• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

OVER DE ARMEN EN DE KERK
Interventie tijdens 35e Algemene Congregatie van de 1e Zittingsperiode

Tijdens de televisie-uitzending 'Kerk en Concilie; mensen en problemen' heeft de Kardinaal Lercaro de hiernavolgende gedachten uitgesproken, zij vormen een wezenlijke weerspiegeling van hetgeen hij zei bij zijn interventie tijdens de 35e Algemene Congregatie (6 dec. 1962) tijdens de Eerste Zittingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie, waarin hij sprak over 'de armen en de Kerk'.

Ik heb - of beter mag men wel zeggen - velen met mij hebben met een diep en ontroerd gevoel van vreugde de woorden beluisterd die de Heilige Vader sprak in H. Paus Johannes XXIII - Toespraak
Gaudet Mater Ecclesia
Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie
(11 oktober 1962)
van 11 oktober, welke mag gelden als het programma van het Concilie: 'de Kerk is de Kerk van allen, maar vandaag, meer dan ooit, is zij de Kerk der armen'. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 20-25 In mijn geest - ik zeg - in de geest van velen heeft zich deze kostbare uitspraak vastgezet omdat zij, gelijk zovele andere woorden van de Heilige Vader, een zeer actuele situatie in de wereld belicht en de aandacht vestigt op een kwestie die in het leven van de Kerk van het grootste gewicht is. Ik zou willen zeggen dat ons in deze woorden drie grote realiteiten worden vóórgelegd die ik gaarne wil samenvatten in de gelukkige uitdrukking die ik eens hoorde: het mysterie van de heilige armoede in Gods Kerk.

In dit mysterie ligt - naar mijn bescheiden mening - vóór alles een theologisch probleem opgesloten: wat betekent de armoede in de Kerk? Dit komt niet alleen neer op de vraag welke plaats de menselijke economische middelen innemen in het Rijk Gods, want met de Apostel Petrus verklaart de Kerk: 'Ik bezit goud noch zilver, maar wat ik heb zal ik U geven'; niettemin blijkt uit de ervaring dat materiële middelen onmisbaar zijn; welke plaats moeten wij ze derhalve toekennen?

Vóór wij echter deze vraag stellen, lijkt het mij noodzakelijk eerst de andere vraag te beantwoorden: welke betekenis heeft de armoede in de Kerk?

Het is een onloochenbaar feit dat de mensgeworden Zoon Gods de armoede vrijwillig heeft gekozen; Hij was rijk en Hij verkoos arm te zijn. Deze keuze heeft Hij onveranderlijk volgehouden gedurende Zijn gehele leven, van de kribbe van Bethlehem tot en met Zijn naakte kruisdood. Bovendien heeft Hij de armoede gepredikt en als een onmisbare voorwaarde gesteld om Zijn volgeling te kunnen worden: 'Indien iemand geen afstand doet van alles wat hij bezit, kan hij mijn volgeling niet zijn'.

Het komt mij voor dat hierin vooral het mysterie van de armoede in de Kerk ligt; een mysterie, tenslotte, dat niet alleen gebonden is aan de evangelische oorsprong, maar aan de gehele geschiedenis van de Kerk; immers, de tijdperken van grote bloei, de grootste bewegingen van innerlijke hernieuwing en hervorming, de perioden van succesvolle uitbreiding in de wereld, vallen altijd samen met tijdperken waarin de geest van de armoede het meest nadrukkelijk en wezenlijk werd bevestigd en beleefd. Inderdaad, in de openlijk erkende en beleefde armoede ervaart men het duidelijkst de verheven positie van de Kerk, enig in haar soort: zij is in de wereld, maar zij is niet van de wereld.

Maar er is nog een ander aspect dat wij in het oog moeten houden en dat is de zeer hoge waardigheid die de armen in de Kerk bezitten - volgens het woord van Bossuet -; beter gezegd nog: de bijzondere aanwezigheid van JeZus in de persoon van de armen. 'Ik had honger en gij gaaft mij te eten; ik had dorst en gij gaaft mij te drinken; ik was dakloos en gij hebt mij geherbergd, naakt en gij hebt mij gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt mij bezocht. .. ' Wanneer hebben wij dit alles aan U gedaan, Heer? Wanneer zagen wij U behoeftig en zijn wij U te hulp gekomen? 'Telkens wanneer gij een van deze dingen deed voor een van mijn geringste broeders, hebt gij het voor mij gedaan'.

Deze bijzondere tegenwoordigheid van Jezus in de arme moet misschien meer worden uitgediept en kan misschien meer belicht worden en zeer zeker meer werkelijk beleefd worden in het licht van de aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie en in Zijn aanwezigheid in de hiërarchie. Dit zijn drie verschillende mysterieuze vormen van tegenwoordigheid die allen ten nauwste aan elkander verwant zijn.

Maar, ten derde, men kan niet spreken over het mysterie van de heilige armoede in de Kerk zonder te spreken over het verkondigen van het Evangelie aan de armen. Dit is een aspect van het Rijk Gods dat zo onveranderlijk en zo diepgaand deel uitmaakt van de taak van de Kerk dat het niet mogelijk is dit ook maar in enige mate te onderschatten. Reeds in het Oude Testament wordt de Messias herkend - behalve aan zijn wonderen - aan zijn opdracht om de Blijde Boodschap te brengen aan de armen, dit is als het ware de zin en de bezegeling van zijn messiaanse zending. De verkondiging van de Blijde Boodschap aan de armen is bezongen door de Heilige Maagd, zij is duidelijk gesymboliseerd in de Geboorte te Bethlehem, de oproep aan de herders en in het gehele verborgen leven. Zij is openlijk beleden door Jezus als Zijn voornaamste taak gedurende Zijn openbaar optreden; zij is bekrachtigd door de eeuwigheid met beloning of straf bij de tweede glorievolle komst van de Zaligmaker.
Welnu, dit aspect van het Rijk Gods - het verkondigen van de Blijde Boodschap aan de armen - is het antwoord op een actueel, zeer omvangrijk en dringend probleem.

Eén zijde van dit probleem is het feit dat zovele arbeiders, die in het grootste deel van de wereld nog altijd tot de wereld der armen behoren, zich van Christus verwijderd hebben en dat het dringend nodig is dat het Evangelie hen opnieuw verkondigd wordt; een andere zijde is dat twee derde van de mensheid honger lijdt en van de verspreiding van de geest van het Evangelie een gelijkmatige en rechtvaardige verdeling verwacht die geïnspireerd wordt door een broederlijke liefde; een probleem dat des te dringender wordt wanneer men smartelijk constateert dat enorme rijkdommen in handen van enkelen berusten. En tenslotte is in de wereld van vandaag het verlangen naar rijkdom meer dan ooit levend en algemeen verspreid en wordt de verschrikking van de armoede meer dan ooit gevoeld. Slechts het Evangelie is in staat om een situatie van evenwicht tot stand te brengen die voor de mensen een werkelijke vrede mogelijk maakt. En anderzijds is er slechts de Kerk die dit Evangelie kan verkondigen 'Hoe kunnen zij het horen wanneer het niet verkondigd wordt, maar hoe kan het verkondigd worden wanneer er niet iemand is die daartoe gezonden is?' zou Sint Paulus zeggen.

Maar er is iemand die die zending heeft, dat is de Kerk! Daarom hebben wij met ontroering geluisterd naar de woorden die de Paus als kostbare richtlijn aan het Concilie heeft gegeven: 'de Kerk is vandaag meer dan ooit de Kerk der armen', want, ten overstaan van het beeld van de wereld van heden, waarin het verschijnsel van de armoede zo omvangrijke en diepgaande vormen heeft aangenomen, is de Kerk er zich van bewust - en tegelijkertijd erkent zij dit ook als haar bewuste opdracht - dat alleen zij het is die de Blijde Boodschap, waarnaar de armen uitzien, kan brengen.

Document

Naam: OVER DE ARMEN EN DE KERK
Interventie tijdens 35e Algemene Congregatie van de 1e Zittingsperiode
Soort: Jacobus Kard. Lercaro
Auteur: Jacobus Kard. Lercaro
Datum: 6 december 1962
Copyrights: © 1963, Katholiek Archief (1963), 18e jrg. nr. 11, p. 273-276
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam