• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ GELEGENHEID VAN DE VIJFHONDERDSTE VERJAARDAG VAN DE INAUGURATIE VAN HET PLAFOND VAN DE SIXTIJNSE KAPEL
Eerste Vespers van het Hoogfeest van Allerheiligen

Vereerde Broeders,
Geliefde broeders en zusters,

In deze liturgie van de Vespers aan de vooravond van het Hoogfeest van Allerheiligen herdenken wij de inauguratie door Paus Julius II, nu vijfhonderd jaar geleden, van de fresco’s van het plafond van deze Sixtijnse Kapel. Ik bedank kardinaal Bertello voor zijn woorden van groet en groet van harte alle aanwezigen.

Waarom herdenken wij deze historische en artistieke gebeurtenis door middel van een liturgische viering? Eerst en vooral omdat de Sixtijnse Kapel wezenlijk een liturgische plaats is: het is de Capella Magna van het Vaticaanse Apostolische Paleis. Daarenboven omdat de kunstwerken die deze kapel decoreren, en in het bijzonder de cycli van fresco’s, in de liturgie als het ware hun levende omgeving vinden, de context waarin zij het best hun schoonheid, geheel hun rijkdom en geheel de diepgang van hun betekenis tot uitdrukking brengen. Het is alsof gedurende de liturgische viering geheel deze symfonie van figuren tot leven komt. Dit is zeker zo in geestelijke zin maar onlosmakelijk hiermee verbonden ook in esthetische zin want de waarneming van de artistieke vorm is een typische menselijke daad en als zodanig omvat deze daad de zintuigen en de geest. Kortom, wanneer de Sixtijnse Kapel in gebed aanschouwd wordt, is zij nog mooier, nog meer authentiek en openbaart zij zich in al haar rijkdom.

Hier komt alles tot leven, in contact met het Woord van God weerklinkt hier alles. We hebben geluisterd naar het fragment van de Hebreeënbrief: “Gij zijt genaderd tot de berg Sion en de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en de duizendtallen engelen, de feestelijke en plechtige vergadering ...” (Hebr. 12, 22-23). De auteur richt zich tot de christenen en legt uit dat voor hen de beloften van het Oude Verbond werkelijkheid zijn geworden: een feest van gemeenschap met God met als centrum God en Jezus, het geslachtofferde en verrezen lam Vgl. Hebr. 12, 23-24 . Geheel deze dynamiek van belofte en vervulling is hier afgebeeld op de fresco’s aan de langzijdige muren, het werk van grote schilders uit Umbrië en Toscane uit de tweede helft van de 15e eeuw. En wanneer de tekst verder gaat en zegt dat wij genaderd zijn tot “de vergadering van de eerstgeborenen die in de hemel zijn ingeschreven, tot God, de rechter van allen, tot de geesten van de rechtvaardigen die de voleinding bereikt hebben” (Hebr. 12, 23), dan heft onze blik zich op tot het Laatste Oordeel van Michelangelo, waar de hemelsblauwe achtergrond, die ook terugkomt in de mantel van de Maagd Maria, een licht van hoop geeft aan het geheel van dit dramatische visioen.

“Christi, redemptor omnium,
conserva tuos famulos,
beatae semper Virginis,
placatus sanctis precibus”,

zingen wij in de eerste strofe van de hymne van deze Vespers. Dit is precies wat wij zien: Christus, de Verlosser in het centrum, gekroond door zijn Heiligen en naast Hem Maria, die in gebed bij Christus voorspreekt alsof zij als het ware dit schrikwekkende oordeel wil milderen.

Maar vanavond gaat onze aandacht vooral uit naar de grote fresco’s op het plafond die Michelangelo, in opdracht van Julius II, in ongeveer vier jaar, van 1508 tot 1512, heeft gerealiseerd. Deze grote kunstenaar, die reeds beroemd was vanwege zijn beeldhouwwerken, ziet zich voor de taak gesteld om méér dan 1000m² pleisterwerk te beschilderen. En we kunnen ons voorstellen dat het effect indrukwekkend moet zijn geweest voor wie voor de eerste keer het voltooide werk zag. Vanuit dit immense fresco is een invloed uitgegaan op de Italiaanse en Europese kunst die - zoals Wölfflin in 1899 met een mooie en beroemde metafoor zei – te vergelijken is met een “krachtige bergstroom, drager van geluk en tegelijkertijd drager van vernieling”: niets is gebleven zoals het vroeger was. In een beroemde passage uit De Levens schrijft Giorgio Vasari terecht: “Dit werk was en is werkelijk het lichtbaken van onze kunst en heeft zoveel vreugde en licht gebracht in de schilderkunst dat het volstond om geheel de wereld te verlichten.”
Lichtbaken, licht, verlichten: deze drie woorden van Vasari zullen niet veraf zijn geweest in de harten van diegenen die toen op 31 oktober 1512 aanwezig waren bij de viering van de Vespers. Maar het betreft hier niet alleen het licht, dat voortkomt uit het verstandige gebruik van kleuren, rijk aan contrasten, of dat voorkomt uit de beweging die doorheen geheel het meesterwerk van Michelangelo gaat. Het is ook het idee dat dit grootse plafond beheerst: het is het licht van God dat deze fresco’s en geheel de Pauselijke Kapel verlicht; dit licht dat met haar macht de chaos en de duisternis overwint om zo leven te geven: in de schepping en in de verlossing. Het is deze geschiedenis van licht, bevrijding en verlossing die de Sixtijnse Kapel vertelt; het spreekt van de relatie van God met de mensheid. De meesterlijke fresco’s van Michelangelo leiden onze blik terug van de boodschap van de Profeten, waaraan toegevoegd worden de heidense Sibyllen die de komst van Christus verwachten, tot aan het begin van alle dingen: “In het begin schiep God hemel en aarde” (Gen. 1, 1). Met een unieke, expressieve intensiteit schildert de grote kunstenaar God de Schepper, zijn handelen en zijn macht om duidelijk te laten zien dat de wereld niet het product is van duisternis, van toeval of van het absurde, maar voortkomt uit een Verstand, een Vrijheid, een hoogste daad van Liefde. In deze ontmoeting van de vinger van God en de vinger van de mens zien wij het contact tussen de hemel en de aarde. In Adam treedt God binnen in een nieuwe relatie tot zijn schepping, de mens staat in een directe verhouding tot Hem, hij wordt geroepen door Hem, hij bestaat naar het beeld en de gelijkenis van God.
Twintig jaar later besluit Michelangelo de grote parabel van de pelgrimstocht van de mensheid door onze blik te richten op de voltooiing van de wereld en van de mens, op de definitieve ontmoeting met Christus, Rechter van de levenden en de doden.
Het gebed vanavond in deze Sixtijnse Kapel, omringd door de geschiedenis van de reistocht van God met de mens, op zulk een wonderlijke wijze voorgesteld in de fresco’s boven ons en rondom ons, is een uitnodiging tot lofprijzing, een uitnodiging om tot God de Schepper, Verlosser en Rechter van de levenden en de doden, en samen met alle Heiligen in de Hemel, de woorden van de lofzang van de Apokalyps aan te heffen: “Amen, alleluia ... Loof onze God, al zijn dienaars, gij die Hem vreest, gij kleinen en groten! ... Alleluia. ... Laat ons blij zijn en juichen, Hem alle eer bewijzen” (Openb. 19, 4a.5.7a).

Document

Naam: BIJ GELEGENHEID VAN DE VIJFHONDERDSTE VERJAARDAG VAN DE INAUGURATIE VAN HET PLAFOND VAN DE SIXTIJNSE KAPEL
Eerste Vespers van het Hoogfeest van Allerheiligen
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 31 oktober 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.uit het Italiaans: dr. Jörgen Vijgen; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam