• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Dierbare broeders en zusters,

In de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Het gebed in de eerste Christengemeenschap
(18 april 2012)
heb ik erop gewezen dat de Kerk vanaf de aanvang geconfronteerd werd met onvoorziene omstandigheden, vragen en nieuwe noden waarop zij in het licht van het geloof een antwoord heeft proberen te geven, door zich te laten leiden door de Heilige Geest. Vandaag wil ik stilstaan en nadenken over één van die situaties, een ernstig probleem, waarmee de eerste christengemeenschap van Jeruzalem geconfronteerd werd en waarvoor zij een oplossing moest vinden, zoals de heilige Lucas in het zesde hoofdstuk van de Handelingen van de Apostelen verhaalt: het gaat om de pastoraal van de naastenliefde voor alleenstaande personen die hulp en ondersteuning nodig hadden. Het was voor de Kerk geen bijkomstige vraag en ze liep het gevaar oorzaak te worden van verdeeldheid; het aantal leerlingen nam namelijk toe, doch zij die Grieks spraken begonnen te morren tegen hen die Hebreeuws spraken, omdat hun weduwen bij de dagelijkse ondersteuning achteruit gesteld werden. Vgl. Hand. 6, 1 Ten overstaan van die noodsituatie die een fundamenteel aspect is van het gemeenschapsleven - de naastenliefde namelijk voor zwakke, arme, weerloze personen, en de rechtvaardigheid - roepen de apostelen de hele groep van leerlingen bijeen. Het is in deze omstandigheid van pastorale urgentie dat de onderscheiding van de apostelen vorm krijgt. Ze bevinden zich ten overstaan van de primaire vereiste van de verkondiging van Gods woord, overeenkomstig de zending die de Heer hun gaf, maar – zelfs wanneer dat de primordiale vereiste van de Kerk is – nemen zij de plicht van naastenliefde en rechtvaardigheid even ernstig, namelijk de plicht om weduwen en armen bij te staan, om liefdevol tegemoet te komen aan noodsituaties waarin hun broeders en zusters zich bevinden, als antwoord op Jezus’ gebod van de liefde: bemint elkaar zoals Ik u bemind heb. Vgl. Joh. 15, 12-17 De twee realiteiten die zij in de Kerk in praktijk moeten brengen – de verkondiging van het woord, het primaat van God; en concrete naastenliefde, de rechtvaardigheid – scheppen moeilijkheden en er dient een oplossing gevonden te worden opdat zowel de ene als de andere realiteit haar plaats vindt en onderlinge band. De reflectie van de apostelen is heel duidelijk; zij zeggen zoals we gehoord hebben: “Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. Ziet dus uit, broeders,naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij met dit ambt bekleden, terwijl wij ons zullen blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord” (Hand. 6, 2-4).

Document

Naam: HET PRIMAAT VAN HET GEBED EN HET WOORD VAN GOD (HAND. 6, 1-7)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 april 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam