• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT HET INTERNATIONALE HOF VAN JUSTITIE TE DEN HAAG

Mijnheer de President, Eerbiedwaardige rechters van het Hof, Dames en Heren,

Het is met een diepe zin van respect en achting dat ik vandaag naar het internationale Hof van Justitie ben gekomen. Het verheugt mij in staat te zijn geweest, om deze ontmoeting op te nemen in het programma van mijn pastora­le bezoek aan Nederland, en het doet mij genoegen dat het plaatsvindt in de aanwezigheid van de leden van het Perma­nente Hof van Arbitrage en van het Corps Diplomatique. Weest U ervan verzekerd dat ik zeer dankbaar ben voor de vriendelijke welkomstwoorden die tot mij gericht werden. Ik voel me inderdaad zeer vereerd om in dit historische Vredes­paleis bij U te zijn en deze gelegenheid te hebben U toe te spreken.

De Heilige Stoel hecht grote waarde aan haar samenwer­king met de Verenigde Naties en de diverse organismen die een vitaal onderdeel van haar werk vormen. De interesse van de Kerk in het Internationale Hof van Justitie gaat terug naar het eerste begin van dit Tribunaal en tot de gebeurtenissen die verbonden waren met haar oprichting. Ik denk daarbij aan de hoge mate van persoonlijke betrokkenheid van mijn voorganger, Leo XIII, bij de Vredesconferentie van 1899 in Den Haag, die de weg bereidde voor het Permanente Hof van Arbitrage, voor het Permanente Hof van Internationale Justi­tie en uiteindelijk voor het Internationale Hof van Justitie. Zodra Leo XIII vernam van het initiatief van tsaar Nicolaas II, moedigde hij het aan. In een briefwisseling met koningin Wilhelmina, de monarch van het gastland, betuigde hij even­eens zijn steun. Zelfs toen het duidelijk werd dat de Heilige Stoel zelf niet deel kon nemen aan de Vredesconferentie te Den Haag, bleef de belangstelling van Leo XIII voor de Vre­desconferentie onverminderd en hij liet niet na het aan te moedigen. Door zijn staatssecretaris, kardinaal Rampolla, maakte hij duidelijk waarom hij de Vredesconferentie zo be­langrijk vond, en zijn ideeën hebben meer dan alleen maar historische waarde:

"Het ontbreekt de internationale gemeen­schap aan een systeem van morele en wettelijke middelen om de rechten van iedereen te vestigen en te handhaven. Er be­staat derhalve geen alternatief dan onmiddellijk toevlucht te nemen tot wapengeweld. Dit verklaart de rivaliteit tussen sta­ten om militaire kracht te ontwikkelen .... De instelling tot be­middeling en arbitrage lijkt de meest geschikte manier om deze desastreuze situatie het hoofd te bieden; de wensen van de Heilige Stoel worden er in elk opzicht mee tevreden ge­steld" (11 januari 1899).
De Kerk heeft consequent de ontwikkeling van een inter­nationale administratie van justitie en arbitrage gesteund als een werktuig voor het vreedzaam oplossen van conflicten en als een deel van de evolutie van een mondiaal rechtssysteem. Traditioneel heeft de Heilige Stoel bij twisten de rol van be­middelaar op zich genomen. Het is b.v. de moeite waard de bemiddeling van Leo XIII in herinnering te roepen, bij de controverse tussen Duitsland en Spanje over de Carolinen Ei­landen. Daar zijn de herhaalde pogingen van Benedictus XV om tijdens de Eerste Wereldoorlog te bemiddelen, en zijn steun voor de oprichting van een Volkerenbond die echt zou beantwoorden aan de eisen van gerechtigheid, vrede en de bevordering van het algemeen welzijn in internationale rela­ties. Met name Pius XII en zijn opvolgers verwelkomden en moedigden de oprichting en ontwikkeling van de organisatie van de Verenigde Naties aan. Johannes XXIII sprak over het onderwerp in H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
, terwijl Paulus VI persoonlijk zijn steun betuigde toen hij de algemene vergadering van de Verenigde Naties toesprak op 4 oktober 1965; twee jaar later, in H. Paus Paulus VI - Encycliek
Populorum Progressio
Over de ontwikkeling van de volken
(26 maart 1967)
, herhaalde hij zijn pleidooi voor een rechtsorde die universeel wordt erkend. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 78 Ik was ook in de gelegenheid de algemene vergadering van de Vere­nigde Naties in New York toe te spreken, op 2 oktober 1979, en daarna steun te herhalen in mijn boodschap aan de twee­de speciale zitting van de algemene vergadering van de Vere­nigde Naties over ontwapening op 7 juni 1982. Het verheug­de mij eveneens de FAO toe te spreken in Rome in 1979, de UNESCO in Parijs in 1980, de internationale arbeidsorgani­satie in Genève in 1982 en de internationale organisaties gevestigd in Wenen in 1983. In deze lijn van voortdurende steun en belangstelling heb ik met grote vreugde en een in­tens gevoel van betrokkenheid de uitnodiging van de presi­dent van het Internationale Hof van Justitie aanvaard, dat samen met het Permanente Hof van Arbitrage traditioneel hier gevestigd is in het Vredespaleis. Ik hoop dat dit bezoek duidelijk de mate zal tonen waarin de Katholieke Kerk de inspanningen van deze internationale lichamen wil onder­steunen.
Als we van de historische achtergrond terugkeren naar de tegenwoordige situatie, dan moeten we erkennen dat er nu een zelfs grotere morele nood heerst dan in de voorbije jaren om conflicten vreedzaam op te lossen op basis van rechtvaar­digheid. Op de eerste plaats is oorlog in onze dagen, door het bestaan van geavanceerde wapens, in toenemende mate de totale vernietiging van de vijand gaan betekenen. Iedere oor­log dreigt een totale oorlog te worden.

De tweede reden is de nieuwe dimensie van de onderlinge afhankelijkheid tussen de naties. Het lot van individuele na­ties is meer dan ooit tevoren met elkaar verbonden; het feit dat vele van hun belangen met elkaar overeenkomen is veel belangrijker dan het feit dat sommige bepalingen in conflict met elkaar zijn. Bovendien is in onze dagen een organisatie van wereldvrede eenvoudig een werkelijke mogelijkheid ge­worden in technische zin: de communicatiemiddelen zijn be­schikbaar en een groot aantal wereld-organisaties is reeds ontwikkeld. Wat nu nodig is, is de wil om echte vrede te be­reiken. In de huidige tijd is het zowel noodzakelijk alsook mogelijk om een wereldomspannende vrede te bevorderen. Maar de ontwikkeling van wetten en mentaliteiten in een ge­meenschap gebaseerd op het beginsel van de absolute heer­schappij van de individuele staten heeft andere ontwikkelin­gen doen achterblijven in een tijdperk waarin destructief ge­weid en alomvattende verbindingen het beeld van de wereld bepalen. We leven nog altijd te vaak met reflecties van ach­terdocht en agressie die nadelig zijn voor de relaties tussen de naties.

Helaas wordt in de wereld van vandaag zelfs de vreed­zame regeling van geschillen vaak voorbereid vanuit een di­plomatie die meer bepaald wordt door eigenbelang dan door de vereisten voor het gemeenschappelijk welzijn van de inter­nationale gemeenschap - een gemeenschappelijk welzijn dat is gebaseerd op wat goed en rechtvaardig is. Dit gegeven kan een remmende invloed uitoefenen op het werk van zowel het Internationale Hof van Justitie en het Permanente Hof van Arbitrage. Desondanks kunnen deze organisaties een uiterst belangrijke rol spelen. Het Permanente Hof van Arbitrage heeft bijgedragen tot de regeling van een aantal conflicten en tot de afwending van wapengeweld. Het Internationale Hof van Justitie heeft op moeilijke terreinen geïntervenieerd en is er in geslaagd meer te doen dan slechts bestaande wetgeving toe te passen: het heeft ook bijgedragen tot de ontwikkeling van wetgeving. De beslissingen van het Hof hebben veelvul­dig een verstrekkende draagwijdte gehad omdat zij gezien moeten worden binnen het raamwerk van de regels van het internationale recht en rechtskundige principes.

De taak van het Internationale Hof van Justitie alsook van het Permanente Hof van Arbitrage is een element van onpar­tijdigheid en objectiviteit tot gelding te brengen in de relaties tussen staten: Tot hun leden hebben talrijke eminente rechts­geleerden behoord. Samen met de Internationale Rechten Academie, vormen de twee organisaties een internationaal centrum van voortreffelijke rechtskundige activiteit.

Het is echter duidelijk dat de bijdrage van het Interna­tionale Hof van Justitie tot de ontwikkeling van nieuwe nor­men van internationaal recht zal worden belemmerd zolang de naties het niet eens zijn over fundamentele principes en algemene regels van internationaal recht. Het is in dit opzicht nodig in herinnering te roepen, dat terwijl toch vooruitgang is geboekt in de loop van de jaren, deze beperkt is gebleven. Er is nog een lange weg te gaan - met vertrouwen en vernieuwde vastberadenheid.

Strikt genomen is het huidige Hof niet meer - maar het is ook niet minder - dan een eerste stap naar een, wat wij ho­pen, volledig effectief rechterlijke autoriteit in een vreedzame wereld. In de visie van de Heilige Stoel, is er een aantal ma­nieren waarop het rechterlijk element een uitgebreidere rol in de internationale relaties kan spelen:

  • doordat naties en internationale organisaties intensiever ge­bruik maken van het Internationale Hof van Justitie;
  • door een bredere aanvaarding van de zogenoemde verplichte jurisdictie van het Hof;
  • door de ontwikkeling van rechtskundige en politieke/humanitaire organisaties op regionaal niveau om die op wereldni­veau aan te vullen en te ondersteunen;
  • door ontwikkeling van de wet van humanitaire en strafrech­terlijke aansprakelijkheid voor de internationale gemeen­schap.
Deze elementen zijn duidelijk waar te nemen in vele recente ontwikkelingen: de internationale verklaringen en verdra­gen over mensenrechten; het werk van organisaties voor mensenrechten op regionale en in internationale niveaus; het werk van het Rode Kruis en andere vertegenwoordigers in de humanitaire sfeer; het werk van particuliere organisaties; en de uitbreiding van de rol van het Internationale Hof als ge­volg van aanvragen door internationale organisaties voor het geven van adviezen. De internationale gemeenschap zelf heeft uitdrukking gegeven aan de noodzaak van de ontwikke­ling van een wereld rechtsysteem.
Dit alles verdient bevestiging en steun. De katholieke Kerk is betrokken op dit gebied zoals bijvoorbeeld kan wor­den afgeleid uit haar actieve deelname in internationale orga­nisaties en aan de vele verklaringen ten gunste van dezen door de Heilige Stoel. Door zo te handelen wijst de Kerk me de criteria aan waaraan de ontwikkeling van een internationaal rechtssysteem moet voldoen. In rechtskundige termen kunnen deze worden uitgedrukt als de erkenning van mensenrechten: het recht van ieder individu op leven, het recht op een menswaardig bestaan en het recht op bescherming door de wet; erkenning van het recht van volkeren op zelfbeschikking en onafhankelijkheid en hun recht op een redelijk deel van 's werelds economische rijkdom. H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
geeft aan de fundamentele criteria uitdrukking in morele termen als waarheid, liefde, vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit.
Deze criteria zouden in de internationale betrekkingen uitdrukking moeten vinden in verdragen en in het werk van internationale organisaties, gesteund door een groeiend be­wustzijn onder het gewone volk van de plicht, om onder alle omstandigheden de fundamentele rechten van de menselijke persoon te respecteren. Als dit gebeurt, zullen de criteria een verder effect op de uitvoering van internationaal recht en ar­bitrage hebben.

De steun van regeringen en de publieke opinie is hier zeer belangrijk. Want de ontwikkelingen in de wereld volgen ten­slotte niet als vanzelfsprekend een rechte lijn naar vrede. Zij worden beïnvloed - vaak in een beslissende mate - door de botsing van nationale interesses, van culturen en ideologieën, door de pogingen van een volk of ras een ander te overheer­sen en door het negeren van de rechten van individuen en volkeren. Zelfs terwijl het Hof in het Vredespaleis zetelt, blij­ven de kreten in vele delen van de wereld opklinken van de gevangenen en de onderdrukten, de angstroep van mensen die worden uitgeroeid, de schreeuw van mensen wier culture­le en geestelijke vrijheid wordt beknot - wier persoonlijke rechten worden ontkend.

Voor christenen en voor al diegenen die geloven in een Verbond, d.w.z. in een onverbreekbare band tussen God en de mens en tussen alle menselijke wezens, kan geen enkele vorm van discriminatie - wettelijk of feitelijk op basis van ras, afkomst, huidskleur, cultuur, geslacht of godsdienst ooit aanvaardbaar zijn. Dus kan een systeem van apartheid of ge­scheiden ontwikkeling nooit aanvaardbaar zijn als een model voor de betrekkingen tussen volkeren of rassen.

Zelfs het Internationale Hof van Justitie wordt onder druk gezet met het doel het Hof te verhinderen uit te stijgen b0oven ideologieën en interessen. Als internationale rechters en magistraten dienen de leden van het Hof bewijs te leveren van de grootst mogelijke onafhankelijkheid en volledige inte­griteit. En het is om deze reden, dat voordat zij hun verheven taak aannemen, zij zich plechtig verbinden om hun functies geheel onpartijdig uit te oefenen in overeenstemming met hun geweten. vgl. Art. 20 van de statuten Zij moeten zulke druk weerstaan en in hun streven daartoe geholpen worden. Tegenover de politiek van machtsstrijd en eigen belang moe­ten we een vorm van politiek stellen, gericht op de verster­king van de waarden waarop de vrede rust.

Het ontwikkelen van internationaal recht en het uitbrei­den en versterken van internationale organisaties zijn essen­tieel belangrijke taken voor de hedendaagse mensheid. Maar wat in deze absoluut essentieel is, is het streven naar het alge­meen welzijn op basis van rechtvaardigheid, volgens de nor­men van een zuiver mondiaal rechtssysteem. Zonder begrip voor en van de bron van recht, de redenen van recht en het onderwerp van recht, kan een goed rechtssysteem niet bestaan. Zonder begrip voor en van de criteria inzake de vreed­zame regeling van conflicten kunnen dergelijke oplossingen niet genomen worden.

Het probleem van de zaak is, dat de mens God moet lief­hebben boven alles en zijn naaste als zichzelf. Het is wezen­lijk voor mensen dat zij beseffen dat zij zijn geschapen als evenbeeld van God en dat zij daarom elkaar moeten respec­teren in plaats van uit te buiten, te martelen en te vermoor­den. En zo moeten ook de naties, als eenheden waarin men­sen samenleven, elkaar respecteren en helpen. Iedere rechts­geleerde en ieder gewoon mens weet dat de wet van mensen niet perfect is. Wettelijke formuleringen laten altijd iets te wensen over. Er is altijd plaats voor verbetering, nieuwe ont­wikkelingen en een noodzaak dat rechtskundige instituten worden verbeterd. Dit is zelfs van toepassing op zulk funda­mentele documenten als de verklaringen en verdragen van de mensenrechten. De wet van God, geschreven in de harten van de mensen en verkondigd door de Kerk, zorgt voor normen en aanzetten voor deze verbetering, want Gods wet overstijgt de tijd. Het spreekt een taal die iedereen kan ver­staan, zoals de parabel van de goede Samaritaan. Het zorgt voor een antwoord op het verlangen van de mens naar de zin van het leven, een leven dat niet eindigt met de dood. Het brengt tot uitdrukking wat mensen van elkaar mogen ver­wachten.

Jezus Christus preekte een Koninkrijk van waarheid, liefde en vrede, drie ondeelbare beginselen. Mensen moeten het verlangen hebben deze beginselen in hun leven toe te laten en in hun verhoudingen met anderen. Vrede komt alleen wan­neer mensen streven naar waarheid en liefde in het omgaan met elkaar, als zij ontdekken wie zij werkelijk zijn en elkaars betekenis onderkennen. Vrede wordt niet geboren uit vrees voor de bom of de macht van de een over de ander. We moe­ten zeker bezorgd zijn over atoomwapens, maar onze eerste zorg zou de mens zelf moeten gelden, voor de manier waarop vele mensen denken en spreken over het leven en de maat­schappij. Er zijn weinig onderwerpen waarover zo veel leu­gens worden verteld als over vrede; weinig onderwerpen zijn zo ontvankelijk voor manipulatie. Dit is de eerste dreiging.

De Kerk spreekt in de naam van Hem die eens zal komen om alle mensen te oordelen, om de geschiedenis te oordelen op basis van de waarheid. Door Hem gezonden wil zij helpen de gewetens en het gedrag van mensen te vormen. Zij wil een weg wijzen, een moeilijke weg, maar zeker een weg waarop ieder individu kracht vindt om die vrede te bevorderen die zowel een vrucht is van menselijk werk alsook een geschenk van God. Het is een weg waarop ieders pogingen belangrijk zijn, want de verschillende terreinen van menselijke activiteit en de verschillende samenhangen in het leven staan allemaal nauw met elkaar in verband.

Geweld en misdadig gedrag in naties en culturen moedigt geweld en misdadig gedrag in internationale betrekkingen aan. Het afwezig zijn van solidariteit in een land bevordert een gebrek aan solidariteit in de wereld. De moderne maat­schappij wordt gekarakteriseerd door een toenemende frag­mentatie en vervreemding. Dit leidt tot een situatie waarin mensen meer verwachten van een systeem dan van eigen in­spanningen en samenwerking; en zo kan ontevredenheid hen doen keren tegen systemen en, als gevolg daarvan, de maat­schappij moeilijker te besturen wordt. Een maatschappij slechts als een systeem beschouwd, kan mensen geen fatsoen­lijk menselijk bestaan geven. Hoe meer mensen zich bewust worden dat de maatschappij voor de mens bestaat, hoe meer zij in staat zullen zijn elkaar te zoeken en een echt menselijke inspiratie te ontdekken voor de omgang met elkaar. Zo zullen zij worden uitgedaagd om over de nationale grenzen te kij­ken.

Voordat ik besluit, wil ik een woord van grote waarde­ring uitspreken voor Nederland, dat zich zo sterk verplicht heeft gastland te zijn van het Internationale Hof van Justitie en het Permanente Hof van Arbitrage. Nederland is een land met een sterke christelijke traditie en een lange geschiedenis van vrijheid. Het heeft waardevolle diensten verleend voor de zaak van de ontwikkeling van het internationaal recht, voor vrede, ontwikkeling, samenwerking en mensenrechten. Het is een land waarin gewone burgers en particuliere organi­saties een nauwe betrokkenheid hebben met de rest van de wereld. Deze pogingen zijn achtenswaardig en zij verdienen dankbaarheid.

Boven alles, prijs ik de pogingen van de rechters van het internationaal Hof van Justitie, van het Permanente Hof van Arbitrage en van al diegenen die door hun eigen liefde voor gerechtigheid werken om deze in de wereld te bevorderen. De psalmist in het Oude Testament zegt: "Rechtvaardige groeit als een palmboom, als de Libanonceder omhoog". (Ps 92,13).

Ik bid dat God U zal sterken in Uw streven om rechtvaar­dig te zijn en rechtvaardigheid te bevorderen. Moge Hij Uw werk overvloedig zegenen, zodat het moge helpen een grotere eensgezindheid in de wereld te vestigen en de grondvesting van een ware en duurzame vrede te sterken.

Document

Naam: TOT HET INTERNATIONALE HOF VAN JUSTITIE TE DEN HAAG
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 13 mei 1985
Copyrights: © 1985, Stichting RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam