• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

MEN KAN CHRISTUS NIET BUITEN DE GESCHIEDENIS VAN DE MENS SLUITEN
Op het Plein van de Overwinning in Warschau

Zeer geliefde landgenoten,
geliefde broeders en zusters

die vandaag deelneemt aan het Eucharistisch offer dat vandaag op het Plein van de Overwinning in Warschau wordt gevierd.

Samen met u wens ik een lied van dankzegging te zingen tot de voorzienigheid die het mij toestaat vandaag als pelgrim hier te zijn.

Paulus VI, de kortgeleden gestorven paus, na vele eeuwen de eerste paus-pelgrim, wenste - en wij weten hoe vurig hij dat wenste - voet op Poolse grond te zetten en bijzonder op Jasna Góra. Tot aan het einde van zijn leven heeft hij dat verlangen in zijn hart gedragen en met dat verlangen is hij in het graf afgedaald. En zie, we voelen dat dit verlangen zo sterk en zo diepgeworteld was, dat het de duur van een pontificaat heeft overleefd en - op een wijze die menselijk gezien moeilijk te voorzien was - vandaag wordt verwezenlijkt. We danken dan ook Gods voorzienigheid Paulus VI een zo sterk verlangen te hebben ingegeven. We danken haar voor heel die stijl van paus-pelgrim, welke hij met het Tweede Vaticaans Concilie heeft ingezet. Want indien de hele kerk zich opnieuw bewust is geworden van zichzelf als volk van God - een volk dat deel heeft aan de zending van Christus, een volk dat met deze zending door de geschiedenis gaat, dat 'pelgrimeert', kan de paus niet langer 'de gevangene van het Vaticaan' blijven. Dan moet hij opnieuw de pelgrimerende Petrus worden, zoals die eerste, die vanuit Jeruzalem via Antiochië naar Rome trok om er getuigenis af te leggen van Christus en dat getuigenis te bezegelen met zijn eigen bloed.

Vandaag is het mij vergund, aan dit verlangen van de overleden paus Paulus VI te voldoen temidden van u, zeer geliefde zonen en dochters van mijn vaderland. Want toen - door de onnaspeurlijke beslissingen van de goddelijke voorzienigheid, ik, na de dood van Paulus VI en het korte, enkele weken durende pontificaat van mijn onmiddellijke voorganger Johannes Paulus I - door de stemmen van de kardinalen van de zetel van de heilige Stanislaus in Kraków geroepen werd naar die van de heilige Petrus in Rome, heb ik onmiddellijk begrepen, dat het mijn plicht was aan deze wens te voldoen waaraan Paulus VI niet had kunnen voldoen bij het millennium van de doop van Polen.

Is mijn bedevaart naar het vaderland, in het jaar waarin de kerk in Polen het negende eeuwfeest viert van de dood van de heilige Stanislaus, soms geen bijzonder teken van onze Poolse pelgrimstocht door de geschiedenis van de kerk, niet alleen over de wegen van ons vaderland maar ook over die van Europa en de wereld? Ik laat hier mijn eigen persoon buiten beschouwing - maar toch moet ik mezelf samen met u de vraag stellen, waarom juist in het jaar 1978 (na zoveel eeuwen van een zeer hechte traditie op dit gebied) een zoon van de Poolse natie, van de Poolse grond, tot de zetel van de heilige Petrus werd geroepen. Van Petrus, evenals van de andere apostelen vroeg Christus zijn 'getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde' (Hand. 1, 8). Hebben wij, gezien deze woorden van Christus, dan niet het recht te denken dat Polen in onze dagen het land van een bijzonder verantwoorde/ijk getuigenis is geworden? Dat we van hieruit - vanuit Warschau en ook Gniezno, Jasna Góra, Kraków, vanuit deze hele historische route die ik zo vele malen in mijn leven heb afgelegd en die het mij past deze dagen opnieuw af te leggen - met bijzondere nederigheid maar ook met overtuiging, getuigenis af moeten leggen van Christus? Dat we juist hier, op deze aarde moeten komen staan, op deze route, om het getuigenis van zijn kruis en zijn verrijzenis te herlezen? Maar, indien we dit alles wat ik nu heb durven beweren aanvaarden, wat een enorme verplichtingen en taken komen daaruit voort? Zijn we daartoe in staat?

Vandaag, tijdens de eerste etappe van mijn pauselijke pelgrimstocht in Polen, is het mij gegeven het eucharistisch offer te vieren in Warschau, op het Plein van de Overwinning. De zaterdagavondliturgie, vigilie van Pinksteren, brengt ons naar het cenakel van Jeruzalem, waar de apostelen - verenigd rond Maria, de moeder van Christus - de volgende dag de Heilige Geest zullen ontvangen. Ze zullen de Geest ontvangen die Christus, door middel van het kruis, voor hen verkregen heeft, opdat zij in de kracht van die Geest zijn opdracht zouden kunnen vervullen. 'Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb' (Mt. 28, 19-20). Met deze woorden heeft Christus de Heer alvorens deze wereld te verlaten aan de apostelen zijn laatste aanbeveling overgedragen, zijn 'zendingsopdracht'. En Hij heeft daaraan toegevoegd: 'Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld' (Mt. 28, 20).

Het is goed dat mijn pelgrimstocht in Polen bij het negende eeuwfeest van het martelaarschap van de heilige Stanislaus juist in de Pinkstertijd valt en op het feest van de heilige Drie-eenheid. Op deze wijze kan ik als het ware aan de posthume wens van Paulus VI voldoen door nogmaals het millennium van de doop te vieren op Poolse grond en het jubileum van de heilige Stanislaus, van dit jaar, invoegen in dit millennium waaruit de geschiedenis van de natie en van de kerk is begonnen. Het zijn juist de plechtigheden van Pinksteren en van de allerheiligste Drieëenheid die ons nader brengen tot dit begin. In de apostelen die op pinksterdag de Heilige Geest ontvangen, zijn in zekere zin geestelijk reeds al hun opvolgers aanwezig die sinds duizend jaar het evangelie moesten verkondigen in het Poolse land. Ook die Stanislaus van Szczepanow, die zijn zending op de zetel van Kraków negen eeuwen geleden met zijn bloed betaalde. En in deze apostelen en rondom hen heen zijn - op Pinksteren - niet alleen de vertegenwoordigers bijeengekomen van die volkeren en die talen die door het boek van Handelingen van de Apostelen vermeld worden. Reeds toen stonden de verschillende volkeren en naties om hen heen verzameld die, door het licht van het evangelie en de kracht van de Heilige Geest, in verschillende tijdperken en eeuwen in de kerk zouden binnentreden. De dag van Pinksteren is de dag van de geboorte van het geloof en de Kerk ook in ons Poolse land. Het is het begin van de verkondiging van de grote daden van de Heer, ook in onze Poolse taal. Het is het begin van het Christendom, ook in het leven van onze natie: in haar geschiedenis, in haar cultuur, in haar ervaringen.

De kerk heeft Christus aan Polen gebracht, dat wil zeggen de sleutel tot het begrip van die grootse en fundamentele werkelijkheid die de mens is. Men kan immers die mens niet ten volle begrijpen zonder Christus. Of, beter gezegd, de mens is niet in staat zichzelf ten volle te begrijpen zonder Christus. Hij kan niet begrijpen noch wie hij is, noch welke zijn echte waardigheid is, noch zijn roeping, noch zijn uiteindelijke bestemming. Dat alles kan hij zonder Christus niet begrijpen.

En daarom kan men Christus niet wegcijferen uit de geschiedenis van de mens in welk deel van de aardbol ook en op welke geografische lengte- en breedtegraad dan ook. Het buiten de geschiedenis van de mens sluiten van Christus is een daad tegen de mens. Zonder Christus is het niet mogelijk de geschiedenis van Polen te begrijpen en vooral niet de geschiedenis van de mensen die deze grond hebben bewandeld of nog bewandelen. De geschiedenis van de mensen! De geschiedenis van de natie is vooral de geschiedenis van de mensen. Het is de geschiedenis van iedere mens welke zich voltrekt in Jezus Christus. In Hem wordt zij tot heilsgeschiedenis.

De geschiedenis van de natie verdient een evenredige waardering al naar gelang de bijdrage die ze heeft geleverd aan de ontwikkeling van de mens en de menselijkheid, aan het bewustzijn, het hart en het geweten. Deze is de allerdiepste cultuurstroom. Deze is haar machtigste spil. Deze is haar ruggegraat en haar kracht. Het is zonder Christus niet mogelijk de bijdrage te begrijpen en te waarderen van de Poolse natie aan de ontwikkeling van de mens en zijn menselijkheid, in het verleden en ook haar hedendaagse bijdrage. 'Deze oude eik is zo gegroeid en geen wind heeft hem omvergeworpen, want zijn wortel is Chnstus' Piotr Skarga, Kazania Sejrnowe IV, Kraków 1925, Biblioteka Narodowa, 1, 70, blz. 92. We moeten in de voetsporen gaan van wat (of beter gezegd van wie) Christus was, de generaties door, voor de zonen en dochters van dit land. En dat niet alleen voor hen die openlijk in Hem hebben geloofd en Hem hebben beleden met het geloof van de kerk, maar ook voor hen die ogenschijnlijk ver waren, buiten de kerk. Voor hen die twijfelden of zich verzetten.

Indien het juist is de geschiedenis van de natie te begrijpen door middel van de mens, door iedere mens in die natie, kan men niet tegelijk de. mens los van deze gemeenschap die de natie is, begrijpen. Natuurlijk is zij niet de enige gemeenschap. Maar het is een bijzondere gemeenschap, die wellicht het nauwst verbonden is met het gezin, welke het belangrijkste is voor de geestelijke geschiedenis van de mens. Het is dus niet mogelijk de geschiedenis van de Poolse natie - van deze grote duizendjarige gemeenschap die mij en ieder van ons zo diepgaand bepaalt - te begrijpen zonder Christus. Indien we deze sleutel tot het begrip van onze natie verwerpen, stellen we onszelf bloot aan principieel misverstand. Dan begrijpen we onszelf niet. Het is onmogelijk los van Christus deze natie te begrijpen met haar tegelijk zo schitterende en zo verschrikkelijk zware verleden. Het is niet mogelijk deze stad, Warschau, de hoofdstad van Polen te begrijpen, die in 1944 besloot tot een ongelijke strijd met de aanvaller, tot een strijd waarbij ze in de steek werd gelaten door de geallieerde machten, tot een strijd waarin ze onder haar eigen puin bedolven werd - indien men zich niet tegelijk herinnert, dat onder datzelfde puin voor de kerk in de Krakowskie Przedmiesciestraat ook Christus de Verlosser lag met zijn kruis. Het is onmogelijk de geschiedenis van Polen, van Stanislaus op de Skalka tot aan Maximiliaan Kolbe in Auschwitz te begrijpen, wanneer men ook daarop niet dat unieke en fundamentele criterium toepast dat de naam Jezus Christus draagt.

Het millennium van de doop van Polen, waarvan de eerste rijpe vrucht de heilige Stanislaus is - het millennium van Christus in ons gisteren en in ons heden - is het voornaamste motief van mijn pelgrimstocht, · van mijn dankgebed samen met u allen, zeer geliefde landgenoten, aan wie Jezus Christus onophoudelijk de grote zaak van de mens blijft onderwijzen; samen met u, voor wie Jezus Christus niet ophoudt een open leerboek te zijn over de mens, zijn waardigheid en zijn rechten. En tegelijk een leerboek over de waardigheid en de rechten van de natie.

Vandaag, op dit Plein van de Overwinning, in de hoofdstad van Polen, vraag ik, door middel van het grote eucharistische gebed met u allen, dat Christus niet ophoudt voor ons het open levensboek te zijn voor de toekomst. Voor ons Poolse morgen.

We bevinden ons tegenover het graf van de onbekende soldaat. In de - vroegere en hedendaagse - geschiedenis van Polen krijgt dit graf een bijzondere bevestiging. Op hoeveel plaatsen van de vaderlandse grond is die soldaat niet gevallen! Op hoeveel plaatsen in Europa en de wereld heeft hij met zijn dood niet geroepen, dat er geen rechtvaardig Europa kan zijn zonder de onafhankelijkheid van Polen, aangegeven op zijn geografische kaart! Op hoeveel slagvelden heeft die soldaat geen getuigenis afgelegd van de rechten van de mens, diep gegrift in de onschendbare rechten van de natie, vallend voor 'onze en uw vrijheid' Red. Uit het Poolse volkslied! 'Waar zijn hun graven, o Polen! Waar zijn ze niet! Dat weet je zelf het beste, en God in de hemel weet het!' Artur Oppman, Pacierz za zmarlych

De geschiedenis van het vaderland, geschreven door middel van het graf van een onbekende soldaat!

Ik wens neer te knielen bij dit graf om eer te brengen aan iedere zaadkorrel die in de aarde valt en daarin sterft en vrucht draagt. Of dat nu de zaadkorrel is van het bloed van de soldaat, vergoten op het slagveld, of het offer van het martelaarschap in de concentratiekampen of gevangenissen. Of het de zaadkorrel is van de harde dagelijkse arbeid, in het zweet des aanschijns, op het veld, in de werkplaats, in de mijn, in de ijzer- en staalgieterijen en in de fabrieken, of de zaadkorrel van de liefde van de ouders die niet bang zijn het leven te schenken aan een nieuwe mens en de hele opvoedingslast daarvoor op zich te nemen.

De zaadkorrel van het creatieve werk in de onderwijsinstellingen, dé instituten, de bibliotheken, de werkplaatsen van de nationale cultuur. De zaadkorrel van het gebed, van de dienst aan de zieken, de lijdenden, de in de steek gelatenen:

'alles wat Polen uitmaakt'.

Zoals de akte van het millennium, door de primaat en het episcopaat van Polen in Jasna Góra gedeponeerd, zegt: 'alles wat Polen uitmaakt'.

Dat alles in de handen van de moeder van God - aan de voet van het kruis op Calvarië en in het pinkstercenakel! Dat alles: de geschiedenis van ons vaderland, gevormd door iedere zoon en iedere dochter sinds duizend jaar - met inbegrip van deze generatie en de generaties van de toekomst - ook al waren dat naamloze, onbekende mensen, evenals die soldaat, voor wiens graf we ons nu bevinden ...

Dat alles: ook de geschiedenis van de volkeren die met en onder ons geleefd hebben, evenals degenen die met honderdduizenden gestorven zijn binnen de muren van het ghetto van Warschau.

Bij deze Eucharistie omvat ik dit alles in gedachten en met het hart en sluit het in bij dit unieke allerheiligste offer van Christus, op het Plein van de Overwinning.

En ik roep, ik, zoon van het Poolse land en tegelijkertijd ik, Johannes Paulus II, Paus, roep vanuit de diepte van dit millennium, roep op de vigilie van Pinksteren:

Zend uw Geest neer!
Zend uw Geest neer!
En vernieuw het aanschijn van de aarde.
Van deze aarde!

Amen.

Document

Naam: MEN KAN CHRISTUS NIET BUITEN DE GESCHIEDENIS VAN DE MENS SLUITEN
Op het Plein van de Overwinning in Warschau
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 juni 1979
Copyrights: © 1979, Archief van de Kerken 34e jrg, p. 927-932
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam