• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

JAAR VAN HET GELOOF - HET GELOOF VAN DE KERK
3e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters,

Wij gaan verder op de weg van onze meditatie over het katholiek geloof. Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Jaar van het geloof - Wat is geloof?
2e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Sint Pietersplein
(24 oktober 2012)
heb ik aangetoond dat het geloof een gave is, omdat God het initiatief neemt en ons tegemoet komt; zo is het geloof een antwoord waardoor wij het aanvaarden als het stevige fundament van ons leven. Het is een gave die het bestaan transformeert want het doet ons binnentreden in de kijk van Jezus, die in ons werkzaam is en ons opent voor Gods liefde voor de anderen.

Vandaag zou ik een stap verder willen zetten in onze overweging, opnieuw uitgaande van enkele vragen: heeft het geloof alleen een persoonlijk, individueel karakter? Beleef ik mijn geloof op mijn eentje? Zeker, de daad van geloof is een uitermate persoonlijke daad die uit het diepst van het hart komt en een koerswijziging meebrengt, een persoonlijke bekering: mijn leven krijgt een wending, een nieuwe oriëntatie. In de doopliturgie vraagt de celebrant op het ogenblik van de beloften, uiting te geven aan het katholiek geloof en stelt hij drie vragen: gelooft u in God de almachtige Vader? Gelooft u in Jezus Christus, Zijn enige Zoon? Gelooft u in de Heilige Geest? Vroeger werden die vragen rechtstreeks gesteld aan degene die het Doopsel ging ontvangen, voordat hij zich drie keer in het water onderdompelt. En ook vandaag nog, is het antwoord in het enkelvoud: “ik geloof”. Maar mijn geloof is niet het resultaat van mijn eenzame overweging, niet het plan van mijn denken, doch de vrucht van een relatie, van een dialoog die bestaat uit luisteren, ontvangen en een antwoord; het is communicatie met Jezus die me uit mijn opgesloten ik laat treden om mij voor de liefde van God de Vader open te stellen. Het is als een wedergeboorte waarin ik mij ontdek in vereniging, niet alleen met Jezus, maar ook met allen die dezelfde weg gegaan zijn en gaan; en het is deze nieuwe geboorte die met het doopsel begint en heel het leven duurt. Ik kan mijn persoonlijk geloof niet opbouwen in een privé dialoog met Jezus, omdat het geloof mij door God gegeven werd doorheen een gelovige gemeenschap die de Kerk is en ik sluit mij zo aan bij een menigte van gelovigen in een gemeenschap die niet alleen sociologisch is maar geworteld in de eeuwige liefde van God, die zelf gemeenschap is van Vader, Zoon en Heilige Geest, die Trinitaire Liefde is. Ons geloof is maar persoonlijk als het ook gemeenschappelijk is: het kan mijn geloof niet zijn als het niet leeft en zich beweegt in het ons van de Kerk, als het niet ons geloof is, het gemeenschappelijke geloof van de ene Kerk.
Wanneer wij ’s zondags in de Mis het Credo opzeggen, spreken wij in de eerste persoon, maar wij belijden het ene geloof van de Kerk in gemeenschap. Dit Credo dat individueel uitgesproken wordt, verenigt ons tot een immens koor in tijd en ruimte, waar ieder bij wijze van spreken bijdraagt tot een polyfonische eendracht in het geloof. De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
zegt het klaar: “Geloven is een kerkelijke daad. Het geloof van de kerk gaat vooraf aan ons geloof, brengt dit voort, draagt het en voedt het. De kerk is de moeder van alle gelovigen. Niemand kan God als Vader hebben als hij de kerk niet als moeder heeft H. Cyprianus van Carthago, Over de eenheid van de Katholieke Kerk, De catolicae ecclesiae unitate. PL 4, 503A”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 181
Bij de aanvang van het christelijk avontuur, toen de Heilige Geest op de eerste Pinksterdag met kracht over de leerlingen neerdaalde, zoals de Handelingen van de Apostelen verhalen Vgl. Hand. 2, 1-13 , ontvangt de beginnende Kerk de kracht om de zending te vervullen die haar door de verrezen Heer was toevertrouwd: het Evangelie verspreiden naar de vier hoeken van de wereld, de Blijde Boodschap van het Rijk Gods, en zo de mens te leiden naar de ontmoeting met Hem, naar het geloof dat redt. De apostelen overwinnen iedere angst om te verkondigen wat zij gehoord en gezien hadden, wat zij persoonlijk met Jezus ervaren hadden. Door de kracht van de Heilige Geest beginnen zij vreemde talen te spreken, het mysterie openlijk te verkondigen waarvan zij getuige waren. In de Handelingen van de Apostelen wordt vervolgens de grote toespraak van Petrus verhaald, juist op de dag van Pinksteren. Hij gaat uit van een citaat uit de profeet Joël (Joël 3, 1-5), brengt het in verband met Jezus en verkondigt daarbij de kern van het christelijk geloof: Degene die iedereen wel gedaan heeft, die door God bekrachtigd werd, door wonderen en grote tekenen, werd op het kruis genageld en gedood, maar werd door God uit de doden opgewekt en tot Christus en Heer gemaakt. Met Hem zijn wij het uiteindelijke heil binnen gegaan dat door de profeten was aangekondigd en wie Zijn Naam aanroept, zal gered worden Vgl. Hand. 2, 17-24 . Velen voelen zich door deze woorden van Petrus persoonlijk aangesproken, berouwen hun zonden en laten zich dopen en ontvangen de gave van de Heilige Geest Vgl. Hand. 2, 37-41 . Zo begint de weg van de Kerk, de gemeenschap die deze boodschap in tijd en ruimte brengt, de gemeenschap van het volk Gods, dank zij het Bloed van Christus gefundeerd op het nieuwe verbond, en waarvan de leden niet tot een bepaalde sociale of etnische groep behoren, maar mannen en vrouwen zijn uit iedere natie en cultuur. Een “katholiek” volk dat nieuwe talen spreekt, universeel open staat om elkeen te verwelkomen, boven de grenzen heen, alle hindernissen neerhalend. De heilige Paulus zegt: “Dan is er geen sprake meer van heiden of jood, besnedene of onbesnedene, barbaar en onbeschaafde, van slaaf of vrije mens. Daar is alleen Christus, alles in allen” (Kol. 3, 11).
Dus van bij de aanvang is de Kerk de plaats van het geloof, de plaats waar het geloof overgedragen wordt, en de plaats waar men door het doopsel ondergedompeld is in het Paasmysterie van de dood en de verrijzenis van Christus die ons bevrijdt uit de gevangenis van de zonde, die ons de vrijheid van de kinderen geeft en ons in de gemeenschap van de drie-ene God brengt. Tezelfdertijd worden wij ondergedompeld in de gemeenschap met de andere broeders en zusters in het geloof, met heel het Lichaam van Christus; wij worden uit ons isolement gehaald. Het Tweede Vaticaans Concilie herinnert daaraan: “Niettemin heeft het Hem behaagd de mensen geenszins afzonderlijk, zonder enig onderling verband, te heiligen en te redden, maar hen tot een volk te verenigen dat hem naar waarheid zou erkennen en in heiligheid zou dienen”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9 Herinnerend aan de liturgie van het Doopsel, merken we op dat op het einde van de beloften waar wij verzaken aan het kwaad en herhalen “ik geloof” in de waarheden van het geloof, de celebrant zegt: “Dit is ons geloof, dit is het geloof van de Kerk en het is onze glorie het te belijden in Jezus Christus onze Heer”. Het geloof is een Goddelijke deugd, door God gegeven, maar in de loop van de geschiedenis door de Kerk doorgegeven. De heilige Paulus zelf zegt aan de Korintiërs dat hij hen het Evangelie heeft meegedeeld dat ook hij op zijn beurt had ontvangen Vgl. 1 Kor. 15, 3 .
Het leven van de Kerk, de verkondiging van Gods woord, de viering van de sacramenten, het is een ononderbroken ketting die tot ons komt en die wij de Traditie noemen. Zij geeft ons de waarborg dat hetgeen waarin wij geloven, de oorspronkelijke boodschap is van Christus, die door de apostelen werd verkondigd. De kern van de oorspronkelijke boodschap is het gebeuren van de dood en de verrijzenis van de Heer, daaruit ontspringt het patrimonium van het geloof. Het Concilie zegt: “De apostolische prediking, welke in de geïnspireerde boeken op bijzondere wijze ligt uitgedrukt, moest derhalve door ononderbroken opeenvolging tot aan de voltooiing der tijden worden bewaard”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8 Terwijl de Heilige Schrift aldus Gods woord bevat, bewaart en draagt de Traditie van de Kerk het trouw over, opdat de mensen van alle tijden toegang zouden hebben tot haar immense rijkdommen en zich met haar schatten aan genade verrijken. “Zo bestendigt de Kerk in haar leer, leven en eredienst alles wat zijzelf is, alles wat zij gelooft en geeft dit door aan alle geslachten”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8

Tenslotte zou ik willen benadrukken dat het in de Kerkgemeenschap is dat het persoonlijke geloof groeit en rijpt. Het is interessant dat in het Nieuwe Testament het woord “heiligen” verwijst naar de christenen in hun geheel, en allen hadden zeker niet de hoedanigheden om door de Kerk heilig verklaard te worden. Wat wou men dan met dat woord aanduiden? Het feit dat degenen die geloofden in de verrezen Christus en ervan leefden, geroepen waren een referentiepunt te worden voor alle anderen, door ze in contact te brengen met de Persoon en boodschap van Jezus die het gelaat toont van de levende God. En dat geldt ook voor ons: een christen die zich, ondanks zijn zwakheden, beperktheden en moeilijkheden, geleidelijk laat leiden en vormen door het geloof van de Kerk, wordt als een open venster voor het licht van de levende God die dit licht ontvangt en aan de wereld doorgeeft. De zalige Johannes Paulus II zei in de encycliek “H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptoris Missio
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
(7 december 1990)
” dat “de zending de Kerk vernieuwt, het geloof en de christelijke identiteit versterkt, nieuw enthousiasme en een nieuwe motivatie geeft. Geloof wordt sterk als men het geeft!”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 2

De vandaag veel voorkomende neiging om het geloof terug te dringen naar de privé sfeer, is dus in tegenspraak met de aard van het geloof zelf. We hebben de Kerk nodig voor de bevestiging van ons geloof en om Gods gaven te ervaren: Zijn woord, de sacramenten, de steun van Zijn genade en het getuigenis van de liefde. Zo kan ons ik zich in het wij van de Kerk zowel zien als bestemmeling en als acteur van een gebeuren dat hem overstijgt: de ervaring van de gemeenschap met God die gemeenschap sticht onder de mensen. In een wereld waarin het individualisme de band tussen de mensen lijkt te regelen, waardoor die band brozer wordt, roept het geloof ons op om Gods volk te zijn, om Kerk te zijn, om de liefde van God en de gemeenschap met Hem naar heel de mensheid brengen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 1

Hartelijke dank voor uw aandacht.

Document

Naam: JAAR VAN HET GELOOF - HET GELOOF VAN DE KERK
3e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Sint Pietersplein
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 31 oktober 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam