• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

JAAR VAN HET GELOOF - DE FASES VAN DE OPENBARING
9e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI

Dierbare broeders en zusters,

In de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Jaar van het Geloof - God openbaart zijn liefdevolle plan
8e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
(5 december 2012)
, heb ik gesproken over Gods openbaring als Zijn zelfmededeling en Zijn plan van welbehagen en liefde. Deze openbaring van God vindt plaats in de tijd en de geschiedenis van de mensen: een geschiedenis die “de plaats” wordt “waar wij Gods werkzaamheid voor de mensheid kunnen vaststellen. Hij komt tot ons in wat voor ons het meest vertrouwelijke en het gemakkelijkst verifieerbaar is omdat het ons dagelijks kader betreft, zonder hetwelk wij ons niet zouden kunnen begrijpen.” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 2

Zoals wij hoorden, verhaalt de evangelist Marcus in duidelijke en beknopte bewoordingen, de eerste ogenblikken van Jezus’ prediking: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij” (Mc. 1, 15). Wat aan de geschiedenis van de wereld en de mens haar volle betekenis verleent, begint te schitteren in de grot van Bethlehem; het mysterie dat wij binnenkort, met Kerstmis, gaan schouwen: het heil dat zich in Jezus Christus realiseert. In Jezus van Nazareth manifesteert God Zijn gelaat en vraagt Hij de mens de beslissing te nemen Hem te erkennen en te volgen. Om een relatie aan te gaan van liefdevolle dialoog met de mens, geeft Gods openbaring in de geschiedenis een nieuwe betekenis aan heel de weg die de mens gaat. De geschiedenis is niet zo maar een opeenvolging van eeuwen, jaren en dagen, maar is de tijd van een aanwezigheid die haar heel haar betekenis verleent en ontvankelijk maakt voor een stevig gegronde hoop.

Waar kunnen wij de fases zien van deze Goddelijke openbaring? De Heilige Schrift is de bevoorrechte plaats om de gebeurtenissen van deze weg te ontdekken en ik zou u allen nogmaals willen vragen om in dit Jaar van het Geloof de Bijbel meer ter hand te nemen om hem te lezen en te overwegen en daarbij meer aandacht te besteden aan de zondagslezingen; het is kostbaar voedsel voor ons geloof.

Als we het Oude Testament lezen, kunnen we zien dat Gods optreden in de geschiedenis van het volk dat Hij uitverkoren heeft en waarmee Hij een verbond aangaat, niet uit voorbijgaande feiten bestaat die in de vergetelheid geraken, maar die “gedachtenis” worden en allen samen de “heilsgeschiedenis” vormen, die in het bewustzijn van het volk van Israël levend bewaard wordt door de heilsgebeurtenissen te vieren. Zo zegt de Heer in het boek Exodus tot Mozes, het grote ogenblik te vieren van de bevrijding uit de slavernij in Egypte, het joodse Pasen: “Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van Jahwe. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren” (Ex. 12, 14). Voor heel het volk van Israël wordt de herinnering aan wat God gedaan heeft, een soort vaststaand voorschrift zodat de voortschrijdende tijd getekend wordt door de levendige herinnering aan gebeurtenissen uit het verleden; zo worden zij dag na dag opnieuw geschiedenis en blijven zij aanwezig. In het boek Deuteronomium richt Mozes zich tot het volk met de woorden: “Wees dus op uw hoede en zorg er voor, dat gij niet vergeet wat gij met eigen ogen gezien hebt. Laat dat uw leven lang niet uit uw gedachten gaan en geef het door aan uw kinderen en kleinkinderen” (Deut. 4, 9). En Hij zegt hetzelfde ook aan ons: “Vergeet de dingen niet die God in ons midden gedaan heeft”. Geloof wordt gevoed door de ontdekking van en de herinnering aan God die altijd trouw is, die de geschiedenis leidt en het veilige en stabiele fundament is waarop men zijn leven kan laten rusten. Het Catechismus-Compendium
Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk
(28 juni 2005)
dat de Maagd Maria tot God verheft, is een zeer verheven voorbeeld van deze heilsgeschiedenis, van deze gedachtenis die Gods werking aanwezig brengt en bewaart. Maria zingt de lof van Gods barmhartige werkzaamheid op de concrete weg van Zijn volk, de trouw aan de beloften van het verbond gedaan aan Abraham en zijn nageslacht; dat alles is de levendige herinnering aan Gods aanwezigheid die nooit afzwakt. Vgl. Lc. 1, 46-55
Voor Israël is de uittocht de centrale historische gebeurtenis waarin God Zijn machtige werking toont. God bevrijdt de Israëlieten uit de slavernij van Egypte zodat zij naar het Beloofde Land kunnen terugkeren en Hem als de enige en ware Heer kunnen aanbidden. Israël gaat niet op tocht om een volk als de andere te zijn – om ook nationaal onafhankelijk te zijn – maar om God te dienen in de eredienst en het leven, om voor God een plaats te creëren waar de mens Hem gehoorzaamt, waar God in de wereld aanwezig is en aanbeden wordt; en natuurlijk niet alleen voor hen maar om te midden van de andere volken van Hem te getuigen. De viering van deze gebeurtenis is een manier om Hem aanwezig en actueel te brengen, want Gods werk zwakt niet af. Hij is trouw aan Zijn bevrijdingsplan en blijft het voltrekken opdat de mens zijn Heer kan erkennen en dienen en Zijn werkzaamheid met geloof en liefde kan beantwoorden.
God openbaart zich dus niet alleen door de primordiale daad van de schepping maar door in onze geschiedenis binnen te komen, in de geschiedenis van een klein volk dat noch het talrijkste, noch het sterkste was. En deze Godsopenbaring die in de geschiedenis voortschrijdt, heeft haar hoogtepunt in Jezus Christus: God, de Logos, het scheppende Woord dat aan de oorsprong staat van de wereld, is in Jezus mens geworden en toonde het ware gelaat van God. In Jezus voltrekt zich iedere belofte, in Hem bereikt de geschiedenis van God met de mensheid haar hoogtepunt. Wanneer wij het verhaal lezen over de twee leerlingen op weg naar Emmaüs, zoals de heilige Lucas het vertelt, zien wij duidelijk de manier naar voor komen waarop de Persoon van Christus het Oude Testament en heel de heilsgeschiedenis belicht en het grote eenheidsplan van de twee Testamenten toont, de weg van zijn uniciteit. Jezus legt namelijk aan de twee ontredderde en ontgoochelde reizigers uit dat Hij de vervulling is van iedere belofte: “Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op hem betrekking had” (Lc. 24, 27). De evangelist geeft de uitroep weer van de twee leerlingen nadat zij erkend hadden dat hun reisgenoot de Heer was: “Brandde ons hart niet in ons, terwijl hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” (Lc. 24, 32).
De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
vat de fases samen van de Goddelijke openbaring en toont de ontwikkeling ervan beknopt aan Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 54-64: God heeft de mens van in het begin uitgenodigd tot vertrouwelijke gemeenschap met Hem en zelfs wanneer de mens door eigen ongehoorzaamheid, Zijn vriendschap verloor, heeft God hem niet overgeleverd aan de macht van de dood, maar bood Hij meermaals Zijn verbond aan. Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Over de Menswording van het Woord van God - Aan Keiser Leo, Promisse me memini - Tomus II Leonis (17 aug 458). 4e eucharistisch gebed De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
overloopt Gods weg met de mens, vanaf het verbond met Noach na de zondvloed tot de roeping van Abraham om zijn grond te verlaten om van hem de vader te maken van vele volken. God vormt Israël, Zijn volk, door de uittocht, het verbond op de Sinaï en het geven van de Wet door bemiddeling van Mozes, om erkend en gediend te worden als de enige levende en ware God. Met de profeten leidt God Zijn volk in de hoop op heil. Door Jesaja kennen wij de “tweede uittocht”, de terugkeer uit de Babylonische ballingschap naar de eigen grond, de nieuwe stichting van het volk; maar tegelijk blijven velen in de verstrooiing en zo begint de universaliteit van dit geloof. Op het einde verwacht men niet alleen meer een koning, David, een zoon van David, maar een “mensenzoon”, het heil van alle volken. Culturen ontmoeten elkaar, eerst Babylonië en Syrië, dan de Griekse menigte. Wij zien dus hoe Gods weg breder wordt, steeds meer open staat voor het mysterie van Christus, de koning van het heelal. In Christus realiseert zich de openbaring uiteindelijk in haar volheid, het plan van Gods welbehagen: Hij heeft zich tot één van de onzen gemaakt.
Ik ben blijven stilstaan bij het belang om Gods werking in de mensengeschiedenis te gedenken, om de fases te tonen van dat grote liefdesplan, waarvan Oud en Nieuw Testament getuigen: een uniek heilsplan dat tot heel de mensheid gericht is, dat geopenbaard en geleidelijk gerealiseerd werd door Gods macht, waarin God altijd reageert op het antwoord van de mens en nieuwe middelen vindt om het verbond te herstellen wanneer de mens afdwaalt. Dit is voor een geloofsweg fundamenteel. We bevinden ons in de liturgische tijd van de Advent die ons op Kerstmis voorbereidt. Zoals wij weten, betekent “Advent”, “komst”, “aanwezigheid” en verwees het woord vroeger naar de komst van de koning of keizer naar een bepaalde provincie. Voor ons, Christenen, verwijst dat woord naar een heerlijke en aangrijpende werkelijkheid: God heeft de hemel opengescheurd en heeft zich over de mens gebogen; Hij heeft een verbond met hem gesloten door binnen te treden in de geschiedenis van een volk; Hij is de koning die neergedaald is op aarde, die arme provincie, en Hij schonk ons de gave van Zijn bezoek door ons vlees aan te nemen, door mens te worden zoals wij. De Advent nodigt ons uit de weg van deze aanwezigheid opnieuw te gaan en herinnert er ons onophoudelijk aan dat God zich niet aan de wereld onttrokken heeft, niet afwezig is, niet aan onszelf overgeleverd heeft, maar ons op verschillende manieren tegemoet komt en die moeten wij leren onderscheiden. Ook wij, met ons geloof, onze hoop en liefde, wij zijn elke dag geroepen om deze aanwezigheid te ontwaren en ervan te getuigen in een wereld die dikwijls oppervlakkig en verstrooid is, en om in ons leven het licht te laten stralen dat de grot van Bethlehem heeft verlicht.

Document

Naam: JAAR VAN HET GELOOF - DE FASES VAN DE OPENBARING
9e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 12 december 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam