• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE HEER UW GOD BEMINNEN, DAT BETEKENT VOOR U LEVEN EN LENGTE VAN DAGEN (DT. 30, 20)
Veertigdagentijd 2005

Deze Boodschap van 8 september 2004 werd juist vrijgegeven op 27 januari 2005, de dag dat herdacht werd dat 60 jaar geleden het vernietigingskamp Auschwitz bevrijd werd. In de Boodschap wijst de Paus op het feit dat oudere mensen waardevol zijn voor de maatschappij en er geen andere benadering is dan die van begrip en hulp. (Red.)
Dierbare broeders en zusters!

Elk jaar komt de Veertigdagentijd voor ons weer als een goede gelegenheid om ons intensiever te wijden aan het gebed en de boetedoening, om ons hart open te stellen voor wat God wil en daaraan gehoor te geven.

In de Veertigdagentijd volgen wij een spirituele weg die ons voorbereidt op de herbeleving van het grote mysterie van de dood en verrijzenis van Christus. Dat gebeurt in de eerste plaats door nog aandachtiger naar het Woord van God te luisteren en verdergaande ascese te betrachten, want daardoor zijn wij in staat om meer hulp te bieden aan mensen in nood.

Dit jaar, dierbare broeders en zusters, wil ik uw aandacht vragen voor een thema dat heel actueel is en goed geïllustreerd wordt door het volgende vers uit Deuteronomium: "De Heer uw God beminnen, dat betekent voor u leven en lengte van dagen". (Dt. 30, 20). Dat zijn de woorden die Mozes richt tot het volk, als hij hen uitnodigt om in te gaan op het Verbond met de Heer in het land Moab: "Dan zult u met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven" (Dt. 30, 19-20). De trouw aan dit goddelijke Verbond is voor Israël een garantie voor de toekomst: "Want daarvan hangt het af, of gij zult leven en of gij lang zult wonen op de grond, die Jahwe uw vaderen, aan Abraham, Isaak en Jakob, onder ede heeft toegezegd." (Dt. 30, 20). In Bijbelse termen is het bereiken van hoge leeftijd een teken van de goedgunstigheid van de Allerhoogste. Een lang leven geldt dan ook als een bijzonder geschenk van God.

Over dit thema wil ik u vragen na te denken tijdens deze Veertigdagentijd, om zo beter inzicht te krijgen in de rol waartoe ouderen in Kerk en samenleving geroepen zijn, en u daarmee in uw hart voor te bereiden op het warme onthaal dat er altijd voor hen moet zijn. Dankzij de bijdrage van de wetenschap en geneeskunde, zien we in de huidige samenleving een toename van de menselijke levensduur en daarmee een toename van het aantal ouderen. Dit vraagt om specifiekere aandacht voor de wereld van de zogenaamde 'oude dag', om de mensen om wie het gaat te helpen om al hun mogelijkheden te benutten door hen ten dienste van de gehele gemeenschap te stellen. De zorg voor de ouderen dient, zeker wanneer zij moeilijke momenten doormaken, een punt van grote aandacht te zijn voor alle gelovigen, zeker in de kerkelijke gemeenschappen van westerse landen, waar het probleem zich met name voordoet.

Het menselijk leven is een kostbaar geschenk dat in ieder stadium liefde en bescherming verdient. Het gebod "U zult niet doden" eist van ons dat wij het menselijk leven te allen tijde respecteren en bevorderen, van het begin tot aan het natuurlijke einde. Het is een gebod dat zelfs geldt als er sprake is van ziekte en wanneer iemand door fysieke zwakte beperkt wordt in zijn vermogen om zelfstandig te leven. Als het ouder worden, met alles wat daar onvermijdelijk mee gepaard gaat, rustig wordt aanvaard in het licht van het geloof, kan het een heel waardevolle kans worden om het mysterie van het kruis, dat het menselijk bestaan totale zin verleent, beter te begrijpen.

In dit perspectief moeten ouderen begrepen en geholpen worden. Ik wil hier mijn waardering uitspreken voor mensen die zich inzetten om aan deze behoeften tegemoet te komen en ik roep ook andere mensen van goede wil op om de Veertigdagentijd aan te grijpen om zelf ook een bijdrage te leveren. Dat zal veel ouderen helpen om zichzelf niet te beschouwen als een last op de schouders van de samenleving, en soms zelfs van hun eigen familie, terwijl ze leven in een toestand van eenzaamheid, die uitmondt in de verleiding om zich steeds verder te isoleren of steeds dieper in de put te raken.

Het grote publiek moet leren beseffen dat ouderen in alle omstandigheden een uiterst waardevolle bron vormen. Daarom moet er ook meer gedaan worden op het gebied van economische steun en initiatieven tot wetgeving die ervoor zorgen dat zij niet van het sociale leven worden buitengesloten. Het is al zo dat de samenleving de afgelopen tien jaar alerter is geworden op hun behoeften en binnen de geneeskunde zijn palliatieve behandelingsmethoden ontwikkeld die, naast een integrale benadering van de zieke persoon, met name heilzaam zijn voor langdurig zieken.

De grotere hoeveelheid vrije tijd in dit stadium van het leven biedt ouderen de gelegenheid om zich bezig te houden met de grote vragen die zij eerder misschien terzijde hadden geschoven vanwege andere zorgen die dringender waren of in elk geval prioriteit kregen. Het besef dichter bij het uiteindelijke doel te zijn, maakt dat ouderen zich richten op wat essentieel is en belang hechten aan de dingen die ondanks het verstrijken van de jaren overeind blijven.

Juist omdat dat zo is, kunnen ouderen een functie hebben in de samenleving. Als het waar is dat de mens voortleeft op het erfgoed van hen die hem zijn voorgegaan en dat zijn toekomst onherroepelijk wordt bepaald door de wijze waarop de waarden van zijn volk aan hem zijn overgedragen, dan kan de wijsheid en ervaring van de ouderen een licht zijn op zijn pad op weg naar een nog volkomener vorm van beschaving.

Het is zo belangrijk om weer oog te krijgen voor de manier waarop de verschillende generaties elkaar kunnen verrijken! In de Veertigdagentijd, waarin wij zo dringend worden opgeroepen tot bekering en solidariteit, wordt dit jaar onze aandacht gevraagd voor deze belangrijke thematiek die iedereen aangaat. Wat zou er gebeuren als het volk van God toegaf aan de tegenwoordig schijnbaar heersende mentaliteit die deze mensen, onze broeders en zusters, bijna als nutteloos beschouwt wanneer zij door de moeilijkheden van ouderdom of ziekte in hun vermogens worden beperkt? Hoe anders zou de maatschappij echter zijn wanneer zij, om te beginnen binnen de familie, probeert om zich altijd met een warm hart voor deze mensen open te stellen.

Dierbare broeders en zusters, laten wij in deze Veertigdagentijd, geholpen door het Woord van God, bedenken hoe belangrijk het is dat iedere gemeenschap haar ouderen liefdevol en met begrip begeleidt. Bovendien moeten wij ons aanwennen om vol vertrouwen na te denken over het mysterie van de dood, zodat de definitieve ontmoeting met God plaatsvindt in een sfeer van innerlijke vrede, in het besef dat Hij die "mij weefde in de schoot mijner moeder. [[b:Ps. 139, 13b]] en die ons heeft gemaakt als zijn beeld en op Hem gelijkend Vgl. Gen. 1, 26 , ons zal ontvangen.

Maria, onze gids op de reis door de Veertigdagentijd, leidt alle gelovigen, en met name de ouderen, tot een diepere kennis van de Christus die is gestorven en verrezen en die de uiteindelijke zin van ons bestaan is. Moge zij, de trouwe dienstmaagd van haar goddelijke Zoon, samen met de heilige Anna en Joachim, voor ieder van ons bidden "nu en in het uur van onze dood".

Mijn zegen voor u allen!

Vanuit het Vaticaan, 8 september 2004.

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: DE HEER UW GOD BEMINNEN, DAT BETEKENT VOOR U LEVEN EN LENGTE VAN DAGEN (DT. 30, 20)
Veertigdagentijd 2005
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 september 2004
Copyrights: © 2005, RKKerk.nl, Utrecht
Vert.:Drs. P.C. de Die
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam