• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HERDERLIJK SCHRIJVEN OVER DE OECUMENISCHE BEWEGING

Aan de hun toevertrouwde geestelijkheid en gelovigen.

Zaligheid in den Heer.

Beminde gelovigen,

Van 22 augustus tot 5 September a.s. zal de „Wereldraad van Kerken” in congres bijeenkomen ter behandeling van het thema: „Het Heilsplan Gods en de chaos der mensen”. Dit congres, dat gewijd zal zijn aan een zo actueel onderwerp en dat in ons eigen vaderland, nl. te Amsterdam, zal worden gehouden, zal zeker ook bij vele katholieken hier te lande de aandacht trekken. Daarom alleen reeds hebben Wij het Onze plicht geacht een gezamenlijk herderlijk schrijven over dit congres tot u te richten.

Reeds sinds geruime tijd verontrusten zich vele niet-katholieke christenen over de godsdienstige verdeeldheid, die er tussen de christenen bestaat, Zij begrijpen, dat deze verdeeldheid in strijd is met het gebed van Onze Heer Jezus Christus en noodlottige gevolgen moet hebben voor het heil der mensheid. Uit deze verontrusting is de z.g.Oecumenische Beweging ontstaan, die streeft naar een nieuwe godsdienstige eenheid van allen, die Jezus Christus als hun God en hun Heiland willen aanvaarden. Kort voor het uitbreken van de laatste wereldoorlog kreeg deze beweging meer vaste vorm in de z.g. Wereldraad der Kerken en het congres, dat thans te Amsterdam wordt gehouden, zal de eerste voltallige vergadering van deze Wereldraad der Kerken zijn.

Beminde gelovigen, ook de katholieke Kerk — en niemand meer dan Zij — betreurt de godsdienstige verdeeldheid van de christenen. Ook Zij beseft, hoe noodlottig de gevolgen van deze verdeeldheid zijn. Zij is ook bereid te erkennen, dat dit streven naar een nieuwe godsdienstige eenheid door de goede bedoelingen van velen bezield wordt. Maar ondanks dit alles ziet Zij zich genoodzaakt tot afzijdigheid; en zo zal er ook van een deelname der Heilige Katholieke Kerk aan het congres van Amsterdam geen sprake zijn.

Deze afzijdige houding berust niet op vrees voor verlies van prestige of op andere louter tactische overwegingen. Deze houding komt uitsluitend voort uit het besef der Kerk, dat Zij onwrikbaar trouw moet blijven aan de taak, die Jezus Christus Haar heeft opgedragen.
Zij is immers de éne heilige katholieke en apostolische Kerk, die door Jezus Christus werd gesticht, opdat Zijn Verlossingswerk tot aan het einde der tijden door Haar zou worden voortgezet; Zij is het mystieke Lichaam van Christus, de Bruid van Christus. In Haar bestaat deze eenheid onvergankelijk; Christus immers heeft beloofd, dat de poorten der hel Haar niet zullen overweldigen Vgl. Mt. 16, 18 . Daarom kan de verdeeldheid der christenen slechts op één wijze worden beëindigd: door terugkeer tot Haar, door terugkeer binnen de eenheid, die in Haar steeds bewaard is gebleven.

Wanneer echter de Katholieke Kerk ging deelnemen aan het streven naar een nieuwe godsdienstige eenheid en wel op voet van gelijkheid met de anderen, dan zou Zij daardoor in feite toegeven, dat de door Christus gewilde eenheid in Haar niet voortbestaat en dat er dus eigenlijk geen Kerk van Christus is. Maar dat kan Zij nooit toegeven; Zij is immers zelve de éne heilige Kerk van Christus, het éne mystieke Lichaam van Christus, de éne Bruid van Christus. Neen, juist door Haar afzijdigheid moet Zij blijven verkondigen, dat in Haar de door Christus gewilde eenheid bewaard is gebleven en dat in Haar deze eenheid voor allen toegankelijk blijft.

Nog op een andere wijze blijkt deze plicht tot afzijdigheid. Werkelijke eenheid is niet mogelijk zonder eenheid van geloof; dat wordt ook door meerderen in de Oecumenische Beweging steeds duidelijker ingezien. Maar hoe wordt deze eenheid van geloof gewaarborgd? Onze Heer Jezus Christus heeft aan Petrus en de overige Apostelen en aan hun opvolgers opgedragen de Blijde Boodschap in Zijn Naam en met Zijn gezag te verkondigen: „Wie U hoort, hoort Mij; wie U versmaadt, versmaadt Mij” (Lc. 10, 16). Hij heeft hun daartoe de bijstand van Zijn Heilige Geest toegezegd. In de kracht van die Heilige Geest hebben de Pausen en Bisschoppen als opvolgers van Petrus en de overige Apostelen de geopenbaarde waarheid ongeschonden bewaard en met onfeilbaar gezag verkondigd; en Zij zullen dit blijven doen, totdat de Heer wederkomt.
Wie hun woord aanvaardt, aanvaardt het woord van Christus en treedt daardoor tegelijk binnen in de eenheid van geloof. Hoe zouden nu de Paus en de Bisschoppen met andere samen kunnen overwegen of Zij misschien het woord van Gods Openbaring verkeerd hebben verstaan en menselijke bedenksels als goddelijke waarheid hebben verkondigd? Dat zou toch gelijk staan met ongeloof aan de belofte van Christus of twijfel aan de kracht van de Heilige Geest. Neen, Zij kunnen slechts voortgaan de leer van Christus met onfeilbaar gezag te verkondigen en zo de eenheid van geloof te bewaren.
Van een deelname der Heilige Katholieke Kerk aan het congres van Amsterdam kan dus geen sprake zijn. Wel zullen Wij echter dit congres met veel belangstelling volgen. Het is immers geboren uit een groot en oprecht verlangen naar de door Christus gewilde eenheid hij velen, die Hem als hun God en hun Heiland willen aanvaarden. En hoe zouden Wij, die door de Heilige Geest zijn aangesteld om onder leiding van Petrus’ Opvolger de Kerk in Haar eenheid te bewaren en uit te breiden, achteloos kunnen voorbijgaan aan een oprecht verlangen naar eenheid?
Ook kan het Ons niet onverschillig zijn, of dit congres een schrede vooruit of een schrede achteruit zal betekenen; een schrede vooruit, wanneer het ertoe leidt, dat het heimwee naar de Moederkerk en de in Haar gegeven eenheid sterker wordt; een schrede achteruit, wanneer het tot resultaat zou hebben, dat velen zich tevreden stellen met een eenheid, die nog zeer ver afstaat ven de eenheid die Christus heeft gebracht.
Terugkeer naar de Moederkerk: dat is de enige weg, beminde gelovigen, waarlangs de ware eenheid bereikt kan werden. Maar Wij weten, dat er diepgewortelde vooroordelen bestaan, die deze terugkeer belemmeren. Wij weten, dat door de misstanden bij de aanvang der scheuringen en door de uiteengroeiing in vele eeuwen, de afstand en de vervreemding zo groot zijn geworden, dat de afgescheidenen de stem en de taal der H. Kerk niet meer verstaan. Wij weten, dat terugkeer voor velen niet mogelijk is zonder zware inwendige strijd en grote persoonlijke offers. Wij weten, dat een oprechte terugkeer nooit mogelijk is, wanneer niet God door Zijn genade het menselijk verstand verlicht en de menselijke wil beweegt. En Wij weten tenslotte, dat God om Zijn genade gevraagd wil worden.
Daarom roepen Wij u allen, priesters en gelovigen, met aandrang op tot een vurig gebed. Bidt in deze dagen voor allen, die aan het congres deelnemen en voor de vele andere niet-katholieke christenen, die met verlangen naar eenheid uitzien, die Christus in waarheid aanhangen en in Zijn liefde leven, en die, hoewel van de kudde van Christus gescheiden, toch opzien — zij het vaak onbewust — naar de Kerk, als de enige have des heils. Bidt vooral voor hen, die als leiders optreden bij de niet-katholieke christenen en die zulk een grote verantwoordelijkheid hebben, wijl de eenvoudige gelovigen van hun houding afhankelijk zijn en vaak zelf niet tot het juiste inzicht kunnen komen. Bidt tot Onze Vader in de hemel, “die wil, dat alle mensen zalig worden en tot de kennis der waarheid geraken” (1 Tim. 2, 4). Bidt tot Hem door Jezus Christus, “die altijd leeft om onze Middelaar te zijn” (Hebr. 7, 25). Bidt tot Hem in de éne Heilige Geest, die het éne mystieke Lichaam van Christus bezielt. Bidt, dat allen mogen delen in de ware eenheid, die niet door mensen wordt gemaakt, doch door Jezus Christus onze Heer op deze wereld is gebracht.
Gij moogt echter niet vergeten, beminde gelovigen, dat evenzeer als uw gebed uw eigen voorbeeld nodig is.

Eertijds heeft het onchristeljk leven van vele katholieken de afval van de Kerk bevorderd. Door een heilzame hervorming „in hoofd en leden” op het Concilie van Trente heeft de Kerk zelve deze afval tot stilstand gebracht. Zo zal nu de terugkeer naar de Moederkerk het meest bevorderd worden, wanneer wij die heiligheid van ons geloof zichtbaar doen worden in de heiligheid van ons leven en van onze werken.

Als in het verleden bij het verdedigen der katholieke eenheid niet altijd alle katholieken zich hebben laten leiden door de liefde, en derhalve niet indachtig waren het woord van de Apostel: veritatem facientes in caritate: „de waarheid bewarend in liefde” (Ef. 4, 15) en bijgevolg niet vrij zijn van schuld aan de vervreemding, die tussen ons en de niet-katholieke christenen is ontstaan, dan was dit voorzeker niet de geest van onze Moeder de Heilige Kerk.

Zij zelve toch is en blijft steeds de Heilige Kerk. Zij blijft heilig in Haar eredienst, Haar Sacramenten en Haar offer en in het genadeleven, dat Zij daardoor bemiddelt. Zij blijft heilig in Haar leer, die van God komt en naar God terugvoert. Zij blijft heilig in Haar wetgeving, die slechts op de eer van God en het heil der mensen gericht is. Zij blijft heilig, wijl zij ten allen tijde grote heiligen voortbrengt. In deze heiligheid toont Zij voortdurend Haar goddelijke oorsprong. Maar Haar leden zijn en blijven mensen; in hen kan zich het menselijke, het soms al te menselijke (Paus Pius XI - Encycliek
Mit brennender Sorge
De Katholieke Kerk in het Duitse Rijk
(14 maart 1937)
) openbaren; en dit menselijke, dit soms al te menselijke kan een bron van ergernis zijn en tevens de oorzaak, dat velen de werkelijke heiligheid van de Kerk niet vermogen te zien.

Er rust dan ook in deze tijd op ons, katholieken, een ernstige verantwoordelijkheid. Nu zich bij velen, die Christus erkennen, een sterk verlangen naar eenheid openbaart, is het zaak, dat ons leven geheel van de geest van Christus doordrongen zij en dat wij in al onze activiteit, op welk gebied dan ook, uiteindelijk niets anders zoeken dan Jezus Christus en de uitbreiding van Zijn Rijk. Meer dan ooit moeten wij nu gehoor geven aan de opdracht van Christus: „Uw licht moet voor de mensen schijnen, opdat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is” (Mt. 5, 16). Meer dan ooit moeten wij nu de heiligheid der Kerk zichtbaar doen worden in ons eigen leven. Geve God, dat allen deze plicht begrijpen; en moge bij de vervulling ervan de Heilige Geest, die de Geest van Christus is, onze zwakheid te hulp komen (Rom. 8, 26).

Tenslotte, beminde gelovigen, schrijven Wij voor, dat in alle tot de Nederlandse Kerkprovincie behorende kerken en in alle kapellen, waarover een Rector is aangesteld, op Zondag 29 Augustus a.s, een plechtige of althans gezongen H. Mis zal worden opgedragen, om van God te verkrijgen, dat allen in de eenheid der H. Kerk mogen delen; daarvoor zal genomen worden het formulier, dat in het Romeins Missaal staat aangeduid als Votiefmis tot opheffing van de scheuring (Missa ad tollendum schisma). Wij vertrouwen, dat gij allen u zo innig mogelijk met dit H. Offer zult verenigen.

En zal dit Ons herderlijk schrijven op Zondag 22 Augustus a.s, in alle tot Onze Kerkprovincie behorende kerken en in alle kapellen, waarover een Rector is aangesteld, onder alle vastgestelde heilige Missen op de gebruikelijke wijze van de preekstoel worden voorgelezen.

Gegeven te Utrecht, de 31e Juli 1948

Joh. Kard. de Jong, Aartsbisschop van Utrecht
P.A.W. Hopmans, Bisschop van Breda
Dr. J.H.G. Lemmens, Bisschop van Roermond
J.P.Huibers, Bisschop van Haarlem
W.P.A.M. Mutsaerts, Bisschop van ’s-Hertogenbosch

Document

Naam: HERDERLIJK SCHRIJVEN OVER DE OECUMENISCHE BEWEGING
Soort: Nederland
Auteur: De aartsbisschop en de bisschoppen van Nederland
Datum: 31 juli 1948
Copyrights: © 1948, Katholiek Archief nr 27, kol. 543-547
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam