• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

PROPOSITIONIS NAAR AANLEIDING VAN DE SYNODE OVER CATECHESE IN ONZE TIJD
Aangeboden aan de Heilige Vader

Samenvatting van de 'voorstellen'

De 34 voorstellen, verdeeld in 6 reeksen, omvatten een vijftigtal bladzijden. De volledige tekst werd aan de bisschoppen voorgelegd en als vertrouwelijk document aan de Paus overhandigd. Alleen een samenvatting werd gepubliceerd (Bollettino 28, 21 okt.). Hieronder volgt de vertaling van de samenvatting (1-2-1, Informatiebulletin, 25 nov. 1977, speciale uitgave).

I. Reeks voorstellen (1-7)
De vernieuwing van de catechese moet authentiek zijn en mag geen aanleiding geven tot verwarring. Daarom moet de harmonie tussen geloof en leven grote aandacht krijgen, moet er voldoende plaats worden ingeruimd voor de H. Schrift en de liturgie, moet duidelijk gewezen worden op het feit, dat het Christendom altijd gebeurt in een gemeenschap en moet er, tenslotte, een duidelijk oog zijn voor de werkelijkheid. De ontwikkeling van een dergelijke catechese is de fundamentele en eerste opdracht voor de huidige pastoraal. Daarom wil de Kerk de inhoud van de catechese opnieuw onderzoeken, de mensen en instellingen die zich met de catechese bezighouden, de plaatsen, de middelen alsook de samenwerking tussen de diocesane, regionale en internationale niveaus.

Catechese moet mensen z├│ toerusten, dat zij door Christus te aanvaarden kunnen komen tot de Vader en tot de volheid van het leven. Voor een dergelijke catechese is het noodzakelijk dat de catechese steunt op de geloofservaring van de Kerk en mensen aanzet tot geloofsverdieping. Aldus kan iedere Christen in staat zijn het geloof in zijn leven te integreren, het geloof door te geven en zich een plaats te weten in de Kerk en in de wereld. Daarom heeft de catechese ecclesiologische, christologische, trinitaire en antropologische dimensies. Als het gaat over de band tussen geloof en dagelijks leven moet de persoonlijke relatie tussen de gelovige en Christus benadrukt worden. Catechese moet inzicht geven in de zin van het leven, moet laten zien dat problemen opgelost kunnen worden volgens de radicale eisen van de christelijke roeping. Catechese is bij de opvoeding van bijzondere betekenis, vooral als het gaat over de naastenliefde: deze naastenliefde is de basis voor de christelijke visie op de sociale, economische, politieke en culturele werkelijkheid (voorstel 2-5).

Christelijk engagement betekent: navolging van Christus. Deze navolging moet voortkomen uit een diepe kennis van het woord van God en moet een antwoord zijn op Zijn liefde. Deze navolging krijgt gestalte in de inzet voor de plaatselijke Kerk. Dit engagement is gemakkelijker als het uitgaat van de gehele gemeenschap. In de catechese moet dit christelijke engagement duidelijk gepresenteerd worden: daarbij moet duidelijk rekening worden gehouden met de leer van de katholieke Kerk en moet elke ideologisering vermeden worden. Catechese moet ook een oecumenische dimensie hebben, omdat katholieken nu eenmaal vaak in contact komen met andere Christenen, niet-Christenen of niet-gelovigen. Bij deze oecumenische dimensie moet de nadruk liggen op de dialoog, een dialoog die niet gekenmerkt mag worden door godsdienstige onverschilligheid of vals irenisme (voorstel 6).

In verscheidene landen worden mensen in hun fundamentele rechten beperkt of worden mensen onderdrukt, o.a. op het gebied van de godsdienstvrijheid. De synode onderstreept het recht van de mens op godsdienstvrijheid; daarbij hoort ook het recht catechese te geven en te ontvangen. Dat betekent dat de ouders er recht op hebben hun kinderen een godsdienstige opvoeding te geven en dat de Kerk er recht op heeft het Evangelie te verkondigen. Dat betekent dat gelovigen in de gelegenheid gesteld moeten worden om bijeen te komen en de beschikking moeten kunnen hebben over de nodige materialen. Dit recht sluit aan bij de plicht die de Kerk heeft om catechese te geven (voorstel 7).

II. Reeks voorstellen (8-13)
De basis van de catechese is het mysterie en de persoon van Christus, de Zoon van de Vader, die aan ons de Vader heeft geopenbaard. Daarnaast besteedt catechese aandacht aan het mysterie van de Kerk als sacrament van Christus en als gemeenschap van gelovigen. Vervolgens aan de menselijke vooruitgang, geïnspireerd door het Evangelie, aan de morele normen voor persoonlijk gedrag en voor omgaan met anderen, aan de zaligsprekingen uit het Evangelie en aan het feit hoe heiligen deze zaligsprekingen in hun leven hebben waargemaakt" vooral de H. Maagd. Dit heeft belangrijke consequenties voor thema's als: de band tussen catechese en liturgie; de noodzaak de inhoud van de catechese weer te geven in geloofsformuleringen, rekening houdend met de verschillende situaties; de noodzaak van een catechese, die inzicht geeft in de roeping van iedere Christen; de noodzaak aandacht te schenken aan diverse culturen en aan de volksvroomheid (voorstel 8).

Als de catechese Christus in het middelpunt plaatst, dan moet er voor gezorgd worden, dat kinderen en jongeren in Christus niet alleen het centrum vinden van alle geloofswaarheden, maar dat zij ook komen tot een persoonlijke band met hem, die steeds in de geloofsgemeenschap aanwezig is. De catecheten moeten de katholieke leer trouwen integraal overdragen, in gemeenschap met de Kerk (voorstel 9-10).

Op sommige plaatsen ondervindt de catechese er hinder van, dat de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie nog niet goed zijn doorgevoerd. Dat blijkt zowel moeilijkheden op te leveren op het gebied van de inhoud als op het gebied van de methode. Daarom is het nodig, dat er opnieuw vertrouwen komt in het ene, gemeenschappelijke getuigenis van de Kerk (voorstel 11).

De culturele omwenteling in de wereld van vandaag heeft nogal wat consequenties voor de waarde die men hecht aan morele normen; bij vele jongeren komt daar nog de moeilijkheid bij, dat zij moeilijk ethische normen kunnen aanvaarden; dit heeft bij hen geleid tot een afkeer van de godsdienstige praktijk. Deze ethische normen worden door veel gelovigen ook gerelativeerd. De christelijke moraal is een wezenlijk onderdeel van de catechese en is niet zomaar gelijk te stellen met natuurlijke ethiek, omdat het juist gaat om de navolging van Christus. Begrippen als 'geoorloofd-ongeoorloofd' staan in het Evangelie altijd in het teken van het gebod van de liefde. Er bestaan onveranderlijke morele princiepen en normen: deze beperken de mens niet in zijn mogelijkheden, zij bevrijden de mens veeleer (voorstel 12).

De verbreiding van nog niet goed doordachte theologische hypothesen, ook door de catechese, heeft vaak geleid tot grote verwarring. De theologie heeft haar eigen, onderscheiden, taak, die niet verward moet worden met de taak van de catechese. Catechese is dus ook niet hetzelfde als de catechetische wetenschap, die gewoon een onderdeel is van de theologie (voorstel 13).

III. Reeks voorstellen (14-20)

Catechese moet aangepast zijn aan de verschillende culturen en de verschillende sociale omstandigheden en wel zó, dat het Evangelie de plaatselijke situatie beoordeelt, uitzuivert en verandert. Bij de catechese moet het ook duidelijk worden, dat het Woord van God niet een of andere ideologie is, maar het hoogste criterium van iedere kritische evaluatie (voorstel 14).

De catechese kan zich niet beperken tot bepaalde terreinen, bijvoorbeeld tot de voorbereiding op de sacramenten, maar moet aandacht besteden aan het gehele leven met al zijn uiteenlopende omstandigheden en aspecten. Daarbij dient de catechese zich aan te passen (bijv. aan cultuur, leeftijd, beroep), zonder dat dit desoriëntatie tot gevolg mag hebben (voorstel 15).

In culturen, die nog niet hebben kennis gemaakt met de christelijke waarden is het van belang aanknopingspunten te zoeken voor de verkondiging van het woord. Als Evangelie en cultuur niet samen kunnen gaan, mag het Evangelie nooit een stap terug doen. Christus kan zijn werk van redding volbrengen in elke cultuur, Hij kan aan iedereen de mogelijkheid geven te denken, oordelen en handelen volgens Gods wil. Dit vraagt vooral gemeenschappelijke inzet en onderzoek van theologen, exegeten, ethnologen, sociologen, pastores en catecheten onder leiding van de bisschoppenconferenties in gemeenschap met de Paus (voorstel 16).

Een van de vruchten van de catechetische vernieuwing is ongetwijfeld de veelsoortigheid in methoden om het woord Gods over te dragen. Heden ten dage is het niet meer mogelijk catechese alleen maar op te vatten als een uitdiepen van abstracte waarheden, die eens en voor altijd zijn vastgelegd. Men moet voor ogen houden het doel van de catechese, de leeftijd van de leerlingen, hun psychologische behoeften, zonder tekort te doen aan de eisen van het Evangelie. Sommige methoden pleiten voor een meer leerstellige benadering, andere geven de voorkeur aan de ervaring; sommige leggen de nadruk op de mens, andere op het dogma; sommige vinden politieke aspecten wezenlijk, om op te roepen tot een engagement met de wereld, andere zoeken vooral geestelijke vorming. Iedere radicalisering is schadelijk voor de verkondiging van het Evangelie. Men moet zoeken naar een synthese tussen beide elementen: ruimte aan creativiteit, waardoor nieuwe vormen van catechese ontstaan, maar nog meer: trouw aan het Evangelie; theologisch blijft het enige criterium voor de catechese: het mysterie van het vleesgeworden Woord (voorstel 17-18).

Als er formuleringen van buiten worden geleerd, dan moet dit altijd vergezeld gaan van uitleg, zodat gelovigen, en met name kinderen en jongeren, ook begrepen wat ze van buiten leren en het zo ook kunnen integreren in hun leven. Als men dit voor ogen houdt kan het zinvol zijn enige stukken uit de Bijbel, liturgische teksten, geloofsbelijdenissen en gebeden van buiten te laten leren. Dit beroep op 't geheugen moet steeds in verband gebracht worden met het feit, dat het volk van God zich altijd herinnert wat God heeft gedaan gedurende de geschiedenis van de mensen (voorstel 19).

Catechese moet gebruik maken van de moderne communicatiemiddelen, niet alleen om goed in te spelen op de mentaliteit van de hedendaagse mens, maar ook omdat het op sommige plaatsen de enige middelen zijn om de boodschap van Christus door te geven. Men moet daarbij voor ogen houden, dat de massamedia zeer grote invloed hebben op de vorming van meningen. Catechese moet de gelovigen een kritisch oog geven. De Kerk moet voor de bediening van de massamedia vakbekwame mensen opleiden (voorstel 20).

IV. Reeks voorstellen (21-24)

In onze tijd is meer dan ooit nodig: een catechese voor elke leeftijd. Iedere Christen heeft niet alleen recht op catechese. Hij is ook verplicht zijn geloof te verdiepen. Catecheet en leerling gaan samen op weg in het luisteren naar het Woord en in de navolging van Christus (voorstel 21).

Toch moet in het algemeen de catechese aan kinderen bijzondere aandacht krijgen; hierbij moet niet vergeten worden de sterke band van kinderen met het gezin, de invloed van de school en van de massamedia. Het geloof moet aan kinderen zó worden uitgelegd, dat rekening is gehouden met de leeftijd en de leefwereld van het kind. Zo komt het kind stapsgewijs tot het geloof van de gemeenschap (voorstel 22).

Ook van bijzonder belang voor de catechese is de betekenis van de jongeren voor de huidige kerk, ook al moet men zich hoeden voor valse mystificatie. De geloofsgemeenschap moet jonge mensen een verantwoordelijkheid geven, die zij aankunnen en die bij hen past, maar het dient wel een echte verantwoordelijkheid te zijn; zeer aanbevolen wordt een catechese aan jongeren door jongeren (voorstel 23).

Catechese voor de jongeren moet rekening houden met de verwachtingen van jongeren, met hun verlangen naar gerechtigheid en vrijheid. Zij moet het hebben over het concrete leven. De catechese moet het geloof integraal verkondigen, maar stap voor stap en aangepast aan de opnamecapaciteit van de verschillende leeftijdsgroepen; de boodschap van Christus moet worden verkondigd in gemeenschap met het leergezag, maar moet ook aan jonge mensen het voorbeeld van een echt christelijke levenswijze geven (voorstel 24).

V. Reeks voostellen (25-30)

De christelijke gemeente is verantwoordelijk voor de catechese. Met 'christelijke gemeente' wordt op de eerste plaats bedoeld de universele Kerk, maar ook de bisdommen, waarmee "de catechese steeds in verbinding moet staan, wil ze ook authentiek zijn. Ook andere groepen, zoals het gezin, de school, de verenigingen etc. zijn plaatsen, waar christelijke opvoeding gestalte krijgt. Strikt genomen is 'christelijke gemeente' de parochie, de basisgemeenschap. Wil een christelijke gemeente ook echt christelijk zijn, dan moet er aan een paar voorwaarden worden voldaan: de gemeente moet zich helder bewust zijn van haar eenheid met Christus en de Vader in de H. Geest; moet leven vanuit het Woord van God; moet het geloof vieren in de sacramenten; moet gemeenschappelijk en persoonlijk gebed bevorderen; moet een plaats zijn van broederlijke liefde; moet zich bewust zijn van de zending in de wereld; moet haar eigen grenzen weten en moet verbreding zoeken door contacten met andere gemeenten (voorstel 25).

Ook gezien de huidige ontwikkeling, blijft toch het gezin . een belangrijke plaats voor de catechese. Dit niet alleen maar als geschikt instrument, maar op grond van het feit, dat het gezin een centrum is van affectiviteit, waar kinderen in een klimaat van begrip en wederzijdse hulp opgevoed worden tot geloof en gebed. Dit betekent, dat de ouders gewezen moeten worden op hun verantwoordelijkheid in deze. Ook moet ervoor gezorgd worden, dat een gezin zich niet afsluit en teveel op zichzelf leeft, maar zich plaatst binnen de christelijke gemeenschap (voorstel 26).

De parochie is veelal toe aan diepgaande vernieuwing. Toch is de parochie van groot belang voor de catechese, vooral als de parochie kan worden de ontmoetingsplaats van verschillende groepen. De parochie moet steeds de eenheid met de bisschop bewaren en moet de boodschap doorgeven aan allen, die in zijn midden wonen. Gelovigen moeten gewezen worden op de plicht deel te nemen aan de catechese; de preek op zondag zou ook in het teken moeten staan van catechese (voorstel 27).

Godsdienstles op school gebeurt op vele plaatsen niet meer, vooral niet als er in dat land sprake is van nationalisatie van het onderwijs. Waar mogelijk moet de katholieke school worden bevorderd: vaak is de katholieke school een van de weinige vrije plaatsen. De katholieke school moet de band vasthouden met parochie en bisdom. De catechese op school heeft een eigen karakter. Catechese op school moet zijn een onderricht in de vooruitgang van de cultuur, gezien in het licht van het Evangelie, zodat men zicht krijgt op een wereld. die werkelijk christelijk is (voorstel 28).

Ook basisgemeenschappen zijn voor de catechese van het grootste belang. Binnen deze gemeenschappen voelen Christenen zich op een heel bijzondere wijze kerk, zij delen hun geloofservaring, groeien in onderlinge liefde. De catechese moet zich hierbij aanpassen en moet in ieder creativiteit wakker roepen; in catechese, liturgische vieringen en in de concrete inzet voor elkaar en anderen zijn deze gemeenten hele authentieke kerkelijke plaatsen. Pastores moeten deze groepen steun en bemoediging geven en moeten er ook voor zorgen dat deze groepen over voldoende middelen beschikken, zonder overigens het belang van catechese voor de gehele geloofsgemeenschap uit het oog te verliezen (voorstel 29).

Wat betreft het catechumenaat, de voorbereiding op de doop: in de huidige situatie is het nodig dat het catechumenaat opnieuw onder de loupe wordt genomen. In landen, waar een grote christelijke traditie is, zou gedacht kunnen worden aan een soortgelijke vorm van catechese als de gelovigen krijgen om zich bewust te worden van hun geloof. Er zou ook gedacht moeten worden aan een catechumenaat voor gedoopten (voorstel 30).

VI. Reeks voorstellen (31-34)

Degene, die catechese geeft, moeten zich ervan bewust zijn, dat hij werkt binnen de Kerk. Dit werk moet gebeuren in volledige gemeenschap met de Kerk. Van het grootste belang is de vorming van catecheten. De vernieuwing van catechetische middelen moet voortgang vinden (voorstel 31).

Catecheten moeten een goede opleiding krijgen in de leer en in de theologie, maar ook in de menswetenschappen en in de pedagogiek. Voor alles echter moeten zij zelf gerijpt zijn in het geloof, omdat men alleen vanuit een echte geloofservaring geloof kan overdragen aan een ander. Het is de bijzondere taak van de bisschoppen zorg te dragen voor de vorming van catecheten (voorstel 32).

Bij de catechese is zeker ook de inbreng nodig van de religieuzen, zowel mannelijke als vrouwelijke. Religieuzen, die bij het onderwijs zijn betrokken moeten ertoe aangespoord worden zich meer in te zetten in de pastorale zorg van de plaatselijke gemeenschap (voorstel 33).

De belangrijkste rol in de catechese van de plaatselijke Kerk heeft de bisschop: deze coördineert alle activiteiten. De bisschop moet persoonlijk zorg dragen voor de catechese, hij moet waken over de inhoud en de methode. Hij moet ervoor zorgen dat er levende geloofsgemeenschappen zijn (voorstel 34).

In een aanhangsel worden bovendien nog thema's aangegeven, die hiermee samenhangen.

Document

Naam: PROPOSITIONIS NAAR AANLEIDING VAN DE SYNODE OVER CATECHESE IN ONZE TIJD
Aangeboden aan de Heilige Vader
Soort: Bisschoppensynodes
Auteur: Synodevaders
Datum: 29 oktober 1977
Copyrights: © 1978, Archief van Kerken, 33e jrg, p. 55-60
Vert.: 1-2-1 Informatiebulletin
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam