• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Ik zou hier een weg willen schetsen die kan helpen om niet alleen de inhoud van het geloof dieper te begrijpen, maar tegelijkertijd ook hiermee de act waarmee wij besluiten ons geheel in volledige vrijheid aan God toe te vertrouwen. Er bestaat immers een diepe eenheid tussen de geloofsact en de inhoud waarmee wij instemmen. De apostel Paulus maakt het mogelijk in deze werkelijkheid door te dringen, wanneer hij schrijft: “Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond het heil” (Rom. 10, 10). Het hart wijst erop dat de eerste act waarmee men tot het geloof komt, een geschenk van God is en de werking van de genade die werkzaam is en de persoon tot in zijn binnenste verandert.

Het voorbeeld van Lydia is uitermate veelzeggend in dit opzicht. De heilige Lucas vertelt dat Paulus, terwijl hij zich in Filippi bevond, op een sabbat het Evangelie ging verkondigen aan enkele vrouwen; onder hen was Lydia en de “Heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd” (Hand. 16, 14). De betekenis die in deze uitdrukking ligt opgesloten, is belangrijk. De heilige Lucas leert dat de kennis van de inhoud die men moet geloven, niet voldoende is, als vervolgens het hart, het authentiek heiligdom van de persoon, niet wordt geopend door de genade die het mogelijk maakt ogen te hebben om in de diepte te kijken en te begrijpen dat wat is verkondigd het Woord van God is.

Belijden met de mond geeft op zijn beurt aan dat het geloof een openbaar getuigenis en engagement inhoudt. De Christen mag nooit denken dat geloven een privéaangelegenheid is. Het geloof is besluiten bij de Heer te zijn om met Hem te leven. En dit “bij de Heer zijn” leidt tot een begrip van de redenen waarom men gelooft. Juist omdat het geloof een act van vrijheid is, vereist het ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor wat men gelooft. Met Pinksteren toont de Kerk in alle duidelijkheid deze openbare dimensie van het geloof en het onbevreesd verkondigen van het eigen geloof aan ieder. Het is de gave van de heilige Geest die tot zending in staat stelt en ons getuigenis versterkt door het vrijmoedig en moedig te maken.

Het belijden van het geloof zelf is een persoonlijke en tegelijk gemeenschappelijke act. De Kerk is immers het eerste subject van het geloof. In het geloof van de christelijke gemeenschap ontvangt ieder het doopsel, het werkzame teken van het toetreden tot het volk van de gelovigen om het heil te verwerven. Zoals de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
getuigt:

" "Ik geloof:" dat is het geloof van de Kerk dat persoonlijk door iedere gelovige, vooral bij het Doopsel, beleden wordt. "Wij geloven:" dat is het geloof van de Kerk dat beleden wordt door de bisschoppen, in Concilie bijeen, of meer in het algemeen door de liturgische gemeenschap van de gelovigen, "Ik geloof:" dat is ook onze moeder de Kerk, die God door haar geloof antwoord geeft en die ons leert zeggen: "Ik geloof", "Wij geloven". " Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 167

Zoals men kan vaststellen, is kennis van de geloofsinhoud essentieel om de eigen instemming te geven, dat wil zeggen om zich ten volle met verstand en wil aan te sluiten bij hetgeen door de Kerk wordt voorgehouden. De kennis van het geloof voert binnen in het geheel van het door God geopenbaarde heilsmysterie. De instemming die wordt betuigd, houdt dus in dat men, wanneer men gelooft, in vrijheid heel het mysterie van het geloof aanvaardt, omdat de zichzelf openbarende God, die het mogelijk maakt zijn mysterie van liefde te kennen, voor de waarheid ervan borg staat. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 10-11 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5

Anderzijds mogen wij niet vergeten dat in onze culturele context zeer veel mensen, ook al herkennen zij niet in zich de gave van het geloof, toch oprecht op zoek zijn naar de uiteindelijk zin van en de definitieve waarheid over hun bestaan en de wereld. Dit zoeken is een authentieke “inleiding” op het geloof, omdat het de personen op de weg zet die voert naar het mysterie van God. In de rede zelf van de mens is immers de behoefte aan “wat geldt en altijd blijft”, diep geworteld. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Collège des Bernardins, Parijs, Tot de vertegenwoordigers van de wereld van de cultuur (12 sept 2008), 3 Deze behoefte is een voortdurende, onuitwisbaar in het hart van de mens geschreven uitnodiging op weg te gaan om Hem te vinden die wij niet zouden zoeken als Hij ons al niet was tegemoet gekomen. Vgl. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. XIII,1 Juist tot deze ontmoeting nodigt het geloof ons uit en stelt ons daar volledig voor open.

Document

Naam: PORTA FIDEI
Over het uitroepen van het "Jaar van het Geloof"
Soort: Paus Benedictus XVI - Motu Proprio
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 11 oktober 2011
Copyrights: © 2011, Libreria Editrice Vaticana / SRKK
Vert.: drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam