• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE NIEUWE DAG VAN GOD IN DE MENSENGESCHIEDENIS
Tijdens de viering van de voetwassing en de instelling van de Sacramenten van de Eucharistie en de Wijding - St. Jan van Lateranen

Dierbare broeders en zusters,

Witte Donderdag is niet enkel de dag van de instelling van de Heilige Eucharistie, waarvan de schittering zeker al de rest doorstraalt en als het ware het naar zich toe trekt. De donkere nacht van de Olijfberg waarheen Jezus met zijn discipelen naartoe trekt, maakt ook deel uit van Witte Donderdag; evenals de eenzaamheid en de verlatenheid van Jezus, die biddend de nacht van de dood ingaat; evenals ook het verraad van Judas en de arrestatie van Jezus, de verloochening van Petrus; en de beschuldiging vóór het Sanhedrin alsook nog het overleveren aan de heidenen door Pilatus. Laten wij in dit uur proberen deze gebeurtenissen met meer diepgang te begrijpen, want hiering wordt het mysterie van onze Verlossing ontvouwen.

Jezus komt 's nachts naar buiten. De nacht betekent het gebrek aan communicatie, een situatie waar men elkander niet ziet. De nacht staat als symbool voor onbegrip, voor het verduisteren van de waarheid. Zij is de ruimte waar het kwaad zich kan ontwikkelen maar zich moet verbergen voor het licht. Jezus zelf is het licht en de waarheid, de communicatie, de zuiverheid en de goedheid. Hij gaat de nacht binnen. De nacht is het symbool van de dood, van het definitief verlies van gemeenschap en leven. Jezus treedt de nacht binnen om deze te overwinnen en om de nieuwe dag van God te onthullen in de geschiedenis van de mensheid.
Tijdens deze tocht, heeft hij samen met zijn leerlingen de Psalmen van de bevrijding en de verlossing van Israël gezongen, die het eerste Paasfeest in Egypte herdachten, de nacht van de bevrijding. Nu gaat hij, zoals gewoonlijk, alleen bidden, en als Zoon spreken met zijn Vader. Doch, anders dan gewoonlijk, wil hij nu drie discipelen aan zijn zijde hebben: Petrus, Jacobus en Johannes. Het zijn deze drie die de ervaring van de gedaanteverandering van Jezus meegemaakt hadden – de schitterende manifestatie van Gods glorie in zijn menselijke gedaante – en die Hem gezien hadden in het midden, staande tussen de Wet en de Profeten, tussen Mozes en Elias. Zij hadden gehoord hoe Hij met beiden gesproken had over zijn “uittocht” uit Jeruzalem. De uittocht van Jezus uit Jeruzalem – wat een geheimzinnig woord! De uittocht van Israël uit Egypte was de gebeurtenis geweest van de vlucht en de bevrijding van Gods Volk. Hoe moest de uittocht van Jezus er uit gezien hebben, waar de betekenis van dit historisch drama definitief in vervulling had moeten gaan? De leerlingen werden voortaan de getuigen van het eerste deel van deze uittocht – de extreme vernedering, die echter de essentiële stap is van de uittocht naar de vrijheid en het nieuwe leven, waarheen de uittocht verwijst. De leerlingen, van wie Jezus de nabijheid zocht als een beetje steun in dit uur van gruwelijke smart, zijn vlug ingeslapen. Zij hoorden echter fragmenten van woorden uit het gebed van Jezus en zij observeerden Zijn gedrag. Deze beide zaken werden diep in hun geest gegrift en zij gaven ze voor altijd door aan de Christenen. Jezus noemt God “Abba”. Dat betekent – zoals zij er aan toevoegen – “Vader”. Maar dit is echter niet de gebruikelijke vorm voor het woord “vader”, maar wel een woord ontleend aan de kindertaal – een troetelnaampje waarmee men God niet durfde te benaderen. Het is de taal van deze die werkelijk “kind” is, Zoon van de Vader, van Hem die leeft in de gemeenschap met God, in de diepste eenheid met Hem.
Indien wij ons afvragen wat het meest kenmerkende element van de figuur van Jezus in de Evangeliën is, moeten wij zeggen: zijn verhouding tot God. Hij is steeds in gemeenschap met God. Steeds verbonden met de Vader zijn, is het hart van zijn persoonlijkheid. Door Christus, kennen wij werkelijk God. “God, niemand heeft Hem ooit gezien”, zegt de heilige Johannes. Hij die “in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen” (Joh. 1, 18). Nu kennen wij God zoals Hij waarlijk is. Hij is Vader, en aldus in een volstrekte goedheid waaraan wij ons kunnen toevertrouwen. De Evangelist Marcus, die de herinneringen van Petrus heeft bewaard, vertelt ons dat aan het woordje “Abba”, Jezus nog heeft toegevoegd : Voor U is alles mogelijk. U kunt alles. Vgl. Mc. 14, 36 Hij die de Goedheid is, is tevens macht, Hij is almachtig. Macht is goedheid en goedheid is macht. Vanuit het gebed van Jezus op de Olijfberg, mogen wij dit vertrouwen leren.
Vooraleer na te denken over de inhoud van de vraag van Jezus, moeten wij onze aandacht nog vestigen op wat ons door de Evangelisten wordt medegedeeld in verband met het gedrag van Jezus tijdens zijn gebed. Mattheus en Marcus zeggen ons dat “hij zich plat ter aarde wierp en bad” (Mt. 26, 39)(Mc. 14, 35), aldus de houding aannemend van een totale onderwerping; deze houding werd bewaard in de Romeinse liturgie van Goede Vrijdag. Lucas daarentegen zegt ons dat Jezus op zijn knieën bad. In de Handelingen van de Apostelen, heeft hij het over het gebed van de heiligen op de knieën : Stefanus tijdens de steniging, Petrus in de context van de opwekking van een dode, Paulus op weg naar het martelaarschap. Lucas heeft in die zin een verhaaltje vermeld van het gebed op de knieën in de primitieve Kerk. De christenen treden door hun kniebuiging binnen in het gebed van Jezus op de Olijfberg. Tegenover de bedreiging van de macht van het kwaad, omdat ze geknield zijn, blijven zij rechtop tegenover de wereld, maar geknield vóór de Vader, omdat zij kinderen zijn. Tegenover de glorie van God, gaan wij Christenen op de knieën en erkennen zijn godheid, maar in dit gebaar drukken wij tevens ons vertrouwen in zijn triomf.

Jezus strijdt met de Vader. Hij strijdt met zichzelf. En Hij strijdt voor ons. Hij ervaart de angst tegenover de macht van de dood. Het gaat hier eenvoudigweg over de ontreddering van de mens, of beter van elk levend wezen, tegenover de dood. Maar daarentegen gaat het bij Jezus om iets meer. Hij verspreidt zijn blik over de nachten van het kwaad. Hij ziet de ongezonde vloed van alle leugen en schandelijke gemeenheid, die op Hem afkomt in deze beker die hij moet drinken. Het is de ontreddering van Hem die volkomen zuiver en heilig is tegenover de stroom van het kwaad van deze wereld, die op Hem wordt uitgestort. Hij ziet ook mij en Hij bidt voor mij. Aldus is dit moment van dodelijke angst van Jezus een essentieel element in het Verlossingsgebeuren. Precies om deze reden heeft de Brief aan de Hebreeën de strijd van Jezus in de Hof van Olijven een priesterlijk gebeuren genoemd. In dit gebed van Jezus, badend in dodelijke angst, vervult de Heer de priesterlijke taak: Hij neemt de zonde van de mensheid op zich, ons allen, en brengt ons naar de Vader.

Ten slotte, moeten wij ook aandacht geven aan de inhoud van het gebed van Jezus op de Olijfberg. Jezus zegt: “Abba, Vader, voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik maar wat Gij wilt.” (Mc. 14, 36) De natuurlijke wil van de mens Jezus, verschrikt door zo’n enorm iets, deinst terug. Doch, als Zoon, legt Hij deze menselijke wil in de wil van de Vader: niet ik, maar Gij. Hierdoor, heeft Hij de houding van Adam, de oerzonde van de mens omgevormd, en zo de mens genezen. De houding van Adam was: niet wat gij wilt, God; ikzelf wil god zijn. Deze hoogmoed is de ware essentie van de zonde. Wij denken vrij te zijn en echt onszelf te zijn, enkel wanneer wij uitsluitend onze eigen wil volgen. God komt over als in strijd met onze vrijheid. Wij moeten ons van Hem bevrijden, - zo denken wij – pas dan zullen wij vrij zijn. Het is deze fundamentele opstand die de geschiedenis doorkruist en de diepgaande leugen die ons leven ontaardt. Wanneer de mens zich tegen God rebelleert, richt hij zich tegen zijn eigen waarheid en als gevolg wordt hij niet vrij, maar vervreemdt hij van zichzelf. Wij zijn enkel vrij wanneer wij ons in onze waarheid bevinden, wanneer wij met God verbonden zijn. Dan pas, worden wij “zoals God” – niet door ons tegen God te kanten, niet door ons van Hem te ontdoen of door Hem te verloochenen. In zijn strijd tijdens het gebed op de Olijfberg, heeft Jezus de valse tegenstelling tussen gehoorzaamheid en vrijheid ontwart, en Hij heeft de weg naar de vrijheid geopend. Vragen wij aan de Heer ons in te leiden in dit “ja” aan de wil van God en om ons werkelijk vrij te maken.

Amen.

Document

Naam: DE NIEUWE DAG VAN GOD IN DE MENSENGESCHIEDENIS
Tijdens de viering van de voetwassing en de instelling van de Sacramenten van de Eucharistie en de Wijding - St. Jan van Lateranen
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 5 april 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Voorlopige werkvertaling; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam