• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ALLEN HEBBEN DE PLICHT DE ARME LANDEN TE HELPEN OM ZELF IN HUN VOEDSELBEHOEFTEN TE VOORZIEN
Tot de 22e algemene vergadering van de wereldvoedsel- en landbouworganisatie (FAO)

Meneer de voorzitter,
meneer de directeur-generaal,
uwe excellenties,
hooggeachte afgevaardigden en waarnemers,

Ik ben erg blij dat zoveel vertegenwoordigers van de staten die lid zijn van de FAO (wereldvoedsel- en landbouworganisatie) en van andere internationale organisaties, die vanuit heel de wereld zijn gekomen om deel te nemen aan deze 22e zitting van de conferentie, de uitnodiging hebben aanvaard voor een ontmoeting welke vanaf het begin van de aanwezigheid van de FAO in Rome traditie is geworden. Het is de tweede keer, dat ik u persoonlijk ontmoet, buiten mijn bezoek aan het hoofdkwartier van de FAO in november 1979 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 20ste Algemene Conferentie van de FAO, Het ernstigste en meest dringende probleem is de strijd tegen de honger (12 nov 1979), een gelegenheid welke een gelukkige herinnering blijft.

Ik ben blij deze gelegenheid te hebben om nogmaals te zeggen hoezeer ik het werk hoogacht dat door de FAO wordt gedaan, en hoezeer ik het recente document waardeer over de wereldvoedselsituatie en over de werkprogramma's en operationele aspecten van de FAO. Ik ben er zeker van, dat u zich steeds meer bewust bent van de heel bijzondere belangstelling van de Heilige Stoel voor het probleem de honger en ondervoeding te overwinnen, en van het feit van zijn diepgaande bestudering van alle ondernemingen en activiteiten die op dit humanitaire doel gericht zijn.

Het recht genoeg te eten te hebben is ongetwijfeld een onvervreemdbaar menselijk recht, en het legt de verplichting op te waarborgen, dat iedereen werkelijk voldoende voedsel heeft. Het is duidelijk dat het voedselprobleem niet vanuit het oogpunt van incidentele hulp of van louter productiegroei mag worden beschouwd.

Ik weet dat het onderwerp van de voedselvoorziening in het middelpunt van het werkprogramma van de FAO staat, en dat vooral gedurende de laatste tien jaar sinds de wereldvoedselconferentie van november 1974 is geweest. Maar vandaag wordt terecht een meer gedetailleerd denkbeeld van voedselvoorziening gevormd. Het omvat drie bijzondere doeleinden: voldoende productie waarborgen; voor zover mogelijk de toevloed van middelen stabiliseren, vooral om noodtoestanden het hoofd te bieden; alle noodzakelijke hulpmiddelen voor een voortdurende en organische ontwikkeling beschikbaar stellen voor allen die ze nodig hebben.

Om voortdurend evenredige voorzieningen voor de hele wereldbevolking te garanderen moeten twee dingen worden gedaan: de productie en beschikbaarheid van voedsel aanmoedigen tegen redelijke prijzen voor een bevolking welke voortdurend toeneemt, en meer onmiddellijk de moeilijkheden en crises onder ogen zien in afzonderlijke landen en streken.

Volgens de berekeningen die door uw documentatie worden gegeven over de laatste tien jaar, is de voedselproductie toegenomen met een hoger groeipercentage dan de groei van de bevolking. Uit het totaal van de vele gegevens over de verschillende aspecten van productie en consumptie ontstaat een bemoedigende verzekering van een over het geheel genomen voldoende hoeveelheid voedsel in verhouding tot de huidige en toekomstige vragen van de wereldbevolking, ook indien deze laatste toeneemt.

Maar ten aanzien van afzonderlijke landen of bepaalde streken kan men niet zwijgen over de ernst van de huidige situatie, hetgeen door de verwachtingen voor de komende decennia wordt bevestigd, over het werkelijke probleem van het gebrek aan evenwicht tussen de bevolking en de feitelijke beschikbaarheid van voedsel. Een bijzondere bezorgdheid ontstaat door het steeds duidelijker verschil in praktisch alle ontwikkelingslanden tussen het groeipercentage van de voedselproductie en het groeicijfer van de bevolking. Dit staat in bijzondere tegenstelling met het feit dat in de ontwikkelde landen als geheel de voedselproductie zal blijven groeien, hetgeen overschotten tot gevolg heeft ten aanzien van de binnenlandse vraag van deze landen met een stabiele bevolking.

Maar het is belangrijk nota te nemen van de verklaring welke vervat ligt in een studie waarmee u vertrouwd bent: "De landen van de ontwikkelingswereld zijn elf geheel (uitgezonderd Oost-Azië) in staat voldoende voedsel te produceren om twee maal de bevolking van het jaar 1975 en anderhalf maal hun bevolking in het jaar 2000 te onderhouden, ook met een laag invoerniveau" FAO/UNFPA/ IIASA Report FPA/INT/513.

Deze tegenstrijdige situatie brengt ons ertoe de morele verplichtingen te benadrukken welke uit de verhoudingen van de staten voortvloeien en welke in gedachte gehouden moeten worden als normen die ook de besluiten van uw huidige zitting van de FAO-conferentie moeten inspireren. Het opnieuw bevestigen van de voorrang van de landbouw en de hele reeks problemen inzake de groei van de voedselproductie blijft belangrijk. Maar het is duidelijk, dat het behalve een groei van de wereldproductie op wereldschaal gezien, dringend nodig is een daadwerkelijke groei in de afzonderlijke ontwikkelingslanden Ie waarborgen. Het lijkt uiterst betekenisvol dat vandaag de nadruk wordt gelegd op het doel dat deze landen in eigen voedsel behoeften kunnen voorzien, gewaarborgd door hun zelfontwikkeling, ook met steun van buiten, maar bereikt overeenkomstig de nu klassieke definitie van zelfvertrouwen. Hierbij komt de gerechtvaardigde zorg de toeneming te vermijden van het verschijnsel van de nieuwe vorm van afhankelijkheid van de ontwikkelde landen, een verschijnsel dat vooral in de laatste jaren opvallender is geworden met de noodzaak voor de ontwikkelingslanden om voedingsmiddelen in te voeren.
Het beschikbaar stellen van voedingsmiddelen op aanvaardbare voorwaarden vereist een vermindering van de buitensporige consumptie in bepaalde landen. Het vereist ook een opgeven van de buitensporige bescherming van de voedselprijzen door de landen met hoge productie. Ook vraagt het om speciale maatregelen voor landen met een laag inkomen en een voedseltekort om de gewone invoer van landbouwproducten te helpen en vooral de invoer welke door noodtoestanden worden geëist, te vergemakkelijken.

Het is treurig te moeten opmerken, dat er in dit stadium een voortdurende vermindering aan voedselhulp is. Men constateert een beperking van de middelen die door de te verkiezen multilaterale mogelijkheden ter beschikking worden gesteld, terwijl men tegelijkertijd geen overeenkomstige groei van de bilaterale hulp ziet. Ook met betrekking tot de reserves constateert men een loffelijke bevordering van het aanleggen van nationale reserves in de ontwikkelingslanden. Maar dit betekent geen opgeven van de bereidheid doeltreffend internationale reserves te kweken die ter beschikking van multilaterale organismen zijn gesteld, of tenminste een systeem van gecoördineerde nationale reserves te scheppen.

Maar een eerlijke verdeling vraagt ook om een ruimere toegang van alle landen tot alle zowel onmiddellijke als verwijderde factoren, die voor een concrete ontwikkeling vereist zijn: deze omvatten vooral leningen op gunstige voorwaarden voor armere landen, welke aldus een daadwerkelijke herverdeling van inkomen tussen de volkeren teweegbrengt. De stabilisatie van de stromen hulpmiddelen en technische hulpprogramma's zijn van primair belang geworden.

In mijn H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
3e Wereld Voedsel Dag (12 oktober 1983)
verklaarde ik uitdrukkelijk: "Vanzelfsprekend zijn alle hoogontwikkelde landen en hun regeringen de eerste die op de dringende noodzaak van een dergelijke internationale solidariteit worden aangesproken".

Ik zou er graag aan toevoegen, dat dit ook de aanvaarding van bindende verplichtingen inhoudt. Evenals in andere aangelegenheden kan men niet nalaten een hernieuwde goede wil te vragen in een geduldig zoeken naar overeenkomsten en verdragen, ook zo mogelijk op punten die duidelijk afgebakend, maar concreet vastgelegd en in praktijk gebracht zijn. In deze zin moet de uitnodiging worden herhaald de nodige initiatieven bij de geëigende forums te hernemen om de verdragen over graanhandel en de ermee samenhangende hulpprogramma's voor voedsel te vernieuwen; of tenminste de aanvaarding, zelfs in een gedeeltelijke vorm, van de plannen, zoals in het voorstel voor voedselvoorziening door de FAO is geformuleerd.

De tot nu toe gemaakte opmerkingen gelden niet alleen voor de productie van het land maar vooral op het ogenblik ook met betrekking tot de aspecten van de visproductie in verband met de aanvaarding en het in praktijk brengen van de internationale normen die in het verdrag over de nieuwe zeewet zijn bekrachtigd.

Een recent bewijs van de voortdurende bereidheid van de Heilige Stoel om mee te werken in alle geschikte initiatieven, werd gegeven bij gelegenheid van de bijeenkomst van wetenschapsmensen van wereldfaam over de verhouding tussen de wetenschap en de strijd tegen de honger. De Pauselijke Academie van Wetenschappen heeft getuigd en blijft getuigen van de bereidheid van de Kerk om, ook op het niveau van de wetenschap, eveneens mee te werken bij specifieke doelen van landbouw- en voedselontwikkeling vgl. L'emploi desfertilisants et leur effet sur 'accroisement des récoltes, notamment par rapport à la qualité et à l'économie, P.A.S. Scripta Varia, 38, 1973; en Humanité et Energie, P.A.S. Scripta Varia, 46, 1981.

Onder de agendapunten van deze zitting van de conferentie van de FAO wordt bijzondere nadruk gelegd op de dringende behoefte aan meer vorming: om de vermogens van de mensen te ontwikkelen om aan hun eigen ontwikkeling deel te nemen en bekwame vakmensen op te leiden. In deze geest zou ik ook graag herhalen, dat de instellingen en genootschappen van de Kerk ten zeerste bereid zijn hun verschillende middelen ter beschikking te stellen om bij het onderwijs en de vorming te helpen.

Ik zou er ook aan toe willen voegen, dat de Kerk kan meewerken bij de eigenlijke vorming van de openbare mening, zodat niet alleen de ontwikkelingslanden, maar meer nog de ontwikkelde in staat zullen zijn de offers te aanvaarden welke door de solidariteit worden gevraagd en opbouwend samen willen werken met gebruikmaking van de middelen die ter hunner beschikking zijn gesteld.

Terwijl ik de hoop uitspreek, dat deze zitting de daadwerkelijke uitvoering van het werkprogramma van de FAO voor de komende twee jaar zal bevorderen, smeek ik over uw werkzaamheden het licht en de geestdrift af, welke komen van de almachtige God in wie "wij het leven hebben, het bewegen en het zijn" (Hand. 17, 28).

Document

Naam: ALLEN HEBBEN DE PLICHT DE ARME LANDEN TE HELPEN OM ZELF IN HUN VOEDSELBEHOEFTEN TE VOORZIEN
Tot de 22e algemene vergadering van de wereldvoedsel- en landbouworganisatie (FAO)
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 10 november 1983
Copyrights: © 1984, Archief van Kerken 39e jrg. nr. 3 p. 14-16
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam