• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

JAAR VAN HET GELOOF - WAT IS GELOOF?
2e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters,

Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Jaar van het Geloof - Introductie
(17 oktober 2012)
ben ik bij de aanvang van het Jaar van het Geloof met een nieuwe reeks catecheses begonnen over het geloof. En vandaag zou ik met u willen nadenken over een fundamentele vraag: wat is het geloof? Heeft geloof nog zin in een wereld waarin wetenschap en techniek horizonten hebben geopend die voor kort nog ondenkbaar waren? Wat betekent geloven vandaag? Onze tijd heeft inderdaad nood aan opvoeding in hernieuwd geloof, dat voorzeker kennis van zijn waarheden en geloofsgebeurtenissen inhoudt, maar dat vooral ontstaat uit een echte ontmoeting met God in Jezus Christus, uit liefde voor Hem, uit vertrouwen in Hem, zodanig dat heel het leven erin betrokken wordt.

Vandaag zien we rondom ons, tussen vele tekens van goedheid, ook een zekere spirituele woestijn. Als men dagelijks nieuws hoort over bepaalde gebeurtenissen, heeft men soms het gevoel dat de wereld niet de weg opgaat naar een meer broederlijke en vreedzame gemeenschap; de ideeën zelf van vooruitgang en welzijn onthullen zelfs hun schaduwzijde. Ondanks de grootsheid van wetenschappelijke ontdekkingen en de resultaten van de techniek, lijkt de mens van vandaag niet vrijer of menselijker geworden te zijn; er zijn nog zoveel vormen van uitbuiting, manipulatie, geweld, misbruik, onrechtvaardigheid ... Een bepaald type van cultuur heeft ook geleerd alleen te evolueren naar de horizont van de dingen, van het doenbare, alleen te geloven in wat men kan zien en aanraken. Men stelt anderzijds vast dat een groeiend aantal personen zich gedesoriënteerd voelt en in hun poging om een puur horizontale kijk op de werkelijkheid te overstijgen, zijn zij bereid alles te geloven, ook het tegendeel van die horizontale kijk. In deze context duiken bepaalde fundamentele vragen opnieuw op en veel concreter dan men op het eerste zicht zou denken: wat is de zin van mijn leven? Is er toekomst voor de mens, voor ons en de nieuwe generaties? Waarop dienen we de keuzes van onze vrijheid te richten om goed en gelukkig te leven? Wat staat ons na de dood te wachten?
In deze onweerstaanbare vragen bemerkt men hoezeer de wereld van planning, juiste berekening en experimenteren - in één woord, de kennis van de wetenschap, al is zij voor het leven van de mens belangrijk – niet volstaat. We hebben niet alleen nood aan materieel brood, we hebben ook nood aan liefde, zin en hoop, aan een betrouwbaar fundament, vaste grond die ons helpt authentieke zin aan ons leven te geven, ook in crisissituaties, duisternis, dagelijkse moeilijkheden en problemen. Dat is wat geloof ons juist geeft: vertrouwende overgave aan een Gij dat God is, die mij een andere zekerheid geeft, doch niet minder degelijk dan degene die van de exacte berekening of de wetenschap. Het geloof is niet zo maar een verstandelijk akkoord gaan van de mens met afzonderlijke waarheden over God; het is een daad waardoor ik mij vrijwillig toevertrouw aan God, die een Vader is en mij bemint; het is instemmen met een Gij dat me hoop en vertrouwen geeft. Zeker, deze instemming met God is niet ontdaan van inhoud: door die instemming zijn we ervan bewust dat God zelf zich aan ons getoond heeft in Christus, dat Hij Zijn gelaat heeft laten zien en ieder van ons werkelijk nabij is gekomen. God heeft ook geopenbaard dat Zijn liefde voor de mens, voor ieder van ons, mateloos is: op het kruis toont Jezus van Nazareth, Gods mens geworden Zoon, ons op de meest duidelijke manier hoever die liefde gaat, tot de gave van zichzelf, het totale offer. In het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus, daalt God neer tot in het diepste van onze mensheid om ze tot bij Hem terug te brengen, om ze tot op Zijn hoogte te verheffen. Geloof is in deze liefde van God geloven en Zijn liefde vermindert niet ten overstaan van de boosheid van de mens, ten overstaan van kwaad en dood, maar is bekwaam iedere vorm van verslaving om te vormen omdat zij mogelijkheid schept van heil. Geloof hebben is dan dit Gij ontmoeten, God die mij draagt en mij een onvernietigbare liefde belooft die niet alleen naar de eeuwigheid verlangt maar ze ook geeft; het is mij toevertrouwen aan God met de houding van een kind dat goed weet dat al zijn moeilijkheden en problemen veilig zijn bij het gij van zijn moeder. Deze mogelijkheid van heil, door het geloof, is een gave die God alle mensen aanbiedt. Ik denk dat wij in ons dagelijks leven, dat gekenmerkt is door problemen en soms dramatische toestanden, meer zouden moeten mediteren over het feit dat geloven op een christelijke manier, deze overgave van zichzelf betekent, vertrouwend op de diepe zin die mij en de wereld draagt, de zin die wij niet zelf kunnen geven doch slechts ontvangen en die het fundament is waarop wij zonder angst kunnen leven. Deze bevrijdende en geruststellende zekerheid van het geloof moeten wij door het woord kunnen verkondigen en door ons leven als christen tonen.

Maar alle dagen zien wij rondom ons dat velen voor deze verkondiging onverschillig zijn of ze weigeren te aanvaarden. Op het einde van het Evangelie volgens Marcus van vandaag hoorden wij de harde woorden van de Verrezene: “Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden” (Mc. 16, 16), dat wil zeggen: hij gaat verloren. Ik zou u willen uitnodigen daarover na te denken. Vertrouwen in de werking van de Heilige Geest moet ons altijd aansporen om het Evangelie te prediken, om moedig van het geloof te getuigen; maar naast de mogelijkheid van een positief antwoord op de gave van het geloof, bestaat ook het gevaar dat het Evangelie afgewezen wordt, dat de vitale ontmoeting met Christus niet aanvaard wordt. De heilige Augustinus bracht dit probleem in één van zijn commentaren op de parabel van de zaaier naar voor: “Wij althans, wij spreken, strooien en verspreiden het zaad. Onder onze toehoorders zijn er die het misprijzen, erover klagen, ermee lachen. Als we al die toehoorders vrezen, is het niet meer mogelijk om te zaaien en moeten wij ons eraan verwachten dat we bij de oogst sterven van honger. Moge het zaad dus in goede aarde vallen” H. Augustinus, De disciplina Christiana. 13, 14: PL 40, 677-678. Afwijzing mag ons dus niet ontmoedigen. Als Christenen zijn wij het getuigenis van die vruchtbare grond: ondanks onze beperkingen, toont ons geloof dat de goede aarde bestaat waarin het zaad van Gods woord overvloedige vruchten voortbrengt van gerechtigheid, vrede en liefde, van een nieuwe mensheid, van heil. En heel de Kerkgeschiedenis met al haar problemen toont ook dat goede aarde, dat goed graan bestaat en vrucht draagt.

Maar stellen we ons de vraag: waar haalt de mens die openheid van hart en geest vandaan om te geloven in die God die zich in de gestorven en verrezen Jezus Christus getoond heeft, om Zijn heil te aanvaarden zodat Jezus en Zijn Evangelie gids en licht worden van zijn leven? Het antwoord is dit: wij kunnen in God geloven omdat Hij naar ons toekomt en aanraakt, omdat de Heilige Geest, gave van de Verrezene, ons bekwaam maakt de levende God te aanvaarden. Dan is het geloof vooreerst een bovennatuurlijke gave, een gave Gods. Het Tweede Vaticaans Concilie zegt: “Om dit geloof te kunnen geven, is de voorkomende en helpende genade van God nodig en de innerlijke bijstand van de heilige Geest, die het hart moet bewegen en tot God bekeren, de ogen van de geest openen en aan allen smaak geven om met de waarheid in te stemmen en erin te geloven” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5. Aan de oorsprong van onze geloofsweg staat het doopsel, het sacrament dat ons de Heilige Geest geeft en ons zo in Christus tot kinderen Gods maakt en dat de intrede betekent in de geloofsgemeenschap, in de Kerk: men gelooft niet uit zichzelf, zonder de voorkomendheid van de genade van de Geest; en men gelooft niet op zijn eentje, maar met broeders. Uitgaande van het doopsel is iedere gelovige geroepen deze geloofsbelijdenis opnieuw te beleven en zich eigen te maken, met zijn broeders.
Geloof is een gave Gods, maar ook een daad die ten diepste vrijwillig en menselijk is. De Catechismus van de Katholieke Kerk zegt het duidelijk: “Geloven is slechts mogelijk door de genade en de innerlijke bijstand van de heilige Geest. Het is niet minder waar dat geloven een authentiek menselijke daad is. Het is noch in strijd met de vrijheid noch met het denken van de mens” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 154. In tegendeel, het geloof impliceert en verheft de vrijheid, in het waagspel van een leven dat een uittocht is, namelijk een uit zichzelf treden, uit zijn zekerheden, zijn plannen, om zich toe te vertrouwen aan Gods werking die ons de weg wijst om ware vrijheid te verwerven, onze identiteit als mens, ware vreugde van het hart, vrede met iedereen. Geloven is zich in alle vrijheid en met vreugde toevertrouwen aan het providentiële plan van God met de geschiedenis, zoals de aartsvader Abraham deed, zoals Maria van Nazareth. Geloof is dan een instemming waarmee onze geest en ons hart hun ja tot God uitspreken en belijden dat Jezus de Heer is. En dit ja transformeert het leven, opent de weg naar een volheid van zin, maakt het nieuw, rijk aan vreugde en overtuigde hoop.
Dierbare vrienden, onze tijd heeft Christenen nodig die door Christus gegrepen zijn, die groeien in geloof dank zij hun vertrouwdheid met de Heilige Schrift en de Sacramenten. Personen als een open boek, dat vertelt over de ervaring van het nieuwe leven in de Geest, de aanwezigheid van die God die ons onderweg draagt en ons openstelt voor het leven dat nooit zal eindigen.

Document

Naam: JAAR VAN HET GELOOF - WAT IS GELOOF?
2e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Sint Pietersplein
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 24 oktober 2012
Copyrights: © 2012, Libreria editrice Vaticana Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam