• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Inleiding op de liturgie van het Woord
Het kan wenselijk zijn om de lezingen uit de Heilige Schrift (kort) in te leiden, opdat Gods Woord in de geesten en harten van de gelovigen met meer vrucht ontvangen kan worden. Deze korte inleidingen kunnen worden verzorgd door de priester zelf, of een diaken, of een pastoraal werk(st)er of andere lekenbedienaar Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 31.105. b.
Eerste lezing – antwoordpsalm – Tweede lezing
In de lezingen wordt voor de gelovigen de tafel van Gods Woord bereid en worden de schatkamers van de Bijbel voor hen opengesteld. Het verdient daarom de voorkeur vast te houden aan de ordening van de Bijbellezingen, waardoor de eenheid van de beide Testamenten en van de heilsgeschiedenis duidelijk wordt gemaakt; het is dan ook niet toegestaan de lezingen en de antwoordpsalm, die het Woord van God bevatten, door andere niet-Bijbelse teksten te vervangen Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 57.

De regels om af te wijken van de voor de betreffende dag voorziene Bijbelse lezingen vindt men in het Algemeen Statuut van het Romeins Missaal Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 356-362.

De taak om de lezingen voor te dragen is volgens de traditie niet presidentieel. De eerste lezing en de tweede lezing worden voorgedragen door een lector of een andere lekenbedienaar Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 59. Zo komt het delen in het gemeenschappelijk priesterschap mede tot uitdrukking.

De lezingen worden door degene die leest besloten met ‘Woord van de Heer’ (Verbum Domini). Deze woorden drukken immers ons geloof uit dat door deze lezing God zelf op dat moment tot ons spreekt. Allen antwoorden met ‘Wij danken God’ (Deo gratias).

De antwoordpsalm vormt een integraal deel van de liturgie van het Woord en bevordert de overweging van het Woord van God. Daarom kan een antwoordpsalm niet vervangen worden door een lied, hoe mooi ook. De antwoordpsalm dient een antwoord te zijn op elke lezing afzonderlijk en gewoonlijk uit het lectionarium genomen te worden.

Het verdient de voorkeur dat de antwoordpsalm gezongen wordt voorgedragen, minstens het antwoord van het volk. De psalmist of cantor van de psalm draagt de psalmverzen voor. Indien de psalm niet gezongen kan worden, wordt zij op een geschikte wijze gebeden om de overweging van het Woord van God te bevorderen Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 61. Dit bidden van de psalm wordt gedaan door een lector of een andere lekenbedienaar.

De acclamatie voor het Evangelie

Na de lezing die onmiddellijk voorafgaat aan het Evangelie, wordt – om Christus in zijn Woord te begroeten – het Alleluia of een ander door de rubrieken vastgesteld gezang gezongen, naar gelang hetgeen de liturgische tijd vraagt. Het Alleluia voor en na het vers voor de evangelielezing wordt door allen staande gezongen onder leiding van het koor of cantor. Het vers zelf wordt echter alleen door het koor of de cantor gezongen Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 62. Indien het niet gezongen wordt, dan kan het worden gezegd Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 63 door een lector of andere lekenbedienaar.

Wanneer er slechts één lezing voor het Evangelie plaats heeft, kan de acclamatie voor het Evangelie weggelaten worden als het niet gezongen wordt Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 63. ook voor meer regelingen in dezen.

Evangelie

Het Evangelie wordt allereerst voorgedragen door de diaken, hij die gewijd is voor de drievoudige diaconie van de liturgie, de woordverkondiging en de werken van de caritas. Bij zijn wijding heeft de bisschop hem het evangelieboek overhandigd met de woorden “Ontvangt het Evangelie van Christus, waarvan u de verkondiger bent geworden”. Congregatie voor de Riten, Cæremoniale Episcoporum (17 aug 1886), 210

Als er geen diaken in de Eucharistieviering aanwezig is, dan wordt het Evangelie voorgelezen door – indien aanwezig – een priester die concelebrant is. Als er geen andere priester is, dan door de celebrant zelf Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 59.

De lezing van het Evangelie, die “het hoogtepunt van de liturgie van het Woord vormt,” is overeenkomstig de traditie van de Kerk in de viering van de heilige liturgie voorbehouden aan de gewijde bedienaar. Daarom is het een leek, ook al is hij/zij een religieus, niet geoorloofd het Evangelie voor te lezen in de viering van de Heilige Eucharistie Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie, Redemptionis Sacramentum (25 mrt 2004), 63.

Voordat een diaken het Evangelie voordraagt, vraagt hij de bisschop of de priester om de zegen. Daarna neemt hij het evangelieboek van het altaar om het voor te dragen bij de ambo. vgl. Diaconale assistentie tijdens de Eucharistie, J. Hermans, pag. 57. Als een bisschop de celebrant is en er is geen diaken maar wel een priester die concelebreert, dan draagt deze priester het Evangelie voor. Hij vraagt eveneens de zegen aan de bisschop.

Homilie

De homilie is deel van de liturgie en wordt sterk aanbevolen, zij is immers noodzakelijk om het christelijk leven te voeden. Zij dient een of ander aspect van de Schriftlezingen of een andere tekst uit het gewone (ordinarium) of het eigen (proprium) van de mis van de dag toe te lichten, en daarbij rekening te houden ofwel met het mysterie dat gevierd wordt, ofwel met de bijzondere noden van de toehoorders Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 65.

Op zondagen en verplichte feestdagen moet een homilie gehouden worden in alle Eucharistievieringen waar de geloofsgemeenschap is samengekomen. Zij kan niet achterwege blijven tenzij om een ernstige reden Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 66, bijvoorbeeld vanwege de gezondheidstoestand van de celebrant.

De homilie tijdens de Eucharistie is voorbehouden aan de priester of diaken Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 676. par. 1. De homilie dient gewoonlijk door de celebrerende priester zelf gehouden te worden ofwel door hem te worden toevertrouwd aan een concelebrerende priester of soms eventueel ook aan een diaken, maar nooit aan een leek Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 66.94 Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie, Redemptionis Sacramentum (25 mrt 2004), 64 Paus Benedictus XVI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Het Sacrament van de Liefde - Over de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk, Sacramentum Caritatis (22 feb 2007), 53. Wanneer een celebrant om een ernstige reden de homilie niet kan houden, bevelen wij aan dat deze door een diaken wordt gehouden.

De niet-gewijde gelovigen zijn dus uitgesloten van het houden van de homilie tijdens de viering van de Eucharistie, ook wanneer zij de taak vervullen van pastoraal werk(st)er, pastoraal assistent of catechist, bij welke soort van communiteit of vereniging ook. Het gaat in feite niet om een eventuele grotere bekwaamheid of theologische opleiding, maar om een bediening die is voorbehouden aan hen die het Wijdingssacrament hebben ontvangen en daardoor in de persoon van Christus spreken. Zelfs de diocesane bisschop is niet gemachtigd hierin te dispenseren, omdat het niet slechts gaat om een disciplinaire wet, maar om een wet die de functies betreft van onderricht en heiliging die nauw met elkaar verbonden zijn Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 7.

Het verbod op het toelaten van leken tot het houden van de homilie tijdens de viering van de Eucharistie geldt ook voor seminaristen en theologiestudenten Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie, Redemptionis Sacramentum (25 mrt 2004), 66.

Men dient voor ogen te houden dat overeenkomstig het voorschrift van Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
elke voorafgaande norm als afgeschaft wordt beschouwd die niet-gewijde gelovigen heeft toegelaten tot het houden van de homilie tijdens de viering van de Eucharistie. Dit toelaten wordt afgekeurd, zodat het krachtens geen enkele gewoonte kan worden toegestaan Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie, Redemptionis Sacramentum (25 mrt 2004), 65.

In bijzondere gevallen en om een gerechtvaardigde reden kan de homilie gehouden worden door een bisschop of een priester die bij de viering aanwezig is, maar niet kan concelebreren Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 66.

Het is in een uitzonderlijke situatie toegestaan dat leken op bijzondere dagen – zoals roepingenzondag of ziekenzondag - een korte inleiding of “een kort getuigenis” geven, ter bevordering van een beter begrip van de liturgie, als illustratie bij de homilie van de priester of eventueel de diaken; die homilie door priester of diaken kan niet door zulk een getuigenis vervangen worden en moet daarom daadwerkelijk gehouden worden. Dit getuigenis mag niet zulke karakteristieken hebben, dat het voor een homilie kan worden aangezien Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 7. par. 2 en 3.

Hieruit volgt dat een pastoraal werk(st)er of andere lekengelovige na of tijdens de homilie door de priester of diaken een kort persoonlijk getuigenis kan geven dat een uitdrukkelijk mystagogisch doel moet hebben: de aanwezigen te helpen om de liturgie die gevierd wordt beter te verstaan. Dergelijke uitzonderlijke gebeurtenissen kunnen zich voordoen bij:

  • een huwelijksviering waarbij hij/zij getuigt van het geloof en de liefde die hij/zij bij het bruidspaar heeft ervaren alsook van zijn/haar eigen vreugde om het Sacrament van het huwelijk, als teken van Gods liefde;
  • een huwelijksjubileum waarbij hij/zij getuigt van het geloof en de liefde die hij/zij heeft ervaren bij het jubilerende echtpaar en de zegeningen die God hen gegeven heeft;
  • een jubileum of andere bijzondere gelegenheid van een parochie, locatie of communiteit waarbij hij/zij getuigt van wat door Gods zegen opgebouwd is;
  • een viering van de Eerste Heilige Communie of een gezinsviering waarbij hij/zij getuigt van het geloof in de aanwezigheid van onze Heer Jezus in het Sacrament van de Eucharistie en van de eigen vreugde en dankbaarheid hierom;
  • een gemeenschappelijke viering van de ziekenzalving waarbij hij/zij getuigt van de kracht en de vrede die God geeft aan zieken en hoe hij/zij zelf gesterkt en verrijkt wordt in het geloof en het leven in de omgang met zieken en hen die lijden;
  • een uitvaart waarbij hij/zij getuigt van het geloof en de liefde van de overledene en hoezeer dit geloof en deze liefde ook de Kerk heeft verrijkt en mee opgebouwd, ook hem-/haarzelf;
  • een bedevaart waarbij hij/zij getuigt van de dankbaarheid en de vreugde om als pelgrims met elkaar in het huis van de Heer te zijn, in dat specifieke heiligdom en hoe dit hem-/haarzelf sterkt om als pelgrim voort te gaan op weg naar het hemelse Jeruzalem.

Het is echter belangrijk dat de eigen plaats en functie van de homilie niet tekort wordt gedaan als gevolg van een persoonlijk getuigenis, dat daarom beknopt dient te zijn. Daarom moet er ook een goede afstemming vooraf plaatsvinden over de inhoud van de homilie en het persoonlijk getuigenis dat erop volgt en dat in feite een bevestiging en verdieping wil zijn van hetgeen in de homilie door de priester of eventueel de diaken is verkondigd. Het houden van een persoonlijk getuigenis is geen recht. Het is aan de celebrant om te bepalen of een persoonlijk getuigenis wordt gehouden, hetzij na of tijdens de homilie of als kort woord bij de inleiding na de begroeting.

Een dialoog tijdens de homilie wordt niet uitgesloten, wanneer dit sporadisch en met voorzichtigheid gebeurt als een middel van uitleg. Dat mag echter niet zo functioneren dat de plicht tot prediking aan anderen wordt gedelegeerd Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 7. par. 2 en 3.

De geloofsbelijdenis
De geloofsbelijdenis ofwel ‘het symbolum’ heeft tot doel dat alle aanwezigen het Woord van God, dat in de Schriftlezingen is verkondigd en in de homilie is uitgelegd, beantwoorden. Tevens worden door de geloofsbelijdenis de grote mysteries van het geloof in herinnering geroepen, voordat met de viering van de Eucharistie wordt begonnen Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 67.

Het is van groot belang dat voor de geloofsbelijdenis in de Eucharistie een voor de liturgie goedgekeurde tekst uit het Romeins Missaal gebruikt wordt, omdat het gaat om de belijdenis van het geloof van de Kerk van alle tijden en plaatsen.

De geloofsbelijdenis moet door de priester samen met het volk staande gezongen of gezegd worden op de zondagen en op hoogfeesten. De zondag als Dag des Heren alsook de hoogfeesten zijn bij uitstek dagen waarop het verbond van Christus met zijn Kerk vieren gevierd wordt, dankbaar om ons doopsel waardoor wij met Hem en zijn Kerk verbonden zijn; wij belijden die dagen dan ook het geloof dat bij ons doopsel is beleden.

De geloofsbelijdenis kan ook gezegd worden in bijzondere vieringen met een meer plechtig karakter. Als de geloofsbelijdenis gezongen wordt, wordt deze ingezet door de priester of eventueel door een cantor of door het koor. De geloofsbelijdenis wordt gezongen ofwel door allen tegelijk ofwel afwisselend door volk en koor ofwel in twee koren die elkaar afwisselen Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 68.

Gebed van de gelovigen (voorbede)
Het ‘gebed van de gelovigen’ (voorbede) wordt ingeleid alsook besloten door de priester. De intenties worden zo mogelijk door de diaken voorgedragen – hij die het dienstwerk verricht van het aandragen, waaronder van de gebeden van de gelovigen – of anders door een lekenbedienaar of andere lekengelovige Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 71.171.177. Allen staan tijdens het ‘gebed van de gelovigen’.

Document

Naam: OVER BEPAALDE ONDERDELEN VAN DE H. EUCHARISTIE
En de taken die eigen zijn aan de priester of de diaken en taken die een pastoraal werk(st)er of andere lekenbedienaar in de H. Eucharistie kan vervullen
Soort: Nederland
Auteur: Aartsbisdom Utrecht
Datum: 7 maart 2012
Copyrights: © 2012, Aartsbisdom Utrecht
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam