• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

IK GELOOF IN ééN HEILIGE, KATHOLIEKE EN APOSTOLISCHE KERK
Tijdens de Vijfde Gewone Consistorie van dit pontificaat waaronder 6 nieuwe kardinalen werden gecreëerd - Sint Pietersbasiliek

Beste broeders en zusters,

Deze woorden, die de nieuwe kardinalen straks zullen uitspreken als onderdeel van hun plechtige geloofsbelijdenis, komen uit de 1e Concilie van Constantinopel
Credo van Nicea - Constantinopel
(31 juli 381)
, de synthese van het geloof van de Kerk dat ieder van ons bij het Doopsel ontvangt. Alleen door deze waarheidsregel in één geheel te bewaren en te belijden kunnen we ware leerlingen van de Heer zijn. In dit Consistorie wil ik in het bijzonder de betekenis van het woord ‘katholiek’ overwegen, een woord dat een essentieel onderdeel van de Kerk en haar missie aangeeft. Er kan veel over dit onderwerp gezegd worden en verschillende benadering kunnen worden gevolgd: vandaag zal ik mij beperken tot één of twee gedachten.

De kenmerkende tekenen van de Kerk komen overeen met Gods plan, zoals de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
ons leert: “Christus bewerkt door de heilige Geest dat zijn kerk één, heilig, katholiek en apostolisch is, en Hij is het ook die haar oproept ieder van deze hoedanigheden te verwezenlijken” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 811. Wat de Kerk specifiek katholiek maakt is het feit dat Christus in Zijn verlossingswerk de gehele mensheid omarmt. Terwijl Zijn missie tijdens Zijn aardse leven tot het Joodse volk beperkt was, “de verloren schapen van het huis van Israël” (Mt. 15, 24), was het vanaf het begin bedoelt om het licht van het Evangelie naar alle volkeren te brengen en alle naties naar het Koninkrijk van God te leiden. Toen Hij het geloof van de centurion in Kafarnaüm zag, riep Jezus uit: “Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen” (Mt. 8, 11). Dit universele gezichtspunt is onder andere zichtbaar in het feit dat Jezus niet alleen de titel “Zoon van David” op zichzelf toepaste, maar ook “Mensenzoon” (Mc. 10, 33), zoals in het Evangelie dat we zojuist hebben gehoord. In de taal van de Joodse apocalyptische literatuur, geïnspireerd door het visioen van de geschiedenis dat we vinden in het boek van de profeet Daniël Vgl. Dan. 7, 13-14 , roept de uitdrukking “Mensenzoon” het beeld op van de figuur die verschijnt “met de wolken van de hemel” (Dan. 7, 13). Dit is een beeld dat een volledig nieuw koninkrijk voorspeelt, niet slecht door menselijke krachten bijeen gehouden, maar door de ware kracht die van God afkomstig is. Jezus neemt deze rijke en complexe uitdrukking over en verwijst ermee naar zichzelf om het ware karakter van Zijn messiasschap te laten zien: een missie tot de gehele mens en tot elke mens, elke etnische, nationale en religieuze bijzonderheden overstijgend. En juist door Jezus te volgen, door zich te laten opnemen in Zijn menselijkheid en zo in gemeenschap met God, gaat men binnen in dit nieuwe koninkrijk dat verkondigd en verwacht wordt door de Kerk, een koninkrijk dat versplintering en verspreiding overwint.
Jezus stuurt Zijn Kerk dus niet naar één bepaalde groep, maar naar de gehele mensheid, en zo verenigt Hij hen in geloof tot één volk, om het zo te redden. Het Tweede Vaticaans Concilie vatte dit beknopt samen in de Dogmatische Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
: “Tot het nieuwe volk Gods zijn alle mensen geroepen. Daarom moet dit volk één en enig blijvend, zich uitbreiden over de gehele wereld door alle tijden heen, opdat zo het besluit van Gods wil verwezenlijkt wordt” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13. Daarom komt de universaliteit van de Kerk voort uit de universaliteit van Gods unieke verlossingsplan voor de wereld. Dit universele karakter komt duidelijk naar voren op de dag van Pinksteren, als de Heilige Geest de eerste christelijke gemeenschap met Zijn aanwezigheid vult, zodat het Evangelie onder alle naties kan worden verspreid, en zo het ene Volk van God in alle volkeren laat groeien. Vanuit haar oorsprong is de Kerk dus kat’holon georiënteerd, het omhelst het gehele universum. De Apostelen getuigen van Christus en richten zich tot mensen van over de hele wereld, en elk van hun toehoorders verstaat hen als zij in hun eigen taal spraken (Hand. 2, 7-8). Vanaf die dag verkondigt de Kerk, in de “kracht van de Heilige Geest”, volgens de belofte van Jezus, de gestorven en verrezen Heer “in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde” (Hand. 1, 8). De universele missie van de Kerk verrijst niet van beneden, maar daalt af van boven, van de Heilige Geest: vanaf het begin wil deze zich in elke cultuur uitdrukken om zo één Volk van God te vormen. In plaats van te beginnen als een plaatselijke gemeenschap die langzaam groeit en zich uitbreidt, is het als gist gericht op een universele horizon, op het geheel: universaliteit is er binnen in gegrift.
Onze Heer verkondigt: “Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen” (Mc. 16, 15); “Ga, en maak alle volkeren tot leerling” (Mt. 28, 19). Met deze woorden zendt Jezus de Apostelen tot de hele schepping, zodat Gods verlossende handelen tot overal kan reiken. Maar als we het moment van Jezus opneming in hemel overwegen, zoals verteld in de Handelingen van de Apostelen, zien we dat de apostelen nog altijd gesloten zijn in hun denken en uitkijken naar het herstel van een Davidisch koninkrijk. Ze vragen de Heer: “herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?” (Hand. 1, 6). Hoe antwoord Jezus? Hij antwoord door hun horizon te verbreden en hun zowel een belofte als een opdracht te geven: Hij belooft hen dat ze vervuld zullen worden van de kracht van de Heilige Geest, en Hij geeft hen de opdracht op in de gehele wereld van Hem te getuigen, de culturele en religieuze begrenzingen overstijgend waarin zij gewend waren te leven en te denken, en hen zo open te stellen voor het universele Koninkrijk van God. Aan het begin van de reis van de Kerk gingen de apostelen en leerlingen zonder enige menselijke zekerheid op weg, puur in de kracht van de Heilige Geest, het Evangelie en het geloof. Dit is de gist die zich over de wereld verspreid, verschillende gebeurtenissen en een grote reeks aan culturele en sociale contexten binnengaat, terwijl zij één Kerk blijft. Rondom de apostelen ontstaan christelijke gemeenschappen, maar zij zijn “de” Kerk die altijd dezelfde is, één en universeel, of zij nu in Jeruzalem, Antiochië of Rome is. En als de apostelen over de Kerk spreken, spreken zij niet over een eigen gemeenschap, maar over de Kerk van Christus, en zij staan op de unieke, universele en alomvattende identiteit van de Catholica die in elke plaatselijke Kerk wordt gerealiseerd. De Kerk is één, katholiek en apostolisch, zij geeft in zichzelf de bron van haar leven en reis weer: de eenheid en gemeenschap van de Drie-eenheid.
Binnen de context en het perspectief van de eenheid en universaliteit van de Kerk bevindt zich het Kardinalencollege: het toont een veelheid aan gezichten, want het vertegenwoordigt het gezicht van de universele Kerk. In dit Consistorie wil ik in het bijzonder het feit belichten dat de Kerk de Kerk van alle volkeren is, en dat zij zo spreekt in de verschillende culturen in de verschillende werelddelen. Zij is de Kerk van Pinksteren: te midden van de polyfonie van vele stemmen verheft zij een enkel harmonieus lied tot de levende God.

In vriendschap groet ik de officiële afvaardigingen van de verschillende landen, de bisschoppen, priesters, gewijde personen en lekengelovigen van de verschillende diocesane gemeenschappen en allen die delen in de vreugde van de nieuwe leden van het Kardinalencollege – hun familie, vrienden en medewerkers. De nieuwe kardinalen, die verschillende bisdommen in de wereld vertegenwoordigen, zijn vanaf nu door een speciale titel met de Kerk van Rome verbonden, en op die manier versterken zij de geestelijke banden die de hele Kerk verenigen, tot leven gebracht door Christus en verzameld rond de opvolger van Petrus. Tegelijkertijd drukt de ritus van vandaag de opperste waarde van trouw uit. De eed die u op het stand te maken, dierbare broeders, bevat woorden vol van diepgaand geestelijk en kerkelijk belang:

“Ik beloof en ik zweer, van nu af en zolang als ik leef, trouw te blijven aan Christus en Zijn Evangelie, altijd trouw aan de Heilige Apostolische Roomse Kerk”.

En als u de rode bireta ontvangt, zult u eraan herinnerd worden dat dat betekent dat

“u bereid moet zijn standvastig op te treden, zelfs tot het vergieten van uw bloed, voor de groei van het christelijk geloof, voor de vrede en het welzijn van het volk van God”.

De schenking van de ring wordt dan vergezelt door de vermaning:

“Weet dat uw liefde voor de Kerk wordt versterkt door uw liefde voor de Prins der Apostelen.”

Met deze gebaren en de woorden die erbij horen zien we een aanwijzing van de identiteit die u vandaag in de Kerk aanneemt. Van nu af aan bent u nog sterker en intiemer verbonden met de Stoel van Petrus: de titels en diaconaten van de kerken van Rome zullen u aan de band herinneren die u, als leden door een zeer speciale titel, bindt aan deze Kerk van Rome, die in universele liefde voorzit. In het bijzonder door het werk dat u doet voor de dicaterieën van de Romeinse Curie zult u mijn gewaardeerde medewerkers zijn, in de allereerste plaats in mijn apostolische dienstwerk voor de volheid van het katholicisme, als herder van de hele kudde van Christus en eerste verdediger van haar leer, orde en moraliteit.

Beste vrienden, laat ons de Heer loven, die “met vele gaven niet stopt Zijn Kerk, verspreid over de wereld, te verrijken” Oratie, en haar nieuw leven inblaast in de eeuwige jeugd die Hij haar heeft gegeven. Aan Hem vertrouwen we het nieuwe kerkelijke dienstwerk van onze gewaardeerde en eerbiedwaardige broeders toe, dat zij moedig mogen getuigen van Christus, met een levendig groeiend geloof en oneindig opofferende liefde.

Amen.

Document

Naam: IK GELOOF IN ééN HEILIGE, KATHOLIEKE EN APOSTOLISCHE KERK
Tijdens de Vijfde Gewone Consistorie van dit pontificaat waaronder 6 nieuwe kardinalen werden gecreëerd - Sint Pietersbasiliek
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 24 november 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: incaelo.blogspot.com; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam