• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ONTMOETING MET JONGEREN OP HET EEMLAND COLLEGE, AMERSFOORT

Beste vrienden en vriendinnen,

Mijn bezoek aan Nederland loopt ten einde. Op de laatste dag van mijn verblijf mag ik in jullie midden zijn, en daar ben ik erg blij om. Dit verheugt mij, omdat de Nederlandse Kerk nog een grote toekomst voor zich heeft. En die toekomst kan alleen maar op jullie steunen.

Jullie zijn de Kerk van morgen. Terecht voelen jullie je daar trots op. Maar jullie moeten je er ook verantwoordelijk voor voelen. Christus verlaat zich op jullie, die de generatie vormen van diegenen die volwassen zullen zijn op de drempel van het derde millennium. Jullie hebben de taak de boodschap van Christus door te geven aan de generatie van het jaar tweeduizend.

De wijze, waarop wij hier nu samen zijn, zal wel niet ieders instemming hebben. Ik weet dit uit heel veel opmerkingen, welke jullie mij gestuurd hebben tijdens de voorbereiding van dit pausbezoek. Velen van jullie hebben mij geschreven, dat zij meer rechtstreeks contact met mij zouden willen hebben. Laat mij eerst zeggen, dat ik oprecht dankbaar ben voor deze wens, die mij erg blij maakt. Weet, dat ik hetzelfde verlangen voel: ik zou met ieder van jullie persoonlijk willen praten, naar ieder willen luisteren, aan ieder vragen willen stellen, de vreugde en het verdriet van ieder willen delen. Ik zou met ieder van jullie naar de toekomst willen kijken en in het Evangelie van Christus de antwoorden willen zoeken op de vragen, die jullie na aan het hart liggen. Jammer genoeg is dit praktisch onmogelijk - voor het ogenblik althans. Maar wij moeten ook wat overlaten voor ons paradijs ...

Ik ben jullie erg dankbaar voor al de vragen, die jullie mij gestuurd hebben. Daarmee hebben jullie gezocht naar een vorm van dialoog, die voor het ogenblik mogelijk is. Jullie vragen zijn heel belangrijk. Want jullie hebben ze zeker gesteld. Uit bezorgdheid voor jullie Kerk hier in Nederland en voor het geloof, dat jullie moeten doorgeven.

Als jonge mensen geen vragen meer stellen, zijn zij geen jonge mensen meer. Op de vragen, die jullie mij voorgelegd hebben, wil ik nu proberen een zo eerlijk mogelijk antwoord te geven. Ik hoop een beetje jullie taal te spreken. De meest voorkomende vragen zijn zojuist verwoord door jullie vertegenwoordigers.

Jullie hebben mij gevraagd, of ik jullie een woord van bemoediging en hoop zou willen meegeven. Ik kan deze vraag heel goed begrijpen. Jullie stellen die, omdat jullie dagelijks geconfronteerd worden met problemen, welke haast niet op te lossen zijn.

Mensen dreigen ontmoedigd te worden, als ze zien, dat het probleem van de honger alleen maar groter wordt; als de kloof tussen rijk en arm niet gedicht wordt, maar eerder breder wordt; als de wedloop der bewapening ieder jaar meer geld verslindt; als mensen onderdrukt blijven en niet kunnen uiten, wat zij denken en geloven.

In het diepst van jullie jonge hart lijden jullie onder het onrecht, dat mensen over heel de wereld wordt aangedaan. Jullie wijzen op de grote eenzaamheid, waaraan jullie medemensen lijden: mensen op leeftijd, maar vaak ook jullie eigen kameraden. Jullie missen echte vriendschap, waaraan je zo'n behoefte hebt. Jullie constateren verdrietig, dat de zwaksten dikwijls de zwaarste lasten moeten dragen. Jullie moeten soms onrechtvaardige vooroordelen verdragen. Jullie ondervinden aan den lijve de gevolgen van het onopgeloste probleem van de jeugdwerkloosheid. Jullie krijgen dan het gevoel overbodig te zijn. Jullie hebben mij laten weten, dat jullie bij al die problemen weinig steun ondervinden van de Kerk. En toch zouden jullie graag willen blijven geloven.

Dit is het belangrijkste, beste jongelui, dat je blijft geloven. Want de sleutel voor de oplossing van genoemde problemen en voor alle andere levensproblemen ligt in het geloof. Dat was de ervaring van de apostel Johannes, die aan de eerste generatie Christenen toevertrouwde: "Het wapen, waarmee wij de wereld overwinnen, is geen ander, dan ons geloof" (1 Joh. 5, 4). En bedenkt wel: hij die zo sprak, was geen overwinnaar maar een verliezer, die gebukt ging onder de overmacht van de heersers van zijn tijd. En toch was zijn uitspraak waar: dat kunnen wij eeuwen later nog constateren. Ook heden ten dage hebben veel christenen dezelfde ervaring als de apostel. Mogen zij zich steeds zijn woorden herinneren en moedig standhouden in de beproevingen. De overwinning van het geloof wordt behaald in het hart van de mens, door de mogelijkheid, die hem in Christus gegeven wordt, om het kruis een weg naar verrijzenis en leven te maken. Zij wordt behaald in de geschiedenis van de mensheid, door de geleidelijke omvorming van de opvattingen, van de gewoonten en van de structuren, dankzij het doordringen van de beginselen van het Evangelie in de maatschappij, dat een vrucht is van aller inzet.

Jongeren, twintig eeuwen christendom zijn niet vergeefs voorbijgegaan. Als jullie de geschiedenis nagaan van de echte veroveringen van de moderne beschaving, dan kunnen jullie zien, dat zij vaak een christelijke oorsprong hebben. Mijn eerste antwoord is dus: Hebt de moed om in Christus te geloven. Als hij met jullie is, kunnen jullie het hoofd bieden aan de grote actuele problemen en deze oplossen.

Jullie hebben mij gevraagd om concrete aanwijzingen voor enige van deze problemen. Wel, ik herinner eraan, dat de Kerk zich reeds duidelijk heeft uitgesproken over talrijke problemen. Zij voelt zich verplicht aan de mensen de eisen van de juiste zedelijke orde voor te houden en de schendingen hiervan aan te klagen, van welke kant zij ook mogen komen. Je weet, hoe vaak de paus zelf gewezen heeft op de wanverhouding tussen de steeds maar voortgaande bewapening en de nood van de ondervoede en onderontwikkelde mensen. Vele malen heb ik de maatschappij, de regeringen, de volksvertegenwoordigers en de werkgevers gewezen op de plicht het probleem van de werkloosheid en in het bijzonder het vraagstuk van de jeugdwerkloosheid aan te pakken. De problemen zijn vaak heel ingewikkeld. Maar juist daarom is er zo'n behoefte aan mensen, die weten door te zetten. En aan wie anders, dan aan jullie, jongeren, zouden wij moeten vragen de moed, de verbeeldingskracht en de energie te hebben om de moeilijke doeleinden te bereiken? Jullie moeten het kritisch geweten van de maatschappij blijven. De ouderen hebben jullie nodig: laat hen niet in de steek! Wat zij er ook van mogen denken, zonder jullie kunnen zij geen enkele van de doelen bereiken, die zij nastreven.

Jullie hebben nog meer grieven en bedenkingen tegen de Kerk. Jullie hebben mij laten weten, dat je de Kerk ervaart als een instituut, dat alleen maar regels en voorschriften uit­vaardigt. Jullie denken, dat zij te veel hekken plaatst, met name op het terrein van de seksualiteit, van de structuur van de Kerk, van de plaats van de vrouw in de Kerk. En je komt tot de conclusie, dat er een diepe kloof gaapt tussen de Blijde Boodschap van Christus en de druk, die de gestrengheid van de Kerk op jullie legt.

Beste vrienden en vriendinnen, staat mij toe vrijuit te spreken. Ik weet, dat jullie geheel te goeder trouw zijn. Maar zijn jullie er echt zo zeker van, dat het beeld, dat jullie je van Christus vormen, geheel overeenstemt met de werkelijkheid? Want het Evangelie laat ons een veeleisende Christus zien,

  • die oproept tot een radicale bekering van het hart (vgl. Mc. l, 5),
  • tot onthechting aan de aardse goederen (vgl. Mt. 6, 19-21),
  • tot vergeving aan wie ons kwaad doet (vgl. Mt. 6, 14 vlg.),
  • tot liefde voor vijanden (vgl. Mt. 5,44),
  • tot het geduldig verdragen van onrecht (vgl. Mt. 5, 39 vlg. ),
  • en zelfs tot het offe­ren van .het eigen leven uit liefde voor de medemens (vgl. Joh. 15,13).
  • Op het gebied van de sexualiteit treffen vooral zijn krachtige stellingname voor de onontbindbaarheid van het huwelijk (vgl. Mt. 19, 3-9) en de veroordeling, die hij uitgesproken heeft over de echtbreuk, ook al wordt deze al­leen maar in het hart gepleegd (vgl. Mat. 5,27 vlg.).
  • En zou het mogelijk zijn niet onder de indruk te komen van het voor­schrift zijn oog uit te rukken en zijn hand af te hakken, als deze ledematen "aanstoot" geven? (vgl. Mt. 5,29 vlg.).
Zou het met deze gegevens uit het Evangelie voor ogen, van werkelijkheidszin getuigen, als men zich een Christus voorstelt, die toegeeflijk is op het gebied van de huwelijkslief­de, tegenover abortus, seksuele relaties voor of buiten het hu­welijk of homoseksuele relaties? De vroeg-christelijke gemeenschap, die onderricht was door hen, die Jezus zelf hadden ge­kend, is zeker niet permissief geweest. Het kan hier volstaan te verwijzen naar de talrijke teksten uit de brieven van Pau­lus, die over deze onderwerpen handelen (vgl. Rom. 1,26 ss; 1 Kor. 6,9; Gal. 5,19; enz.). De woorden van de apostel zijn duidelijk en streng. En het zijn woorden, die door God geïn­spireerd zijn. Zij blijven maatstaf voor de Kerk van alle tij­den. Toegeeflijkheid maakt de mensen niet gelukkig. Ook de consumptie-maatschappij brengt geen geluk. De mens wordt alleen werkelijk mens, als hij de eisen weet te aanvaarden, welke hem opgelegd worden door de waardigheid, die erin bestaat geschapen te zijn "naar het beeld en de gelijkenis van God" (Gn. 1.27).

Als de Kerk onwelgevallige uitspraken doet, dan doet zij dit dus, omdat zij zich hiertoe verplicht weet. Zij doet het uit eerlijkheid. Het zou inderdaad veel gemakkelijker zijn bij algemeenheden te blijven. Maar soms moet zij, in overeenstemming met het Evangelie, vasthouden aan hoge idealen ook al moet zij ingaan tegen gangbare opvattingen.

Maar is het dan wel waar, dat het Evangelie een Blijde Boodschap is? Ja, dat is het heel zeker! Hoe is dit mogelijk? Het antwoord is gelegen in een enkel woord, dat kort is, maar waarvan de inhoud zo wijd is als de zee. Dit woord is: liefde. De strengheid van het voorschrift kan heel goed samengaan met de vreugde van het hart, als men bij zijn handelen gedre­ven wordt door liefde. Wie liefheeft, is niet bang voor het offer. Ja, hij zoekt juist in het offer het overtuigend bewijs van de echtheid van zijn liefde. Is dit niet de ervaring, die jullie zelf opdoen ten opzichte van degene, die jullie liefheb­ben? Wat deze ook van jullie vraagt, je wordt niet moe het te doen, en het offer, dat het jullie kost, wordt zelf een bron van vreugde.

Dat is, beste jongeren, het geheim van een consequent en blij christenleven. Dit geheim is gelegen in een oprechte, per­soonlijke en diepe liefde voor Christus. Het is mijn wens, dat ieder van jullie zo'n liefde mag vinden. Dan zullen de waar­den, die ten grondslag liggen aan de norm, werkelijk zichtbaar worden, en de moeilijkheden, welke je ondervindt bij het vervullen ervan zullen lichter worden. Augustinus zegt: "Wat men met liefde doet, doet men zonder moeite, of men bemint de moeite zelf". St. Augustinus, De bono viduitatis, 21,26

Jongelui, dit is dus mijn antwoord: houdt van Christus, en je zult de eisen, die de Kerk jullie in zijn naam stelt, aanvaar­den, omdat het de eisen zijn van God, de Schepper en de Verlosser van de mens. Aanvaardt deze eisen in jullie leven, en je zult er de waarde van ontdekken. Daarvoor moet je steeds opnieuw naar het woord van God luisteren, en de ver­rezen Heer dikwijls ontmoeten in de Eucharistie. In verband hiermee raad ik jullie aan de waarde van het sacrament van de biecht niet te onderschatten. Zo zullen jullie de verplich­tingen kunnen nakomen, die jullie bij het vormsel op je geno­men hebt.

Ik wil ook iets zeggen over de derde reeks vragen, die jullie mij gesteld hebben. Die vragen gaan over jullie plaats in de Kerk. Jullie willen weten, wat de paus van je verwacht. En of hij eigenlijk wel iets van jullie verwacht. En of jullie jong mogen zijn in de Kerk.

De Kerk, beste jongens en meisjes, zal altijd een jonge Kerk moeten zijn. Zij moet zich van dag tot dag vernieuwen, zich voortdurend bekeren. Zij moet antwoord geven op de vragen van deze tijd. Jullie weten, beter dan wie ook, om welke vragen het gaat. Jullie zijn immers, meer dan wie ook, kinderen van deze tijd. En daarom hebben jullie kritiek op de Kerk. Ongezouten kritiek soms. Je zult kunnen begrijpen, dat wij ouderen daar nogal eens moeite mee hebben. Soms doen jullie ons ook pijn. En toch zouden wij niet graag hebben, dat je ermee ophoudt. Jullie moeten ons alles eerlijk blijven zeg­gen. Maar jullie moeten ook letten op de kritiek van onze kant: Jullie kritiek moet voortkomen uit echte bezorgdheid voor de Kerk. Want de Kerk moet doen, wat Christus van haar verwacht. Daar komt het vooral op aan.

De Kerk heeft zichzelf niet uitgevonden. Zij weet, dat zij de vrucht is van een uitvinding van de liefde van Christus. Daarom is zij er alleen op bedacht de wil van haar Heer zorg­vuldig te bewaken en met de bijstand van de Geest steeds beter te begrijpen, om ten volle de heilbrengende doeleinden ervan te verwezenlijken, tot welzijn van de mensheid. Zij is ervan overtuigd, dat er geen enkele reden is, waarom iemand, die een taak heeft in de Kerk, afgunstig zou zijn op iemand, die een andere taak heeft. De verscheidenheid van taken geeft immers geen aanleiding tot superioriteit van de een boven de ander. Men moet er alleen naar streven superieur te zijn in de liefde. vgl. 1 Kor. 13,13-14,1 In het rijk der heme­len zal er alleen de hiërarchie van de liefde zijn.

Span je dus in om te groeien in liefde en vervult edelmoe­dig de rol, waartoe de Geest van Christus jullie roept in de Kerk, waarvan jullie levende ledematen zijn. Jullie, wij allen, zijn de Kerk. Praat daarom nooit als een buitenstaander over de Kerk, maar steeds als een overtuigd betrokkene. Spreekt vooral nooit tot of over de Kerk, alsof zij voor jullie niet be­staat of jullie onverschillig laat, of, nog erger, een vijand zou zijn. Zij is een moeder. Omdat zij jullie heeft voortgebracht voor Christus. De heilige moederkerk. Men klaagt een moe­der niet aan, maar bemint haar. Met een moeder spreekt men vertrouwelijk. Men gaat zijn haart openen voor een moeder, om samen met haar de last van het leven te dragen, de zor­gen van het gezin. De Kerk wacht op jullie, zoals jullie zijn.

Ik wil jullie ook vragen nooit zo tot de Kerk te spreken, dat je niet meer kunt luisteren. Sluit je niet af. Blijft met el­kaar verbonden. Wij moeten elkaar steunen.

Juist als in de gezinnen, zullen wij in de Kerk geduld met elkaar moeten hebben: jullie met onze misschien te bedacht­zame gang, wij met jullie onstuimigheid. Wij willen eerbied hebben voor elkaar. Gelooft mij: wij kunnen jullie niet mis­sen. Jullie zijn onvervangbaar.

Beste jongelui, geloven is altijd een uitdaging. Dat is nooit anders geweest. Wie in deze tijd christen wil zijn, on­dervindt moeilijkheden. Maar in het verleden waren er ande­re moeilijkheden. En in de toekomst zullen nieuwe generaties jongeren nieuwe moeilijkheden ontmoeten. Dat is een voorspelling, die men kan doen, zonder het risico te lopen gelo­genstraft te worden. Christen-zijn is nooit een gemakkelijke keuze geweest en zal het ook nooit zijn. Maar wordt de keuze vóór Christus niet juist hierom aantrekkelijk? Wat moeilijk is, vraagt moed. En juist in de moed komt de typische adel van de mens tot uitdrukking. Jullie moeten ook niet verge­ten, dat in andere landen van de wereld jonge mensen een zeer hoge prijs betalen voor het getuigenis van hun evange­lisch leven. Desondanks lachen en zingen zij graag. Hun er­varing leert ons, dat de vreugde opbruist uit het offer, als dit uit liefde voor Christus gebracht wordt. Ik hoop, dat dit ook jullie ervaring mag zijn.

In vele andere landen moeten de jongeren armoede en ge­brek trotseren. Toch zijn zij vol vrede en ijver. Vergeleken met hen zijn jullie bevoorrecht. Jullie beschikken over een grote welstand en een hoge ontwikkeling, waardoor jullie vele mogelijkheden hebben voor een menswaardig leven. Houdt je aan Christus vast om blij de weg van het Evangelie te kun­nen gaan in de huidige wereld, zonder te verdwalen. Houdt je ook vast aan de maagd Maria, de Moeder van Christus en onze Moeder. Zij is voor ons allen een voorbeeld van overga­ve aan de wil van God. Samen met haar zullen jullie veilig en vol vreugde de toekomst tegemoet kunnen gaan. En dat is mijn wens voor jullie.

Document

Naam: ONTMOETING MET JONGEREN OP HET EEMLAND COLLEGE, AMERSFOORT
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 mei 1985
Copyrights: © 1985, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 1 juli 2021

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam