• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

JAAR VAN HET GELOOF - GOD OPENBAART ZIJN "LIEFDEVOLLE PLAN"
8e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI

Dierbare broeders en zusters,

Bij de aanvang van zijn Brief aan de Christenen van Efeze Vgl. Ef. 1, 3-14 , verheft de apostel Paulus een gebed van zegen tot God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, een gebed dat ons in de context van het Jaar van het Geloof binnenvoert in de Advent. Thema van deze lofzang in bewoordingen van vreugde, verwondering en dankzegging, is Gods plan met de mens, een plan van “welbehagen” (Ef. 1, 5), barmhartigheid en liefde.

Waarom verheft de apostel deze zegening tot God, vanuit het diepste van zijn hart? Omdat hij Zijn werking in de heilsgeschiedenis ziet, met Jezus’ menswording, dood en verrijzenis als hoogtepunt en hij ziet dat de hemelse Vader ons zelfs voor de schepping van de wereld heeft gekozen, opdat wij in Zijn enige Zoon, Jezus Christus, Zijn aangenomen kinderen zouden zijn. Vgl. Rom. 8, 14. e.v. Vgl. Gal. 4, 4. e.v. Wij bestaan in Gods Geest van in der eeuwigheid, in een groot plan dat God in Zichzelf bewaarde en dat Hij “in de volheid der tijden” besloot te verwezenlijken en te openbaren. Vgl. Ef. 1, 10 De heilige Paulus laat ons dus verstaan dat heel de schepping en vooral man en vrouw, niet het resultaat zijn van het toeval, maar dat zij beantwoorden aan een plan van welbehagen van Gods eeuwige rede, die door de scheppende en verlossende macht van Zijn Woord, het ontstaan geeft aan de wereld. Dit herinnert ons eraan dat onze roeping niet alleen is in de wereld te zijn, ingevoegd te zijn in de geschiedenis, en evenmin gewoon maar Gods schepselen te zijn; onze roeping is méér; het is door God gekozen zijn, van voor de schepping van de wereld, in Zijn Zoon Jezus Christus. In Hem bestaan wij dus, bij wijze van spreken, sinds altijd. God ziet ons in Christus, als Zijn aangenomen kinderen. Het plan van Gods welbehagen, door de apostel een liefdesplan genoemd (Ef. 1, 5) wordt het “geheim raadsbesluit” van Gods wil genoemd (Ef. 1, 9), verborgen en nu zichtbaar gemaakt in de persoon en het werk van Christus. Het Goddelijk initiatief gaat vooraf aan ieder antwoord van de mens: het is een kosteloze gave van Zijn liefde die ons omhult en transformeert.

Maar wat is het uiteindelijke doel van dat mysterieuze plan? Wat is de kern van Gods wil? Het is, zegt de heilige Paulus ons, “het heelal in Christus onder één hoofd te brengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde” (Ef. 1, 10). In deze uitdrukking vinden wij één van de centrale uitspraken van het Nieuwe Testament die ons Gods plan, Zijn liefdesplan met heel de mensheid, laten verstaan; het is een formulering die de heilige Ireneüs in de tweede eeuw in het centrum van zijn christologie heeft geplaatst: heel de werkelijkheid in Christus “recapituleren”. Misschien herinneren sommigen onder u zich de uitdrukking die de heilige Paus Pius X gebruikte voor de toewijding van de wereld aan het Heilige Hart van Jezus: “Instaurare omnia in Christo” (Alle dingen in Christus grondvesten), een uitdrukking die naar deze uitspraak van Paulus verwijst en die ook de leuze van deze heilige Paus was. Doch de apostel spreekt meer precies over de recapitulatie van het heelal in Christus en dat betekent dat Christus zich in het grote plan van de schepping en de geschiedenis, verheft als het centrum van iedere ontwikkeling die de wereld doormaakt, zoals de as die het geheel draagt, die heel de werkelijkheid tot zich trekt, om verstrooiing en begrensdheid te overstijgen en alles tot de volheid te brengen die God gewild heeft. Vgl. Ef. 1, 23

Dit plan van welbehagen is bij wijze van spreken niet in Gods stilte gebleven, hoog in Zijn hemel, maar Hij heeft het kenbaar gemaakt door in relatie te treden met de mens aan wie Hij niet alleen iets geopenbaard heeft, doch Zichzelf. Hij heeft niet alleen een geheel van waarheden meegedeeld, maar Hij heeft Zichzelf aan ons meegedeeld, zodanig dat Hij één van de onzen werd, dat Hij mens werd. Het Tweede Vaticaans Concilie zegt in zijn dogmatische constitutie “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
”: “Het heeft God in zijn goedheid en wijsheid behaagd zichzelf te openbaren en het geheim van zijn wilsbesluit bekend te maken Vgl. Ef. 1, 9 , waardoor de mensen door Christus, het vlees geworden Woord, in de Heilige Geest toegang hebben tot de Vader en deelgenoten worden gemaakt van de goddelijke natuur” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 2. God zegt niet alleen iets, Hij deelt zich mee, Hij trekt ons in de Goddelijke natuur binnen zodat ook wij daar zijn, zodat wij vergoddelijkt zijn. God openbaart Zijn groot liefdesplan door in relatie te treden met de mens, door hem zo dichtbij te komen dat Hij zelf mens wordt. Het Concilie vervolgt: “Door deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God Vgl. Kol. 1, 15 Vgl. 1 Tim. 1, 17 uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden Vgl. Ex. 33, 11 Vgl. Joh. 15, 14-15 en gaat met hen om Vgl. Bar. 3, 38 , om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 2 Door zijn intelligentie en capaciteiten alleen, zou de mens niet tot deze zo verhelderende openbaring van Gods liefde kunnen komen; het is God die Zijn hemel geopend heeft en zich verlaagd heeft om de mens de weg te wijzen in de afgrond van Zijn liefde.

De heilige Paulus schrijft nog aan de Christenen van Korinte: “Dit zijn de dingen waarvan de Schrift zegt: Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben. Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest van God doorgrondt alles, zelfs de diepste geheimen van God”. (1 Kor. 2, 9-10) In een bekende commentaar op de aanhef van de brief aan de Efeziërs, maant de heilige Johannes Chrysostomus aan heel de schoonheid te proeven van dit plan van Gods welbehagen dat in Christus geopenbaard werd: “Waaraan ontbreekt het u nog? U bent voortaan onsterfelijk, vrij, zoon, een rechtvaardige, broer, mede erfgenaam; u heeft deel aan het koningschap en eerbetoon; alles werd u verleend. Er staat geschreven: ‘Zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken?’ (Rom. 8, 32). Uw eerstelingen worden door de engelen aanbeden (...). Waaraan ontbreekt het u nog?”. H. Johannes Chrysostomos, Preken over de Brief aan de Efeziërs, In epistulam ad Ephesios. PG 62,11

Deze gemeenschap in Christus, die door het werk van de Heilige Geest, door God met het licht van de openbaring aan alle mensen wordt aangeboden, is niet iets bovenop onze mensheid maar de verwezenlijking van de diepste verlangens, van dat verlangen naar oneindigheid en volheid dat in het diepste van iedere mens ligt en dat hem opent voor een geluk dat momentaan en beperkt is, maar eeuwig. De heilige Bonaventura van Bagnoregio zegt, verwijzend naar God die zich openbaart en door de Schriften tot ons spreekt om ons tot Hem te voeren: “Zij is de Schrift waarin de woorden staan van eeuwig leven, zij werd dus geschreven, niet alleen opdat wij zouden geloven, maar ook opdat wij het eeuwige leven zouden bezitten waarin wij zullen zien, zullen beminnen en waar al onze verlangens zullen vervuld zijn.” H. Bonaventura, Breviloquium. Breviloquium, prol.; Opera omnia V, 201s De zalige Paus Johannes Paulus II bracht tenslotte in herinnering: “De Openbaring brengt een rustpunt in de geschiedenis dat de mens niet kan negeren als hij het mysterie van zijn bestaan wil begrijpen; maar anderzijds verwijst deze kennis voortdurend naar het mysterie van God dat de geest niet ten volle kan onderzoeken doch slechts kan ontvangen en gelovig aanvaarden”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 14
Wat is in dit perspectief, de daad van het geloof? Het is het antwoord van de mens op de openbaring van God die zich laat kennen en Zijn plan van welbehagen manifesteert; het is, om een uitdrukking van de heilige Augustinus te gebruiken, zich laten grijpen door de waarheid die God is, een waarheid die liefde is. Dat is de reden waarom de heilige Paulus benadrukt dat wij aan God die ons Zijn geheim geopenbaard heeft, “de gehoorzaamheid van het geloof” verschuldigd zijn (Rom. 16, 26) Vgl. Rom. 1, 5 Vgl. 2 Kor. 10, 5-6 , een houding waardoor de mens “zich vrijelijk geheel aan God toevertrouwt, door volledige onderdanigheid van verstand en wil jegens de openbarende God te bewijzen en vrijwillig in te stemmen met de door God geschonken openbaring”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5 Dit alles brengt een fundamentele verandering mee van onze relatie met de werkelijkheid in haar geheel; alles verschijnt in een nieuwe dag, het gaat dus om een waarachtige bekering, het geloof is een mentaliteitsverandering, omdat de God die zich in Christus geopenbaard heeft en die Zijn liefdesplan heeft kenbaar gemaakt, ons grijpt, tot Zich trekt, en de zin wordt die heel ons leven draagt, de rots waarop ons leven stevigheid kan vinden. In het Oude Testament vinden wij een compacte uitdrukking over het geloof, die God aan de profeet Jesaja geeft opdat hij ze zou meedelen aan Achaz, de koning van Judea. God zegt: “Als gij niet standvastig gelooft, dan houdt gij geen stand!” (Jes. 7, 9b). Er is dus een band tussen standhouden en begrijpen, wat uitdrukt hoezeer het geloof erin bestaat Gods kijk op de werkelijkheid over te nemen in zijn leven, ons door God begrip te laten bijbrengen door Zijn woord en door de Sacramenten, over hetgeen wij moeten doen, welke weg wij moeten gaan, hoe wij moeten leven. Maar tegelijk geeft precies het feit, van in Gods lijn te begrijpen, met Zijn ogen te zien, stabiliteit aan ons leven en stelt het ons in staat “rechtop te blijven”, niet te vallen.
Dierbare vrienden, de Advent, de liturgische tijd die wij begonnen zijn en die ons op Kerstmis voorbereidt, plaatst ons voor het lichtend mysterie van de komst van Gods Zoon, voor het plan van welbehagen waardoor Hij ons tot Zich wil trekken, om ons in een volledige gemeenschap van vreugde en vrede met Hem te laten leven. De Advent nodigt ons nogmaals uit om te midden van talrijke moeilijkheden, onze zekerheid dat God aanwezig is, aan te wakkeren: Hij is in de wereld gekomen, door mens te worden zoals wij, om Zijn liefdesplan te voltooien. En God vraagt dat ook wij het teken worden van Zijn werking in de wereld. Door ons geloof, onze hoop en naastenliefde, wil Hij zonder ophouden opnieuw binnenkomen in de wereld en Zijn licht opnieuw in onze nacht laten stralen.

Document

Naam: JAAR VAN HET GELOOF - GOD OPENBAART ZIJN "LIEFDEVOLLE PLAN"
8e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 5 december 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam