• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE BIDDENDE AANWEZIGHEID VAN MARIA TEMIDDEN VAN DE LEERLINGEN

Dierbare broeders en zusters,

Met de catechese van vandaag wil ik beginnen te spreken over het gebed in de Handelingen van de Apostelen en de Brieven van de heilige Paulus. De heilige Lucas heeft ons, zoals we weten, één van de vier Evangelies gegeven, gewijd aan het aardse leven van Jezus, maar hij heeft ons ook het eerste boek nagelaten over de geschiedenis van de Kerk, zoals men het noemt, namelijk de Handelingen van de Apostelen. In deze twee boeken, is één van de terugkerende elementen juist het gebed, dat van Jezus en dat van Maria, dat van de leerlingen, de vrouwen en de christengemeente. In het begin wordt de weg van de Kerk vooral geritmeerd door de werking van de Heilige Geest, die de apostelen tot getuigen maakt van de Verrezene tot en met het vergieten van hun bloed, en door de snelle verspreiding van het woord Gods naar het Oosten en het Westen. Maar voordat de boodschap van het Evangelie zich verspreidt, meldt Lucas het gebeuren van de Hemelvaart van de Verrezene Vgl. Hand. 1, 6-9 . De Heer geeft Zijn leerlingen hun levensprogramma dat gewijd is aan de evangelisatie en zegt hun: “Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde” (Hand. 1, 8). In Jeruzalem zijn de apostelen, die nog slechts met elf zijn na het verraad van Judas Iskariot, in het huis bijeen om te bidden en het is juist in het gebed dat zij de door de verrezen Christus beloofde gave, de Heilige Geest, verwachten.

In deze context van verwachting, tussen Hemelvaart en Pinksteren, vermeldt de heilige Lucas Maria, de Moeder van Jezus, met Zijn verwanten, voor het laatst (Hand. 1, 14). Hij heeft het begin van zijn Evangelie aan Maria gewijd, vanaf de boodschap van de engel tot de geboorte en de kinderjaren van de mens geworden Zoon van God. Het is met Maria dat het aardse leven van Jezus begint, en met Maria beginnen ook de eerste stappen van de Kerk; in deze twee momenten is de sfeer er één van luisteren naar God, van ingetogenheid. Ik zou dus vandaag willen stilstaan bij deze biddende aanwezigheid van de Maagd in de groep leerlingen die de eerste Kerk gaan vormen. Maria heeft heel de weg van Haar Zoon discreet gevolgd tijdens diens openbaar leven tot aan de voet van het kruis, en zij blijft in stil gebed de weg van de Kerk volgen. Bij de boodschap, in het huis van Nazareth, ontvangt Maria de engel van God; aandachtig voor zijn woorden, aanvaardt Zij ze en beantwoordt het Goddelijke plan door Haar totale beschikbaarheid te tonen: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38).

Het is juist door Haar innerlijke luisterende houding dat Maria bekwaam is Haar eigen geschiedenis te lezen, nederig erkennend dat het de Heer is die handelt. Bij het bezoek aan Haar nicht Elizabeth, jubelt Zij in een gebed van lof en vreugde, dat de genade bezingt van God die Haar hart en leven vervuld heeft door Haar tot Moeder van de Heer te maken Vgl. Lc. 1, 46-55 . Lof, dankzegging, vreugde: in het lied van het Magnificat kijkt Maria niet alleen naar wat God in Haar gedaan heeft, maar ook naar wat Hij in de geschiedenis voltrokken heeft en blijft voltrekken. In een bekende commentaar op het Magnificat, nodigt de heilige Ambrosius uit om in het gebed dezelfde geest te hebben:

“Moge de ziel van Maria in ieder van u zijn opdat zij de Heer verheft; moge de geest van Maria in ieder van u zijn opdat hij jubelt in God” H. Ambrosius van Milaan, Expositio Evangelii secundum Lucam. 2, 26: PL 15, 1561.

Ook in het cenakel te Jeruzalem, in de bovenzaal waar Jezus’ leerlingen gewoonlijk “verblijf hielden” (Hand. 1, 13) in een sfeer van luisteren en gebed, is Maria aanwezig, voordat de deuren wijd opengaan en zij Christus de Heer aan alle volken beginnen te verkondigen en hun leren dat zij alles moeten onderhouden wat Hij hun heeft voorgeschreven Vgl. Mt. 28, 19-20 . Van het huis van Nazareth naar dat van Jeruzalem, gaande langs het kruis waar Haar Zoon Haar de apostel Johannes toevertrouwde, zijn de fases op de weg van Maria, getekend door Haar vermogen om te volharden in een sfeer van ingetogenheid, om alle gebeurtenissen in de stilte van Haar hart ten overstaan van God te overwegen Vgl. Lc. 2, 19-51 en om in haar meditatie ten overstaan van God Zijn wil te verstaan en hem innerlijk te kunnen aanvaarden. De aanwezigheid van de Moeder van God met de Elf na Hemelvaart, is dan geen simpele historische vermelding van een gebeuren uit het verleden, maar heeft een betekenis van grote waarde, omdat Maria met hen deelt wat Haar het kostbaarst is: de levendige herinnering aan Jezus in het gebed; Zij deelt deze zending van Jezus: de herinnering aan Jezus bewaren en zo Zijn aanwezigheid.

De laatste vermelding van Maria in de twee geschriften van de heilige Lucas is verbonden met de dag van zaterdag: het is de rustdag van God na de schepping, de dag van stilte na Jezus’ dood en van wachten op Zijn verrijzenis. Hierin is de traditie geworteld om de Maagd Maria op zaterdag te vereren. Tussen de Hemelvaart van de Verrezene en het eerste christelijke Pinksteren, komen de apostelen en de Kerk met Maria bijeen om met Haar de gave van de Heilige Geest af te wachten, zonder wie men geen getuigen kan worden. De Maagd Maria die Hem reeds ontvangen heeft om het mens geworden Woord ter wereld te brengen, deelt met heel de Kerk de verwachting van deze gave opdat Christus zou gevormd worden Vgl. Gal. 4, 19 in het hart van alle gelovigen. Als er geen Kerk is zonder Pinksteren, is er evenmin een Pinksteren zonder de Moeder van Jezus want Zij heeft op een unieke manier beleefd wat de Kerk iedere dag ervaart onder de werking van de Heilige Geest. De heilige Chromatius van Aquilea geeft volgend commentaar op deze vermelding in de Handelingen van de Apostelen:

“De Kerk verzamelt zich in de bovenzaal met Maria, die Jezus’ Moeder was, en met Zijn broeders. Men kan dus slechts spreken over de Kerk indien Maria, de Moeder van de Heer, er met Zijn broeders is: want de Kerk van Christus is daar waar men verkondigt dat Christus in de Maagd is mens geworden; en men hoort het Evangelie slechts daar waar de apostelen, de broeders van de Heer, preken” H. Chromatius van Aquileia, Preken, Sermones. 30, 1: SC 164, 135.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft op een bijzondere manier deze band willen benadrukken die zichtbaar wordt in het gemeenschappelijk gebed van Maria met de apostelen, op dezelfde plaats, wachtend op de Heilige Geest. De dogmatische Constitutie “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
” zegt:

“Daar het echter God had behaagd het mysterie van het heil van de mensen niet plechtig openbaar te maken, vooraleer Hij de Geest die door zijn Zoon was beloofd, had uitgestort, zien wij de apostelen, voor Pinksteren, ‘eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria de moeder van Jezus en met zijn broeders’ (Hand. 1, 14). Ook Maria smeekte door haar gebeden om de gave van de Geest, die haar reeds bij de boodschap had overschaduwd”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 59

De bevoorrechte plaats van Maria is de Kerk, waar Zij

“begroet wordt als een boven allen uitmuntend en heel uitzonderlijk lid van de Kerk, als haar type en voortreffelijk voorbeeld in het geloof en de liefde”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 53

De Moeder van Jezus in de Kerk vereren, betekent dus van Haar leren een gemeenschap te zijn die bidt: het is één van de wezenlijke trekken van de eerste beschrijving van de christengemeente in de Handelingen van de Apostelen Vgl. Hand. 2, 42 . Dikwijls wordt het gebed gedicteerd door moeilijke situaties, persoonlijke problemen waardoor men zich tot de Heer wendt om licht, hulp en troost. Maria nodigt uit de dimensies van het gebed te verruimen, zich tot God te wenden niet alleen in nood of voor zichzelf, maar in een unaniem, volhardend, trouw elan, één van hart en één van ziel Vgl. Hand. 4, 32 .

Dierbare vrienden, het leven van de mens gaat door fases die dikwijls moeilijk en veeleisend zijn, die onontkoombare keuzes vereisen, verzaking en offer. De Moeder van Jezus werd door de Heer geplaatst op beslissende ogenblikken van de heilsgeschiedenis en Zij heeft altijd met totale beschikbaarheid weten antwoord te geven, vrucht van een diepe band met God, gerijpt in een volgehouden en intens gebed. Tussen de vrijdag van de Passie en de zondag van de Verrijzenis, werd de veelgeliefde leerling aan Haar toevertrouwd, en met hem heel de gemeenschap van de leerlingen Vgl. Joh. 19, 26 . Tussen Hemelvaart en Pinksteren, bevindt Zij zich met en in de Kerk in gebed Vgl. Hand. 1, 14 . Als Moeder van God en Moeder van de Kerk oefent Maria Haar moederschap uit tot aan het einde van de geschiedenis. Vertrouwen wij Haar alle overgangen van ons persoonlijk en Kerkelijk leven toe, onze laatste overgang inbegrepen. Maria leert ons de noodzaak van het gebed en toont ons dat wij alleen door een constante, vertrouwelijke, liefdevolle band met Haar Zoon uit onszelf kunnen treden, moedig, om tot aan de uiteinden van de wereld de Heer Jezus, de Verlosser van de wereld, te gaan verkondigen.

Document

Naam: DE BIDDENDE AANWEZIGHEID VAN MARIA TEMIDDEN VAN DE LEERLINGEN
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 14 maart 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam