• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

QUANTA CURA
Over de zuiverheid van de Katholieke leer

Zorg van de vroegere pausen voor de zuiverheid van de katholieke leer

Met hoeveel zorg en herderlijke waakzaamheid onze voorgangers, de pausen van Rome, de hun in de persoon van den H. Petrus, de prins van de apostelen, door Christus de Heer zelf opgelegde plicht en taak om Zijn schapen en lammeren te weiden, hebben vervuld en hoe zij nooit in gebreke zijn gebleven vol ijver de gehele kudde van de Heer met de waarheden van het geloof en de leer van het heil te voeden en van vergiftige weiden af te houden, is aan allen en vooral aan u, eerbiedwaardige broeders, overbekend. En inderdaad, diezelfde voorgangers van ons hebben bij de bescherming en verdediging van de verheven katholieke godsdienst, van de waarheid en de gerechtigheid, en in hun grote bezorgdheid voor het heil van de zielen nooit iets als meer gewichtig beschouwd, dan om door hun zeer wijze brieven en constituties alle ketterijen en dwalingen aan te wijzen en te veroordelen die strijdig als zij waren met ons goddelijk geloof, de leer van de katholieke Kerk, de eerbaarheid van de zeden en het eeuwig heil van de mensen herhaaldelijk zware stormen verwekt en beklagenswaardig onheil gesticht hebben in de christelijke en burgerlijke maatschappij. Daarom dan ook hebben onze voorgangers voortdurend met apostolische moed weerstand geboden aan de misdadige plannen van kwaadwillige mensen, die hun misleidende leerstellingen overal heen verspreidden, evenals de golven van een stormachtige zee haar schuim; die vrijheid beloofden, ofschoon zelf slaven van het verderf, en die het er op aanlegden om door hun bedrieglijke meningen en allerverderfelijkste geschriften de grondslagen van de katholieke godsdienst en van de burgerlijke maatschappij los te woelen, deugd en gerechtigheid geheel uit te bannen, aller hart en geest te verderven, de onbedachtzame en vooral de onervaren jeugd van het rechte levenspad af te brengen en jammerlijk te verleiden, in dwaling te verstrikken en zo eindelijk van de boezem van de katholieke Kerk los te rukken.

Ook de Paus beijverde zich vanaf het begin van zijn pontificaat de heersende dwalingen aan te wijzen en te veroordelen.

Nauwelijks waren wij dan ook door een ondoorgrondelijke beschikking van de goddelijke voorzienigheid, althans zeker zonder enige verdienste van onze kant, op de Stoel van Petrus verheven, of wij hebben aanstonds, - gij weet het zeer wel, eerbiedwaardige broeders - overeenkomstig ons apostolisch ambt en volgens het lichtend voorbeeld van onze voorgangers onze stem verheven, toen wij met diepe zielesmart de inderdaad schrikwekkende storm, opgestoken ten gevolge van zoveel dwaalleringen, en de zeer ernstige en nooit genoeg te betreuren onheilen zagen, die over de christenen komen als gevolg van zoveel dwalingen. In verscheidene encyclieken, door ons uitgevaardigd, in consistoriale allocuties en in apostolische brieven hebben wij de voornaamste dwalingen van onze in-droeve tijd veroordeeld en een meer dan gewone waakzaamheid bij u, als Bisschoppen, opgewekt, ja alle ons zo dierbare kinderen van de katholieke Kerk dringend vermaand en aangespoord om alleszins de besmetting van deze zo afgrijselijke pest te schuwen en te ontwijken. Vooral in onze Z. Paus Pius IX - Encycliek
Qui pluribus
Over geloof en religie (9 november 1846)
, op 9 november 1846 tot u gericht, en in twee consistoriale allocuties door ons gehouden, de Z. Paus Pius IX - Toespraak
Singulari Quadam Perfusi
O.a. tegen de vrijmetselarij - Op het geheim consistorie
(9 december 1854)
, de Z. Paus Pius IX - Allocutie
Maxima quidem (9 juni 1862)
, hebben wij de afzichtelijke en weerzinwekkende leerstellingen veroordeeld, die juist in deze dagen tot grote schade voor de zielen en tot nadeel zelfs van de burgerlijke maatschappij overal voortwoekeren, en die niet alleen in strijd zijn met de katholieke Kerk en met haar heilzame leer en onschendbare rechten, maar zelfs met de eeuwige natuurwet, door God in aller harten gegrift, en met het gezond verstand; kortom, leerstellingen, waaruit zo goed als alle dwalingen haar oorsprong vinden.

In deze encycliek wil de Paus de voornaamste dwalingen nogmaals afzonderlijk aanwijzen

Nooit weliswaar hebben wij nagelaten de voornaamste dwalingen van deze aard te veroordelen en te verwerpen, maar toch het belang van de katholieke Kerk, het ons door God toevertrouwde zielenheil en zelfs het welzijn van de menselijke samenleving eisen dringend, dat wij nogmaals uw herderlijke bezorgdheid wakker roepen, om andere verderfelijke meningen uit te roeien, welke uit diezelfde dwalingen als uit haar bron voortvloeien. Deze valse en onjuiste meningen zijn des te verfoeilijker, naarmate zij juist dit doel beogen: het belemmeren en krachteloos maken van de heilzame invloed, die de katholieke Kerk volgens de instelling en opdracht van haar goddelijke Stichter tot aan het einde van de tijden moet uitoefenen, niet alleen op de individuen maar ook op de naties, volkeren en hun hoogste regeringsorganen; en het vernietigen van die wederzijdse samenwerking en eendracht tussen Kerk en staat, die èn aan de godsdienst èn aan de maatschappij altijd tot heil en zegen gestrekt heeft. Paus Gregorius XVI, Encycliek, Over liberalisme en godsdienstig relativisme, Mirari vos arbitramur (15 aug 1832)

Opsomming van de dwalingen
a. De godsdienst moet uit de staat gebannen worden

Gij weet immers heel goed, eerbiedwaardige broeders, dat er in deze tijd niet weinigen gevonden worden, die het goddeloze en dwaze beginsel van het zgn. naturalisme willen toepassen op de burgerlijke samenleving en dan durven beweren, dat de juiste inrichting van de staat en de vooruitgang van de maatschappij volstrekt eisen een staatsregeling en een staatsbestuur, waarin geen rekening gehouden wordt met de godsdienst, even alsof deze niet bestond, of dat tenminste geen onderscheid gemaakt wordt tussen de ware godsdienst en de valse godsdiensten. En in strijd met de leer van de H. Schrift, de Kerk en de heilige vaders aarzelen zij zelfs niet te beweren, dat dán de maatschappij het best is ingericht, wanneer aan de staatsmacht niet de plicht wordt toegewezen, om door wettelijk vastgestelde straffen hen te beteugelen, die de katholieke godsdienst aanranden, behalve wanneer de openbare rust dit vereist.

b. Vrijheid van geweten en godsdienst is een recht van ieder mens

Ten gevolge nu van hun alleszins onware opvatting aangaande het staatsbestuur aarzelen zij niet de onjuiste mening voor te staan een mening hoogst verderfelijk voor de Kerk en het heil van de zielen, die onze voorganger Gregorius XVI z.g. Paus Gregorius XVI, Encycliek, Over liberalisme en godsdienstig relativisme, Mirari vos arbitramur (15 aug 1832) waanzin noemde dat namelijk ,de vrijheid van geweten en godsdienst een recht is, aan iedereen eigen, hetwelk bij de wet moet afgekondigd en vastgelegd worden in elke goed ingerichte maatschappij en dat de burgers het recht bezitten op algehele vrijheid, door geen macht van Kerk of staat te beperken, om hun ideeën, welke deze dan ook zijn, hetzij door woord hetzij door geschrift hetzij op andere wijze te kunnen publiceren en toelichten. Bij deze vermetele bewering echter bedenken en overwegen zij geenszins, dat zij de vrijheid tot de ondergang H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 105, alias 166 verkondigen en dat, als iedereen maar zijn eigen ideeën vrij zou kunnen bepleiten, er steeds zullen gevonden worden, die de waarheid durven weerstreven, in goed geloof aan alles wat mensenwijsheid hun voorpraat, terwijl toch het geloof en de christelijke wijsheid uit de mond zelf van onze Heer Jezus Christus weten, hoezeer die zo verderfelijke waanwijsheid te schuwen is. H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. 164, al. 133, par. 2, edit. Ball.

c. De volkswil is de hoogste wet

En wanneer eenmaal de staat godsdienstloos geworden is en men de leer en het gezag van de goddelijke openbaring verwerpt, dan vervaagt en verdwijnt zelfs het zuiver begrip van rechtvaardigheid en menselijk recht en in de plaats van ware rechtvaardigheid en wettig recht komt bruut geweld. En zo is het duidelijk dat sommigen, met volkomen voorbijzien en ontkenning van de meest vaststaande beginselen van het gezond verstand, durven verkondigen, dat de volkswil, zich uitend door de zgn. openbare mening ofwel op andere wijze, de opperste wet vormt, onafhankelijk van elk goddelijk en menselijk recht, en dat in de staatkunde voldongen feiten, alleen daardoor, dat zij voldongen zijn, kracht van wet bezitten. Maar wie voelt en doorziet dan niet, dat de mensen, los van de banden van godsdienst en ware rechtvaardigheld, alleen nog maar het verwerven en ophopen van rijkdom ten doel kunnen hebben en bij hun handelingen geen andere wet meer volgen, dan de ongebreidelde zucht, eigen lusten en eigen belangen te dienen?

d. De kloosterfamilies moeten opgeheven worden

Daarvandaan ook vervolgen zulke mensen de religieuze families, ofschoon deze zich voor het christendom, de staat en de wetenschap buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt, met een inderdaad bittere haat en instemmend met de verzinsels van de ketters raaskallen zij, dat deze instellingen geen wettige reden van bestaan hebben. Immers, zoals onze voorganger Pius VI z.g. zeer juist uiteenzette, "de opheffing van de kloosterorden is een belediging voor de staat van de openbare beoefening van de evangelische raden, een belediging voor een levenswijze, in de Kerk aanbevolen als zijnde in overeenstemming met de leer van de apostelen, een belediging ook voor de roemrijke stichters zelf, die wij op de altaren vereren en die slechts op ingeving van God deze genootschappen in het leven geroepen hebben." Paus Pius VI, Breve, Aan kardinaal de la Rochefoucauld - Over godsdienstvrijheid en taken van de leken, Quod aliquantum (10 mrt 1791) En in hun goddeloosheid verklaren zij zelfs, dat aan de burgers en de Kerk de vrijheid moet ontnomen worden, "om uit christelijke liefde aalmoezen openlijk uit te delen" en dat de wet moet afgeschaft worden, "waardoor op bepaalde dagen met het oog op de dienst van de Heer slafelijke arbeid verboden wordt", onder het in-valse voorwendsel, dat genoemde vrijheid en wet in strijd zijn met de beginselen van een gezonde volkshuishouding.

e. De staat bezit het recht op de opvoeding en het onderwijs van de kinderen

En niet tevreden met de godsdienst uit het openbare leven te bannen, willen zij deze zelfs uit de huisgezinnen weren. Immers als aanhangers en verdedigers van de rampzalige dwaling van het communisme en socialisme beweren zij, dat "de huiselijke gemeenschap, dat is het gezin, zijn bestaansgrond enkel en alleen vindt in het burgerlijk recht, en dat dus van het burgerlijk recht uitgaan en afhangen alle rechten van de ouders op hun kinderen, allereerst wel het recht om voor hun opvoeding en onderwijs te zorgen." De bedoeling, welke die misleiders bij hun goddeloze ideeën en opzet hebben, is vooral deze: de heilzame lering en invloed van de katholieke Kerk bij de vorming en de opvoeding van de jeugd geheel uit te schakelen en het gevoelige en ontvankelijke gemoed van de jeugd met alle mogelijke verderfelijke dwalingen en ondeugden jammerlijk te besmetten en te bederven. Immers allen, die getracht hebben de Kerk zowel als de staat in beroering te brengen, de goede orde in de maatschappij omver te werpen en alle goddelijke en menselijke rechten teniet te doen, hebben altijd, zoals wij boven aangaven, al hun gewetenloze plannen, geheel hun streven en werkzaamheid vooral gericht op het bedriegen en verleiden van de argeloze jeugd en al hun hoop juist op het bederf van de jeugd gesteld. Daarom houden zij niet op de seculiere en reguliere geestelijkheid, van welke volgens de onweerlegbare en schitterende getuigenissen van de geschiedenis zo vele en zo grote zegeningen uitgingen over kerk, staat en wetenschap, met allerlei laagheden aan te randen en te verkondigen, dat vooral de geestelijkheid, "als zijnde een vijand van de ware en vruchtbare vooruitgang van de wetenschap en beschaving, geheel moet uitgesloten worden van de zorg en de taak, om de jeugd te onderwijzen en op te voeden."

f. De Kerk moet onderworpen worden aan het burgerlijk gezag

Anderen weer komen aandragen met de verderfelijke en reeds zo dikwijls veroordeelde verzinsels van de hervormers en durven in verregaande onbeschaamdheid het hoge gezag van de Kerk en deze Apostolische Stoel, haar door Christus de Heer geschonken, onderwerpen aan het goeddunken van de burgerlijke macht en alle rechten van de Kerk en de H. Stoel ontkennen omtrent datgene, wat de openbare orde betreft. Want zij schrikken er niet in het minst voor terug te verzekeren,

  • dat "de wetten van de Kerk niet in geweten verplichten, behalve wanneer zij afgekondigd worden door de burgerlijke macht;
  • dat verder de beschikkingen en besluiten van de Pausen van Rome, betrekking hebbend op de godsdienst en de Kerk, de bekrachtiging en goedkeuring of ten minste de toestemming nodig hebben van de burgerlijke macht;
  • dat de apostolische constituties Paus Clemens XII, Bul, Tegen de vrij metselaars, In Eminenti (28 apr 1738) Paus Benedictus XIV, Apostolische Constitutie, Veroordeling van vrijmetselarij wegens naturalisme, religieus indifferentisme, Providas Romanorum (18 mei 1751) Paus Pius VII, Apostolische Constitutie, Tegen carbonari en vrijmetselaars, Ecclesiam a Jesu Christo (13 sept 1821) Paus Leo XII, Apostolische Constitutie, Afwijizing van de vrijmetselaars, Quo Graviora (13 mrt 1826), waardoor de geheime genootschappen, hetzij daarin wel, hetzij niet de eed van geheimhouding gevorderd wordt, veroordeeld worden en hun leden en begunstigers met de banvloek getroffen worden, niet van kracht zijn in die landen, waar dergelijke verenigingen door het burgerlijk bestuur geduld worden;
  • dat de ex-communicatie, door het Concilie van Trente en de Pausen van Rome uitgesproken over hen, die de rechten en goederen van de Kerk aantasten en zich wederrechtelijk toe-eigenen, berust op een verwarring van de geestelijke en de burgerlijke en staatkundige orde en slechts tot doel heeft aards bezit na te jagen;
  • dat de Kerk niets mag verordenen, wat de gelovigen in geweten kan verplichten in zake het gebruik van tijdelijke goederen;
  • dat aan de Kerk niet het recht toekomt overtreders van haar wetten door tijdelijke straffen te bedwingen;
  • dat het strookt met de beginselen van de heilige theologie en het publiek recht de eigendom van goederen, die in het bezit zijn van de Kerk, kloosterfamilies of andere godsdienstige instellingen, aan het burgerlijk bestuur over te dragen en toe te wijzen."

Daarbij deinzen zij er niet voor terug de stelling en het beginsel van de ketters openlijk en publiek te belijden, waaruit zoveel verkeerde opvattingen en dwalingen voortspruiten. Voortdurend immers herhalen zij, dat "de kerkelijke macht niet volgens goddelijk recht onderscheiden en onafhankelijk is van de burgerlijke macht en dat een dergelijke onderscheiding en onafhankelijkheid niet staande kan gehouden worden, zonder dat de Kerk zich de wezenlijke rechten van de burgerlijke macht toeeigent en aanmatigt."

g. Alleen bij leerstukken van geloof en zeden is men gehoorzaamheid aan de Kerk verschuldigd

Ook mogen wij de vermetelheid van hen niet onvermeld laten, die in strijd met de gezonde leer beweren, dat "men aan de uitspraken en besluiten van de Apostolische Stoel, waarvan volgens de tekst de inhoud betrekking heeft op het algemeen welzijn van de Kerk, haar rechten en tucht, als deze maar niet leerstukken van geloof en zeden raken, instemming en gehoorzaamheid kan weigeren, zonder te zondigen en zonder in iets aan zijn katholiciteit tekort te doen." Hoezeer deze bewering in strijd is met het katholieke dogma van de volledige macht, door Christus volgens Gods wil aan de Paus van Rome geschonken, om de ganse Kerk te hoeden, te leiden en te besturen, zal iedereen klaar en duidelijk inzien en begrijpen.

5 Plechtige veroordeling

Bij een zo verregaande valsheid van averechtse meningen hebben wij, in het diepe besef van onze apostolische plicht en in onze grote bezorgdheid voor onze heilige godsdienst, voor de zuiverheid van de leer en voor het heil van de zielen, ons van Godswege toevertrouwd, en voor het welzijn ook van de menselijke samenleving, gemeend wederom onze apostolische stem te moeten verheffen. En daarom is het dan ook, dat wij alle meningen en leerstellingen, zonder uitzondering, door ons in deze Encycliek afzonderlijk vermeld, volgens ons apostolisch gezag afwijzen, verwerpen en veroordelen, en wij willen en bevelen, dat zij door alle kinderen van de katholieke Kerk volstrekt als afgewezen, verworpen en veroordeeld beschouwd worden.

En gij weet heel goed, eerbiedwaardige broeders, hoe buitendien nog in onze dagen allen, die waarheid en gerechtigheid haten en heftige vijanden zijn van onze godsdienst, door verderfelijke boeken, brochures en overal verspreide kranten de mensen misleiden en door arglistige leugens allerlei andere goddeloze leerstellingen onder het volk brengen. Evenzo is het u bekend, dat er in deze tijd zelfs sommigen gevonden worden, die gedreven en aangezet door de geest van satan tot zulk een goddeloosheid vervallen zijn, dat zij er niet voor terugschrikken onze Heer en Meester Jezus Christus te loochenen en in misdadige vermetelheid Zijn Godheid te bestrijden. Op deze plaats kunnen wij het niet nalaten u, eerbiedwaardige broeders, hoge en welverdiende lof te brengen, omdat gij geenszins in gebreke zijt gebleven tegen zo'n verregaande goddeloosheid met alle kracht uw bisschoppelijke stem te verheffen.

6 De Paus prijst de bisschoppen en spoort hen aan om de gelovigen te blijven vrijwaren voor valse leringen en hen te doordringen van de katholieke waarheid

Daarom richten wij ons in deze encycliek weer met innige liefde tot u die, geroepen om onze zorgen te delen, aan ons te midden van deze voor ons hart allersmartelijkste gebeurtenissen zoveel troost, vreugde en opbeuring verschaft door uw uitstekende en buitengewone godsdienstzin en plichtsbetrachting, door die wondergrote liefde, trouw en toewijding, waarmee gij in eensgezinde aanhankelijkheid aan ons en aan deze Apostolische Stoel uw zwaar bisschoppelijk ambt krachtig en nauwgezet tracht te vervullen. Immers, wij verwachten van uw voortreffelijke zielenijver als bisschop, dat gij, gewapend met het zwaard van de geeste, hetwelk is het woord Gods, en gesterkt door de genade van onzen Heer Jezus Christus met verdubbelde ijver steeds nauwlettender zult toezien, dat de u toevertrouwde gelovigen "zich verre houden van schadelijke gewassen, die Jezus Christus niet doet gedijen, omdat zij niet geplant zijn door de Vader.". H. Ignatius van Antiochiƫ, Brief aan de Christenen van Philadelphia, Epistula ad Philadelfiesi. 3 Eveneens moet gij diezelfde gelovigen zonder ophouden blijven inprenten, dat onze verheven godsdienst, zijn leer en beoefening voor de mensen de bron is van alle waar geluk en dat een volk gelukkig is, als God zijn Heer is. (Ps. 143) Wijst er op, "dat de staten, gegrondvest op het katholiek geloof, stand houden H. Paus Celestinus I, Epistulae. 22 aan de Synode van Efese, en dat niets zo dodelijk, zo de val nabij en gevaarvol is, als wanneer wij, in de mening dat het voor ons voldoende is bij onze geboorte een vrije wil gekregen te hebben, verder niets meer van God zouden vragen, met andere woorden wanneer wij, onze Schepper vergetend, Zijn opperheerschappij zouden loochenen, om ons vrij-zijn te tonen." H. Paus Innocentius I, Epistula. 29 aan de Bisschoppen van het Concilie van Carthago En vergeet niet uw gelovigen voor te houden, dat

"de koninklijke macht verleend is niet alleen om de wereld te besturen, maar vooral ter bescherming van de Kerk H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. 156, al. 125, en dat niets aan de staatsbestuurders en koningen groter voordeel en roem verschaft, dan wanneer zij, zoals een andere van onze voorgangers, de wijze en moedige H. Felix, aan keizer Zeno schreef, de katholieke Kerk.... volgens haar eigen wetten laten leven en haar vrijheid door niemand laten belemmeren.... Het staat immers vast, dat het voor hun eigen zaak dienstig is, er naar te streven om, wanneer het gaat om de belangen van God, volgens Zijn verordening hun koninklijke wil aan die van Christus' priesters te onderwerpen, niet er boven te stellen." Paus Pius VII, Encycliek, Diu satis (15 mei 1800)
7 Nu vooral is gebed noodzakelijk

Altijd reeds, eerbiedwaardige broeders, maar thans vooral, nu zo grote rampen Kerk en maatschappij treffen, nu zo veel vijanden samenspannen tegen de katholieke zaak en tegen deze Apostolische Stoel, nu dwalingen zich van alle kanten ophopen, is het volstrekt noodzakelijk met vertrouwen tot de troon van genade te naderen, opdat wij barmhartigheid verwerven en de zegen van tijdige hulp ontvangen mogen. Daarom hebben wij gemeend de godsvrucht van alle gelovigen te moeten opwekken, opdat zij samen met ons en u zonder ophouden in vurige en ootmoedige gebeden tot den goedertieren Vader des lichts en van de barmhartigheid bidden en smeken. Laten zij in de volheid van hun geloof altijd hun toevlucht nemen tot onze Heer Jezus Christus, die ons door Zijn bloed voor God heeft vrijgekocht. Zij moeten Zijn allerzoetst Hart, slachtoffer van Zijn brandende liefde voor ons, dringend en voortdurend smeken, dat Hij door de banden van Zijn liefde alles tot Zich trekke, en dat alle mensen, in heilige liefde tot Hem ontvlamd, volgens Zijn Hart wandelen, onberispelijk, God in alles behagend en vruchten voortbrengend van goede werken.

8 De Paus verleent een volle aflaat bij wijze van jubileum-aflaat

Daar echter ongetwijfeld 's mensen gebed aangenamer is aan God, wanneer hij met zuiver en onbesmet hart tot Hem nadert, daarom hebben wij besloten met apostolische vrijgevigheid de hemelse schatten van de Kerk, aan ons ter uitdeling toevertrouwd, voor de gelovigen te ontsluiten, opdat zij, vuriger ontvlamd in ware godsvrucht en door het sacrament van de biecht van alle zondesmetten gereinigd, met groter vertrouwen hun gebeden tot God richten en Zijn barmhartigheid en genade verwerven mogen.

Daarom verlenen wij bij dit schrijven krachtens ons apostolisch gezag aan alle gelovigen van de katholieke wereld van beiderlei geslacht een volle aflaat bij wijze van een jubileum-aflaat, tot aan het einde van het aanstaande jaar 1865, maar slechts binnen de tijdsruimte van één maand, door u, eerbiedwaardige broeders, en door andere wettig gekozen plaatselijke ordinarissen aan te wijzen, geheel naar wijze en vorm, zoals wij deze verleenden aan het begin van ons opperpriesterschap, bij ons apostolisch schrijven in de vorm van een breve uitgevaardigd de 20e november 1846 en aan alle leden van het episcopaat verzonden, hetwelk begint met de woorden Z. Paus Pius IX - Breve
Arcano Divinae Providentiae consilio (20 november 1846)
, met alle dezelfde volmachten, door ons in dat schrijven geschonken. Het is echter ons verlangen, dat alles onderhouden wordt, wat in genoemd schrijven is voorgeschreven en dat uitgezonderd wordt, wat volgens onze verklaring daar uitgezonderd is. En deze gunst verlenen wij niettegenstaande alles, wat er tegen is, zelfs wat speciale en afzonderlijke vermelding en opheffing vereist. Om echter elke twijfel en moeilijkheid uit de weg te ruimen, lieten wij u een afschrift van datzelfde schrijven toekomen.

9 De Paus wekt nogmaals allen op tot gebed om Gods barmhartigheid en vooral om de voorspraak van de H. Maagd in te roepen
"Laat ons dan, eerbiedwaardige broeders, uit het diepst van ons hart en met geheel onze ziel Gods barmhartigheid afsmeken, want Zijzelf heeft ook gezegd: Mijn barmhartigheid echter zal Ik niet aan hen onttrekken. Laat ons vragen en dan zullen wij verkrijgen en, wanneer het verkrijgen wat lang op zich zou laten wachten, omdat wij zwaar misdeden, laat ons dan kloppen, want voor hem, die klopt, zal worden open gedaan, als wij maar aankloppen onder gebeden, zuchten en tranen, waarmee wij aldoor moeten blijven volhouden, en als ons gebed maar eenparig is.... en ieder tot God bidt niet voor zichzelf alleen, maar voor alle medemensen, zoals de Heer ons ook leerde bidden." H. Paus Celestinus I, Epistulae. 11

Opdat echter God de gebeden en wensen van ons, van u en van alle gelovigen des te zekerder verhore, laat ons daarom in vol vertrouwen de voorspraak inroepen van de heilige en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, die alle ketterijen over de gehele wereld heeft vernietigd. Zij toch is ons aller lieve Moeder, "onze allerzoetste Moeder en vol barmhartigheid, voor allen toont zij zich lankmoedig en goedertieren, met een alles omvattende liefde ontfermt zij zich over aller noden." H. Bernardus van Clairvaux, In Laudibus Virginis Maris. Preek over de twaalf voorrechten van de H. Maagd, volgens de woorden van het Boek Openbaring Als koningin staande aan de rechterhand van haar eengeboren Zoon, onze Heer Jezus Christus, gekleed in een met goud bestikt en veelkleurig gewaad, kan zij alles van Hem verkrijgen. Laat ons ook de voorbede inroepen van de H. Petrus, den prins van de apostelen, en van zijn mede-apostel Paulus en van alle heiligen van de hemel, die reeds vrienden van God geworden zijn, de hemelse zaligheid bereikt en de palm van de overwinning behaald hebben en die, verzekerd van hun eigen onsterfelijkheid, om ons heil bezorgd zijn.

Besluit

Ten slotte, terwijl wij de overvloed van alle hemelse gaven voor u vurig van God afsmeken, schenken wij als onderpand van onze bijzondere liefde voor u van ganser harte en volgaarne aan u, aan uw geestelijkheid en alle aan uw zorgen toevertrouwde gelovigen de apostolische zegen.

Gegeven te Rome bij St. Pieter, de 8e december 1864,
het tiende jaar sinds de dogma-verklaring van de Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd en Moeder Gods Maria,
het negentiende jaar van ons Pausschap.

Paus Pius IX

Document

Naam: QUANTA CURA
Over de zuiverheid van de Katholieke leer
Soort: Z. Paus Pius IX - Encycliek
Auteur: Z. Paus Pius IX
Datum: 8 december 1864
Copyrights: © 1949, Ecclesia Docens, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum, nr. 0172
Bewerkt: 11 februari 2014

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam