• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BEMINNEN VOLSTAAT
Na de mariale lichtprocessie in het Heiligdom te Lourdes, vanaf het terras van de Rozenkransbasiliek

Dierbare Mgr. Perrier, bisschop van Tarbes en Lourdes,
Dierbare broeders in het bisschopsambt en het priesterschap,
Dierbare pelgrims, dierbare zusters en broeders,

150 jaar geleden, op 11 februari 1858, zag een jong meisje van Lourdes, Bernadette Soubirous, bij de grot van Massabielle even buiten de stad een licht en in dat licht een jonge dame “die mooier was dan om het even wie”. Deze dame heeft haar aangesproken met woorden vol goedheid en zachtheid, met respect en vertrouwen: “Ze zei ‘u’ tegen mij (vertelde Bernadette)... Wil u zo goed zijn voor mij om gedurende twee weken naar hier te komen (vroeg de dame haar)... Ze keek naar mij zoals een mens met een andere mens spreekt”. In dat fijngevoelige gesprek belast de Dame haar met het doorgeven van enkele heel eenvoudige boodschappen over gebed, boete en bekering. Het is niet verwonderlijk dat Maria mooi is, want bij de verschijning van 25 maart 1858 openbaart ze hier haar naam: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”.

Laten wij op onze beurt kijken naar deze “Vrouw omkleed met de zon” die de Schrift ons toont (Openb. 12, 1). De allerheiligste Maagd Maria, de verheerlijkte vrouw van de Apokalyps, draagt op haar hoofd een kroon van twaalf sterren, beeld van de twaalf stammen van Israël, van heel het Godsvolk, van heel de gemeenschap van de heiligen, met de maan aan haar voeten, teken van de dood en de sterfelijkheid. Maria heeft de dood achter zich gelaten. Zij is helemaal bekleed met leven, het leven van haar Zoon, van de verrezen Christus. Zij is zo het teken van de overwinning van de liefde, van het goede en van God, die aan onze wereld de hoop biedt die hij nodig heeft. Laten wij ons blik vanavond op Maria richten, zo verheerlijkt en zo menselijk, en laten wij ons door haar leiden, naar God die de overwinnaar is.
Veel mensen hebben er van getuigd: de ontmoeting met het stralende gezicht van Bernadette beroerde de harten en de blikken. Of het nu tijdens de verschijningen was of toen ze er over vertelde, telkens was haar gezicht stralend. Bernadette was voortaan door het licht van Massabielle bewoond. Nochtans bestond het leven van de familie Soubirous uit ellende en verdriet, ziekte en onbegrip, verwerping en armoede. Ook al ontbrak de liefde en de warmte niet in de relaties binnen de familie, toch was het leven in het cachot hard om dragen. Maar de schaduw van de aarde heeft het licht van de hemel niet belet te stralen. “Het licht schijnt in de duisternis...” (Joh. 1, 5).
Lourdes is een van die plaatsen die God heeft uitgekozen om er op een bijzondere manier zijn schoonheid te laten schijnen. Vandaar het belang van het symbool van het licht. Vanaf de vierde verschijning stak Bernadette elke morgen bij haar aankomst bij de grot een gewijde kaars aan en zij hield ze in haar linkerhand vast zolang de Maagd zich toonde. Heel vlug gaven mensen een kaars aan Bernadette om ze achteraan in de grot in de grond vast te zetten. Heel vlug ook gingen mensen zelf kaarsen plaatsen op die plek van vrede en licht. De Moeder van God liet zelf weten blij te zijn met dat eerbetoon van die duizenden vlammetjes die sindsdien voortdurend de rots van de verschijning belichten, en dit om haar te eren. Vanaf die dag schittert voor de grot, dag en nacht, zomer en winter, een vurige struik, in brand gestoken door het gebed van de pelgrims en de zieken, als uitdrukking van hun zorgen en noden, maar vooral van hun geloof en hun hoop.

Door op bedevaart naar Lourdes te komen, willen wij het spoor van Bernadette volgen in die buitengewone nabijheid van hemel en aarde, die nooit werd weersproken maar telkens weer wordt bevestigd. Het valt op te merken dat Bernadette de rozenkrans bidt onder het oog van Maria en dat deze bij de doxologie meebidt. Dat feit bevestigt het diep theocentrische karakter van het rozenkransgebed. Terwijl wij de rozenkrans bidden, biedt Maria ons haar hart en haar blik om het leven van haar Zoon, Jezus Christus, te beschouwen. Mijn eerbiedwaardige voorganger Johannes Paulus II kwam twee keer naar Lourdes. Wij weten hoezeer zijn gebed steunde op de voorspraak van de Maagd Maria in zijn leven en zijn werk. Zoals veel van zijn voorgangers op de Stoel van Petrus heeft ook hij heel sterk het rozenkransgebed aangemoedigd. Hij deed het ondermeer op een heel bijzondere wijze door de Rozenkrans te verrijken met de mysteries van het licht. Deze zijn trouwens afgebeeld op de voorgevel van de Basiliek, met nieuwe mozaïeken die verleden jaar werden ingehuldigd. Zoals met alle gebeurtenissen uit het leven van Christus “die zij in haar hart bewaarde en overwoog” (Lc. 2, 19), doet Maria ons begrijpen dat alle etappes van het openbaar optreden deel uitmaken van de openbaring van Gods glorie. Moge Lourdes, dat land van licht, een school blijven voor het leren bidden van de rozenkrans, die de leerling van Jezus leidt, onder het oog van Maria, naar een waarachtige en hartelijke dialoog met zijn Meester !

Via Bernadette horen wij de Maagd Maria ons vragen “naar hier in processie te komen” om in eenvoud en vurig te bidden. De lichtprocessie vertaalt in onze menselijke ogen het mysterie van het gebed: in de eenheid van de Kerk, die de heiligen van de hemel en de mensen van de aarde verenigt, ontspringt het licht van de dialoog tussen de mens en zijn Heer, en zo opent zich een weg in de geschiedenis van de mensen, ook in zijn meest duistere momenten. Deze processie is een moment van grote kerkelijke vreugde, maar ook een tijd van grote ernst: de intenties die wij meebrengen onderstrepen onze diepe eenheid met alle lijdende mensen. Wij denken aan de onschuldige slachtoffers van het geweld, de oorlog, het terrorisme, de honger, het onrecht, de rampen en de catastrofen, de haat en de vervolging, de aantasting van de menselijke waardigheid, zijn fundamentele rechten en zijn vrijheid om te handelen en te denken. Wij denken ook aan hen die familiale problemen kennen of moeilijkheden hebben door werkloosheid, ziekte, handicap, eenzaamheid of hun situatie als vreemdeling. Ik wil evenmin hen vergeten die lijden omwille van de naam van Christus of die voor Hem sterven.
Maria leert ons bidden, leert ons van ons gebed een daad van liefde voor God en voor de medemens te maken. Door met Maria te bidden stelt ons hart zich open voor hen die lijden. Hoe zou ons leven daardoor niet worden getransformeerd? Waarom zouden ons wezen en ons leven niet helemaal plekken van gastvrijheid voor onze medemensen worden? Lourdes is een plaats van licht omdat het een plaats is van eenheid, van hoop en van bekering.

Bij het vallen van de avond zegt Jezus ons: “Houdt uw lampen brandend” (Lc. 12, 35). Lamp van het geloof, lamp van het gebed, lamp van de hoop en van de liefde ! Dit op weg gaan in de duisternis met het licht in de hand, spreekt ons innerlijke sterk aan. Het raakt ons hart en zegt meer dan elk gesproken of ontvangen woord. Dit gebaar vat heel ons bestaan als christenen onderweg samen: wij hebben nood aan licht maar worden ook geroepen om licht te worden. De zonde maakt ons blind, zij belet dat wij ons voorstellen als gidsen voor onze broeders en zusters en zij brengt er ons toe geen vertrouwen te hebben om ons te laten leiden. Wij hebben nood aan licht en wij herhalen de smeekbede van de blinde Bartimeüs: “Meester, maak dat ik kan zien!” (Mc. 10, 51). Maak dat ik mijn zonde zie die mij belemmert, maar vooral, Heer, maak dat ik uw glorie zie! Wij weten het: ons gebed werd al verhoord en wij danken want, zoals Paulus zegt in zijn brief aan de Efeziërs: “Christus zal over u stralen” (Ef. 5, 14), en Petrus voegt er aan toe: “Hij heeft u uit de duisternis geroepen tot zijn wonderlijk licht” (1 Pt. 2, 9).

Aan ons, die het licht niet zijn, kan Jezus voortaan zeggen: “U bent het licht van de wereld” (Mt. 5, 14), en Hij vertrouwt ons de zorg toe om het licht van de liefde te doen stralen. De apostel Johannes schreef: “Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val” (1 Joh. 2, 10). De christelijke liefde beleven is zowel het licht van God in de wereld brengen en er de echte bron van openbaren. Leo de Grote schreef:

“Wie inderdaad vroom en zuiver in de Kerk leeft, wie denkt aan de dingen uit den hoge en niet aan deze van de aarde Vgl. Kol. 3, 2 , is in zekere zin gelijk aan het hemelse licht. Zolang hij zelf een heilig leven in acht neemt, toont hij aan velen, zoals een ster, de weg die naar God leidt” H. Paus Leo I de Grote, Sermones. III, 5.

In dit bedevaartsoord Lourdes, naar wie de christenen van heel de wereld de ogen gericht houden, sinds de Maagd Maria er de hoop en de liefde heeft doen schitteren, door aan de zieken, de armen en de kleinsten de eerste plaats te geven, zijn wij uitgenodigd om de eenvoud van onze roeping te ontdekken: beminnen volstaat.
Morgen zal de viering van de Kruisverheffing ons doen binnentreden in het hart van dit mysterie. Tijdens dit avondgebed richt onze blik zich al naar het teken van het nieuwe Verbond, waar heel het leven van Jezus naar leidt. Het Kruis is het grootste en volmaaktste teken van Jezus die zijn leven voor zijn vrienden geeft. “Zo moet ook de Mensenzoon omhoog worden geheven, zodat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven bezit” (Joh. 3, 14-15).
De dood van Jezus, aangekondigd in het lied over de Dienaar van God, is een dood die licht wordt voor de volkeren. Het is een dood die, verbonden met de liturgie van de vergeving, de verzoening brengt, de dood die het einde van de dood is. Zo wordt het kruis teken van hoop, standaard van de overwinning van Jezus, want “zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon, heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit” (Joh. 3, 16). Door het Kruis ontvangt heel ons leven licht, kracht en hoop. Door het Kruis is de diepte geopenbaard van de liefde in het oorspronkelijke heilsplan van de Schepper. Door het kruis wordt alles genezen en tot vervulling gebracht. Daarom wordt het leven licht, in het geloof aan Christus, gestorven en verrezen.
De verschijningen waren omringd door licht en God heeft in de blik van Bernadette een vlam willen ontsteken die ontelbare harten heeft bekeerd. Hoeveel mensen komen hier alleen maar kijken, stiekem hopend misschien te genieten van een mirakel. Maar op weg naar huis, na een spirituele ervaring van het leven van de Kerk, veranderen ze hun kijk op God, op de anderen en op zichzelf. Een klein vlammetje, dat hoop, medelijden en tederheid heet, komt in hen wonen. De discrete ontmoeting tussen Bernadette en de Maagd Maria kan een leven veranderen, want zij zijn bij deze grot van Massabielle aanwezig om ons naar Christus te leiden, Hij die ons leven, onze kracht en ons licht is. Mogen de Maagd Maria en de heilige Bernadette u helpen leven als kinderen van het licht, om elke dag van uw leven te getuigen dat Christus ons licht, onze hoop en ons leven is!

Document

Naam: BEMINNEN VOLSTAAT
Na de mariale lichtprocessie in het Heiligdom te Lourdes, vanaf het terras van de Rozenkransbasiliek
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 13 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: nl.lourdes-france.org; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 8 mei 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam