• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE JONGEREN IN DE PIUS X-BASILIEK TE LOURDES

Dierbare jongeren van Frankrijk, Europa en zelfs van andere continenten.

Ik verheug mij er op hier met u deze mooie meditatie te mogen verder zetten. Wij hebben ons laten doordringen van de overtuiging van de profeet Jesaja: “God is altijd Redder”. Maar ook de visie van de zo broederlijke eerste christelijke gemeenschap van Jeruzalem, rond de apostel Petrus en zo dicht bij Maria, is ons vertrouwd geworden. Die mannen en vrouwen die ons zijn voorgegaan zijn onze vaders en moeders, maar ook onze tijdgenoten in het geloof. Onze gezangen vertolkten al het antwoord van onze harten op de grote daden van Gods Verbond met de mensheid. Wij kunnen dus het Magnificat hernemen, dat lied dat opwelde uit het heel nederige hart en het vurige geloof van O.L.Vrouw.

Sommigen van u hebben mij een aantal vragen bezorgd. Ik zal ze niet een na een hernemen, maar gedurende heel deze meditatie zullen ze de nodige aandacht krijgen.

“Mijn ziel verheft de Heer!” (Lc. 1, 46)
Ik wil eerst danken voor de sterke eenheid die wij hier beleven: de jongeren met de Paus, en de Paus met jullie!

Wees gezegend, Heer, voor al deze jongeren, die naar Lourdes kwamen het gebed, de broederlijke vriendschap, de dienst aan de zieken en de Kerk te beleven.

Wees gezegend, Heer, voor alles wat U ons in Lourdes laat beleven, op deze plek van hoop voor vele zieke medemensen, plek van bekering ook voor wie oprecht God zoekt! Deze hoop en deze bekering zijn verbonden met de aanwezigheid onder ons van Maria. En zij bezoekt ons alleen, op een mysterievolle wijze, om een andere aanwezigheid te onthullen, een verwarrende aanwezigheid van God zelf, in de persoon van zijn welbeminde Zoon. Zij overtuigt ons, net als de eerste leerlingen, om in vol vertrouwen naar Hem toe te gaan.

“Zalig ben je, jij die hebt geloofd!” (Lc. 1, 45)

Maria leidt ons eerst naar het geloof.

Geloven in de liefde van God de Vader die ons voortdurend omringt: niet wij hebben God eerst bemind, Hij heeft het eerst bemind.

Geloven ook in de kracht van Christus die werd geopenbaard in de Verlossing. Hij is de God Redder die door Jesaja werd voorzegd. Hij is de overvloedig stromende bron van leven. Hij is de waarheid van God en de waarheid van ons arm menselijke bestaan. Hij is de weg van God en de weg van de mens, de enige die ten volle aan zijn roeping beantwoordt.

Geloven ook in de Geest welke Maria zonder voorbehoud verwelkomde en die ook aan ons is gegeven.

Wij zijn zeker van deze liefde van de Drie-ene God. Door ons in geloof voor Hem open te stellen zullen wij met Maria zalig zijn en de smaak en de kracht ontvangen om lief te hebben.

Door het Doopsel, het Vormsel, het Sacrament van de Verzoening, de Eucharistie en door tal van andere gemeenschappelijke gaven van de Kerk is Christus al naar ons gekomen, zonder enige verdienste van ons, soms ook zonder dat wij hem eerst hebben herkend.

Moge Maria ons helpen om de verkondiging van Gods liefde met een eenvoudig hart te begroeten. Het geloven, ondanks de twijfels die de samenleving en ook onze eigen geest ons hart influisteren! Laten we niet vrezen! En als deze twijfels blijven bestaan, laten we dan bidden om te groeien in geloof, ondanks of, beter nog, dank zij deze moeilijkheden. Want het is dan dat ons vertrouwen en onze trouw worden beproefd. Wij kunnen ons geloof voeden door een diepere studie van het Woord van God en door de voortdurende bezinning van de Kerk, de levende traditie. En wij zullen trachten de waarheid in ons leven te beleven, om tot het licht te komen.

Mogen wij het heldere en vaste geloof van Bernadette hebben: amper 15 jaar en zeker van de boodschap die Maria had gegeven, had zij de koppige moed om tegen de verdachtmakingen van de grote wereld op te komen, trouw te blijven aan wat ze had ontvangen en er van te getuigen.

“Voor God is niets onmogelijk!” (Lc. 1, 37)

Wij ontvangen de belofte van de engel aan Maria. Wij hebben nood aan hoop die ons geloof verlengt. Veel mensen zijn vandaag ontwricht, ongerust en verward bij alle verlokkingen van onze tijd: welke toekomst? Welk werk zullen we vinden? Wie kan de ondeugden van onze samenleving overstijgen? Welke inspanningen kunnen helpen een oplossing te bieden aan de grote problemen in de wereld: de honger, de oorlog, de aanvallen op de mensenrechten? Wat betekent onze goede wil voor zoveel mensen? En uiteindelijk welke is de zin van het leven? Sommige mensen voelen zich nutteloos in een verouderde wereld, niet in staat ook maar iets te doen in een gesloten wereld. Zij twijfelen zelfs aan de waarde van hun christelijke bestaan. Wij zullen zeker niet worden vrijgesteld van de kostbare en geduldige investering van onze vrijheid om een nieuwe wereld op te bouwen: de hoop vervangt haar niet.

Maar God zegt ons wat wij eerst moeten vragen: de Heilige Geest, zijn Geest, die het gezicht van de wereld verandert, omdat Hij onze geest, ons hart, vernieuwt. Maria heeft zich opengesteld voor de Heilige Geest. De Machtige heeft grote dingen aan haar gedaan. Hij zal grote dingen in ons leven doen. Hij zal ons Christus doen volgen, door ons los te rukken van de bekoringen van de macht, de rijkdom en de hoogmoed, en heeft Hij, door zich vast te hechten aan het ideaal van de zaligsprekingen, niet een waarlijk echte nieuwe wereld ingeluid? Laten wij ons vol hoop op Hem richten. Hij zal ons niet ontgoochelen.

“Maria reisde met spoed naar het huis van haar nicht Elisabet!” (Lc. 1, 39-40)

Het geloof en de hoop leiden naar de liefde voor de naaste. Elk bestaan vindt zijn waarde in de kwaliteit van de liefde. Zeg mij welke jouw liefde is, en ik zal je zeggen wie je bent.

Maria leidt onze blik, ons hart en onze handen naar de anderen, zoals in het huis van Elisabet, zoals in Kana. Wij kunnen ons niet opsluiten in de cirkel van onze eigen belangen en oordelen. Een fundamentele solidariteit verbindt ons met wie ons nabij is, met de mensen van onze familie, van ons land, met hen ook met wie we solidair moeten zijn, zoals de mensen van de derde wereld, want wij moeten ons onophoudend voor het universele openstellen. Volgens God kent de liefde geen grenzen. Zalig zij die een plaats geven aan een kind dat overleeft en die door sommigen wordt verworpen. Aan de mens die de samenleving nutteloos acht. Aan de mens die lijdt in zijn lichaam en in zijn geest. Aan degene die zijn menselijke waardigheid is vergeten.

Diezelfde openheid van hart roept u op zorg te dragen voor alles wat het lot van de mensen verbetert. : de eerbied voor het leven en de menselijke waardigheid, de groei naar een grotere rechtvaardigheid, het delen van de goederen, de broederlijkheid en de vrede onder de volkeren en de sociale milieus, het onthaal van de vreemdelingen, de uitzuivering van de zeden, de bevordering van een cultuur die de naam waardig is, enz. Het is aan u om er voor te zorgen, om er aan te werken, langs concrete inzet, en dus uw talenten te ontwikkelen om de mens in al zijn dimensies beter te dienen, met de ogen op Christus gericht, het enige model voor de mensheid.

In Lourdes leren wij waaruit de liefde voor het leven bestaat: men vindt haar in de zorg voor de zieken bij de Grot en in de ziekencentra. Men vindt haar ook boven, in de biechtkapel Noot van de redactie: Sindsdien is de biechtkapel in Lourdes vlak bij de Gekroonde Maagd gesitueerd, in het beluisteren van de morele ellende en in de versterkende vergeving van Christus. De liefde in onscheidbaar van de geest van dienstbaarheid, die waarde geeft aan het leven, aan het leven van de jongeren. Die geest is niet alleen behulpzaamheid: het is een uitwisseling, een aangeboden eenheid.

Simeon zei tot Maria: “Dit kind zal een teken van tegenspraak worden” … en ”Maria stond aan de voet van het kruis!” (Lc. 2, 34; Joh. 19, 25).

De weg van de liefde volgens Christus is een moeilijke en veeleisende weg. Wij moeten realistisch zijn. Zij die het bij alleen maar hebben over spontaneïteit en gemakkelijkheid, bedriegen u. De groeiende beheersing van ons leven, leren zijn zoals God van ons verwacht, vraagt al om een geduldige inspanning, een strijd met onszelf. Wees gewetensvolle mannen en vrouwen. Leg uw geweten niet het zwijgen op, vervorm het niet, noem het goede en het kwade bij hun naam. U zult onvermijdelijk tegenstellingen kennen van een samenleving waarvan men de kwalen goed kent. Zonder af te zien van de liefde, maar moedig, moet u eerst in uzelf de vorm van samenleving opbouwen die u voor de toekomst wenst. Het geloof is een risico.

Christus is een teken van tegenspraak geweest. Tot aan zijn dood heeft Hij zijn liefde voor allen gegeven, met Maria aan de voet van het kruis. Bernadette heeft ook tegenwerking en lijden gekend. Zij heeft het woord van Maria, « Boete », niet alleen voor de anderen doorgegeven. En zij was door Maria gewaarschuwd van de hardheid van de weg: “Ik beloof u niet het geluk van deze wereld, maar in de andere”.

Laten we niet vrezen: die veeleisendheid beantwoorden verbindt ons echt met Christus die zijn leven geeft. Het is een bron van innerlijke vreugde en een voorwaarde tot efficiëntie van de Kerk in de wereld.

“Christus heeft de Kerk liefgehad en zich voor haar overgeleverd om haar heilig en rein te maken, zonder vlak of rimpel, maar heilig en onbesmet!" (Ef. 5, 25-27).

Ook wij houden van de Kerk. Hoezeer verlangen wij dat zij transparanter zou zijn, meer bevrijd van compromissen! Maar wij zijn de Kerk! Wij kunnen op haar geen kritiek leveren, als was ze iets buiten ons. Als wij houden van hen die zij bijeenbrengt, indien wij tot de dienst bereid zijn, dan kunnen wij met haar vormen van nieuw leven zoeken en vinden en een waarachtige taal. Wij kunnen nieuwe plaatsen uitvinden, waar iedereen gemakkelijker zijn roeping kan beantwoorden. Wij zullen opnieuw ontdekken dat de parochie de plaats is waar wij één Lichaam vormen, met onze broeders en zusters van alle horizonten en van alle generaties. Met de Kerk zullen wij de zaak van de mensen dienen. Met haar, in liefde en respect voor de anderen, zullen wij niet vrezen ons geloof uit te spreken en uit te schreeuwen. Hoe kan deze onverschillige wereld het anders leren kennen? Wij zullen een bijdrage leveren om aan de kerk, aan elk van haar parochies, van haar bewegingen, van haar seminaries, de jeugd van de Geest te schenken!

“Ga, maak leerlingen uit alle volkeren”... Dat bevel van de Heer werd aan Petrus en de andere apostelen toevertrouwd.

En ik, op mijn beurt, zend u allen op weg, als gedoopte en gevormde mensen. En, mijn dierbare jonge mensen, ik heb u iets belangrijks te zeggen: ik wens dat een aantal onder u “ja” zeggen tot de oproep van de Heer, door al hun krachten alleen voor zijn dienst in te zetten. Dit moment kan de plaats en het uur zijn om bij Maria er over na te denken.

Maria, de moeder van de Kerk, blijft het mystieke lichaam van Christus vorm geven! Laat haar ons leren de Kerk te dienen!

In de tijd van Pinksteren “verbleven de apostelen in de bovenzaal, trouw en eensgezind in het gebed, samen met Maria, de moeder van Jezus” (Hand. 1, 13-14)

Maria, leer ons bidden. Zoals Maria kunnen wij ons laten bewonen door de kracht van de Geest. Velen onder ons hebben de vreugde van het gebed ontdekt: aan God denkend in liefde, Hem samen levend, luisteren naar zijn Woord. Het gebed is er niet eerst om ons voldoening te schenken. Het is zich ontdoen van onszelf om ons ter beschikking van de Heer te stellen en hem in ons te laten bidden. Het gebed is de ademhaling van de Kerk en ons in overeenstemming brengt met God. Het is een essentieel element van de Kerk, de dienst van de lofprijzing, en de dienst die de mens in staat stelt zich voor de Verlosser te openen. Zij is de bron en de voleinding van ons engagement. Mogen onze gebeden leiden naar de Eucharistie, waar Christus zelf ons leven opneemt om het met te offeren en het vrucht te laten dragen.

Alles wat wij hebben naar voor gebracht, stelt ons in staat het waarachtige leven te beschouwen. Christus wil dat wij het leven liefhebben, dat wij rondom ons de smaak voor het leven en voor de liefde verspreiden. Hij is gekomen opdat wijs het leven in overvloed hebben.

O Moeder, de gezegende van alle moeders, ik vertrouw u alle jonge mensen toe die hier zijn en alle jongeren van de hele wereld. Ik smeek u voor allen en voor elk van hen: geef hun de genade het leven lief te hebben, volledig vertrouwen te schenken aan uw Zoon Jezus Christus, concreet als kerk mee te werken in haar zending voor de waarheid, de gerechtigheid en de vrede!

En laten wij nu God danken met de woorden van Maria.

Document

Naam: TOT DE JONGEREN IN DE PIUS X-BASILIEK TE LOURDES
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 15 augustus 1983
Copyrights: © Vert.: nl.lourdes-france.org; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam