• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het geloof baant onze weg en begeleidt ons op onze gang door de geschiedenis. Als we willen begrijpen wat het geloof betekent, dan dienen we de route te beschrijven: de weg van de gelovige mens, waarvan op de eerste plaats het Oude Testament getuigt. Een uitzonderlijke plaats komt daarbij toe aan Abraham, onze vader in het geloof. In zijn leven vindt iets plaats dat overweldigend is: God richt zijn woord tot hem, Hij openbaart zich als een God die spreekt en hem roept bij zijn naam. Het geloof is verbonden met het horen. Abraham ziet God niet, maar hij hoort zijn stem. Hierdoor krijgt het geloof een persoonlijk karakter. God manifesteert zich niet als de God van een plaats en evenmin als de God die gebonden is aan een specifieke, heilige tijd. Hij is de God van een persoon, meer bepaald de God van Abraham, Isaak en Jakob. Hij is in staat om in contact te treden met mensen en met hen een verbond aan te gaan. Het geloof vormt het antwoord op een Woord, dat ons persoonlijk aanspreekt, een Gij die ons roept bij onze naam.

Het woord dat tot Abraham werd gesproken, bestaat uit een oproep en een belofte. In de eerste plaats is het een oproep om te vertrekken uit het eigen land, een aansporing om open te staan voor een nieuw leven, het begin van een uittocht die hem leidt naar een onbekende toekomst. De zienswijze, die Abraham in het geloof ontvangt, zal steeds verbonden zijn met deze stap naar voren, die telkens weer gezet moet worden: het geloof ‘ziet’ in de mate dat Abraham voorttrekt en binnengaat in de ruimte, die door het Woord van God werd geopend. Dit woord bevat bovendien een belofte: uw nageslacht zal talrijk zijn, u zult vader zijn van een groot volk. Vgl. Gen. 13, 16 Vgl. Gen. 15, 5 Vgl. Gen. 22, 17 Het is waar dat het geloof van Abraham, in zoverre het een antwoord vormt op een Woord dat voorafging, steeds een daad van herinnering zal zijn. Toch legt deze herinnering de mens niet vast in het verleden. Omdat ze de herinnering aan een belofte is, kan ze ook de toekomst ontsluiten en de schreden op de levensweg verlichten. Op deze wijze wordt inzichtelijk hoe het geloof, als herinnering aan de toekomst - memoria futuri - nauw verbonden is met de hoop.

Van Abraham wordt verlangd dat hij vertrouwen stelt in dit woord. Het geloof begrijpt dat het woord, iets dat schijnbaar vluchtig en vergankelijk is, het meest zekere en onomstotelijk gegeven kan worden, wanneer dit woord wordt uitgesproken door God, die getrouw is. Een dergelijk woord maakt de continuïteit van de gang van ons leven door de tijd mogelijk. Het geloof aanvaardt dit woord als een vaste rots, een stevig fundament, waarop men stevig kan bouwen. Om deze reden wordt geloof in de Heilige Schrift met het Hebreeuwse woord ’emûnah aangeduid. Deze vorm is afgeleid van het werkwoord ’amàn, van een wortel die ‘ondersteunen, dragen’ betekent. Het begrip ’emûnah kan zowel de trouw van God als het geloof van de mens aanduiden. De gelovige mens ontvangt de kracht om zijn leven vertrouwvol in de handen van de trouwe God te leggen. Deze dubbele betekenis ligt ook ten grondslag aan de overeenkomstige begrippen in het Grieks (pistós) en Latijn (fidelis). De heilige Cyrillus van Jeruzalem speelt met deze dubbelheid wanneer hij de waardigheid roemt van de christen, die Gods eigen naam ontvangt; Cyrillus noemt zowel God als de christen pistós - God, omdat Hij trouw is en de mens, omdat hij gelovig is. Vgl. H. Cyrillus van Jeruzalem, Doopcatechese, Catechesi Battesimale. V,1, in: PG 33, 505a De heilige Augustinus verklaart dit op de volgende wijze: ‘De mens is gelovig (fidelis), in de mate dat hij gelooft in de beloften van God; God is trouw (fidelis) in die zin dat Hij doet wat Hij aan de mens beloofd heeft’. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. In Psal. 32, II, s. I, 9, in: PL 36, 284

Een laatste element uit de geschiedenis van Abraham is belangrijk, om zijn geloof te kunnen begrijpen. Ook al brengt het Woord van God nieuwheid en verrassing met zich mee, toch is het helemaal niet vreemd aan de ervaringswereld van de aartsvader. In de stem die zich tot hem richt, herkent Abraham een diepe oproep, die vanaf het begin geschreven staat in het meest innerlijke van zijn bestaan. God verbindt zijn belofte met dat ‘gebied’, waar het menselijke leven van oudsher hoop in zich draagt: het ouderschap en het ontstaan van nieuw leven - ‘uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaak noemen’ (Gen. 17, 19). God, die van Abraham vraagt dat hij zich volledig aan Hem toevertrouwt, openbaart zich als de bron van alle leven. Op deze wijze wordt het geloof in verbinding gebracht met het vaderschap van God, waaruit de hele schepping voortkomt. God, die Abraham roept, is de Schepper, die datgene ‘wat niet bestaat in het aanzijn roept’ (Rom. 4, 17). Hij is het, die ‘ons heeft uitgekozen vóór de grondlegging der wereld’ en ‘ons heeft voorbestemd zijn kinderen te worden’ (Ef. 1, 4-5). Het geloof in God geeft Abraham inzicht in de diepste wortels van zijn bestaan en stelt hem in staat de bron van het goede te herkennen, de oorsprong van al wat bestaat, en te bevestigen dat zijn leven niet voortkomt uit het niets of uit louter toeval, maar teruggevoerd kan worden op een persoonlijke roeping en liefde. De geheimvolle God, die Abraham geroepen heeft, is geen vreemde god, maar Hij is de oorsprong van alles en Hij houdt het al in stand. De grote beproeving van Abrahams geloof, het offer van zijn zoon Isaak, toont hoezeer deze oorspronkelijke liefde in staat is om een waarborg te zijn voor liefde tot over de dood heen. Het Woord, dat bij machte was om uit zijn ‘afgeleefd’ lichaam en uit de ‘dorre’ moederschoot van de onvruchtbare Sara een zoon te doen voortkomen Vgl. Rom. 4, 19 , zal evenzeer in staat zijn om borg te staan voor de belofte van een toekomst die iedere bedreiging en elk gevaar overstijgt Vgl. Hebr. 11, 19 Vgl. Rom. 4, 21 .

Document

Naam: LUMEN FIDEI
Licht van het geloof
Soort: Paus Franciscus - Encycliek
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 29 juni 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Betsaïda.org (2e druk)
Vert. vanuit het Duits, controle met Franse, Engelse en Italiaanse versie: F. De Rycke
Imprematur: Mgr. A.L.M. Hurkmans
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam