• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AAN HET EINDE VAN DE 3E GEWONE BISSCHOPPENSYNODE OVER "EVANGELISATIE IN DE MODERNE WERELD"

Eerbiedwaardige broeders,

Zo zijn wij dan gekomen aan het einde van deze bisschoppensynode. Maar voordat deze belangrijke vergadering uiteen gaat, verlangen wij allen van harte er een oordeel over te vormen en er een slotconclusie uit te trekken. En wanneer wij dan tegenover Christus, die onze harten doorgrondt, ons bezinnen en onze gedachten verzamelen om met elkaar verenigd deze slotbeoordeling te kennen te geven, kan het niet anders of wij worden van ware vreugde vervuld en door goede hoop bevestigd; daarop steunend zijn wij optimistisch gestemd. Inderdaad, wie van ons hecht geen grote waarde aan deze ervaring, dat wij nu al voor de vierde maal de bisschoppensynode beleven, waar wij de duidelijke wil en eensgezinde wens van het Tweede Vaticaans Concilie, door onszelf bevestigd door de instelling van de synode, ten uitvoer brengen.

Ook zijn de bisschoppen, steunend op het gebod van Christus "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen" (Mt. 28, 19) en overtuigd dat zijn woorden "geest en leven zijn" (Joh. 6, 63), samen met ons verenigd in de Naam des Heren om de belangrijkste vraagstukken van de kerk te overwegen, en met name in dit jaar de evangelisatie. Waar echter kan in de kerk een meer geschikte plaats worden gevonden - zoals wij in de voorafgaande dagen zagen - voor een vruchtbare bespreking en behandeling door de leiders van de plaatselijke kerken en hun afgezanten van zaken en kwesties die van zo groot belang zijn voor de gehele katholieke kerk, en dat in een zo broederlijke en eenvoudige en waardige sfeer? Deze synode heeft bewezen, dat de bisschoppen steeds meer hun kennis van de moeilijkheden en de ware betekenis en omvang van de afzonderlijke kwesties willen verdiepen en daarom begrijpen, dat zij met liefde en nederigheid, met zin voor gematigdheid, maar ook met diep besef van verantwoordelijkheid hun taak kunnen vervullen.

Dit uitgestrekte en ingewikkelde gebied van vraagstukken liet niet toe, dat alles in zo korte tijd werd behandeld, noch dat alle gewenste conclusies eruit werden getrokken. Maar toch heeft in de gegeven omstandigheden van de kerk deze vierde synode weer de stem laten horen van de plaatselijke kerken, ze heeft situaties beter leren beoordelen, de voornaamste elementen van de evangelisatie laten ontdekken en tenslotte laten overleggen, langs welke wegen en methoden de evangelisatie aan de mensen van onze tijd moet worden gebracht. Daarom menen wij, dat deze synode als geheel daarom alleen al vruchtbaar is. Zij doet aan de opvolger van Petrus, tot nut van heel de kerk, een groot aantal raadgevingen, suggesties en voorstellen aan de hand. Nu reeds danken wij deze rijkdom van pastorale leer en wijsheid aan de helpende genade Gods: "God is het immers die in u zowel het willen als het werken teweegbrengt" (Fil. 2, 13). Wij prijzen dan ook de Heer uit heel ons hart voor het vele goede dat deze synode ons gaf.

Dankbaar herinneren wij ons alles wat wij als in een dagelijkse en zekere ervaring in deze dagen ondervonden hebben van de waarheid van de kerk en haar wonderlijke macht en mogelijkheden, maar ook van haar zware lasten en plichten. Zoals eens die gemeenschap van Jeruzalem, rond Petrus en de apostelen verzameld, zo ook legden wij ons "ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed" (Hand. 2, 42). Wij hebben overwogen, hoe noodzakelijk het was de leer van de apostelen, die de kerk in de loop der eeuwen en door alle wisselingen van de menselijke opvattingen en zeden heen altijd ongerept heeft bewaard, dieper te doorvorsen en te verbreiden. Diep in ons hart voelden wij duidelijk de koinonia, zowel in de bewonderenswaardige broederlijkheid van de besprekingen en samenkomsten van allerlei aard als in het rustige verloop van de afzonderlijke zittingen er in de veelsoortige tegenwoordigheid van hen die hier de stemmen naar voren brachten van de verschillende culturen der mensheid, die in de waarheid van de ene katholieke kerk zijn verbonden. Wij kwamen ook bijeen voor het breken van het brood, toen wij bij de plechtige opening van de synode samen met u de mis vierden; wij hebben eensgezind gebeden vóór alle zittingen en in die grote en mooie bijeenkomst op het college 'De Propaganda Fide' en daar gezien, hoe waar de belofte van Christus was: "waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden" (Mt. 18, 20).

Vruchtbaar

Daarom kunnen wij - op het punt van hier in broederlijke genegenheid uiteen te gaan - openlijk verklaren, dat de synode duidelijk vruchtbaar is geweest. Vruchtbaar, zeggen wij, op de eerste plaats omdat de afzonderlijke episcopaten zich duidelijk bewust toonden van de noodzaak onverwijld de hun toevertrouwde taak te volbrengen, namelijk de prediking van "Jezus Christus en zijn kruis" (1 Kor. 2, 3)(1 Kor. 1, 23) en met de grootste zorg aan deze wereld te hulp te komen.

De synode was bovendien vruchtbaar, vooral omdat allen het eens waren over meerdere zaken van het grootste belang:

  1. In het juiste licht werd geplaatst de wijze waarop de menselijke vooruitgang en de evangelisatie van het mysterie van Christus moeten worden onderscheiden, elkaar wederzijds aanvullen en hoe het eerste aan het tweede moet zijn onderworpen. Dit mysterie omvat de kennis van de allerheiligste Drieëenheid, de deelneming aan de goddelijke natuur, het eeuwig heil van de wereld van nu en van de toekomst.
  2. Duidelijk werd aangegeven op wie de plicht van evangelisatie berust die door Christus werd toevertrouwd aan de apostelen en nu aan hun opvolgers: dat Zijn de bisschoppen die in gemeenschap staan met de paus van Rome, en die met hun speciale opdracht ook een overvloediger uitstorting van de gaven van de Heilige Geest hebben ontvangen. Zij worden weliswaar bijgestaan door de priesters als naaste medewerkers onder hun gezag; maar ook is duidelijk verklaard, dat de plicht van deze evangelisatie ook alle religieuzen betreft én de leken, onder wie de jeugd en op speciale wijze de ouders.
  3. Het leek goed openlijk te wijzen op de nauwe band die er bestaat tussen de evangelisatie en de juiste mentaliteit van hen die zich erop toeleggen, waarbij de noodzaak en het belang van een gepaste geestelijke en wetenschappelijke voorbereiding werd benadrukt, en van een christelijk leven dat met de evangelische boodschap in overeenstemming is, opdat er vertrouwen in gesteld wordt en er geen beletsel wordt gesteld dat ook niet-gelovigen er hun bijval aan betuigen.
  4. Vooral was duidelijk de belangstelling voor alle echte menselijke en godsdienstige waarden die te vinden zijn bij de niet-christelijke godsdiensten en niet-katholieke belijdenissen, alsmede de vereiste waardering ervoor, waarbij men de wenselijkheid erkende die waarden in te passen in het object van de evangelisatie en in de vormen van gebed; tevens werd gewezen op de noodzaak de zuiverheid en eenheid van het katholieke geloof en de kerkelijke leer te bewaren.
  5. Het was duidelijk, dat de kerk van Christus, die in de katholieke kerk bestaat, zowel object als subject is van de evangelisatie; dat ook buiten haar, als het God blieft, de verlichting van het woord van God kan bestaan, maar dat de volledige en ongerepte verkondiging van het evangelie samen met alle hulpmiddelen van heil daaraan verbonden - zoals sacramenten liturgie de volledige uitleg van het evangelie van Christus, zonder dwalingen - alleen in de hiërarchische katholieke kerk kan worden gevonden, dat wil zeggen, in de gemeenschap met de opperste herder, de opvolger van Petrus, die aangesteld is tot blijvend en zichtbaar beginsel en fundament van de eenheid van zowel bisschoppen als gelovigen; deze kerk is geheel in Christus "als het ware het sacrament, dat wil zeggen het teken en het instrument, van de innige vereniging met God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1
  6. Terecht werd geconcludeerd, dat op de plaatselijke kerken de taak en de plicht rust van de evangelisatie in eenheid met de universele kerk, omdat de hele kerk in staat van zending verkeert, dat wil zeggen, missionair is.
  7. Tenslotte werd de werkzaamheid van de Heilige Geest in de evangelisatie in het licht gesteld, omdat Hijzelf als 'ziel van de kerk' de genade en liefde uitstort in de harten van de gelovigen, van de apostelen vooral, de bisschoppen en de priesters. Dit zijn allemaal hoogst belangrijke onderwerpen ter overweging; als hiernaar gehandeld wordt, kan de viering van deze bisschoppensynode ongetwijfeld zeer vruchtbaar zijn.
  • Maar het nut van deze synode ligt ook hierin, dat de bisschoppen, gezien de onmetelijke omvang van hun taak, duidelijk inzagen, hoe moeilijk het is door een ogenblikkelijk uit te geven document de evangelisatie in alle opzichten te belichten en alle taken ervan te omschrijven. Wij betreuren het, dat sommigen dit verkeerd hebben uitgelegd, alsof de synode niet geslaagd zou zijn, terwijl dit daarentegen niets afdoet aan de grote voortreffelijkheid van het gedane werk en het ware nut ervan. Bovendien is daar ook dit voordeel aan verbonden, dat de wenselijkheid aan het licht is gekomen om een methode uit te werken voor het werk dat eigen is aan dit nieuwe instituut van na het concilie; wij zullen dit zelfs gaarne doen, gebruik makend van uw opmerkingen en steunend op de hulp van het algemene secretariaat van de raad dat onlangs is gekozen.
  • Vervolgens was de synode vruchtbaar, omdat de bisschoppen met Maria, de moeder van Jezus Vgl. Hand. 1, 4 , en rond Petrus vergaderd als in een nieuw cenakel, getracht hebben de stem en uitnodiging van de Heilige Geest te vernemen; en omdat zij, vast overtuigd dat hun bij het vervullen van hun leeropdracht de bijstand van diezelfde Geest nooit zal ontbreken, in de schaduw van zijn vleugelen Vgl. Ps. 16, 8 Vgl. Ps. 46, 2 , begonnen zijn te overwegen en plannen te maken. Niemand kan aan een ander geven wat hijzelf niet bezit. Geen kunst kan onderwezen worden zonder dat ze in voorafgaande overweging is geleerd. H. Paus Gregorius de Grote, Herderlijke Regel, Regula pastoralis. deel I, 2; PL 77, 14
  • Vervolgens was de synode vruchtbaar, omdat de kerk gevoelig is voor de juiste ontwikkelingen van de leer en vooral die welke het leraarsambt van het episcopaat betreffen, in noodzakelijke nauwe verbondenheid met het hoogste leergezag van deze apostolische zetel. Vruchtbaar was de synode ook, omdat weer eens opnieuw werd bevestigd, dat de voorrang moet worden gegeven aan de plicht de mensen het woord van God te prediken, de boodschap van het eeuwige leven, die de mensen binnenleidt in het paasmysterie en waarvan wij herders de nederige, oneffen, maar toch ware en zekere weg zijn: "Hetgeen was van den beginne (. . .), betuigen en verkondigen wij u als het eeuwig Leven, dat bij de Vader was en aan ons is verschenen - wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons. En onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon (. . .), opdat onze vreugde volkomen zij" (1 Joh. 1, 2-4).
  • Vruchtbaar tenslotte was zij, omdat heden in de kerk een bewustzijn leeft, de duidelijke zin voor de vervulling van de taak, waardoor wij ertoe worden aangespoord ook alle uitwendige hulpmiddelen aan te wenden die ons door de kunst, door het leven en door de vindingen van de techniek worden verschaft, om de blijde boodschap overal te verbreiden.

In één woord, deze synodale vergadering betekent voor ons allen een gemeenschappelijke oproep onze plichten en taken met meer toeleg te vervullen,'de ijver voor het gebed te verdiepen, het inwendige leven meer te voeden en de geest van armoede en zelfverloochening, van ware liefde jegens de kerk en de zielen, en tenslotte een grotere getrouwheid jegens het woord van God te koesteren. Het is als bij een muziekuitvoering een lofprijzing geweest van de allerheiligste Drie-eenheid, die de mensen oproept het leven in Christus te leren kennen en te delen, een lofprijzing ook van de persoon en de opdracht van de Verlosser. Zo komt het, dat het gevoel dat nu in ons overheerst de verborgen blijdschap van de geest ademt, die zich uit in een hymne van dankbaarheid aan God.

Punten van zorg

Evenwel zouden wij de zaak niet juist beoordelen, als wij niet opmerkten, dat sommige onderdelen van de debatten een nadere uitleg behoeven. Immers in de vele betogen die gehouden zijn, moeten wij wel de vrijmoedigheid en oprechtheid prijzen; maar niet alle elementen die daaruit volgden, moeten behouden worden. Van sommige ervan, hoe terecht ook en duidelijk tot uiting gebracht, moeten bepaalde details worden geschrapt, andere, vooral die welke voortspruiten uit de bekommernis van de circule minores, moeten beter worden omschreven, gematigd, aangevuld, nauwkeuriger onderzocht. Enkele punten ervan willen wij echter nu reeds aangeven, daar wij er geenszins over kunnen zwijgen.

Op de eerste plaats letten wij op die moeilijkheden die bestaan tussen de particuliere kerken en de Apostolische Stoel. Wij verheugen ons oprecht over de groeiende kracht en vitaliteit van de particuliere kerken en over hun steeds duidelijker aan de dag tredende wil alle haar toekomende taken op zich te nemen. Tegelijkertijd echter wensen wij, dat men ervoor oppast, dat het diepere onderzoek van dit essentiële aspect van de zaken die tot de kerk behoren afbreuk doet aan de hechtheid van de 'gemeenschap' met de overige particuliere kerken en de opvolger van Petrus, aan wie Christus de zware, blijvende en liefdevolle taak heeft opgedragen "om de lammeren en schapen te weiden" Vgl. Joh. 21, 13-17 , de broeders te versterken Vgl. Lc. 22, 32 en het fundament te zijn en het teken van de eenheid van de kerk (Mt. 16, 18-20). De uitoefening van dit ambt moet niet worden beperkt tot alleen maar buitengewone omstandigheden. Dat dit beslist niet zo is, zeggen wij uit innige bezorgdheid om het gewicht van dit ambt dat op ons rust: Hij, de opvolger van Petrus, is en blijft de gewone herder van alle schapen, van het gehele lichaam: Krachtens zijn ambt als plaatsbekleder van Christus en herder van de gehele kerk, bezit hij de volledige, hoogste en universele macht, die hij steeds vrij kan uitoefenen 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 22 Het gaat hier niet om de samenspanning of tegenwerking van machten, er moet veeleer één verlangen zijn, waardoor allen - ieder volgens zijn eigen aanvaarde en getrouw volbrachte taak - aan de wil van God met de grootste liefde beantwoorden. Eveneens moet er iets worden gezegd, menen wij, over de noodzaak die rijkere uitdrukking van het geloof te vinden die met de omstandigheden van ras, maatschappij en geestelijk cultuur overeenkomt. Dat blijkt zelf een noodzakelijke eis om het werk van de evangelisatie waarachtig en werkdadig te maken; maar in dit verband is het niet veilig noch zonder gevaar te spreken van theologieën, die even talrijk en verschillend moeten zijn als er verschillende werelddelen en menselijke culturen zijn. Immers, wat vervat is in het geloof, is ofwel katholiek ofwel is er helemaal niet. Overigens hebben wij allen het geloof ontvangen door een doorlopende en constante traditie: Petrus en Paulus hebben het geloof niet in een vreemd kleed gestoken om het aan de oude wereld van Joden of Grieken of Romeinen aan te passen, maar hebben met steeds waakzaam oog gezorgd voor de waarachtigheid, dat wil zeggen voor de waarheid van de ene en zelfde boodschap.

Bovendien moet de zaak van de menselijke bevrijding in het juiste licht worden geplaatst, die zelf een deel is van die liefde waarmee de christenen hun broeders moeten bejegenen. Maar de totaliteit van het heil moet niet met deze of gene bevrijding verward worden; en daarom moet men ervoor zorgen, dat het evangelie zijn eigen aard volkomen bewaart, waardoor God namelijk wordt voorgesteld als de mens verlossend van zonde en dood en hem leidend naar het goddelijk leven. Zo moet zeker in de orde van het tijdelijke de vooruitgang van de mens en zijn sociale ontwikkeling niet overdreven worden bevorderd tot schade van de wezenlijke betekenis die door de kerk aan de evangelisatie en boodschap van het gehele evangelie worden toegekend.

Wij merken bovendien op, en niet zonder grote vreugde, dat kleine gemeenschappen van christenen aan de kerk veel hoop geven en dat deze in de werking van de Heilige Geest als in hun hoofd hun oorsprong vinden; en toch zal deze hoop van weinig waarde zijn als het kerkelijk leven van die gemeenschappen in de organische samenhang van het ene lichaam van Christus kwijnt en in al te grote vrijheid ten aanzien van het wettelijke gezag aan de willekeur van enkelingen wordt overgelaten.

Ten aanzien van dit alles echter en van andere zaken van minder belang, waarvoor wij op dit ogenblik niet de tijd hebben er nader op in te gaan, heeft de heilige synode zekere duidelijke aanzetten tot een antwoord gegeven; deze moeten echter verzameld en nader bestudeerd worden. Wanneer wij de voornaamste toch aangeven, dan is dat daarom, omdat onze taak en plicht die van een wakende is, dat wil zeggen, van iemand die aan het beginpunt van de wegen die de kerk gaat, toeziet, dat ze de leer die ze van zichzelf heeft steeds gepaster tot uiting brengt. Daarom laten wij niet toe, dat de gelovigen valse wegen inslaan; als dat zou gebeuren, zouden wij in onze voornaamste plicht te kort schieten, namelijk onze broeders te versterken. Er is echter iets dat in de dingen die wij hebben uiteengezet boven alle particuliere zaken uitstijgt: wij bedoelen de wil van allen en ieder afzonderlijk eensgezind en vurig een nieuwe en algemene impuls te geven aan het werk van de evangelisatie. Want - zoals misschien nooit elders op dezelfde wijze en even duidelijk is gebeurd - de kerk wordt zich bewust van deze taak, die onder alle ongetwijfeld de belangrijkste is. Men kan zeggen, dat het nu de tijd is die het Tweede Vaticaans Concilie waardig is, die overeenkomst met de natuur en roeping van de kerk, tegen de noden van de mens is opgewassen en geschikt is om de gebreken van deze tijd te genezen die wij maar al te goed kennen.

Eerbiedwaardige en zeer geliefde broeders,

De Kerk gaat weer op weg, ongetwijfeld met goede hoop en grote moed, nederig en edelmoedig, vol vertrouwen dat zij de hulp van Christus zal kunnen verkrijgen door de voorspraak van de maagd Maria; zij gaat op weg met de grootste liefde en ijver om zich te bekeren, zich inzettend voor de verzoening van de mensen naar de eisen van dit heilig jaar of algemeen jubileum.

Daarom zullen wij ons vol dankbaarheid alle bisschoppen blijven herinneren die in heel de wereld zich beijveren voor het werk der herleving; die hulpbisschoppen, priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen die de geschikte instrumenten zijn voor de evangelisatie in onze tijd; en bovendien de ouders, die ook de eerste helpers zijn van de kerk om in hun eigen gezinnen, dat wil zeggen, in 'de kleine kerk van het gezin' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 het evangelie te verbreiden; verder de vrouwen die de trouwe en vrome medehelpsters zijn ten voorbeeld, de jongeren en kinderen, die blijde hoop op de toekomst, en vooral de geleerde mannen die de kerk met grote sympathie bejegent en waarin zij haar hoop en vertrouwen stelt.

Tenslotte groeten wij de kerken van de afzonderlijke plaatsen, die bedacht zijn op de prediking van het evangelie en die wij met vaderlijke liefde opbeuren tot hoop; en ook de bedienaren van het evangelie, vooral zij die om Christus' naam in niet weinige landen vervolgingen te lijden hebben: "het Woord van God laat zich niet in boeien slaan" (2 Tim. 2, 9).

Wij richten tenslotte onze opwekkingen aan onze beminde en flinke catechisten en vooral tot de missionarissen, die de nederige helden zijn en bewerkers van de evangelisatie van de wereld: "Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel" (Mt. 5, 12). Wij omhelzen al onze zonen en dochters en sporen allen aan de werktuigen te willen zijn en bewuste medewerkers van het werk van de missionaire kerk: dat het woord van God met uw aller hulp "zijn luisterrijke loop mag volbrengen" (2 Tess. 3, 1), "zodat de wereld gelove" (Joh. 17, 21) en "opdat God zij alles in allen" (1 Kor. 15, 28).

Op het punt van hier te vertrekken, willen wij, dat nogmaals de uitnodiging van Christus weerklinke waardoor wij allen gesterkt mogen worden: "Gaat dus en maakt alle volkeren mijn leerlingen" (Mt. 28, 19), en ook deze: "slaat uw ogen op en kijkt naar de velden; ze staan wit, rijp voor de oogst" (Joh. 4,35). Wij moeten gehoorzamen aan de wil van God, die ons heeft gezonden. Heel de wereld, zo groot en zo prachtig, verwacht de boodschap van de bevrijding van de zonde en van de kwalen die de zonde meebrengt; de boodschap namelijk van heil door het kruis van Christus.

"De prediking van het kruis is namelijk een dwaasheid" (1 Kor. 1, 18), maar "God heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging" (1 Kor. 1, 21); wij vertrouwen daarom alleen op Gods hulp. Grote moeilijkheden wachten ons, groot in aantal en verschillend zijn de verwachtingen der mensen, zwaar is de taak die wij moeten volbrengen, i>"maar hebt goede moed, zegt de Heer, Ik heb de wereld overwonnen." (Joh. 16, 33). Christus is met ons, ja in ons; in ons en met ons spreekt Hijzelf en nooit zal Hij ons de nodige hulp weigeren.

Heer Jezus Christus, Woord van de Vader, gekruisigde Verlosser, in dit uur, waarop de synode ten einde loopt, wenden wij ons opnieuw tot U, zoals wij U tevoren bij het begin hebben aangeroepen. U bent ons nabij geweest en ons hart brandde in ons, zoals Gij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot. Vgl. Lc. 24, 32 U zult onze voornemens begunstigen, onze dienst aan de Kerk steunen, licht storten in onze geest, kracht geven aan ons woord, ons werk bevestigen en onze schreden richten, opdat wij geschiktere wegen en methoden vinden om uw evangelie te verkondigen, en tenslotte zult U onze zwakheid vergeven. Wij zijn uw arme dienaren en alleen door de kracht van uw beloften worden wij gesterkt. Ondersteun Petrus en uw bisschoppen en geef moed aan de kudde. Zie, groot is onze armoede, maar niet op onszelf doch op U alleen stellen wij ons vertrouwen: in deze hoop ligt onze rijkdom. Stort Gij ons kracht in, bevestig Gij ons. Schenk ons uw zegen, Gij die met de Vader en de Heilige Geest leeft en heerst in ons en in uw kerk tot in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Document

Naam: AAN HET EINDE VAN DE 3E GEWONE BISSCHOPPENSYNODE OVER "EVANGELISATIE IN DE MODERNE WERELD"
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 26 oktober 1974
Copyrights: © 1975, Archief van Kerken, Amersfoort
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam