• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET CONCILIE HEEFT ONS OPGEROEPEN TOT DE PERSOONLIJKE EN KERKELIJKE DEUGD VAN ARMOEDE

Onze studie van de geest van het Concilie, die geest die in ons een nieuwe en authentieke christelijke mentaliteit moet vormen en zich in een nieuwe kerkelijke levensstijl moet uitdrukken, brengt ons gemakkelijk op het thema van de armoede.

Men heeft er veel over gesproken. Het gesprek hierover begon een maand voor het Concilie met de H. Paus Johannes XXIII - Boodschap
La grande aspettazione - Tot de gelovigen aan de vooravond van het Oecumenisch Concilie
Voor de microfoon en de camera vanuit Zijn particuliere bibliotheek
(11 september 1962)
van onze vereerde voorganger Paus Johannes XXIII waarin hij wees op de tot dan toe bestaande problemen waarvoor de Kerk zich zowel naar binnen als naar buiten gesteld zag en stelde, dat 'de kerk zich aandient zoals zij is en wil zijn, als de Kerk van allen, en in het bijzonder de Kerk der armen. Dit woord vond een wereldwijde echo. Het was zelf echo van een Bijbels woord, gekomen van verre, van de profeet Jesaja Vgl. Jes. 58, 6 Vgl. Jes. 61, 1 , dat Jezus tot het zijne maakt in de synagoge van Nazareth: 'Hij heeft Mij gezonden om aan de armen de Blijde Boodschap te brengen'. Vgl. Lc. 4, 18 Allen weten wij, hoe belangrijk in geheel het Evangelie het thema van de armoede is: te beginnen met de zaligsprekingen, waarin de 'armen van geest' op de eerste plaats komen, niet alleen in de zaligsprekingen, maar in het rijk der hemelen, waarop aansluiten de pagina's waar de nederigen, de kleinen, de lijdenden, de behoeftigen hoog worden gesprezen als de bevoorrechte burger van hetzelfde koninkrijk der hemelen (Mt. 18, 3) en als de levende vertegenwoordigers van Christus zelf (Mt. 25, 40). Het voorbeeld van Christus vervolgens, en vooral, is de grote apologie van de evangelische armoede. Vgl. 2 Kor. 8, 9 Vgl. H. Augustinus, Sermones. 14; P.L. 38, 1l5 Wij weten het, en wij doen er goed aan het in herinnering te brengen, juist omwille van die christelijke authenticiteit, die wij, geleid door het Concilie, overeenkomstig de tijdgeest, zoeken te bereiken.

Theologisch en moreel beginsel

Het thema is zeer ruim; en wij pretenderen niet het hier uit te werken; wij herinneren er slechts aan vanwege de theologische belangrijkheid: in de evangelische armoede gaat het in feite om een zuivering van onze religieuze betrekking met God en met Christus, op grond van de primaire eis, dat deze betrekking geestelijke waarden bevestigt binnen de orde van waarden die waard zijn te worden verbonden met ons bestaan, ons zoeken, onze liefde: 'Zoekt eerst het Koninkrijk' (Mt. 6, 33); en dat in de graad van waardering ten opzichte van tijdelijke goederen rijkdom en het tegenwoordig geluk minder worden gewaardeerd in verhouding tot het hoogste goed, dit is God, en het bezit van Hem, dit is ons eeuwig geluk. Zie hier de evangelische armoede! De nederigheid van de geest Vgl. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 73; P.L. 36, 943 en de matigheid en dikwijls de onthechting, zowel ten aanzien van het bezit, als in het gebruik van de economische goederen, vormen de twee karaktertrekken van de armoede die de goddelijke Meester ons met zijn leer heeft geleerd en nog meer, zoals wij zeiden, met zijn voorbeeld: Hij heeft zich, sociaal gezien, geopenbaard in de armoede.

Zoals men dadelijk ziet, dit theologisch beginsel, waarop de christelijke armoede steunt, wordt een moreel beginsel, afkomstig van de christelijke ascetica: de armoede van de mens is, meer dan een feitelijk gegeven, het vrijwillig resultaat van een voorkeursliefde voor Christus en zijn rijk, met afstand doen, hetgeen een bevrijding is, van de begeerte naar rijkdom, welke veel tijdelijke zorgen meebrengt en aardse banden, die een grote ruimte van het hart in beslag nemen. Wij herinneren hierbij aan een episode uit het Evangelie van de rijke jongeling, die, geplaatst voor het alternatief van de navolging van Christus en van afstand te doen van zijn eigen rijkdommen, deze rijkdommen boven de navolging verkiest, terwijl de Heer 'hem liefdevol aankeek' (Mc. 10, 21), en hem bedroefd zag heengaan.

Maar het Concilie heeft ons behalve tot de persoonlijke deugd van armoede nog meer opgeroepen tot een zoeken en in praktijk brengen van een andere armoede, namelijk die van de kerkelijke armoede, de armoede die door de Kerk als zodanig moet worden gepraktiseerd, als collectiviteit verenigd in naam van Christus.

Naar aanleiding hiervan vinden we op een van de pagina's van het Concilie een belangrijk woord; onder de vele andere die we over dit thema in de Conciliedocumenten vinden, willen we dit citeren; het zegt: 'De geest van armoede en liefde zij immers de roem en het getuigend teken van de Kerk van Christus'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 88 Het is een lichtend en krachtig woord, dat voortkomt uit een volledig ontwaakt kerkelijk bewustzijn, begerig naar waarheid en authenticiteit en verlangend zich te bevrijden van historische gewoonten die nu niet meer in overeenstemming zouden blijken te zijn met de evangelische geest en de apostolische zending. Een kritisch, historisch en moreel onderzoek wordt gevraagd om aan de Kerk haar oorspronkelijk en modem gelaat te geven, waarin de tegenwoordige generatie het gelaat van Christus wenst te herkennen.

Zij die hierover hebben gesproken, hebben bijzonder deze functie van de kerkelijke armoede onderstreept, namelijk die van aan de Kerk haar eigenlijke zichtbaarheid te geven. Vgl. Yves Congar, O.P., Pour une Eglise servante et pauvre (1 jan 1963). blz. 107 Zo sprak in het bijzonder kard. Lercaro, op het einde van de eerste zitting van het Concilie (6 december 1962) Vgl. Jacobus Kard. Lercaro, Interventie tijdens 35e Algemene Congregatie van de 1e Zittingsperiode, Over de armen en de Kerk (6 dec 1962). Kath. Arch, 18 (1963), 273, door aan te dringen op de 'aanblik' die de Kerk vandaag aan de mensen van onze tijd op een bijzondere wijze moet tonen, de aanblik waardoor het mysterie van Christus zich heeft geopenbaard: het moreel aspect van de armoede en het sociologisch aspect van haar voorkeursliefde te verblijven tussen de armen.

Historische ervaringen

Allen zien wij, welke hervormende kracht de verheffing heeft van dit principe: de Kerk moet arm zijn; niet alleen; de Kerk moet arm verschijnen. Misschien zien niet allen, welke rechtvaardigingen er kunnen worden gegeven voor de verschillende aspecten die de Kerk in de loop van haar eeuwenlang bestaan en in contact met de bijzondere situaties van de beschaving historisch heeft verkregen; wanneer bijvoorbeeld de aanblik van de Kerk is een grote aardse eigenares te zijn, haar opgelegd om de volkeren op het gebied van landbouw opnieuw op te voeden; of van een burgerlijke macht te zijn, wanneer deze uit elkaar was gevallen en het haar nodig voorkwam het met humaan gezag uit te oefenen; of wanneer zij haar cultus omgaf met prachtige tempels en rijke klederdrachten om uitdrukking te geven aan haar sacraal en haar spiritueel goddelijk karakter; of bij het uitoefenen van haar ambt het levensonderhoud verzekerde van haar bedienaren en hen een decorum verleende; of door impulsen te geven aan het onderwijs en om bijstand te verlenen aan het volk scholen stichtte en ziekenhuizen opende; of nog door zichzelf te vereenzelvigen met de cultuur op gegeven historische momenten soeverein de taal van de kunst sprak. vgl. bv. G. Kurth, Les origines de la civilisation moderne

Economische middelen en doelstellingen
Juist tot eer van de economie van armoede van de Kerk zou gemakkelijk kunnen worden aangetoond, dat de fabelachtige rijkdommen, die een bepaalde publieke opinie haar van tijd tot tijd toeschrijft, een heel andere omvang hebben, vaak onvoldoende voor de bescheiden en gewettigde behoeften van het dagelijks leven, zowel van zoveel geestelijken en religieuzen, alsook van weldadigheidsinstellingen en pastorale instellingen. Maar wij willen nu niet deze apologie geven. Liever aanvaarden wij de dringende eis die de mensen van vandaag, bijzonder zij die de Kerk van buitenaf bekijken, stellen, namelijk dat de Kerk zich naar buiten toont zoals zij moet zijn, zeker niet als een economische macht, niet met de schijn van welgesteldheid, niet overgegeven aan financiële speculaties, niet ongevoelig voor de behoeften van personen en voor categorieën van mensen en voor naties die in nood verkeren. Wij willen nu niet dat immens grote gebied van de kerkelijke levenswijze onderzoeken. Wij stippen het alleen maar even aan, opdat u weet, dat wij de kwestie kennen en dat wij al bezig zijn aan geleidelijke, maar niet door vrees ingegeven hervormingen. Wij nemen met waakzame oplettendheid waar, hoe in een tijd als de onze, helemaal opgaande in verovering, bezit, genot van economische goederen, bij de publieke opinie binnen en buiten de Kerk het verlangen, bijna de behoefte leeft de armoede van het Evangelie te zien en dat vooral daar waar het Evangelie wordt gepredikt en wordt voorgesteld; laten wij duidelijk zijn: de officiële Kerk en onze Apostolische Stoel.
Wij zijn ons bewust van die in- en uitwendige eis van ons ambt. En met de genade van de Heer, zoals al vele zaken zijn bereikt in de onthechting van het tijdelijke en in de hervormingen van de kerkelijke stijl, zullen wij verder gaan, met respect voor de legitieme, feitelijke situaties, maar met het vertrouwen begrepen en geholpen te worden door het gelovige volk, bij onze krachtsinspanning om situaties die niet in overeenstemming zijn met de geest en het welzijn van de authentieke Kerk te veranderen. De noodzaak van de economische en materiële 'middelen' bestaat met de consequentie hieraan verbonden: van ernaar te zoeken, van erom te vragen, van ze te beheren; nooit mag er evenwel het begrip 'doel' aan gegeven worden, waarvoor ze moeten dienen en van waaruit men de rem van de beperktheid moet voelen, de vrijgevigheid van het gebruik, de spiritualiteit van de betekenis.
En in de school van de goddelijke Meester willen wij allen eraan denken tegelijkertijd de armoede en de armen te beminnen; de armoede om er een ernstige norm van ons christelijke leven van te maken, de armen om er een voorwerp van onze bijzondere belangstelling van te maken, of zij nu personen, klassen, of naties zijn die uitzien naar liefde en hulp. Ook hierover heeft het Concilie gesproken. Wij hebben geprobeerd de stem ervan te vernemen en wij zullen het blijven proberen.

Maar het gesprek over de Kerk van de armen zal moeten blijven voortduren, door ons en door u allen, met de genade van de Heer. En met onze apostolische zegen.

Document

Naam: HET CONCILIE HEEFT ONS OPGEROEPEN TOT DE PERSOONLIJKE EN KERKELIJKE DEUGD VAN ARMOEDE
Soort: H. Paus Paulus VI - Audiëntie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 24 juni 1970
Copyrights: © 1970, Archief van Kerken 25e jrg. nr. 34, p. 757-760
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam