• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Tussen het vorderen van de leeftijd en de geschiktheid om belangrijkere functies waar te nemen, zoals die van bisschop of pastoor, bestaat een natuurlijke verhouding waarover het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie heeft gesproken in het decreet '2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 21.31 Om de besluiten van de concilievaders ten uitvoer te leggen, hebben wijzelf de bisschoppen en pastoors er in het motu proprio 'H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Ecclesiae Sanctae
Implementatie van Christus Dominis, Presbyterium Ordinis, Perfectae Caritatis en Ad Gentus Divinitas (8 juni 1966)
' van 6 augustus 1966 toe uitgenodigd hun functie als hoofd van een bisdom of parochie spontaan ter beschikking te stellen 'zo gauw zij hun 75e levensjaar hebben voleind'. H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Implementatie van "Christus Dominis", "Presbyterium Ordinis", "Perfectae Caritatis" en "Ad Gentus Divinitas", Ecclesiae Sanctae (8 juni 1966), 11 H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Implementatie van "Christus Dominis", "Presbyterium Ordinis", "Perfectae Caritatis" en "Ad Gentus Divinitas", Ecclesiae Sanctae (8 juni 1966), 20. § 3

Over dit leef tijds probleem wordt eveneens gesproken in het Algemeen reglement van de Romeinse curie, gewoonlijk 'H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Regolamento Generale della Curia Romana (22 februari 1968)
' genoemd, dat wij op 22 februari 1968 hebben goedgekeurd en voor publicatie vrijgegeven; daarin wordt bepaald, dat de hogere en lagere ambtenaren bij het voleinden van hun 70e levensjaar van hun functie afstand dienen te doen, de hogere prelaten echter bij het bereiken van de 75-jarige leeftijd. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, Regolamento Generale della Curia Romana (22 feb 1968), 101. § 1

Thans komt het ons voor, dat het hoogste welzijn van de Kerk erom vraagt, dat dit leeftijdsprob1eem nog eens opnieuw onder ogen wordt gezien, nu in verband met de zo belangrijke functie van de kardinalen aan wie wij niet zelden bijzondere verantwoordelijkheden toevertrouwen. Inderdaad gaat het hier om een functie van heel bijzonder belang, die om een diep inzicht vraagt, hetzij vanwege haar uiterst nauwe band met de uitoefening van ons eigen ambt ten dienste van de wereldkerk, hetzij vanwege haar zeer zware verantwoordelijkheid jegens de wereldkerk ingeval de Apostolische Stoel vacant geraakt.

Na dit alles nog eens langdurig en rijpelijk te hebben overwogen, hebben wij besloten het navolgende vast te stellen, waarbij wij erop vertrouwen ook in de toekomst op goede raad en gebed van alle kardinalen zonder onderscheid te kunnen rekenen.

Document

Naam: INGRAVESCENTEM AETATEM
Voor Kardinalen wordt een leeftijdsgrens bepaald om bepaalde taken te mogen uitoefenen
Soort: H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 21 november 1970
Copyrights: © 1971, Katholiek Archief 26e jrg., nr. 1, p. 12-15
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam