• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Vanouds heeft de theologie gewerkt met de filosofie als fundamentele partner. Daarnaast hebben zich in de moderne tijd ook andere partners voor de theologie aangediend. Bijbelstudies en kerkgeschiedenis hebben hulp gekregen om nieuwe methoden te ontwikkelen voor de analyse en interpretatie van teksten en nieuwe technieken om de historische betrouwbaarheid van bronnen te bewijzen en sociale en culturele ontwikkelingen te beschrijven. Vgl. Pauselijke Bijbelcommissie, Interpretatie van de Bijbel in de Kerk (15 apr 1993). Dit document biedt in zoverre een waardevol voorbeeld dat het reflecteert op de mogelijkheden en beperkingen van verschillende eigentijdse exegetische methoden binnen de horizon van een openbaringstheologie die enerzijds geworteld is in de Schriften zelf en anderzijds in overeenstemming is met de leer van het Tweede Vaticaans Concilie. Systematische, fundamentele en moraaltheologie hebben alle drie baat gehad bij contacten met economische, medische en natuurwetenschappen. De praktische theologie heeft profijt gehad van de uitwisseling met sociologie, psychologie en pedagogiek. In al deze contacten moet de katholieke theologie de eigen coherentie van de methoden en wetenschappen die zij gebruikt eerbiedigen, maar zij moet er ook kritisch mee omgaan, in het licht van het geloof dat deel uitmaakt van de eigen identiteit en motivatie van de theoloog. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. Ia, q.1, a.5, ad.2, waar St. Thomas over de theologie zegt: ‘Haec scientia accipere potest aliquid a philosophicis disciplinis, non quod ex necessitate eis indigeat, sed ad maiorem manifestationem eorum quae in hac scientia traduntur. Non enim accipit sua principia ab aliis scientiis, sed immediate a Deo per revelationem. Et ideo non accipit ab aliis scientiis tanquam a superioribus, sed utitur eis tanquam inferioribus et ancillis’. Deelresultaten, die verkregen zijn via een methode ontleend aan een andere discipline, kunnen niet bepalend zijn voor het werk van de theoloog en moeten kritisch geïntegreerd worden in de eigen opdracht en inhoud van de theologie. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 33.111.112. In deze Encycliek uit 1993 deed Paus Johannes Paulus een beroep op de moraaltheologen om met onderscheidingsvermogen gebruik te maken van de gedragswetenschappen Onvoldoende kritisch gebruik van kennis of methoden van andere wetenschappen kan het werk van de theologie een andere draai geven en verbrokkelen. Zo wezen de kerkvaders een overhaaste vereenzelviging van geloof en filosofie al aan als een bron van ketterijen. De kerkvaders van de eerste eeuwen beklemtoonden dat ketterijen, vooral de verschillende vormen van gnostiek, vaak voortkwamen uit een te onkritische overname van bepaalde filosofische theorieën. Zie bijvoorbeeld Vgl. Tertullianus, De Praescriptione Haereticorum. 7,3 (Sources chrétiennes, 46), p. 96: ‘Ipsae denique haereses a philosophia subornantur. Kortom, andere disciplines moeten hun eigen ‘magisterium’ niet opleggen aan de theologie. De theoloog moet wel degelijk de gegevens die door andere disciplines worden aangeleverd opnemen en benutten, maar in het licht van de eigen principes en methoden van de theologie.

Document

Naam: THEOLOGIE VANDAAG: PERSPECTIEVEN, PRINCIPES EN CRITERIA
Soort: Internationale Theologische Commissie
Auteur: Internationale Theologische Commissie
Datum: 29 november 2011
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana / Collationes. Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal 42 (2002,2) 177-222
Vert.: Maria ter Steeg
Bewerkt: 22 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam