• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

CHRISTUS DOMINUS
Over het nuchterblijven voor de Eucharistie

Christus heeft een nieuw Paasmaal ingesteld

Christus de Heer heeft "in de nacht, dat Hij verraden "werd" (1 Kor. 11, 23), toen Hij voor het laatst het Paasmaal hield van de Oude Wet, na het Avondmaal Vgl. Lc. 22, 20 het brood gegeven aan zijn leerlingen met de woorden: "Dit is mijn Lichaam, dat voor u wordt overgeleverd" (1 Kor. 11, 24) ; eveneens gaf Hij de kelk zeggende: "Dit is mijn bloed van het nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen" (Mt. 26, 28), "Doet dit tot mijn gedachtenis". Vgl. 1 Kor. 11, 24-25 Uit deze Schriftuurplaatsen blijkt duidelijk, dat de Goddelijke Verlosser deze laatste Paasviering, waarbij volgens de rituele voor.schriften der Joden een lam werd gegeten, heeft willen vervangen door een nieuw Paasmaal, dat tot het eind der tijden zou duren, nl. het eten van het Onbevlekte Lam, dat geslachtofferd zou worden voor het leven der wereld, zodat het nieuwe Pasen van de nieuwe wet een eind zou maken aan het Oude Paasfeest en de waarheid de schaduw zou verdrijven. Verg. Missale Romanum, In festo Sanctissimi Corporis Christi Sequentia: Lauda Sion

Waarom de Kerk het nuchterblijven kon invoeren

Daar nu beide gastmalen aldus werden verbonden met het doel, de overgang van het oude Paasfeest naar het nieuwe te laten uitkomen, is het duidelijk, waarom de Kerk bij het hernieuwen van het eucharistisch offer op bevel van de Goddelijke Verlosser en tot zijn gedachtenis, van de gewoonte van de oude liefdemaaltijd heeft kunnen afwijken en het nuchterblijven vóór de Eucharistie heeft kunnen invoeren.

De gewoonte van nuchterblijven is reeds zeer oud

Want reeds in de alleroudste tijd is de gewoonte ingevoerd, de Eucharistie te geven aan de gelovigen, terwijl zij nog nuchter zijn. Paus Benedictus XIV, Apostolische Constitutie, De Synodo Dioecesana. 1. 6, c. 8, n. 10 (Leuven 1763, I, 476 En op het eind van de vierde eeuw werd reeds op verschillende concilies het nuchter.zijn voorgeschreven aan hen, die het Eucharistisch offer wilden vieren. Zo bepaalde het concilie van Hippo in het jaar 393 het volgende: "De altaargeheimen mogen slechts gevierd worden door hen, die nuchter zijn". Synode van Hippo, Canones. Stat. 28 (Mansi, Amplissima collectio conciliorum, III, 923) Dit voorschrift werd kort daarna, in het jaar 397, door het derde concilie van Carthago met dezelfde woorden geformuleerd. 3e Concilie van Carthago, Decreten. Cap. 29 (Mansi III, 885 En men kan zeggen, dat deze gewoonte in het begin van de vijfde eeuw vrij algemeen was en beschouwd werd als van oudsher gevestigd. Daarom zegt de Heilige Augustinus, dat men de Heilige Eucharistie slechts ontvangt, wanneer men nuchter is, en dat deze gewoonte over heel de wereld wordt onderhouden. Vgl. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 54, c. 6 (Migne PL 33, 203)

Redenen voor het nuchterblijven

Deze praktijk steunde ongetwijfeld op zeer ernstige gronden. Onder deze kan men op de eerste plaats datgene noemen, wat de Apostel der heidenen betreurt, als hij spreekt over de broederlijke liefdemaaltijd van de Christenen. Vgl. 1 Kor. 11, 21. vv. Want het zich onthouden van spijs en drank past bij die hoge eerbied, die wij aan de opperste Majesteit van Jezus Christus verschuldigd zijn, wanneer wij Hem onder de eucharistische gedaanten ontvangen. Bovendien geven wij, door zijn kostbaar Lichaam en Bloed te nuttigen vóór iedere andere spijs, duidelijk te kennen, dat dit het voornaamste en verhevenste voedsel is, waardoor onze ziel wordt gevoed en waardoor wij toenemen in heiligheid. Daarom merkt Augustinus nog op: "Het heeft de Heilige Geest behaagd, dat de christen uit eerbied voor dit grote sacrament het Lichaam des Heren zou nuttigen vóór ieder ander voedsel". Vgl. 1 Kor. 11, 21. vv. Door dit nuchterblijven wordt niet alleen aan de Goddelijke Verlosser de verschuldigde eer bewezen, maar ook de godsvrucht bevorderd. En daarom kan het de heilzame vruchten van heiligheid vermeerderen, die Christus, bron en bewerker van alle goed, door ons, die Hij met zijn genade verrijkt, wil zien voortgebracht. Overigens weet iedereen uit ervaring, hoe het in de menselijke natuur ligt, dat de geest minder gehinderd wordt in zijn werking, wanneer het lichaam niet bezwaard is door spijs, en dat hij dan meer intens dat heilig en verheven geheim kan overwegen, dat in de ziel als in een tempel wordt voltrokken, waar het de goddelijke liefde vermeerdert.

Straffen tegen de overtreders

Met hoeveel zorg de Kerk over de praktijk van het nuchterblijven vóór de Eucharistie heeft gewaakt, blijkt ook hieruit, dat zij deze, zelfs onder zware straffen tegen de overtreders, heeft opgelegd. Want het zevende concilie van Toledo bedreigde in het jaar 646 met excommunicatie alwie niet nuchter de Heilige Mis zou opdragen. 7e Concilie van Toledo, Decreten. Cap. 2 (Mansi X, 768 En reeds had in het jaar 572 het derde concilie van Braga 3e Concilie van Braga, Canones, 10. (Mansi IX, 841) en in het jaar 585 het tweede concilie van Macon 3e Concilie van Mâcon, Canones, 6. (Mansi IX, 952) bepaald, dat, wie zich hieraan zou schuldig maken, van zijn ambt en waardigheid zou worden beroofd.

Verzachtingen in de loop der eeuwen

Maar ook heeft men in de loop der eeuwen ernstig overwogen, dat het soms nuttig is, deze wet van het nuchterblijven vanwege bijzondere omstandigheden voor de gelovigen enigszins te verzachten. Zo bekrachtigt het Concilie van Konstanz in het jaar 1415 deze heilige wet, maar voegt er tevens enige verzachting aan toe: "het gezag van de heilige canones en het lofwaardig en erkend gebruik van de Kerk heeft gewild en wil, dat dit Sacrament niet mag geconsacreerd worden na het nemen van de maaltijd en door de gelovigen niet mag worden ontvangen na gegeten te hebben, tenzij in geval van ziekte of van een andere noodzakelijkheid met verlof en volgens goedkeuring van het recht of van de Kerk". Concilie van Konstanz, De communione sub utraque specie - Over het te Communie gaan onder twee gedaanten, Sessie XIII - Cum in Nonnullis (15 juni 1415), 1. (Mansi XXVII, 727)

Strekking van deze Constitutie

Wij hebben dit willen vermelden om aan iedereen duidelijk te maken, dat, ofschoon wij met het oog op de veranderde tijdsomstandigheden talrijke faculteiten en dispensaties op dit punt toestaan, wij toch door deze apostolische brief de volledige rechtskracht van deze wet en gewoonte van het nuchterblijven vóór de Eucharistie willen bevestigen, en dat wij hen, die deze wet kunnen onderhouden, ook willen aansporen, dit nauwgezet te blijven doen, zodat alleen zij, die het nodig hebben en voor zover zij het nodig hebben, van deze concessies gebruik kunnen maken.

Groei van de godsvrucht tot de Heilige Eucharistie

Wij voelen ons zeer getroost - dit zij hier terloops verklaard -, wanneer wij de godsvrucht tot het Heilig Sacrament des Altaars steeds meer zien toenemen, niet slechts in de harten van de gelovigen, maar ook in de luister van de goddelijke eredienst, die vaak in de openlijke manifestaties van het volk wordt ten toon gespreid. Dit is zeker voor een groot deel te danken aan de bemoeiingen van de Pausen, vooral van de Zalige Plus X. Deze heeft alle gelovigen aangespoord, het aloude gebruik van de Kerk in ere te herstellen en zo dikwijls zij kunnen, ja zo mogelijk zelfs dagelijks, tot de Heilige Tafel te naderen. Congregatie van het Concilie, Decreet over de dagelijkse Communie, Sacra Tridentina Synodus (20 dec 1905) Hij heeft ook de kinderen tot dit hemelse gastmaal uitgenodigd en met wijsheid bepaald, dat het gebod van biecht en communie geldt voor allen, die reeds tot de jaren van verstand zijn gekomen. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Decreet over de eucharistische Communie en de ziekenzalving van kinderen, Quam Singularis Christus amore (8 aug 1910) Dit is ook in het kerkelijk wetboek verordend. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 863 Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 854. par. 5 De gelovigen hebben aan deze bemoeiingen van de Pausen bereidwillig beantwoord en zijn steeds vaker de Heilige Communie gaan ontvangen. Mogen alle mensen van iedere leeftijd en uit alle rangen van de maatschappij vervuld worden van deze honger naar het hemels Brood en deze dorst naar het goddelijk Bloed.

De moderne tijdsomstandigheden bemoeilijken het nuchterblijven

Toch moet men voor ogen houden, dat door de moderne tijd met zijn bijzondere omstandigheden veel maatschappelijke gewoonten en algemene levenspraktijken zijn geschapen, die door de ernstige moeilijkheden, welke zij meebrengen, de mensen kunnen afhouden van het deelnemen aan de goddelijke geheimen, indien de wet van het nuchterblijven door iedereen op precies dezelfde wijze moet worden onderhouden als dit tot nu toe het geval was.

a. de zware apostolische arbeid van de priesters

Vooreerst is het voor iedereen duidelijk, dat de geestelijkheid tegenwoordig niet talrijk genoeg is om in de steeds groter wordende behoeften van het christenvolk te voorzien. De priesters moeten zich vooral op de feestdagen dikwijls te zware inspanning getroosten, omdat zij op een laat uur en vaak zelfs twee- of driemaal het Eucharistisch Offer moeten opdragen en soms ook verplicht zijn, een lange reis te maken, wil een groot deel van hun gelovigen niet van de Heilige Geheimen verstoken blijven. Deze uitputtende apostolische arbeid ondermijnt zeer zeker de gezondheid van de priesters, en dit des te meer, omdat zij zich met steeds grotere ijver en moeite moeten geven aan het opdragen van de Heilige Mis met uitleg van het evangelie, aan het biechthoren, catechismusonderricht en hun overige priesterlijke werkzaamheden, en bovendien al hun krachten moeten wijden aan dat werk en die werkmethoden, die door de hevige strijd tegen God en zijn Kerk, tegenwoordig alom met zoveel sluwheid en verbittering gevoerd; worden vereist.

b. De opofferingen van de missionarissen

Maar onze geest en ons hart gaan vooral uit naar hen, die ver van hun vaderland arbeiden in vreemde landen en edelmoedig gehoor hebben gegeven aan de uitnodiging en het bevel van de goddelijke Meester: "Gaat dus heen; onderwijst alle volken" (Mt. 28, 19). Wij bedoelen de missionarissen die zich zelfs met de grootste opofferingen en onder allerlei reismoeilijkheden inspannen, het licht van de christelijke godsdienst aan alle mensen te brengen en hun gelovigen, die dikwijls nog slechts kort tot het katholiek geloof bekeerd zijn, te voeden met die hemelse spijs, die hen sterkt in deugd en godsvrucht.

c. Het priestergebrek

In ongeveer dezelfde omstandigheden verkeren ook de gelovigen in veel missiegebieden of in andere streken, die geen eigen priester hebben en daarom tot laat in de avond moeten wachten op een andere priester, om het Eucharistisch Offer te kunnen bijwonen en de Heilige Communie te kunnen ontvangen.

d. De arbeidsomstandigheden in de continu-bedrijven

Bovendien komt het ten gevolge van de verregaande industrialisatie zeer dikwijls voor, dat veel fabrieks-, transport- en havenarbeiders of ook personen werkzaam in andere openbare diensten afwisselend niet alleen overdag maar ook des nachts moeten werken, zodat zij soms door oververmoeidheid genoodzaakt zijn iets te gebruiken, en daardoor niet nuchter tot de Heilige Tafel kunnen naderen.

e. De huiselijke werkzaamheden

Ook huismoeders kunnen vaak niet te communie gaan, voordat zij het huishouden hebben verzorgd, en dit vergt van haar vele uren werk.

f. Moeilijkheden voor de schoolkinderen

Zo zijn er ook zeer veel schoolkinderen, die graag aan de goddelijke uitnodiging: "Laat de kinderen tot Mij komen" (Mc. 10, 14) zouden beantwoorden in het vaste vertrouwen, dat Hij, die "in de leliën weidt" (Hoogl. 2, 16)(Hoogl. 6, 2), hun reinheid en onschuld tegen de bekoringen van de jeugd en de verleiding van de wereld zal beschermen. Maar het is voor hen soms zeer moeilijk, vóór schooltijd naar de kerk te gaan, daar de Heilige Communie te ontvangen en dan naar huis terug te keren om te ontbijten.

g. de wenselijkheid van Avondmissen

Bovendien moet men er aan denken, hoe tegenwoordig dikwijls massa's mensen in de namiddag op reis gaan om deel te nemen aan godsdienstige plechtigheden of sociale bijeenkomsten. Als men dus ook bij deze gelegenheden de Eucharistische Geheimen kan vieren, die de levensbron zijn van de goddelijke genade en de wil opwekken tot het beoefenen van de deugd, dan kunnen allen zeker de kracht putten om echt christelijk te denken en te handelen en om de rechtvaardige wetten te onderhouden.

h. De verzwakte gezondheid van de mensen

Aan deze bijzondere beschouwing willen wij nog een algemene overweging toevoegen. Ofschoon de geneeskunde en de gezondheidszorg in onze tijd zulke grote vorderingen hebben gemaakt en de sterfte, vooral de kindersterfte, in belangrijke mate hebben verminderd, zijn toch de tegenwoordige levensomstandigheden en de nadelige gevolgen van de verschrikkelijke oorlogen van deze eeuw van die aard, dat zij het gestel en de gezondheid van de mensen sterk hebben verzwakt.

Verzoeken van de bisschoppen om verzachting

Om deze redenen en vooral om de vurige godsvrucht jegens de Heilige Eucharistie gemakkelijker te bevorderen hebben veel bisschoppen uit verschillende landen in verzoekschriften gevraagd, deze wet van het nuchterblijven enigszins te verzachten. En de Heilige Stoel heeft op dit punt reeds bijzondere faculteiten en dispensaties verleend aan priesters en gelovigen. Onder deze concessies vermelden wij het decreet Congregatie van het Concilie
Post Editum
Dispensatie t.b.v. zieken in het nuchterblijven vóór het ontvangen van de H. Communie (7 december 1906)
, dat door de H. Congregatie van het Concilie op 7 Dec. 1906 voor de zieken werd uitgevaardigd, en Heilig Officie
Brief
Dispensatie t.b.v. priesters in het nuchterblijven vóór het ontvangen van de H. Communie (22 mei 1923)
door de Hoogste H. Congregatie van het H. Officie tot de plaatselijke Ordinarissen werd gericht met betrekking tot de priesters.

In de laatste tijd hebben de bisschoppen dit nog meer en nog dringender gevraagd, en er zijn ook ruimere faculteiten verleend, vooral met het oog op de oorlog. Hieruit blijkt wel duidelijk, dat er nieuwe, ernstige, voortdurende, en vrijwel algemene oorzaken zijn, waardoor het in velerlei omstandigheden voor de priesters. te moeilijk is, nuchter de Heilige Mis op te dragen en voor de gelovigen, nuchter de Heilige Communie te ontvangen.

De Paus komt aan de bezwaren tegemoet

Om aan deze ernstige bezwaren en moeilijkheden tegemoet te komen en om door de verscheidenheid van dispensatie geen tegenstrijdige praktijken te doen ontstaan, achten wij het noodzakelijk, de wet van het nuchterblijven vóór de Eucharistie te verzachten en aldus te regelen, dat zoveel mogelijk allen, ook in bijzondere omstandigheden van tijd, plaats en personen, haar gemakkelijker kunnen onderhouden. Wij vertrouwen, door deze beslissing veel te kunnen bijdragen tot de groei van de eucharistische godsvrucht en daardoor allen krachtiger te zullen opwekken en aansporen, de Heilige Communie te ontvangen, tot meerdere eer van God en tot grotere heiligheid van het Mystieke Lichaam van Jezus Christus.

Afzonderlijke bepalingen

Daarom vaardigen wij met ons apostolisch gezag de hier volgende besluiten en verordeningen uit.

a. Bekrachtiging van de wet. Natuurlijk water ontnuchtert niet

Bepaling I. De wet van het nuchterblijven vóór de Eucharistie blijft van kracht vanaf middernacht voor al degenen, die niet in de bijzondere omstandigheden verkeren, die wij in dit apostolisch schrijven zullen uiteenzetten. Evenwel zal voortaan algemeen en voor allen. zowel voor priesters als gelovigen, het beginsel gelden, dat natuurlijk water het nuchterzijn vóór de Eucharistie niet breekt.

b. Omtrent zieken, gelovigen of priesters

Bepaling II. Zieken, ook al zijn ze niet bedlegerig, kunnen, op de weloverwogen raad van de biechtvader; iets nuttigen bij wijze van drank of echte medicijn, met uitzondering van alcoholische dranken. Dezelfde faculteit wordt verleend aan zieke priesters, die de Mis willen opdragen.

c. Omtrent priesters in bijzondere omstandigheden

Bepaling III. Priesters, die de Mis opdragen ofwel op een laat uur, ofwel na zware arbeid in het heilig ministerie, ofwel na een lange reis, kunnen iets nuttigen bij wijze van drank, met uitsluiting van alcoholische dranken; maar zij moeten zich daarvan minstens gedurende één uur voordat zij de Mis opdragen onthouden.

d. Omtrent het bineren en trineren

Bepaling IV. Zij, die bineren of trineren, kunnen de abluties nuttigen, doch deze moeten in dit geval niet met wijn, doch slechts met water gedaan worden.

e. Omtrent gelovigen in bijzondere omstandigheden

Bepaling V. Gelovigen, die, hoewel niet ziek, vanwege een ernstig ongemak - d.w.z. vanwege afmattende arbeid, vanwege het late uur waarop zij eerst tot de Heilige Tafel kunnen naderen, of vanwege een lange reis, die zij moeten ondernemen - niet geheel nuchter tot de eucharistische tafel kunnen naderen, mogen eveneens, op de weloverwogen raad van de biechtvader, zolang deze noodzaak duurt, iets nuttigen bij wijze van drank, met uitsluiting van alcoholische dranken; doch zij moeten zich daarvan minstens gedurende één uur vóór het ontvangen van het Brood der Engelen onthouden.

f. Over de avondmissen

Bepaling VI. Wij verlenen aan de plaatselijke Ordinarissen de faculteit om, als de omstandigheden het absoluut vorderen, het opdragen der Mis in de avonduren, waarover wij boven spraken, toe te s.taan, met dien verstande echter, dat deze niet begint vóór 's namiddags 4 uur, en dit op de geboden feestdagen, die nu nog gelden, op die, welke vroeger verplicht zijn geweest, op de eerste Vrijdag van iedere maand, tenslotte nog bij andere plechtigheden, die met grote toeloop van volk gevierd worden, en ook buiten deze dagen ééns in de week. De priester moet daarbij zich drie uur hebben onthouden van vaste spijs en alcoholische dranken en één uur ook van alle andere niet-alcoholische dranken. Ook de gelovigen kunnen bij deze missen tot de Heilige Tafel naderen met inachtneming van deze zelfde norm betreffende het nuchterzijn vóór de Heilige Communie, behoudens het voorschrift van Wetboek
Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917)
.

In de missiegebieden kunnen de plaatselijke Ordinarissen vanwege de heel bijzondere omstandigheden aldaar, -die meebrengen, dat de priesters slechts zelden de afgelegen staties kunnen bezoeken, aan de missionarissen deze faculteiten verlenen ook op de overige dagen van de week.

Aanwijzingen voor de uitvoering van de bepalingen

De plaatselijke Ordinarissen moeten er evenwel nauwgezet zorg voor dragen, dat elke interpretatie, die de verleende faculteiten uitbreidt, wordt vermeden en dat .alle misbruik en oneerbiedigheid in dezen wordt voorkomen; want het was onze uitdrukkelijke bedoeling bij het verlenen van deze faculteiten, die de omstandig.heden van personen, plaatsen en tijden thans eisen, het belang, de waarde en de doeltreffendheid van het nuchterzijn vóór de Eucharistie voor hen, die de Goddelijke Verlosser onder de eucharistische sluiers verborgen willen ontvangen, te bevestigen. En daarenboven, overal waar de last voor het lichaam vermindert, moet de geest dit naar vermogen door inwendige boetvaardigheid of anderszins aanvullen overeenkomstig het aloude gebruik der Kerk, die immers als regel bij verzachting van het vasten andere werken oplegt. Daarom behoren zij, die van de hieromtrent gegeven faculteiten gebruik mogen maken, vuriger gebeden ten hemel te zenden van aanbidding, dankbaarheid, verzoening voor hun zonden en smeking om -nieuwe hulp van boven. Daar allen er diep van overtuigd moeten zijn, dat de Eucharistie door Jezus Christus is ingesteld als een "eeuwigdurend gedenkteken van zijn lijden" H. Thomas van Aquino, Opuscula theologica. VI (LVII): Officum de festo Corporis Christi, lect. 4 (Parijs 1881, 382), dienen zij van ganser harte de gevoelens van christelijke nederigheid en boetvaardigheid te verwekken, die door de overweging van de smarten en de dood van de Goddelijke Verlosser in hen moeten worden opgeroepen. Zo ook behoren zij aan die Goddelijke Verlosser, die zich voortdurend op de altaren opoffert en daardoor het hoogste bewijs van zijn liefde hernieuwt, al de vruchten van hun naastenliefde in steeds rijker mate aan te bieden. Aldus zullen allen er toe bijdragen om het woord van de Apostel der heidenen iedere dag meer in vervulling te doen gaan: "Omdat het één Brood is, daarom zijn wij, hoe talrijk ook, één lichaam; want allen hebben wij deel aan het éne Brood" (1 Kor. 10, 17).

Rechtskracht van deze bepalingen

Alle bepalingen van dit Schrijven verordenen wij als blijvend, wettig vastgesteld en rechtsgeldig, niettegenstaande al wat hiermee strijdig mocht zijn, ook al zou het een afzonderlijke vermelding verdienen; met intrekking van alle overige voorrechten en faculteiten, hoe dan ook door de Heilige Stoel verleend, opdat allen overal deze gelijkelijk en op de juiste wijze onderhouden.

Al de boven uitgevaardigde bepalingen worden van kracht vanaf de dag der officiële bekendmaking door publicatie in de Acta Apostolicae Sedis 16 januari 1953, Zie L'Osservatore Romano, 15 jnauari 1953.

Gegeven te Rome bij Sint Pieter, op de zesde Januari, feest van 's Heren Verschijning,
in het jaar des Heren 1953, in het veertiende jaar van ons pontificaat.

PAUS PIUS XII.

Document

Naam: CHRISTUS DOMINUS
Over het nuchterblijven voor de Eucharistie
Soort: Paus Pius XII - Apostolische Constitutie
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 6 januari 1953
Copyrights: © 1953, Katholiek Archief 8e jrg, nr. 6, p. 105-112
Vert.: Ecclesia Docens: Dr. Chr. Oomen CssR, Dr. M. Mulders CssR, Dr. J. Kahmann CssR / Katholieke Stemmen: Dr. H. Boelaars CssR, Dr. M. van Delft CssR
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam