• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

MAAGD MARIA: ICOON VAN EEN GEHOORZAAM GELOOF
10e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI

Dierbare broeders en zusters,

Op de weg van de Advent neemt de Maagd Maria een bijzondere plaats in, Zij die op een unieke wijze de verwezenlijking van Gods beloften verwachtte, door Jezus, Gods Zoon te ontvangen in het geloof en in haar lichaam, in volledige gehoorzaamheid aan Gods wil. Vandaag zou ik met u kort willen nadenken over het geloof van Maria, uitgaande van het grote mysterie van de Boodschap.

Chaîre kecharitomene, ho Kyrios meta sou”, “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u” (Lc. 1, 28). Het zijn de woorden, ons meegedeeld door de evangelist Lucas, waarmee de aartsengel Gabriël zich tot Maria richt. Op het eerste gezicht, gelijkt het woord “chaîre”, “verheug u”, op een gewone begroeting volgens het gebruik in de Griekse wereld, doch wanneer dit woord gelezen wordt in de context van de Bijbelse traditie, verwerft het een veel diepere betekenis. Deze uitdrukking komt in de Griekse versie van het Oude Testament vier keer voor en telkens als een blije aankondiging van de komst van de Messias. Vgl. Sef. 3, 14 Vgl. Zach. 9, 9 Vgl. Klaagl. 4, 21 De groet van de engel aan Maria is dus een uitnodiging tot vreugde, tot diepe vreugde; hij kondigt het einde aan van de droefheid die in de wereld heerst door de beperkingen van het leven, door lijden, dood, boosheid, door de duisternis van het kwaad dat Gods licht en goedheid lijkt te versluieren. Het is een begroeting die een begin maakt met het Evangelie, met de Blijde Boodschap.

Maar waarom wordt Maria aldus uitgenodigd om zich te verheugen? Het antwoord staat in het tweede deel van de begroeting: “de Heer is met u”. Ook hier moet men zich tot het Oude Testament wenden om de betekenis van deze woorden goed te begrijpen. In het boek Sefanja vinden wij deze woorden: “Jubel, dochter Sion! ... De koning van Israël, Jahwe, Hij is binnen uw muren … Jahwe, uw God, is binnen uw muren, een reddende held!” (Sef. 3, 14-17). In deze woorden wordt aan Israël, aan de dochter van Sion, een dubbele belofte gedaan: God zal komen als Redder en Hij zal Zijn verblijf vestigen precies te midden van Zijn volk, in de schoot van de dochter van Sion. Deze belofte verwezenlijkt zich precies in de dialoog tussen de engel en Maria: Maria wordt geïdentificeerd met het volk door God gehuwd, Zij is werkelijk de dochter van Sion in persoon; in Haar voltrekt zich de verwachting van de definitieve komst van God, in Haar vestigt de levende God Zijn verblijf.

In de begroeting van de engel wordt Maria “Begenadigde” genoemd; in het Grieks heeft het woord “genade”, charis, dezelfde taalkundige oorsprong als het woord “vreugde”. In dit woord bemerkt men ook en nog duidelijker de oorsprong van deze vreugde bij Maria: de vreugde komt van de genade, dus van de gemeenschap met God, van de vitale band tussen Haar en Hem, van het feit dat Zij het verblijf is van de Heilige Geest, helemaal door Gods werking gevormd. Maria is het schepsel dat op een unieke wijze de poorten wijd open heeft gezet voor Haar Schepper, Zij heeft zich overgegeven aan Zijn handen, zonder beperking. Zij leeft helemaal van en in de relatie met de Heer; Zij heeft een luisterende houding, is aandachtig voor Gods tekens op de weg van Zijn volk; Zij behoort tot een geschiedenis van geloof in en van hoop op Gods beloften die het weefsel vormen van zijn bestaan. En Zij onderwerpt zich vrij aan het ontvangen woord, aan de Goddelijke wil in de gehoorzaamheid van het geloof.

De evangelist Lucas vertelt Maria’s geschiedenis aan de hand van een subtiele parallel met die van Abraham. Zoals de grote aartsvader, vader is van alle gelovigen, die Gods roep beantwoord heeft om de grond te verlaten waarop hij leefde, om zijn zekerheden los te laten, om op weg te gaan naar een onbekend land dat hij alleen als belofte van God zou bezitten, zo geeft Maria zich in totaal vertrouwen over aan het woord dat Gods boodschapper haar aankondigt en wordt Zij het voorbeeld en de Moeder van alle gelovigen.

Ik zou een ander belangrijk aspect willen onderlijnen: de gelovige openheid van de ziel voor God en Zijn werking bevat ook een element van duisternis. De relatie van de mens met God heft niet de afstand op tussen Schepper en schepsel, zij verdrijft niet wat de apostel Paulus zegt over de diepte van Gods wijsheid: “Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen” (Rom. 11, 33). Maar juist wie, zoals Maria, helemaal openstaat voor God, komt ertoe Gods wil te aanvaarden, ook al is die mysterieus, zelfs indien deze dikwijls niet overeenstemt met onze wil en hij een zwaard is dat de ziel doorboort, zoals de bejaarde Simeon in profetische woorden tot Maria zal zeggen wanneer Jezus in de Tempel wordt opgedragen. Vgl. Lc. 2, 35 Op de geloofsweg van Abraham ligt het ogenblik van de vreugde om het geschenk van zijn zoon Isaak, maar ook een ogenblik van duisternis, wanneer hij de berg Moria moet beklimmen om een paradoxaal gebaar te voltrekken: God vraagt hem de zoon te offeren die hij van Hem gekregen heeft. Op de berg, zal de engel hem een bevel geven: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden” (Gen. 22, 12); het totale vertrouwen van Abraham in de God die trouw is aan Zijn beloften, verkleint niet, zelfs niet wanneer Zijn woord mysterieus en moeilijk is, bijna onmogelijk om te aanvaarden. Zo is het ook bij Maria, Zij beleeft de vreugde van de Boodschap in het geloof, maar Zij gaat ook door de duisternis van de kruisiging van haar Zoon, om het licht van de verrijzenis te kunnen bereiken.

Het is niet anders voor de geloofsweg van ieder van ons: wij kennen momenten van licht, maar ook gebeurtenissen waarin God afwezig lijkt, waarin Zijn stilte in ons hart weegt en waarin Zijn wil niet overeenstemt met de onze, met wat wij willen. Maar hoe meer wij ons voor God openstellen, door de gave van het geloof te ontvangen, door al ons vertrouwen op Hem te stellen, zoals Abraham en Maria, des te meer maakt Hij ons door Zijn aanwezigheid bekwaam om alle levenssituaties te beleven in vrede en in de zekerheid van Zijn trouw en liefde. Maar dat betekent, onszelf en onze plannen loslaten, opdat Gods woord de lamp zou zijn die onze gedachten en daden leidt.

Ik zou nog willen stilstaan bij een aspect dat in de kindsheidsverhalen van de heilige Lucas over Jezus opduikt. Maria en Jozef brengen hun kind naar Jeruzalem, naar de Tempel, om Het op te dragen en aan de Heer toe te wijden, zoals de wet van Mozes voorschrijft: “Elke eerstgeborene van het mannelijk geslacht moet aan de Heer worden toegeheiligd” Vgl. Lc. 2, 22-24 . Dit gebaar van de Heilige Familie krijgt nog diepere betekenis als we het lezen in het licht van de evangelische kennis van Jezus, die op de leeftijd van twaalf jaar, na drie dagen zoeken, teruggevonden wordt in de Tempel waar Hij met de schriftgeleerden een gesprek voerde. Op de bezorgde woorden van Maria en Jozef, “Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht”, volgt Jezus’ mysterieuze antwoord: “Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” (Lc. 2, 48-49) Dat wil zeggen in de eigendom van Mijn Vader, in het huis van Mijn Vader, zoals een zoon hoort te doen. Maria moet het diepe geloof hernieuwen waarmee Zij “ja” gezegd heeft op de Boodschap; Zij moet aanvaarden dat de ware Vader van Jezus voorrang heeft; Zij moet deze Zoon die Zij gebaard heeft, vrij laten om Zijn zending te vervullen. En het “ja” van Maria aan Gods wil, in de gehoorzaamheid van het geloof, herhaalt zich heel haar leven lang, tot op het moeilijkste ogenblik, dat van het Kruis.

Tegenover dat alles kunnen wij ons afvragen: hoe heeft Maria die weg naast haar Zoon kunnen gaan, met zo een sterk geloof, zelfs in het duister, zonder het totale vertrouwen in Gods werking te verliezen? Het is een basishouding die Maria aanneemt ten overstaan van wat in haar leven gebeurt. Bij de Boodschap, schrok Zij van de woorden van de engel: het is de vrees die de mens ervaart wanneer hij getroffen wordt door Gods nabijheid, doch het is niet de houding van iemand die schrik heeft voor wat God hem zou kunnen vragen. Maria denkt na, stelt zich vragen over de betekenis van deze begroeting. Vgl. Lc. 1, 29 Het Griekse woord dat in het Evangelie gebruikt wordt om dit “nadenken” te omschrijven, “dielogizeto”, herinnert aan de oorsprong van het woord “dialoog”. Dat betekent dat Maria in een vertrouwelijke dialoog treedt met het Woord van God dat Haar aangekondigd werd, Zij staat er niet oppervlakkig tegenover, maar houdt stil, Zij laat haar geest en hart doordringen om te begrijpen wat de Heer van Haar wil, de betekenis van deze boodschap. Wij vinden in het Evangelie van de heilige Lucas nog een ander teken van Maria’s innerlijke houding tegenover Gods werking, op het ogenblik van Jezus’ geboorte, na de aanbidding door de herders. Er wordt gezegd dat Maria "al deze woorden in haar hart bewaarde en ze bij zichzelf overwoog" (Lc. 2, 19); het Griekse woord is “symballon”: wij zouden kunnen zeggen dat Zij alle gebeurtenissen die Haar overkwamen, in haar hart “samen hield”, “samen bracht”; Zij plaatste ieder element, ieder woord, ieder feit binnen een geheel en confronteerde het, bewaarde, met de erkenning dat alles van Gods wil komt. Maria blijft niet staan bij een eerste oppervlakkig begrip van wat in haar leven gebeurt, maar Zij weet in de diepte te kijken, Zij laat zich door de gebeurtenissen interpelleren, Zij verwerkt ze, onderscheidt ze, en verwerft zo het begripsvermogen waarvoor alleen het geloof kan borg staan. Het is de diepe nederigheid van Maria’s gehoorzame geloof dat in Haar opneemt wat Zij in Gods werking niet begrijpt, zo laat Zij toe dat God haar geest en hart opent. “Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is” (Lc. 1, 45), roept haar nicht Elisabeth uit. Het is juist omwille van haar geloof dat alle geslachten Haar zalig noemen.

Dierbare vrienden, het hoogfeest van de geboorte van de Heer dat wij binnenkort vieren, nodigt ons uit dezelfde nederigheid en gehoorzaamheid van het geloof te beleven. Gods glorie manifesteert zich in de triomf en macht van een koning, zij straalt niet in een bekende stad, in een prachtig paleis, maar vestigt haar verblijf in de schoot van een Maagd, zij openbaart zich in de armoede van een klein Kind. Gods almacht werkt, ook in ons leven, met de dikwijls zwijgzame kracht van de waarheid en de liefde. Het geloof zegt ons dat op het einde, de hulpeloze macht van dat kleine Kind het lawaai zal overwinnen van de machten van deze wereld.

Document

Naam: MAAGD MARIA: ICOON VAN EEN GEHOORZAAM GELOOF
10e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiƫntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 19 december 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam