heb ik de goedwillendheid en zelfs meer vruchtbare medewerking ervaren van zovele Kardinalen, Aartsbisschoppen en Bisschoppen, zo vele priesters, zovele godgewijde mensen - broeders en zusters - en, tenslotte, zeer vele, ontzettend vele leken, binnen de Curie, in het vicariaat van het Bisdom Rome, als wel buiten deze milieus.

    Hoe kan ik niet omarmen, met dankbare herinnering, alle Bisschoppen van de wereld die ik ontmoet heb bij de "ad limina Apostolorum" bezoeken! Hoe zou ik kunnen vergeten de zovele niet-Katholieke christelijke broeders! En de Rabbi van Rome en zovele andere vertegenwoordigers van niet-christelijke religies! En hoevele vertegenwoordigers van de wereld van de kunst, wetenschap, politiek, en van de sociale communicatiemiddelen!

  6. Nu het einde van mijn leven nadert wil ik in gedachten terugkeren naar het begin, naar mijn ouders, naar mijn broer, naar mijn zuster (ik heb haar niet gekend want ze overleed voor mijn geboorte), naar de parochie in Wadowice, waar ik gedoopt werd, naar die stad van mijn jeugd, naar mijn schoolvrienden van de lagere school, middelbare school en de universiteit, tot aan de tijd van de bezetting toen ik arbeider was, en dan naar de parochie van Niegowic, dan die van St. Florian in Krakau, naar de pastorale dienst onder studenten, naar het milieu van ... naar alle milieus ... naar Krakau en naar Rome .... naar de mensen die toevertrouwd waren aan mij op een speciale manier bij de Heer.

    Tot iedereen wil ik maar een ding zeggen: "Moge de Heer het u vergelden.

    "In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum. -"In Uw handen, Heer, beveel ik mijn geest."

    A.D.
    17.III.2000

Document

Naam: GEESTELIJK TESTAMENT
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Gebeden en Testament
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 17 maart 2000
Copyrights: © 2005, Stg. InterKerk, Wassenaar
vertaling gebaseerd op de Engelse vertaling van de Italiaanse vertaling van het Poolse orgineel
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam